E220021
Laatste revisie: 22-09-2022

E220021 - Voorstel voor een Verordening tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen



Dit voorstel van de Europese Commissie moet een duidelijk en geharmoniseerd rechtskader bieden voor de preventie en bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.

nationaal

Op 13 september 2022 besloot de commissie nog geen inbreng te leveren voor schriftelijk overleg in verband met de technische briefing in de Tweede Kamer over het voorstel op 15 september 2022. Het agendapunt wordt aangehouden tot 4 oktober 2022.

Europees

Tijdens de bijeenkomst van 11-12 juli 2022 vond in de Raad een discussie plaats over het voorstel (32.317, NG). De lidstaten ondersteunden het doel van het voorstel en de noodzaak voor Europese regels. Een aantal lidstaten is het voorstel nog aan het bestuderen en vindt dat verdere uitwerking nodig is. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, onderschreven het belang van een in te richten nationale autoriteit, maar riepen wel op tot flexibiliteit om dit in lijn met nationale praktijk vorm te geven. Er was brede steun voor het oprichten van een Europees centrum voor de bestrijding van seksueel kindermisbruik. Meerdere lidstaten onderschreven het belang van privacy waarborgen. Verschillende lidstaten riepen op tot een technologieneutraal voorstel, zodat de wetgeving niet afhankelijk is van de technologie van dit moment. Verder riep een aantal lidstaten op de relatie met andere nieuwe voorstellen te verduidelijken.


Kerngegevens

volledige titel

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen

document Europese Commissie

COM(2022)209PDF-document, d.d. 11 mei 2022

rechtsgrondslag

artikel 114 VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein


Behandeling Eerste Kamer

Op 13 september 2022 besloot de commissie nog geen inbreng te leveren voor schriftelijk overleg in verband met de technische briefing in de Tweede Kamer over het voorstel op 15 september 2022. Het agendapunt wordt aangehouden tot 4 oktober 2022.

Op 28 juni 2022 besloot de commissie gelegenheid te geven voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de regering en/of de Europese Commissie op 13 september 2022.

Op 17 juni 2022 ontving de Kamer het BNC-fiche over het voorstel.

Op 24 juni 2022 besloot de commissie het voorstel in behandeling te nemen en na ontvangst van het BNC-fiche een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.


Behandeling Tweede Kamer

Op 15 september 2022 zou in de commissie J&V een technische briefing plaatsvinden over het verordeningsvoorstel. Deze is verplaatst naar 4 oktober 2022.

De commissie J&V stelde op 4 juli 2022 in het schriftelijk overleg naar aanleiding van de JBZ-Raad van 11-12 juli 2022 vragen over het Verordeningsvoorstel. De ministers van J&V en voor Rechtsbescherming stuurden op 6 juli 2022 een antwoord en op 8 juli 2022 werd het verslag van een schriftelijk overleg vastgesteld (32.317, 770). Op 14 september 2022 besloot de commissie het verslag van een schriftelijk overleg te betrekken bij het commissiedebat op 12 oktober 2022 over de JBZ-Raad op 13-14 oktober 2022.


Standpunt Nederlandse regering

Op 17 juni 2022 ontving de Kamer het BNC-fiche (22.112, 3455) met daarin het standpunt van de het kabinet. Het kabinet is voorstander van een Europese aanpak tegen kindermisbruik (CSA), maar heeft wel enkele aandachtspunten bij het voorstel.

Het kabinet maakt zich zorgen over aspecten van het voorstel waarmee het recht op privéleven, het recht op gegevensbescherming, het communicatiegeheim van burgers en de veiligheid van het internet mogelijk worden geschaad. Het kabinet zet zich ervoor in dat de inperking van grondrechten alleen plaatsvindt wanneer deze strikt noodzakelijk proportioneel en omkleed met waarborgen is. Ook zal het kabinet ervoor waken dat er goede waarborgen bestaan om te voorkomen dat materiaal onterecht als CSA wordt aangemerkt.

Het kabinet is voorstander van de instelling van een EU Centrum ter voorkoming en bestrijding van kindermisbruik in Den Haag.

Over de bevoegdheid en subsidiariteit oordeelt het kabinet positief. Het kabinet kan zich vinden in de rechtsgrondslag 114 VWEU, omdat volgens het kabinet dit voorstel ook tot doel heeft de digitale interne markt te verbeteren. De doelstelling van het voorstel kan volgens het kabinet het best op EU-niveau worden bereikt, gezien het internet grensoverschrijdend is en materiaal op die manier kan worden verspreid. Ook zorgen EU-maatregelen voor harmonisatie tussen lidstaten, aldus het kabinet.

Het kabinet oordeelt positief over de proportionaliteit, maar plaatst hierbij een kanttekening. Een aandachtspunt van het kabinet is de gekozen systematiek van de toepassing en handhaving door een nationale coördinerende autoriteit en de toestemming die nodig is voor een detectie- of verwijderingsbevel van een judiciële of onafhankelijke administratieve autoriteit. Het kabinet plaatst een kanttekening bij het detectiebevel, dat volgens het kabinet niet meer in verhouding staat tot het te bereiken doel, omdat ook interpersoonlijke communicatiediensten verplicht zouden worden communicatie van hun gebruikers in te zien en te monitoren. Daarnaast mogen opsporingsdiensten volgens het kabinet niet worden overspoeld door een groot aantal meldingen van bekend materiaal van CSA.

Naar verwachting zijn de EU-lidstaten overwegend positief over het voorstel. Wel zullen lidstaten waarschijnlijk kritisch zijn op het voorstel voor wat betreft de inbreuk op het recht gegevensbescherming, het recht op privacy en de vertrouwelijkheid en beveiliging van elektronische communicatie. Het Europees Parlement zet zich actief in voor de bestrijding van CSA, maar zal ook kritisch zijn op de onderdelen van het voorstel die toezien op het monitoren en verwijderen van content.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Minstens een op de vijf kinderen wordt tijdens de kinderjaren het slachtoffer van seksueel geweld. De bescherming van kinderen, zowel offline als online, is een prioriteit van de Europese Unie (EU). De opsporing en melding van digitaal materiaal van seksueel misbruik van kinderen is noodzakelijk om de productie en verspreiding te voorkomen en is essentieel om de slachtoffers te identificeren en te helpen.

Naar aanleiding van verschillende oproepen van de Raad en het Europees Parlement heeft de Europese Commissie een voorstelPDF-document gepubliceerd dat een duidelijk en geharmoniseerd rechtskader voor de preventie en bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen moet bieden. Het voorstel voert uniforme verplichtingen in voor het beoordelen en beperken van risico's, waar nodig aangevuld met een bevel tot opsporing, melding en verwijdering van materiaal van seksueel misbruik van kinderen. Deze verplichtingen gelden voor relevante aanbieders die hun diensten op de digitale markt in meer dan een lidstaat aanbieden.

In het voorstel is de oprichting van een EU-centrum opgenomen, dat bedoeld is om de uitvoering van de verordening te vergemakkelijken en te ondersteunen en aanbieders te helpen aan hun opsporingsverplichtingen te voldoen.

De voorgestelde verordening beperkt de inmenging in het recht op de bescherming van persoonsgegevens van gebruikers en hun recht op vertrouwelijke communicatie tot wat strikt noodzakelijk is om de doelstellingen te verwezenlijken, namelijk het voorkomen en bestrijden van online seksueel misbruik van kinderen.


Behandeling Raad

Tijdens de bijeenkomst van 11-12 juli 2022 vond in de Raad een discussie plaats over het voorstel (32.317, NG). De lidstaten ondersteunden het doel van het voorstel en de noodzaak voor Europese regels. Een aantal lidstaten is het voorstel nog aan het bestuderen en vindt dat verdere uitwerking nodig is. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, onderschreven het belang van een in te richten nationale autoriteit, maar riepen wel op tot flexibiliteit om dit in lijn met nationale praktijk vorm te geven. Er was brede steun voor het oprichten van een Europees centrum voor de bestrijding van seksueel kindermisbruik. Meerdere lidstaten onderschreven het belang van privacy waarborgen. Verschillende lidstaten riepen op tot een technologieneutraal voorstel, zodat de wetgeving niet afhankelijk is van de technologie van dit moment. Verder riep een aantal lidstaten op de relatie met andere nieuwe voorstellen te verduidelijken.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

De commissie Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) behandelt het voorstel. De commissies Vrouwenrechten en gendergelijkheid (FEMM), Cultuur en onderwijs (CULT), Interne markt en consumentenbescherming (IMCO) en Begroting (BUDG) zijn aangesteld als adviescommissies.

Dit voorstel is een van de wetgevingsprioriteiten van de EU-instellingen voor 2022. Op dit voorstel willen zij aanzienlijke vooruitgang boeken.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

De deadline voor het indienen van een subsidiariteitsbezwaar is op 14 oktober 2022.

Op 31 augustus 2022 nam de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden een resolutiePDF-document aan over het voorstel. Deze is in het kader van de politieke dialoog gedeeld met de Europese Commissie. De resolutie benadrukt het belang van een balans tussen het voorkomen van kindermisbruik en de bescherming van het recht op privacy.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen