Debat Wet werk en zekerheid



4 juni 2014

De Eerste Kamer heeft dinsdag 3 juni met minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gedebatteerd over de Wet werk en zekerheid. Het wetsvoorstel geeft vorm aan afspraken in het Regeerakkoord  pdf icoon van PvdA en VVD, in het Sociaal Akkoord 2013 en in de Begrotingsafspraken 2014  pdf icoon. Het voorstel bevat in dat verband maatregelen op drie terreinen: stroomlijning van de regels voor ontslag, verbetering van de rechtspositie van flexwerkers en aanpassing van de werkloosheidsregelingen.

Tijdens het debat diende senator Backer (D66) een motie in die de regering verzoekt om verzoeken tot ontbinding van arbeidsovereenkomsten nauwgezet te monitorenen de Kamer uiterlijk één jaar na inwerkingtreding van de wet daarover te informeren. Minister Asscher liet het oordeel over de motie aan de Kamer en gaf aan dat het erg aansluit op de monitoring die hij voor ogen had.

Op dinsdag 10 juni wordt over het wetsvoorstel en de ingediende motie gestemd.

Snelle inwerkingtreding

Senator Kneppers-Heijnert (VVD) bekritiseerde de snelle inwerkingtreding (per 1 juli 2014) van een aantal onderdelen van de wet: de loondoorbetalingsplicht, de proeftijd, het concurrentiebeding, de aanzegtermijn en de uitzendovereenkomst. Zij pleitte ervoor deze termijn uit te stellen naar 1 juli 2015, zodat werkgevers zich hierop kunnen voorbereiden. Minister Asscher zegde toe dat hij de inwerkingtreding van deze artikelen zal verschuiven naar 1 januari 2015.

Daarnaast vroeg senator Kneppers-Heijnert welke oplossing de minister ziet voor de horeca en recreatie en voor de agrarische sector, zonder dat allerlei schijnbewegingen of U-bochtconstructies ontstaan rondom nul-urencontracten. Kneppers-Heijnert betoogde verder dat profvoetballers onder het wetsvoorstel gemakkelijker hun contract kunnen opzeggen, waarbij de club slechts een beperkte schadevergoeding krijgt. Dit zal grote negatieve gevolgen hebben voor het betaald voetbal. De minister gaf aan dat het wetsvoorstel aansluit bij de huidige praktijk, waarin werkgevers en werknemers afspraken kunnen maken over aanvullende schadevergoedingen in geval van opzegging. Het transfersysteem komt volgens de minister dan ook niet op de tocht te staan. De minister zal de Kamer binnen een jaar over ontwikkelingen op dit vlak informeren.

Ruimte voor alternatieven

Senator Backer (D66) benadrukte dat het wetsvoorstel diep ingrijpt in de sociaal economische ordening en miljoenen mensen raakt in hun directe en dagelijkse belangen. De senator gaf aan dat zijn fractie de keuze voor versobering van ontslagvergoedingen steunt, maar dat er ook onnodig complexe onderdelen in het wetsvoorstel zitten. Backer nodigde de minister uit om ruimte te bieden aan een aantal grammaticale, tekstuele en dogmatische verbetering. De senator prees de keuze voor het handhaven van de preventieve ontslagtoets, maar vroeg of de rechter wel de mogelijkheid heeft om ongelijke gevallen ook daadwerkelijk ongelijk te behandelen. De praktijk kan immers weerbarstiger zijn dan de in artikel 7:669 opgesomde ontslaggronden, aldus de senator. Als werkgever en werknemer een alternatieve uitkomst willen, moet daar volgens senator Backer ruimte voor zijn. Ook betoogde de senator dat er ruimte moet blijven om bij CAO van de wettelijke regeling af te wijken.

Senator Terpstra (CDA) gaf aan dat zijn fractie de betrokkenheid van werkgevers en werknemers via het Sociaal Overleg als zeer positief waardeert. De door hen geuite bezwaren hadden volgens Terpstra eerder in het proces moeten worden betrokken. Verder merkte de senator op dat zijn fractie zich in grote lijnen kan vinden in de voorstellen ten aanzien van de relatie vast werk-flexwerk. Wel vroeg hij naar de eventuele negatieve effecten hiervan op bepaalde groepen van de arbeidsmarkt. Eén van de belangrijkste problemen van flexwerk is dat betrokkenen minder mogelijkheden hebben voor het verkrijgen van een hypotheek of een lening. Terpstra vroeg de minister om dit rechtstreeks aan te pakken.

