1.Vaststellen agenda
NB. Mocht de commissie ten aanzien van bepaalde in deze vergadering geagendeerde wetsvoorstellen besluiten dat deze als hamerstuk kunnen worden afgedaan, of dat daarover kan worden gestemd zonder plenair debat, dan zal dit conform gebruik aan het einde van de vergadering van 7 juli 2026 plaatsvinden. De afhandeling hoeft dan niet te wachten totdat het zomerreces voorbij is.
2.36.731
‘Strategische rechtszaken tegen publieke participatie’
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
-
-Het voorstel is op 2 juli 2026 aangenomen door de Tweede Kamer (zie stemmingsoverzicht in de bijlage).
-
-Dit wetsvoorstel implementeert EU-Richtlijn 2024/1069 dat als doel heeft het beter beschermen van personen en organisaties die betrokken zijn bij publieke participatie tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht. In het Engels worden deze strategische rechtszaken aangeduid als SLAPPs Een SLAPP is een juridische procedure die wordt gebruikt om bijvoorbeeld journalisten, activisten of onderzoekers, te intimideren en het zwijgen op te leggen. Het doel van een SLAPP is niet noodzakelijk om de rechtszaak te winnen, maar om de aangeklaagde partij te dwingen tot hoge juridische kosten en hen te ontmoedigen, zelfs als die rechtszaak geen kans van slagen heeft.
Achtergrond behandeling EU-Richtlijn 2024/1069
-
-Het voorstel voor EU-Richtlijn 2024/1069 is op 27 april 2022 gepubliceerd. Op 10 mei 2022 besloot de commissie EUZA het voorstel in behandeling te nemen. Na ontvangst van het BNC-fiche leverde de fractie van GroenLinks inbreng voor schriftelijk overleg. Deze vragen zijn door de minister voor Rechtsbescherming beantwoord (36.009, D). Op 13 september 2022 besloot de commissie EUZA geen nadere vragen te stellen. Zie E-dossier E220015).
-
-Op 11 april 2024 werd EU-Richtlijn 2024/1069 gepubliceerd in het Europees Publicatieblad.
-
-Lidstaten dienen uiterlijk 7 mei 2026 de richtlijn te implementeren.
-
-NB. In de Gezamenlijke Mededeling - Europees schild voor de democratie: zorgen voor sterke en veerkrachtige democratieën (JOIN(2025)791) wordt onder meer voorgesteld de hiervoorgenoemde Richtlijn verder aan te scherpen. Deze Mededeling is in behandeling bij de commissies BIZA en EUZA (E-dossier E250028).
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
Er is geen uitvoeringstoets beschikbaar. Wel zijn er diverse adviezen uitgebracht.
Procedure
3.36.125
Initiatiefvoorstel-Sneller Wet verval bijzondere aanwijzingsbevoegdheid openbaar ministerie
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel te doen voor een plenair debat?
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een derde verslag? De commissie meldt het wetsvoorstel in dit geval aan voor plenaire behandeling onder voorbehoud van tijdige ontvangst van de nota naar aanleiding van het derde verslag (zie artikel 45.5 Reglement van Orde Eerste Kamer).
Toelichting
-
-Het voorstel is op 25 november 2025 aangenomen door de Tweede Kamer.
-
-Dit initiatiefvoorstel van het Tweede Kamerlid Sneller (D66) wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet Ro) waardoor de bevoegdheden die de minister van Justitie en Veiligheid heeft om zich te mengen in individuele strafzaken van het Openbaar Ministerie (OM) worden aangepast.
