Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E110015
  ruit icoon
Laatste revisie: 01-12-2015

E110015 - Voorstel voor een richtlijn over een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB)



Met dit voorstel voor een richtlijn stelt de Europese Commissie een gemeenschappelijke regeling voor ten behoeve van de berekening van de belastinggrondslag van bedrijven die in de EU actief zijn. De Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB) is een geheel van gemeenschappelijke regels voor de berekening van de belastinggrondslag van vennootschappen die fiscaal inwoner zijn van een EU lidstaat, en van in de EU gelegen bijkantoren van vennootschappen uit derde landen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

Nationaal

De commissie neemt de brief van de staassecretaris van Financiën d.d. 27 januari 2012 voor kennisgeving aan, maar blijft wel geïnteresseerd in het het verdere verloop van de onderhandelingen.

Europees

Op 8 december 2015 bespreekt de Ecofin-raad de stand van zaken rondom het CCCTB.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2011)121PDF-document, d.d. 16 maart 2011

rechtsgrondslag

Artikel 115 van het Verdrag betreffende de werking van de EU

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein

verwant dossier


Behandeling Eerste Kamer

De commissie nam de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 27 januari 2012 tijdens de vergadering van 14 februari 2012 voor kennisgeving aan, maar blijft wel geïnteresseerd in het het verdere verloop van de onderhandelingen.

De staatssecretaris van Financiën heeft op 27 januari 2012 op verzoek van de commissie voor Financiën een brief gestuurd met daarin zijn reactie d.d. 16 december 2012 op het antwoord van de Europese Commissie inzake het door de Tweede Kamer geuite subsidiariteitsbezwaar. De behandeling van deze brief werd op 7 februari 2012 aangehouden tot 14 februari 2012.

Op 13 september 2011 heeft de commissie voor Financiën de reactie van de staatssecretaris voor kennisgeving aangenomen. De commissie blijft geïnteresseerd in het voorstel en heeft de wens om geïnformeerd te blijven overgebracht aan de regering.

Op 4 juli 2011 stuurde de staatssecretaris van Financiën een reactie op de vragen van de fracties van het CDA, ChristenUnie, GroenLinks, OSF, PvdA, SGP en de SP waarin hij onder andere liet weten dat de door Europese Commissie voorgestelde verdeling van de winst in zijn ogen de verkeerde prikkels aan het bedrijfsleven geeft en op gespannen lijkt voet te staan met de doelstellingen van de Lissabonstrategie waar wordt opgeroepen om innovatie in Europa te bevorderen.

Door twee fracties (CDA en PvdA) werd inbreng geleverd op 19 april 2011. Andere fracties kunnen zich desgewenst bij deze inbrengen aansluiten. Op basis van de inbrengen werd tijdens de vergadering van 10 mei 2011 een brief vastgesteld aan de staatssecretaris van Financiën die daags erna verstuurd werd. 

De commissie voor Financiën heeft het voorstel op 29 maart 2011 besproken en besloten dat zij 19 april 2011 inbreng zal leveren voor schriftelijk overleg met de regering.


Behandeling Tweede Kamer

De reactie van de staatssecretaris van Financiën d.d. 16 december 2011 wordt naar verwachting geagendeerd voor een algemeen overleg dat plaatsvindt op 16 februari 2012.

De staatssecretaris van Financiën stuurde op 16 december 2011 op verzoek van de commissie Financiën een reactie op de brief van de Europese Commissie van 7 november 2011. In de brief gaat de staassecretaris in op de argumenten van de Europese Commissie ten aanzien van de subsidiariteit en proportionaliteit van het voorstel en op de stand van zaken bij de onderhandelingen van het richtlijnvoorstel. Hij concludeert dat de brief van de Europese Commissie geen aanleiding geeft om het standpunt van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit en proportionaliteit, zoals weergegeven in het BNC-fiche, aan te passen.

Op 7 november 2011 stuurde de Europese Commissie een reactie op het subsidiariteitsbezwaar dat op 29 april 2011 verstuurd werd door de Tweede Kamer. Hierin wordt dieper ingegaan op de algemene politieke context van dit voorstel en de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid. 

De staatssecretaris van Financiën heeft op 1 juli 2011 een reactie gestuurd aan de Tweede Kamer op een brief waarin hij verzocht wordt om de Europese Commissie te verzoeken het voorstel tot een CCCTB richtlijn te heroverwegen. In dezelfde brief wordt de staatssecretaris verzocht de Europese Commissie er aan te herinneren dat het voorstel slechts met unanimiteit kan worden aangenomen en dat daarmee bij het opstellen van een eventueel gewijzigd voorstel rekening wordt gehouden. In zijn reactie laat de staatssecretaris weten dat de verzoeken zullen worden overgebracht tijdens de Raad voor Economische en Financiële Zaken (ECOFIN)waar het onderwerp besproken zal worden.

Op 28 april 2011 heeft de voorzitter van de commissie Europese Zaken een conceptbrief aan de Europese Commissie met een subsidiariteits- en proportionaliteitsbezwaar voorgelegd aan de Voorzitter van de Tweede Kamer teneinde deze plenair goed te keuren. Tijdens de stemmingen diezelfde avond heeft de Tweede Kamer ingestemd met de brief, met uitzondering van de fractie van GroenLinks. Deze brief werd op 29 april 2011 verstuurd.

Het oordeel van de regering over dit voorstel werd besproken tijdens een algemeen overleg met de minister en staatssecretaris van Financiën op 28 april 2011. Tijdens dit overleg liet de staatssecretaris onder andere weten dat de administratieve lastenverlichting voor het bedrijfsleven, het voorkomen van dubbele belastingen, het wegnemen van welke belemmering dan ook voor het functioneren van de interne markt goede elementen zijn van het huidige voorstel. Ten aanzien van de lastenneutraliteit is de Nederlandse regering van mening dat dit voorstel geen goed plan is voor Nederland omdat het een negatieve impact heeft op de welvaart in Nederland. Het heeft grote gevolgen voor de uitvoeringslast van de Belastingdienst en het kan uitnodigen tot cherry picking voor multinationale bedrijven.

De commissie Financiën heeft besloten een subsidiariteitstoets uit te voeren op dit voorstel. Op 27 april 2011 werd hiertoe een conceptbrief besproken worden waarna deze via de commissie voor Europese Zaken ter plenaire goedkeuring kan worden voorgelegd.

Op 11 april 2011 stuurde de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken een BNC-brief naar de Kamers met een verwijzing naar het impact assessment van de Europese Commissie als antwoord op de motie Plasterk (zie standpunt Nederlandse regering).

De Tweede Kamer heeft het voorstel voor een richtlijn ook als prioritair aangemerkt. Tijdens het debat over het Europact en de de Europese Top dat plaatsvond op 23 maart 2011 heeft het lid Plasterk (PvdA) een motie ingediend waarmee de regering wordt verzocht de impact van deze mogelijke richtlijn op de Nederlandse economie in kaart te brengen.


Standpunt Nederlandse regering

Het Nederlandse kabinet laat in het BNC-fiche onder andere weten kritisch tegenover het CCCTB voorstel van de Commissie te staan, gezien de grote negatieve gevolgen. Dit voorstel is voor Nederland dan ook niet acceptabel. Nederland ziet weliswaar enige voordelen voor met name het internationale bedrijfsleven als de CCCTB wordt geïntroduceerd. Echter, er dient ook breder gekeken te worden naar de gevolgen van de invoering van de CCCTB. Zoals al eerder aangegeven in dit fiche heeft de CCCTB een aantal duidelijk negatieve gevolgen. Dit blijkt uit de evaluatie op basis van de belangrijkste randvoorwaarden die het kabinet eerder aan de invoering van een CCCTB heeft gesteld.

  • 1) 
    Vermindering van administratieve lasten voor bedrijfsleven en overheid
  • 2) 
    Voldoende zekerheid over budgettaire en economische gevolgen waarbij rekening gehouden wordt met budgetneutraliteit

Ad 1. Het impact assessment stelt dat de uitvoeringskosten voor het bedrijfsleven aanzienlijk zullen dalen als zij kiezen voor de CCCTB. Het feit dat de CCCTB een optioneel systeem is, leidt er echter toe dat de uitvoeringskosten voor de overheid wel toenemen. De Belastingdienst moet namelijk een nieuw systeem opzetten en twee belastingsystemen naast elkaar uitvoeren. Hierdoor zullen de uitvoeringskosten voor de overheid flink toenemen. Nederland is van mening dat de Commissie te gemakkelijk over deze gevolgen heen stapt.

Ad 2. Uitgaande van het impact assessment van de Commissie maakt het kabinet zich grote zorgen over de budgettaire uitwerking van dit voorstel voor Nederland. De verdeelsleutel voor de geconsolideerde winst is namelijk zo vormgegeven dat lidstaten met een grote "oude" industrie meer winst toebedeeld krijgen dan lidstaten met een grote dienstensector en veel innovatieve bedrijven. Dit komt omdat bijvoorbeeld immateriële activa en financiële activa niet meegenomen worden in de verdeelsleutel. Dit pakt nadelig uit voor Nederland. Het kabinet zet daarom in op een verdeelsleutel die een betere weergave is van wat er in de 'werkelijke' economische wereld plaatsvindt. Budgetneutraliteit is hierbij voor Nederland een belangrijk uitgangspunt.

Verder plaatst het kabinet vraagtekens bij het uitgangspunt dat het recht van de lidstaat waar de tophoudster is gevestigd bepalend is voor de te volgen rechtsgang. Indien bijvoorbeeld een bepaalde lidstaat niet of te soepel controleert, raakt dit de gemeenschappelijke grondslag en dus ook de grondslag die Nederland toekomt en daarmee de belastingopbrengst. Ook dient concurrentie tussen lidstaten op deze punten te worden voorkomen (denk aan boetesysteem, termijnen).

