E210017
  ruit icoon
Laatste revisie: 23-07-2021

E210017 - Voorstel voor een verordening inzake de Europese digitale identiteit



Met dit voorstel wil de Europese Commissie de EU-verordening nr. 910/2014 (de eIDAS-verordening) wijzigen. De Europese Commissie wil zo voldoen aan de vraag naar elektronische identiteitsoplossingen die zorgen voor identificatie en authenticatie van gebruikers met een hoge mate van zekerheid.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 16 juli 2021 werd de brief aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstuurd.

Europees

Op 3 juni 2021 publiceerde de Europese Commissie het voorstelPDF-document.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende een Europees kader voor een digitale identiteit

document Europese Commissie

COM(2021)281PDF-document, d.d. 3 juni 2021

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen


Behandeling Eerste Kamer

Op 16 juli 2021 werd de brief aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstuurd.

Op 13 juli 2021 leverden de leden van de fracties van GroenLinks (Ganzevoort) en de PvdA (Koole) inbreng voor schriftelijk overleg met de regering en/of de Europese Commissie.

Op 8 juni 2021 besloot de commissie het voorstel in behandeling te nemen en op 13 juli 2021 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de regering en/of de Europese Commissie.


Behandeling Tweede Kamer

Op 17 juni 2021 besloot de commissie BiZa om het BNC-fiche horende bij het voorstel af te wachten en dit vervolgens te agenderen bij het nog in te plannen commissiedebat over e-ID.


Standpunt Nederlandse regering

Op 9 juli 2021 ontving de Kamer een BNC-fiche horende bij het voorstel.

Het kabinet geeft aan dat de eerste reacties van de lidstaten op het voorstel overwegend positief zijn. Een digitale identiteit portemonnee worden door alle lidstaten, waaronder Nederland, als relevante technologie gezien met veel potentieel. Meerdere lidstaten hebben volgens het kabinet vragen en twijfels over de korte termijnen voor inwerkingtreding. De positie van het Europees Parlement is nog niet bekend, maar het kabinet verwacht dat het Europees Parlement positief zal staan tegenover het initiatief van de Commissie.

Het oordeel van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid is positief. Het voorstel vindt zijn rechtsgrondslag in artikel 114 VWEU. Artikel 114 geeft de EU de bevoegdheid tot harmonisatie van nationale wetgeving die de instelling en de goede werking van de interne markt betreft. Het kabinet kan zich vinden in deze voorgestelde rechtsbasis, aangezien het kabinet van mening is dat het voorstel de goede werking van de digitale interne markt faciliteert door met wederzijdse erkenning van elektronische identificatiemiddelen en harmonisatie van vertrouwensdiensten, veilige en betrouwbare elektronische transacties tussen bedrijven en overheden te bevorderen. Op het terrein van de interne markt heeft de EU een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid (artikel 4, lid 2, sub a, VWEU).

Het kabinet beoordeelt de subsidiariteit ook als positief. Het voorstel heeft volgens het kabinet tot doel te zorgen voor een goede werking van de digitale interne markt door met wederzijdse erkenning van eID's en met harmonisatie van vertrouwensdiensten veilige en betrouwbare elektronische transacties tussen burgers, bedrijven en overheden te bevorderen. Om deze doelstellingen te bereiken, is optreden op EU-niveau naar mening van het kabinet gerechtvaardigd, omdat hiermee volgens het kabinet een gelijk speelveld op de interne markt kan worden gecreëerd en belemmeringen op de interne markt kunnen worden weggehaald.