Duurzame inzetbaarheid

Senator Ester (ChristenUnie) gaf aan dat zijn fractie de insteek van de hervorming van het ontslagrecht steunt, omdat het een waarborg biedt tegen willekeur. Wel vroeg Ester aan de minister om de onduidelijkheid weg te nemen rondom de juridische begrippen "ernstige verwijtbaarheid", "laakbaar gedrag" en "dringende reden". Ook komt volgens Ester bij de transitievergoeding de bevordering van werk naar werk te weinig naar voren, waardoor het lijkt op de huidige ontslagvergoeding. De senator pleitte voor meer beleid rond duurzame inzetbaarheid en permanente scholing. Ook pleitte Ester er voor dat in de evaluatie wordt opgenomen of werkgevers wel bereid zijn om flexwerkers na twee tijdelijke contracten een vast contract aan te bieden en wat de effecten zijn op gezinnen als al na zes maanden WW alle arbeid als passende arbeid wordt aangemerkt.

Voorstel van de VAAN

Senator Thissen (GroenLinks) haalde het advies van de Raad van State aan, dat stelt dat het wetsvoorstel te weinig substantie heeft om de beoogde omslag te bewerkstelligen en mogelijk zelfs contraproductieve elementen bevat. Met het aanscherpen van toetredingsvoorwaarden voor sociale verzekeringsregelingen en financiële prikkels wordt wel een financieel maar niet een maatschappelijk probleem opgelost. De senator vroeg of de minister bereid is om het door de Vereniging van Arbeidsrechtadvocaten (VAAN) gepresenteerde alternatief over te nemen.

Minister Asscher sprak grote waardering uit over het voorstel van de VAAN, dat beoogt zo veel mogelijk binnen het kader van de in de Tweede Kamer en in het sociaal akkoord gemaakte keuzes te blijven. Er staan volgens Asscher echter een aantal punten in die niet in lijn zijn met het wetsvoorstel: geen redelijke grond waar dat wel moet, geen systematisch onderscheid tussen opzegging en ontbinding; verruiming van de restgrond; het introduceren van een afkoopsom en geen herstel van de arbeidsovereenkomst, ook niet na een onterecht ontslag met toestemming. De minister zal het voorstel niet overnemen, maar zegde wel toe deze keuze schriftelijk te motiveren.

Kloof tussen flexibele en vaste arbeid

Senator Sent (PvdA) betoogde dat het verschil tussen flexibele en vaste arbeid de afgelopen decennia te groot is geworden en dat het hard nodig is om de "hyperflexibiliteit op de arbeidsmarkt" te stoppen. Met het sociaal akkoord en de daaruit voortvloeiende Wet werk en zekerheid wordt volgens de senator een belangrijke stap gezet naar een eerlijke arbeidsmarkt. Bovendien wordt hiermee vertrouwen hersteld, wat een belangrijke economische motor is. Wel stelde de senator dat er een tweedeling dreigt tussen 'vervangbaren' (oudere laagopgeleiden) en 'onvervangbaren'(jonge hoogopgeleiden).  De senator vroeg verder of er aandacht wordt besteed aan seizoengevoelige sectoren zoals de horeca en bijzondere sectoren zoals het onderwijs. Tot slot uitte senator Sent haar zorg over de korte invoeringstermijn van het wetsvoorstel in verband met het geplande overleg met de sociale partners.

Buitengewoon ambitieus

Senator Kok (PVV) betoogde dat het wetsvoorstel buitengewoon ambitieus is in het bieden van een oplossing voor de problemen op de arbeidsmarkt. Volgens de senator betogen de indieners van het wetsvoorstel in een rigide redenering dat alle doelstellingen zullen worden bereikt als de voorgestelde wijzigingen maar worden aangenomen. Kok haalde het advies van de Raad van State aan, waarin wordt betwijfeld of het een voldoende substantiële bijdrage zal leveren aan een omslag naar meer werkzekerheid. De senator gaf aan dat zijn fractie verwacht dat de verkorting van de maximale duur van het tijdelijke contract van drie naar twee jaar, averechts werkt. Ook bekritiseerde hij de hervorming van het ontslagrecht, dat volgens hem erg complex wordt door de stapeling van vormvereisten, ontslaggronden en vergoedingen. Het invoeren van een transitievergoeding kan de negatieve gevolgen van deze hervormingen niet wegnemen volgens de senator.