Nederland zal op basis van het hierboven neergelegde standpunt aan de discussie over het voorstel deelnemen.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Met dit voorstel voor een richtlijn stelt de Europese Commissie een gemeenschappelijke regeling voor ten behoeve van de berekening van de belastinggrondslag van bedrijven die in de EU actief zijn. De Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB) is een geheel van gemeenschappelijke regels voor de berekening van de belastinggrondslag van vennootschappen die fiscaal inwoner zijn van een EU lidstaat, en van in de EU gelegen bijkantoren van vennootschappen uit derde landen.

De CCCTB zou bedrijven de mogelijkheid te bieden om slechts één stel regels voor de berekening van de heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting toe te passen en slechts één geconsolideerde belastingaangifte in te dienen bij één belastingdienst voor al hun activiteiten in de EU. Met dit voorstel voor een richtlijn wil de Europese Commissie de administratieve lasten, de nalevingskosten en de rechtsonzekerheid beperken waar bedrijven in de EU thans tegen aanlopen. Bedrijven die grensoverschrijdend actief zijn, moeten rekening houden met vele verschillende regimes bij de berekening van hun belastinggrondslag en met evenveel verschillende belastingdiensten om hun belastingzaken te regelen. Ook moeten zij in de huidige situatie een uiterst complex systeem (van verrekenprijzen) toepassen om de fiscale waarde van hun intragroepstransacties te bepalen en kunnen zij verliezen in de ene lidstaat niet compenseren met winsten in een andere.

Volgens de Commissie zal de CCCTB het bedrijfsleven in de EU elk jaar een besparing opleveren van 700 miljoen euro aan lagere nalevingskosten en 1,3 miljard euro door consolidatie. Bovendien zullen bedrijven die activiteiten in het buitenland willen ontplooien, volgens de Commissie tot 1 miljard euro kunnen besparen. De CCCTB zal volgens de Commissie ook de aantrekkingskracht van de EU voor buitenlandse investeerders aanzienlijk verhogen.

Onder het voorstel zou op basis één belastingaangifte de belastinggrondslag van het bedrijf dan via een specifieke formule worden omgeslagen over alle lidstaten waar het actief is. Deze formule bevat drie factoren: activa, arbeid en omzet. Volgens het voorstel zal iedere lidstaat zijn eigen tarief toepassen op zijn aandeel in de belastinggrondslag van de belastingplichtigen. De lidstaten zullen bij de CCCTB hun vennootschapsbelastingtarief zelf blijven vaststellen op het niveau dat zij wensen, hetgeen ook hun nationale bevoegdheid is. De CCCTB zou optioneel zijn, wat betekent dat bedrijven die voordelen zien in een geharmoniseerde EU-regeling, daarvoor kunnen kiezen, terwijl andere verder het nationale stelsel kunnen blijven toepassen.


Behandeling Raad

Op 8 december 2015 bespreekt de Ecofin-raad de stand van zaken rondom het CCCTB.

Naar verwachting vindt er tijdens de Raad Economische en Financiële Zaken op 15 mei 2012 een oriënterend debat plaats over het richtlijnvoorstel.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

De commissie voor Economische en Monetaire Zaken heeft op 29 november 2011 een ontwerpverslag besproken. Naar verwachting wordt hier in februari over gestemd in de commissie waarna het in maart 2012 op de plenaire agenda komt te staan.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling in Comité van de Regio's

Het Comité van de Regio's heeft in de vergadering van 14 december 2011 een advies vastgesteld over het richtlijnvoorstel CCCTB van de Europese Commissie.

In dit advies laat het comité weten dat zij

  • is verheugd dat sinds de oprichting van de Europese Unie belastingregelingen voor bedrijven ruime aandacht krijgen als wezenlijk onderdeel voor de totstandkoming van de interne markt.
  • Gemeenschappelijke fiscale regels in plaats van de huidige 27 verschillende belastingstelsels zouden de kennis en de begrijpelijkheid van het fiscale systeem kunnen verbeteren en een eind kunnen maken aan eventuele onzekerheden, dubbele belastingheffing of niet- belastingheffing.
  • Het CvdR stelt voor terugkerende kosten voor milieubescherming of terugdringing van het broeikasgaseffect ook als aftrekbare kosten te beschouwen.
  • Zonder het principe van de richtlijn op losse schroeven te willen zetten, meent het CvdR dat het voorstel herzien dient te worden, gezien de behoefte die er bestaat aan (a)voldoende kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren die een compleet beeld geven van de impact van het grensoverschrijdende karakter van dit voorstel op subsidiariteit, (b) meer gegevens over alle implicaties van de CCCTB, en (c) een analyse van het effect van het voorstel op lokale en regionale overheden.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via