Het kabinet beoordeelt de proportionaliteit ook als positief. De benadering om lidstaten te verplichten een eID en een digitale identiteit portemonnee te ontwikkelen en te laten erkennen voor grensoverschrijdend gebruik, acht het kabinet geschikt om de in het voorstel opgenomen doelstellingen ter bevordering van harmonisatie van de digitale interne markt te kunnen realiseren. Het voorstel geeft naar inziens van het kabinet kaderstellende verplichtingen waarbinnen de eID's en digitale identiteit portemonnees nationaal uitgewerkt kunnen worden. Het voorstel biedt naar mening van het kabinet voldoende ruimte aan lidstaten om eID's en digitale identiteit portemonnees zelf te ontwikkelen of marktinitiatieven goed te keuren en het geeft richting aan het doel om binnen de interne markt identiteitsgegevens en attributen veilig, betrouwbaar en eenvoudig te kunnen gebruiken in het publieke en het private domein. Daarnaast kan de koppeling van vertrouwensdiensten in de European Digital Identity Wallet naar mening van het kabinet tot een groter gebruik van deze vertrouwensdiensten leiden en maakt het voorstel voor de vertrouwensdiensten gebruik van bestaande systematiek. Daarmee is het kabinet van mening dat het voorstel zich verhoudt tot het doel en gaat het niet verder dan noodzakelijk om het doel te bereiken. Het kabinet vraagt daarbij wel aandacht voor een beheersbare uitvoering. Het voorstel voorziet nu in een verplichting voor lidstaten om binnen twee jaar na adoptie een nationale digitale identiteit portemonnee gerealiseerd of erkend te hebben die werkt voor grensoverschrijdend gebruik, terwijl juridische, beleidsmatige, organisatorische, procesmatige en technische aspecten om dit mogelijk te maken naar mening van het kabinet eerst uitwerking behoeven op EU- en nationaal niveau. Volgens het kabinet is van belang dat het voorstel ruimte laat voor gefaseerde invoering, waarbij begonnen wordt met de verplichte invoering en koppeling van eID-componenten, dat wil zeggen de identificatiefunctie in de digitale identiteit portemonnee. Wanneer dit gerealiseerd is, kunnen naar inziens van het kabinet lidstaten stapsgewijs attributen hieraan koppelen en in een digitale identiteit portemonnee invoeren. Het kabinet is daarbij van mening dat lidstaten in gezamenlijkheid de prioritering en het tijdspad kunnen bepalen, ook met het oog op de benodigde aanpassingen in nationale wet- en regelgeving.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Met dit voorstelPDF-document wenst de Europese Commissie EU-verordening nr. 910/2014 (de eIDAS-verordening) te wijzigen om een aantal knelpunten op te lossen.

Op de hedendaagse markt zou sprake kunnen zijn van een toenemende vraag naar elektronische identiteitsoplossingen, die, zowel in de private als de publieke sector, zorgen voor identificatie en authenticatie van gebruikers met hoge mate van zekerheid.

De huidige eIDAS-verordening zou niet aan deze vraag kunnen voldoen, bovendien zijn er bepaalde gebieden die niet onder de eIDAS-verordening vallen.

De Commissie streeft met het voorstel naar:

  • toegang tot zeer veilige en betrouwbare elektronische identiteitsoplossingen;
  • dat publieke en private diensten kunnen vertrouwen op veilige digitale identiteitsoplossingen;
  • dat natuurlijke en rechtspersonen bevoegd zijn om digitale identiteitsoplossingen te gebruiken;
  • dat deze oplossingen zijn gekoppeld aan een verscheidenheid aan attributen en dat het delen van identificatiedata beperkt wordt;
  • acceptatie van gekwalificeerde diensten in de EU en gelijke voorwaarden voor hun toepassing.

Deze verordening beoogt verder voor een geharmoniseerde aanpak te bevorderen van online veiligheid voor burgers en voor service providers zodat beide kunnen vertrouwen op digitale identiteitsoplossingen.

C(2021)3968

De commissie heeft tevens een aanbevelingPDF-document aan de lidstaten gepubliceerd, waarin wordt geadviseerd dat lidstaten aan een toolbox werken die de implementatie van de ‘European Digital Identity framework’ ondersteunt.


Behandeling Raad

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

De commissie voor Industrie, onderzoek en energie (ITRE) van het Europees Parlement behandelt het voorstel. De commissies voor Interne Markt en Consumentenbescherming (IMCO), Juridische Zaken (JURI), Burgelijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) zijn aangesteld als adviescommissies.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Alle bronnen