Ongelukkig tijdstip

Senator De Lange (OSF) stelde dat het wetsvoorstel op een ongelukkig tijdstip komt, gezien de hoge werkloosheid en oplopende koopkrachtverliezen. De Lange gaf aan dat hij niet verwacht dat het wetsvoorstel voorkomt dat werkgevers de automatische route van flexwerk naar vast werk omzeilen. Verder merkte de senator op dat de transitievergoeding op een laat moment komt, als het ontslag al voorhanden is. Het zou beter zijn als dit ook in een eerder stadium kan worden ingezet voor bijvoorbeeld scholing. De gevolgen van het terugbrengen van de uitkeringsduur bij werkloosheid van 38 naar 24 maanden zijn volgens De Lange onvoldoende empirisch onderzocht. Het wetsvoorstel is volgens de senator met name gericht op bezuinigingen.

Bezwaar tegen bezuiniging

Senator Elzinga (SP) sprak in zijn bijdrage mede namens de fractie van de Partij voor de Dieren. De senator gaf aan principieel bezwaar te hebben tegen het samenvoegen van bescherming van flexwerkers en verkorting van de WW in één wetsvoorstel. Elzinga gaf aan dat zijn fractie tevreden is dat de ontslagtoets blijft, dat de rechten van werknemers rond ontslag zijn versterkt, dat hij de beoordeling van ontslag ook naar herplaatsing of overplaatsing wordt gekeken en dat hoger beroep mogelijk is. Ook de versterking van de positie van flexwerkers juicht zijn fractie toe, hoewel dit in de praktijk waarschijnlijk zal tegenvallen aangezien de werkgever minder betaalt voor flexibiliteit. De bezuiniging op de WW stuitte bij senator Elzinga op grote bezwaren. 

Invalkrachten primair onderwijs

Senator Holdijk (SGP) haalde in het bijzonder de kwestie van de invalkrachten in het primair onderwijs aan. De senator stelde dat het voor kleine scholen mogelijk moet blijven om bevoegde invalkrachten een aantal keer per jaar een of enkele dagen in te laten vallen. Holdijk vroeg de minister om dit te bevestigen. Minister Asscher gaf aan dat dit inderdaad mogelijk blijft.

Antwoord minister Asscher

Minister Asscher (SZW) betoogde dat het wetsvoorstel een aantal belangrijke en noodzakelijke hervormingen bevat. De ambitie was om het versterken van de overheidsfinanciën samen te laten gaan met de versterking van de arbeidsmarkt. Over het advies van de Raad van State merkte hij op dat dit ook bemoedigende elementen bevat en een positieve eindconclusie heeft. Volgens de minister blijkt uit onderzoek dat het aanscherpen van wetgeving wel degelijk kan leiden tot een afname in flexibele arbeid. Dat wordt echter pas zichtbaar als de arbeidsmarkt weer aantrekt. De minister verwacht dat de verlenging van de tussenpoos van drie naar zes maanden zal bijdragen aan het tegengaan van draaideurconstructies.

De vereenvoudigingen in het ontslagrecht leiden er volgens Asscher niet tot minder rechtsbescherming voor de werknemer, maar wel tot meer rechtszekerheid voor zowel werkgevers als werknemers. Het verruimen van de mogelijkheid voor de rechter om een aanvullende vergoeding toe te kennen, ook in andere gevallen dan ernstige verwijtbaarheid, is in zijn ogen niet nodig.

Volgens minister Asscher wordt er bij het UWV met man en macht gewerkt om het versnellen van de doorlooptijden per 1 juli 2015 mogelijk te maken. Over de mogelijkheid om in de zorg nulurencontracten uit te sluiten stelde de minister dat de sociale partners hier voor 1 juli uitsluitsel zullen geven. Er wordt daarbij rekening gehouden met de ingangsdatum van desbetreffende cao's, zodat niemand verrast of overvallen wordt door de introductie van zo'n verbod.

Sociale media menu


Deel dit item: