Verslag van de vergadering van 6 oktober 2026 (2026/2027 nr. 03)
Aanvang: 13.33 uur
Status: ongecorrigeerd
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Aan de orde is de behandeling van:
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie) (36920);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enkele andere wetten met het oog op het vereenvoudigen van het partnerbegrip voor toeslagen (Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen) (36932);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de structurele invoering van de mogelijkheid van digitale aanvraag van rijbewijzen (Wet digitale aanvraag rijbewijzen) (36937);
-
-het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten die betrekking hebben op de BES eilanden (Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027) (36939);
-
-het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 9 september 1998 te Farnborough tot stand gekomen Verdrag tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van de Italiaanse Republiek tot oprichting van een Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensie-materieelgebied (Organisation Conjointe de Coopération en matière d’Armement) OCCAR (Trb. 1999, 174 en Trb. 2024, 109) en het op 24 september 2004 te Parijs tot stand gekomen OCCAR-Beveiligingsverdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, zoals gewijzigd door het op 13 november 2025 te Parijs tot stand gekomen Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Italiaanse Republiek, de Regering van het Koninkrijk Spanje en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging van het OCCAR-Beveiligingsverdrag (Trb. 2024, 31 en Trb. 2025, 95) (36952).
Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en zonder stemming aanvaard.
De voorzitter:
Verlangt iemand aantekening? Dat is niet het geval.
Dan heb ik begrepen dat de heer Van Hattem een ordevoorstel wil doen.
De heer Van Hattem i (PVV):
Zeker, voorzitter. Ik heb een ordevoorstel. Dat heeft betrekking op de plenaire behandeling volgende week van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en de novelle bij de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Die staan geagendeerd voor 13 oktober. Dat is echter de dinsdag voor het herfstreces. Ik zou willen voorstellen om direct na afloop van het plenaire debat over deze wetsvoorstellen te stemmen, zodat de stemming niet over het herfstreces heen hoeft te worden getild. Dat hangt natuurlijk samen met het uitkeren van dwangsommen, dat onderdeel is van deze wet. Dat kost enkele miljoenen per week. Het verzoek is dus om hier direct na de vergadering over te stemmen.
De voorzitter:
Omwille van de snelheid stel ik voor om hier fractiegewijs over te stemmen. Heeft u een stemverklaring, mevrouw Lagas?
Mevrouw Lagas i (BBB):
Mevrouw de voorzitter. Wij zullen dit niet tegenhouden, maar we hebben er wel wat moeite mee dat dat nu zo moet. We hadden dit al rond kunnen breien bij de stemming over de wetten die toen voor ons lagen. Toen heeft de PVV tegen die novelle gestemd. Dat stuit ons wel tegen de borst. Desalniettemin steunen we het voorstel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Bovens.
De heer Bovens i (CDA):
Mevrouw de voorzitter. Normaal gebeurt zoiets op verzoek van het kabinet. Het is dus even de vraag of het kabinet dit ook vindt. Als het kabinet zegt dat het rustig twee weken later kan, dan is het een politieke wens. Ik ben het met mevrouw Lagas eens dat het niet nodig was geweest om dit zo te doen. Ik wil de collega's vragen of, als men voor het herfstreces zou willen stemmen, iemand van plan is om hier een hoofdelijke stemming over aan te vragen. Het scheelt namelijk enorm in de voorbereiding als we dat vooraf weten.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Rosenmöller nog.
De heer Rosenmöller i (PRO):
Ik vind het een ingewikkeld verzoek. Dat heeft te maken met het feit dat we niet precies weten wat er uit het wetsvoorstel komt wanneer we het behandelen. Het zijn een novelle en een wet. Dan moeten we ons politieke mind opmaken na de behandeling en voor de stemming op diezelfde avond. Dat is wat er dan gebeurt. De een weet nu al wat hij stemt en bij de ander kan het zijn dat hij dat nog niet precies weet. Misschien kan daar enig respect voor zijn. Dat gebeurt bij andere fracties namelijk ook. Dat is een dilemma bij de normale werkwijze van de Kamer.
De voorzitter:
De normale werkwijze — dat zeg ik ook voor de mensen op de publieke tribune — is dat wij een week na de behandeling van een wetsvoorstel erover stemmen, maar daar zit nu een herfstreces tussen. Dat is de normale wijze van stemming over een wetsvoorstel. De heer Janssen van de SP.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Rosenmöller. In antwoord op de heer Bovens zeg ik dat ik niet weet hoe het debat gaat lopen. Ik weet dus niet of er aanleiding is om daar al dan niet hoofdelijk over te stemmen. Dat voorbehoud maak ik dus. Ik kan dat op voorhand niet zeggen.
De voorzitter:
Mevrouw Huizinga.
Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):
Voorzitter. Ook mijn fractie denkt dat de gewoonte om een week later te stemmen er niet voor niks is. Dan kun je nog even nadenken en kun je het met elkaar bespreken. We wijken daar weleens van af, maar dat doen we als er spoed is en een verzoek van de minister. Dat hebben we nu niet gehoord. Mijn fractie is dus niet van plan om dit te steunen.
De voorzitter:
Ik zie de heer Van Meenen.
De heer Van Meenen i (D66):
Wij hebben begrip voor het standpunt van de fractie van PRO, die blijkbaar naar verwachting die tijd nodig heeft. Dat speelt bij ons een rol, tenzij wij van dit kabinet horen dat het echt onvermijdelijk is dat dit kan, maar dat heb ik nog niet gehoord. Misschien kunt u ook de minister nog het woord geven, zodat we uiteindelijk onze mind kunnen opmaken.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van Bijsterveld.
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Collega Rosenmöller had het in zijn betoog over de ja en nee knikkende menigte en ik zag toch een groot enthousiasme bij de minister komen voor snelle stemming op dezelfde dag. Mijn fractie ondersteunt het dus van harte.
De voorzitter:
De heer Schalk.
De heer Schalk i (SGP):
Voorzitter. Ik heb dit ook even opgebracht in het College van fractievoorzitters. Ik heb er nu verder over doorgedacht en ik heb geen bezwaar om volgende week meteen te stemmen. Het gaat niet om enkele miljoenen, maar om behoorlijk veel. Gemiddeld zal het ongeveer 7 miljoen per week schelen en die 14 miljoen kunnen we heel goed gebruiken.
De voorzitter:
De heer Van Rooijen.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Voorzitter. Of we gaan stemmen gaat gelukkig niet over dwang, maar wij vinden het stoppen van de dwangsommen zo belangrijk dat wij steun geven aan volgende week stemmen.
De voorzitter:
Mevrouw Klip.
Mevrouw Klip-Martin i (VVD):
Ik constateer dat als je als fractievoorzitter niet het woord voert, je er niet bij hoort. Wij steunen het voorstel om volgende week te stemmen, maar ik sluit me ook aan bij — ik weet niet wie dat zei — de mogelijkheid dat de minister een hartenkreet in onze richting zou kunnen uiten, hoewel dat protocollair niet klopt.
De voorzitter:
De heer Nicolaï.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Voorzitter. Wij als Eerste Kamer kijken vooral naar de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid enzovoort. Het afschaffen van de rechtelijke dwangsom is zo'n principiële kwestie waar ook juridisch het een en ander over te zeggen is. Dat ga ik ook doen. Het hangt ook af van de antwoorden van de minister. Het zou kunnen zijn dat er voor mij aanleiding is, juist omdat het een principiële kwestie is, om een hoofdelijke stemming te vragen. Moet dat dan ook diezelfde avond?
De voorzitter:
Als u hoofdelijke stemming aanvraagt, is de regel — ik benadruk de regel — dat die de week erna plaatsvindt. Ook dat kan in de commissie geïnventariseerd worden. Ik heb hier een voorstel. Het is gebruikelijk dat als de regering haast heeft, er een brief over komt. Ik stel voor dat de minister hierover een brief stuurt, als daar behoefte aan is. Dan kunnen we volgende week — ik kijk naar de heer Van Hattem — over dat ordevoorstel stemmen.
De heer Van Hattem (PVV):
Voorzitter. Heel eerlijk gezegd vind ik dat we het onszelf wel onnodig moeilijk maken door eerst de minister een brief te laten sturen. We hebben de minister net duidelijk zien knikken dat er haast is bij deze procedure. De minister neemt formeel deel aan deze vergadering, dus hij kan hier in de zaal het woord voeren. Het lijkt mij niet nodig om hierop per se tot volgende week te wachten. Ik zou vandaag hierover stemming willen.
De voorzitter:
Er is geen verzoek geweest van de minister. Dan stel ik voor om nu te gaan stemmen over het voorstel van de heer Van Hattem over de vraag of wij volgende week direct gaan stemmen na afloop van het debat over de twee wetsvoorstellen 34309 en 35501. De vraag aan u is — u kunt er even over nadenken — en ik ga die even goed formuleren: wilt u volgende week 13 oktober direct na afloop van het debat op dezelfde dag stemmen over de twee wetsvoorstellen? Als u daarvoor bent, gaat u staan. Als u daartegen bent, blijft u zitten.
Voor het voorstel hebben gestemd: de leden van de fracties van het CDA, de SGP, de VVD, PVV, JA21, BBB, 50PLUS, Fractie-Walenkamp, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Beukering. Daartegen hebben gestemd: de leden van de fracties van Volt, PRO, de ChristenUnie, D66, de SP, de Partij voor de Dieren, OPNL, Fractie-Visseren-Hamakers. Het voorstel is aanvaard. Ik merk daarbij op dat de Fractie-Van Gasteren afwezig is.
De heer Van Rooijen was eerst.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Voorzitter. Als we volgende week stemmen, wil ik, hoewel ik maar met één persoon in de fractie ben, nu al weten of er een hoofdelijke stemming gevraagd wordt. Ik zou het ordentelijk vinden als dat vandaag werd aangekondigd. Overigens kunnen we ook bij de stemming zeggen: we willen vanavond hoofdelijke stemming. Dan kunnen we dat in meerderheid besluiten. Het zou koninklijk zijn om dat nu al bekend te maken. Als u dat wilt doen, graag nu aangeven. We kunnen het altijd weer intrekken, maar wel graag aangeven dat u dat eventueel hoofdelijk wilt, anders wordt deze stemming onderuitgehaald.
De voorzitter:
De heer Rosenmöller eerst.
De heer Rosenmöller (PRO):
Voorzitter. Ik heb het ordevoorstel zo begrepen dat dit gaat over fractiegewijs stemmen. Dat gebeurt volgende week. Mocht er volgende week tijdens de behandeling iemand zijn die een hoofdelijke stemming vraagt, dan vraagt dat weer een nieuwe procedure over wanneer die hoofdelijke stemming plaatsvindt.
De voorzitter:
Dat is de volgende vergadering, tenzij de Kamer anders besluit. Het is wel weer een cursus Reglement van Orde hier! De heer Janssen van de SP.
De heer Janssen (SP):
Voorzitter. Daarom heb ik mijn voorbehoud exact zo geformuleerd als ik het geformuleerd heb. Ik wil het debat afwachten en ook de antwoorden van de minister-president, sorry, de minister — de minister-president hoeft niet alles te doen — om te kijken of daar aanleiding toe is. Dat is heel gebruikelijk. Als het over andere zaken gaat, zoals de Embryowet et cetera, is het heel duidelijk dat er andere partijen zijn die een week of twee of een maand van tevoren zeggen hoofdelijke stemming te willen. In dit geval wil ik het echt van het debat laten afhangen. Vandaar het voorbehoud dat ik heb gemaakt. Dat ga ik nu niet anders doen dan volgende week, afhankelijk van het debat.
De voorzitter:
De heer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Voorzitter. Ik denk dat het gelet op het zojuist genomen besluit een slechte zaak is om een hoofdelijke stemming als een zwaard van Damocles boven de uitkomst van dit debat te laten hangen. Om het klip-en-klaar te maken zodat iedereen weet waar hij aan toe is en iedereen zich daar keurig op kan voorbereiden, zou ik hierbij alvast een hoofdelijke stemming willen aanvragen. Indien nodig kunnen wij die hoofdelijke stemming volgende week alsnog intrekken. Maar dan weet in ieder geval iedereen dat er een hoofdelijke stemming kan komen en hoeven we daar volgende week niet op te wachten, waardoor er uitstel en daarmee extra uitkering van dwangsommen zou kunnen ontstaan.
De voorzitter:
Dank u wel.