-
-Met dit wetsvoorstel beoogt de initiatiefnemer vier wijzigingen door te voeren. Allereerst stelt hij voor de bijzondere aanwijzingsbevoegdheid van de minister te laten vervallen. De minister kan dan niet meer een aanwijzing geven tot opsporing, tot vervolging of tot niet-vervolging of de wijze voorschrijven waarop het OM in een concrete strafzaak zijn bevoegdheden moet inzetten. Hierdoor wordt formeel ingrijpen door de minister in een strafzaak onmogelijk gemaakt. Daarnaast wordt de inlichtingenplicht van het College van procureurs-generaal beperkt waardoor er over individuele zaken geen inlichtingen meer aan de minister worden verstrekt. Het voorstel laat ook de verplichting om besluiten niet meer eerst aan de minister voor te leggen vervallen. Te denken valt aan een besluit over de inzet van bepaalde bijzondere opsporingsbevoegdheden. Ten slotte stelt de initiatiefnemer voor dat de uitoefening van taken en bevoegdheden door het OM in een concreet geval plaatsvindt zonder ondergeschiktheid aan de minister.
-
-Op 22 januari 2026 hebben de leden van de fracties van de BBB, VVD, D66, CDA, PVV, ChristenUnie, JA21, SGP en de Fractie-Van de Sanden vragen voorgelegd aan de initiatiefnemer en/of de regering. De leden van de fractie van de PvdD hebben zich aangesloten bij de gestelde vragen en opmerkingen door de leden van de fractie van de ChristenUnie.
-
-De brief met de antwoorden van de regering is ontvangen op 11 mei 2026 (36.125, C). De nota naar aanleiding van het verslag met de antwoorden van de initiatiefnemer is vastgesteld op 15 mei 2026 (36.125, D).
-
-Op 19 mei 2026 hebben de leden van de fractie van de PVV inbreng geleverd voor het tweede verslag aan initatiefnemer en de regering. De fractieleden van de BBB en Fractie-Beukering hebben zich aangesloten bij deze inbreng.
-
-De brief met de antwoorden van de regering is ontvangen op 22 juni 2026 (36.125, F). De nota naar aanleiding van het tweede verslag met de antwoorden van de initiatefnemer is vastgesteld op 23 juni 2026 (36.125, G).
-
-De nadere procedure ligt vandaag ter bespreking voor.
Nadere procedure
4.36.657
Vastlegging gebruiksdoelen van het Europees strafregisterinformatiesysteem
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel te doen voor een plenair debat?
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een tweede verslag?
Toelichting
-
-Het wetsvoorstel is op 15 april 2026 aangenomen door de Tweede Kamer (zie het stemmingsoverzicht in de bijlage).
-
-Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met het vastleggen van het gebruik van het Europees strafregisterinformatiesysteem voor niet-strafrechtelijke doelen. Het Europees strafregisterinformatiesysteem bestaat uit twee onderdelen, te weten:
-
1.Ecris: een decentraal informatiesysteem met als doel om informatie over veroordelingen van burgers uit te wisselen tussen de lidstaten van de EU; en
-
2.Ecris-TCN: een centraal informatiesysteem om vast te stellen welke lidstaten van de EU beschikken over informatie over veroordelingen van burgers van derde landen.
-
-Op 19 mei 2026 hebben de leden van de fractie van D66 inbreng geleverd voor het verslag. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de ChristenUnie hebben zich aangesloten bij de gestelde vragen.
-
-De nota naar aanleiding van het verslag met de antwoorden is vastgesteld op 23 juni 2026 (36.625, C). De nadere procedure ligt vandaag ter bespreking voor.
Nadere procedure
5.36.688 (R2205)
Goedkeuring Verdrag met het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering
Beslispunt
Welke fracties leveren vandaag inbreng voor het verslag?
Toelichting
-
-Het voorstel (TK, 2) is op 9 juni 2026 aangenomen door de Tweede Kamer.
-
-Dit voorstel van Rijkswet regelt de goedkeuring van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden met het Koninkrijk Marokko over uitlevering (Trb. 2024, 1). Hiermee wordt de uitlevering tussen deze staten geregeld van personen die zich onttrekken aan strafvervolging of aan tenuitvoerlegging van een opgelegde vrijheidsstraf.
-
-Met dit verdrag wordt het mogelijk om uitlevering te verzoeken voor misdrijven die in beide verdragsstaten bestraft kunnen worden met een maximum van ten minste een jaar of met een zwaardere vrijheidsstraf. Denk hierbij bijvoorbeeld aan moord, doodslag en andere geweldsdelicten. Als om uitlevering wordt verzocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een strafvonnis, dient het deel van de straf dat nog moet worden uitgevoerd ten minste zes maanden te bedragen. Het verdrag bevat eveneens enkele weigeringsgronden voor de uitlevering van personen. Op grond van het EVRM houdt het Koninkrijk der Nederlanden bij de uitlevering van personen rekening met de mensenrechtelijke aspecten van het uitleveringsverdrag. Omdat het Koninkrijk Marokko geen partij is bij het EVRM bevat het verdrag enkele bepalingen die de instanties die het verdrag moeten toepassen in staat stellen om aan het EVRM en andere mensenrechtelijke verdragen te toetsen.
-
-De commissie besloot op 23 juni 2026 om 7 juli 2026 (vandaag) de gelegenheid te bieden tot het leveren van inbreng voor het verslag.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
Er is geen internetconsultatie.
Er is geen uitvoeringstoets.
Inbreng
6.36.225, N
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van J&V inzake de uitvoering van de motie-Nicolaï c.s. over na gaan of er een beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht; Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten
Beslispunt
Welke fracties leveren vandaag inbreng voor nader schriftelijk overleg?
Toelichting
-
-Bij de behandeling van het wetsvoorstel op 21 januari 2025 is de vraag besproken of de beslissing van de weegploeg om een persoon aan te melden voor bespreking in het casusoverleg radicalisering moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Naar aanleiding hiervan heeft de Kamer de motie-Nicolaï c.s. (36.225, H) aangenomen.
-
-Motie-Nicolaï (PvdD) c.s. over na gaan of er een beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (36.225, H)
In deze motie wordt de regering verzocht om na te gaan of tegen de beslissing als bedoeld in artikel 5, derde lid van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten, beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en als dat niet het geval is, te onderzoeken of het belang van rechtsbescherming noopt om dat beroep te openen.
-
-Naar aanleiding van de brief van de minister van J&V van 3 september 2025 (36225, J) heeft de commissie op 9 september 2025 besloten om op 23 september 2025 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg en de status van de motie-Nicolaï c.s. (36.225, H) als 'niet uitgevoerd' te blijven beschouwen.
-
-Bij brief van 1 oktober 2025 heeft de commissie enkele vragen aan de minister van Justitie en Veiligheid gesteld. Op 26 maart 2026 ontving de commissie de antwoordbrief (36.225, K) waaruit volgt dat tegen voornoemde beslissing geen beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
-
-Op 31 maart 2026 besloot de commissie de brief van 26 maart 2026 voor kennisgeving aan te nemen en een commissiebrief te sturen waarin wordt gevraagd of de regering overweegt om de motie uit te voeren en de thans ontbrekende rechtsbescherming alsnog te realiseren en de wet op dit punt aan te passen.
-
-Op 21 april 2026 heeft de minister van J&V geantwoord op deze commissiebrief (36.225, L). In deze brief geeft de minister aan de zorgen van de Kamer serieus te nemen, maar meer tijd nodig te hebben om deze zorgvuldig te beoordelen. In dat kader overweegt hij externe expertise in te winnen en kondigt hij aan de Kamer hierover op een later moment nader te informeren.
-
-Op 19 mei 2026 besloot de commissie naar aanleiding van de brief van 21 april 2026 (36.225, L) met de minister van J&V in nader schriftelijk overleg te treden (in de vorm van een commissiebrief) met de vraag wanneer zij inhoudelijk antwoord van de minister kan verwachten. Deze commissiebrief is op 28 mei 2026 verzonden. Verder besloot de commissie op 19 mei 2026 de bespreking van de uitvoeringsstatus (thans: niet uitgevoerd) van de motie-Nicolaï c.s. (36.225, H) aan te houden in afwachting van de door de minister aangekondigde nadere reactie.
-
-Op 8 juni 2026 heeft de minister van J&V in reactie op voornoemde commissiebrief van 28 mei 2026 aangegeven dat hij heeft besloten om externe expertise in te winnen om de geuite zorgen en het verzoek tot wetswijziging nader te kunnen wegen en de Landsadvocaat om advies te vragen. De minister verwacht de uitkomsten dit najaar te ontvangen en zal deze te zijner tijd aan de Kamer doen toekomen.
-
-Op 23 juni 2026 besloot de commissie om 7 juli 2026 (vandaag) de gelegenheid te bieden tot het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg.
Inbreng voor nader schriftelijk overleg
7.31.109, A
Brief van de staatssecretaris en minister van J&V ter aanbieding van de jaarverslagen 2025 Landelijk Bureau Bibob (LBB) en Kwaliteitscommissie Bibob; Evaluatie Wet Bibob
Beslispunt
Welke fracties leveren vandaag inbreng voor schriftelijk overleg?
Toelichting
-
-Op 27 mei 2026 ontving de commissie, conform artikel 24 van de Wet Bibob, het jaarverslag van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) over het jaar 2025. Het LBB maakt onderdeel uit van het agentschap Justis. Ook wordt het jaarverslag van de Kwaliteitscommissie Bibob over het jaar 2025 aangeboden.
-
-Op verzoek van het lid Marquart Scholtz (BBB) heeft de commissie op 9 juni 2026 besloten de brief te agenderen voor de eerstvolgende commissievergadering.
-
-De commissie besloot op 23 juni 2026 om 7 juli 2026 (vandaag) de gelegenheid te bieden tot het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
8.35.871 G en 35.871 / 29.279 H
Brief van de minister van J&V ter aanbieding van het rapport “Strafverzwaring in samenhang: De invloed van recente wetgeving op de gevangenisstraf bezien vanuit de wetssystematiek, rechtsvergelijking en praktijk”; Verhoging wettelijk strafmaximum doodslag; Brief van de minister van J&V inzake gesprekken over de invoering van minimumstraffen en ter aanbieding van de kabinetsreactie op het rapport 'Strafverzwaring in samenhang'; Rechtsstaat en Rechtsorde
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brieven van de minister van J&V van 25 maart 2026 (35.871, G) en 8 juni 2026 (35.871/29.279, H) in schriftelijk overleg te treden of neemt zij deze voor kennisgeving aan?
Toelichting
-
-Op 25 maart 2026 ontving de commissie naar aanleiding van de motie van het lid Veldhoen (GroenLinks-PvdA) c.s. (35.871, D) het rapport (35.871, G) “Strafverzwaring in samenhang. De invloed van recente wetgeving op de gevangenisstraf bezien vanuit de wetssystematiek, rechtsvergelijking en praktijk” van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) van de minister van J&V.
-
-De commissie heeft naar aanleiding van dit WODC-rapport op 31 maart 2026 besloten:
-
-na ontvangst van de beleidsreactie te bezien of schriftelijk overleg wenselijk is;
-
-de brief op te nemen in het informatiedossier ter voorbereiding op het beleidsdebat over de 'Staat van de rechtsstaat' op 27 oktober 2026, en
-
-de motie-Veldhoen c.s. (35.871, D) als uitgevoerd te beschouwen.
-
-
-Op 8 juni 2026 ontving de commissie een brief van de minister van J&V met de Kabinetsreactie op het WODC-rapport (35.871/29.279, H).
-
-Tevens informeert de minister u in deze brief over de uitkomsten van gesprekken met betrokken instanties over de mogelijke invoer van minimumstraffen voor opzettelijk geweld tegen hulpverleners, met inachtneming van het opzetvereiste naar aanleiding van Tweede Kamer-motie Van der Plas en Yesilgoz-Zegerius (Kamerstukken II, 2025-2026,28684, nr. 812).
Bespreking brieven
9.36.327 / 36.636, N en P
Brief van de voorzitter van het Adviescollege ICT-toetsing ter aanbieding van het advies over de voorbereiding van publieke organen in de strafrechtketen op de ICT-aanpassingen voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering; Brief van de staatssecretaris en minister van J&V ter aanbieding van de beleidsreactie op het advies van het Adviescollege ICT-toetsing inzake de ICT-aanpassingen voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering; Nieuw Wetboek van Strafvordering
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van de voorzitter van het Adviescollege ICT-toetsing van 12 mei 2026 (36.327/36.636, N) en de brief van de staatssecretaris en minister van J&V van 30 juni 2026 (36.327/36.636, P) in schriftelijk overleg te treden of neemt zij deze voor kennisgeving aan?
Toelichting
-
-Op 12 mei 2026 ontving de commissie een brief van de voorzitter van het Adviescollege ICT-toetsing (36.327/36.636, N) ter aanbieding van het advies over de voorbereiding van publieke organen in de strafrechtketen op de ICT-aanpassingen voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering.
-
-Op 26 mei 2026 heeft de commissie J&V besloten in te stemmen met de door het Adviescollege ICT-toetsing voorgestelde vervolgonderzoeken:
-
1.een onderzoek bij het Openbaar Ministerie naar de gekozen oplossingsrichting (GPS/Emma) in relatie tot de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, te starten vanaf eind tweede kwartaal 2026; en
-
2.een onderzoek naar de opvolging van de adviezen over de versterking van de regievoering, te starten vanaf eind derde kwartaal 2026 en het Adviescollege ICT-toetsing.
Het verzoek hiertoe is opgenomen in een commissiebrief van 4 juni 2026 aan het Adviescollege ICT-toetsing (EK 36.327 / 36.636, O).
-
-Verder besloot de commissie op 26 mei 2026 om het advies opnieuw te agenderen zodra de reactie van de minister van Justitie en Veiligheid is ontvangen.
-
-Op 30 juni 2026 ontving de commissie de beleidsreactie (36.327/36.636, P) op voornoemd advies van de staatssecretaris en minister van J&V.
-
-Vandaag staan het advies en de kabinetsreactie hierop ter bespreking geagendeerd.
Achtergrond
Voortraject
Op voorstel van de commissie J&V heeft de Eerste Kamer op 14 oktober 2025 het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) verzocht advies uit te brengen over de voorbereiding van publieke organen in de strafrechtketen op de ICT-aanpassingen voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarbij is tevens gevraagd aandacht te besteden aan de overkoepelende regie op deze aanpassingen in het licht van de uitvoerbaarheid van het nieuwe wetboek.
In de adviesaanvraag is het AcICT verzocht te werken met meerdere rapportagemomenten, waaronder een eerste rapport met een globaal beeld van de stand van zaken en een risicoappreciatie.
Eerste adviesrapport
Het Adviescollege ICT-toetsing heeft op 12 mei 2026 het eerste adviesrapport gepubliceerd en aan de Kamer aangeboden over de voorbereiding van publieke organen in de strafrechtketen op de ICT-aanpassingen voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering, inclusief de overkoepelende regie op de invoering (36.327/36.636, N). Tevens is een afschrift van het advies verzonden aan de minister van Justitie en Veiligheid.
Dit eerste advies bevat de uitkomsten van een verkennend onderzoek en geeft een globaal beeld van de stand van zaken en een risicoappreciatie met betrekking tot de benodigde ICT-aanpassingen binnen de strafrechtketen.
Het AcICT constateert dat met de huidige aanpak de ICT-aanpassingen naar verwachting niet tijdig gereed zullen zijn voor de beoogde inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering op 1 april 2029. Volgens het AcICT komt dit onder meer doordat afronding van wetgeving te laat plaatsvindt om noodzakelijke ICT-aanpassingen tijdig te realiseren, doordat de tijdige realisatie van randvoorwaardelijke ICT-projecten ongewis is en doordat de regie op individuele en gezamenlijke ICT-aanpassingen tekortschiet.
Het AcICT adviseert de minister van Justitie en Veiligheid om samen met de betrokken organisaties maatregelen te treffen om de kans op tijdige invoering te vergroten, onder meer door beperking van de scope van invoering, versterking van de realisatiekracht bij politie en Openbaar Ministerie en versterking van de regie op gezamenlijke ICT-aanpassingen en afhankelijkheden.
Bespreking brieven
10.COM(2026)570
Proposal for a Regulation on the European Union Agency for Criminal Justice Cooperation (Eurojust)
Beslispunt
-
-Wenst de commissie 'the proposal for a regulation on the European Union Agency for Criminal Justice Cooperation (Eurojust) and repealing Regulation (EU) 2018/1727' (COM(2026)570) in behandeling te nemen?
-
-Zo ja, wenst de commissie een datum voor inbreng voor schriftelijk overleg te bepalen?
Toelichting
-
-Dit voorstel herziet de Eurojust-verordening om het agentschap beter toe te rusten voor de bestrijding van ernstige en georganiseerde grensoverschrijdende criminaliteit binnen de EU. Eurojust ondersteunt de samenwerking en coördinatie tussen nationale opsporings- en vervolgingsautoriteiten en speelt een belangrijke rol bij het oplossen van juridische knelpunten en het bevorderen van wederzijdse erkenning. Met de nieuwe verordening wil de Commissie belemmeringen voor een doeltreffende werking van Eurojust wegnemen, zodat het agentschap zijn wettelijke taken effectiever kan uitvoeren.
-
-Door de Kamer is dit voorstel uit het Europees Werkprogramma 2026 als prioritair aangemerkt, op voorstel van uw commissie (op voordracht van de leden van de fractie van de BBB).
-
-Omdat nog niet alle officiële vertalingen gepubliceerd zijn is er nog geen deadline vastgesteld voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar.
Bespreking geprioriteerd voorstel
11.Rapport van de Algemene Rekenkamer
'Een ernstige zaak - Prioritering in opsporing door politie'
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van het rapport 'Een ernstige zaak - Prioritering in opsporing door politie' van de Algemene Rekenkamer van 18 juni 2026 in schriftelijk overleg te treden met de minister van J&V?
Toelichting
-
-De commissie besloot op 23 juni 2026 op verzoek van het lid Lagas (BBB) het op 18 juni 2026 gepubliceerde rapport van de Algemene Rekenkamer 'Een ernstige zaak - Prioritering in opsporing door politie' te agenderen ter bespreking.
-
-In dit onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer berekend hoeveel publiek geld en personele capaciteit de politie besteedt per wettelijke taak. Daarnaast hebben zij onderzocht in hoeverre de politie bij de prioritering binnen de opsporing rekening houdt met de maatschappelijke schade die misdrijven veroorzaken.
-
-De minister heeft op 20 april 2026 gereageerd op het conceptrapport. Deze reactie is bijgevoegd.
Tweede Kamer
Het rapport is op 1 juli 2026 in de Tweede Kamer besproken tijdens de procedurevergadering. De commissie besloot om het rapport te agenderen bij het commissiedebat over de politie op 9 september 2026.
Bespreking
12.35.428, C
Brief van de minister van SZW ter aanbieding van de kabinetsreactie op het eindrapport "Wetsevaluatie Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewinden"; Adviesrecht gemeenten bij beschermingsbewind problematische schulden
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van de minister van SZW, mede namens de staatssecretaris van J&V van 1 juli 2026 (35.428, C) in schriftelijk overleg te treden of neemt zij deze voor kennisgeving aan?
Toelichting
-
-Op 1 juli 2026 ontving de commissie het eindrapport “Wetsevaluatie Adviesrecht van gemeenten bij schuldenbewinden” uitgevoerd door Bureau Bartels en de kabinetsreactie daarop van de minister van SZW, mede namens de staatssecretaris van J&V.
-
-Deze wet wijzigde Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek teneinde te voorzien in een adviesrecht voor gemeenten bij de procedure rond beschermingsbewind wegens problematische schulden. Hiermee kunnen gemeenten hun regierol bij schuldhulpverlening beter uitvoeren en bijdragen aan de samenwerking tussen gemeenten, rechtbanken en beschermingsbewindvoerders. Dit is één van de maatregelen waarmee de regering de schuldenproblematiek wil aanpakken.
-
-De Eerste Kamer heeft het voorstel dat is behandeling was bij de commissie J&V op 29 september 2020 als hamerstuk afgedaan.
-
-In de kabinetsreactie gaat de minister allereerst in op de belangrijkste bevindingen uit het evaluatierapport. Vervolgens worden de beleidsmatige opties die het rapport aandraagt geschetst, om tot slot de reactie van het kabinet en de daaruit volgende beleidslijn uiteen te zetten.
Bespreking
13.Mededelingen en informatie
Jaarverslag Rechtspraak 2025 en kabinetsreactie
Op 22 juni 2026 ontving de commissie een brief van de staatssecretaris van J&V. Zij biedt u, op grond van artikel 104 van de Wet op de rechterlijke organisatie, het jaarverslag van de Rechtspraak over het jaar 2025 aan. Deze aanbiedingsbrief bevat tevens de kabinetsreactie op de door de Rechtspraak in het jaarverslag genoemde aandachtspunten en knelpunten.
Veiligheidsfonds voor bescherming Joods leven geopend
Vanaf 1 juli 2026 kunnen Joodse scholen, instellingen en organisaties in Nederland een beroep doen op het veiligheidsfonds. Met de Regeling veiligheid Joodse instellingen biedt de overheid ondersteuning bij de hoge kosten voor veiligheidsmaatregelen. Het fonds is onderdeel van de Nationale Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030. De commissie heeft op 9 juni 2026 in een openbaar gesprek hierover gesproken met een afvaardiging van de Taskforce Antisemitismebestrijding.
Veiligheidsfonds voor bescherming Joods leven geopend | Rijksoverheid.nl
14.Rondvraag
15.Openstaande correspondentie
Hieronder is een overzicht van de openstaande correspondentie weergegeven. Een overzicht van wetsvoorstellen die bij de commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) in (schriftelijke) behandeling zijn, is hier te raadplegen.
Overzicht openstaande correspondentie |
|||
|---|---|---|---|
Verzonden |
Onderwerp (+link brief) |
Reactietermijn |
Toelichting |
18 november 2025 aan stas. J&V |
Brief over de Staat van de wetgevingskwaliteit en de kabinetsbrede agenda met initiatieven voor het versterken van de kwaliteit van wetgeving |
16 december 2025 |
Update (brief) 17 februari 2026: De antwoorden zullen worden opgenomen in de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek naar de wijze van parlementaire controle op het gebruik van algoritmen in en ter uitvoering van wetgeving. Een update van het onderzoek wordt rond de zomer verwacht. |
3 juni 2026 aan de EC |
Politiek dialoog over de Commissiemededeling - ProtectEU: Agenda om terrorisme te voorkomen en te bestrijden COM(2026)101 |
3 september 2026 |
|
16 juni 2026 aan min. J&V |
Brief inzake de uitvoering van de motie-Van de Sanden c.s. |
14 juli 2026 |
Het ministerie heeft op 30 juni 2026 ambtelijk laten weten dat de beantwoording in het zomerreces zal plaatsvinden. |
16 juni 2026 aan stas. J&V |
Brief over het visietraject toekomst sociale advocatuur |
14 juli 2026 |
|
16 juni 2026 aan min. J&V |
Brief over Voorstel voor een verordening tot oprichting van EU inc. COM(2026)320 en COM(2026)321 |
14 juli 2026 |
In schriftelijk overleg samen met de commissie EZ/KGG |
24 juni 2026 aan de EC |
Politiek dialoog over het voorstel voor een verordening tot oprichting van EU inc. COM(2026)320 en COM(2026)321 |
24 september 2026 |
|
Wetgeving |
|||
30 juni 2026 |
Verbetering bestrijding heling, witwassen en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten (36.036) |
28 augustus 2026 |
|
Bijgewerkt: 1 juli 2026 |
|||
