Debat over goedkeuring associatieverdragen met Moldavië, Georgië en Oekraïne



2 juli 2015

De Eerste Kamer heeft dinsdag 30 juni 2015 een debat gevoerd met minister Koenders (Buitenlandse Zaken) over de goedkeuring van drie associatieverdragen met Moldavië, Georgië en Oekraïne:

Op dinsdag 7 juli 2015 wordt over de wetsvoorstellen gestemd.

Zware politieke lading

Senator Knapen (CDA) hield tijdens het debat zijn maidenspeech. Hij stelde dat de associatieverdragen een zware politieke lading hebben, omdat het om normen als rechtstatelijkheid en anti-corruptie gaat. Knapen stelde dat associatie mét de EU een inleiding kan zijn op lidmaatschap ván de EU. De associatieverdragen zijn dan ook een politieke keuze om toenadering te zoeken richting de EU. Met de verdragen worden volgens Knapen verwachtingen gewekt, terwijl de EU momenteel geen reële mogelijkheid heeft tot uitbreiding. De normatieve lading van een toenadering tot de EU mag niet worden onderschat volgens de senator. Dit wordt door Rusland ervaren als een dreiging. Knapen betoogde dat zijn fractie het beleid van de regering ondersteunt om enerzijds toenadering te zoeken tot omringende landen en anderzijds de dialoog open te houden met Rusland.

Stabiliteit, vrijheid en economische en sociale vooruitgang

Senator Schrijver (PvdA) stelde dat zijn fractie positief staat tegenover de associatieovereenkomsten. Zij kunnen bijdragen aan stabiliteit, vrijheid en economische en sociale vooruitgang. Schrijver merkte wel op dat de overeenkomsten het midden houden tussen een voorportaal voor EU-lidmaatschap en een handels- en samenwerkingsovereenkomst. Hij vroeg de minister te duiden of hierin verschillen zitten tussen de drie overeenkomsten. Schrijver vroeg ook wat de laatste stand van zaken is bij de besprekingen tussen Oekraïne, de EU en Rusland en of er wordt overwogen om de overeenkomsten uit te breiden naar Armenië, Azerbeidzjan of Wit-Rusland.  De senator haalde aan dat er zowel in Oekraïne, als Georgië en Moldavië gebieden zijn die niet worden gecontroleerd door de centrale regering. Hij vroeg in welke mate de EU betrokken wil raken bij de conflicten over deze gebieden. Verder vroeg de senator naar de naleving van de Minsk-II vredesovereenkomst, de coördinatie tussen Raad van Europa, de OVSE en de VN,  de betrokkenheid van de drie landen bij de Europese Migratie Agenda en de verschillende monitoringsmechanismen.     

Geen politieke associatie

Senator Faber-van de Klashorst (PVV) stelde dat haar fractie wel de vrije handel ondersteunt, maar niet de politieke associatie. Zij vroeg of er landen zijn geweest die eerst onder het nabuurschapsbeleid vielen en later lid zijn geworden van de EU. Faber-van de Klashorst stelde dat er in de discussie over associatieverdragen weinig ruimte is voor tegengeluiden. Zij betoogde dat de migratiestroom als gevolg van deze verdragen verder zal groeien. Bovendien zet het volgens de senator de deur open naar (voorbereiding van) terroristische aanslagen. Volgens Faber-van de Klashorst heeft de EU in Oekraïne olie op het vuur gegooid, met alle gevolgen voor de burgers van dien.

Meer gelijkwaardige verhouding

Senator Schaper (D66), die eveneens tijdens het debat zijn maidenspeech hield, vroeg of er nog steeds sprake is van weerstand in Oekraïne tegen hervormingen. Schaper betoogde dat het van essentieel belang is dat het Minsk-II akkoord wordt nageleefd. Eerste prioriteiten moeten zijn: wapenstilstand, de terugtrekking van zware wapens, de uitwisseling van krijgsgevangenen en een begin van waarneming en toezicht op de grens van Rusland. De senator merkte op dat het optreden van de EU jegens de Oostelijke naburen lange tijd getekend was door een zekere hoogmoed. Hij juichte dan ook toe dan de regering zich bij de herziening van het nabuurschap richt op een meer gelijkwaardige verhouding. Schaper merkte op dat het Russische optreden in Oekraïne averechts heeft gehad; de koerswending naar het Westen werd alleen maar sterker. De senator betoogde dat de landen van de voormalige Sovjet Unie recht hebben op volledige onafhankelijkheid, zelfbeschikking en territoriale integriteit.

Ratificeren onder voorbehoud

Senator Kox (SP) vroeg welke landen de verdragen nog niet hebben geratificeerd en wat dit betekent voor de uitvoering.  Hij betoogde dat het om historische verdragen gaat die tot grote weerstand hebben geleid in Rusland en vroeg de minister hoe hij de verslechterde relatie met Rusland beziet. Kox noemde het opmerkelijk dat de EU en Nederland de onconstitutionele revolutie in Oekraïne steunden en onmiddellijk de omverwerping van het regime accepteerden. Ook merkte hij op dat de verdragen worden gesloten met landen die slechts gedeeltelijke controle over hun grondgebied hebben. De associatie wordt gezien als stap op weg naar het lidmaatschap van de EU, terwijl dit slechts een theoretische mogelijkheid is. Kox bepleitte dat er wordt geratificeerd onder voorbehoud van aantoonbare hervormingen. Kox betoogde dat veel van de principes die ten grondslag liggen aan de associatieovereenkomsten nog (lang) niet worden waargemaakt in Moldavië, Georgië en Oekraïne.

Doorbreking van de grenzen

Senator Ten Hoeve (OSF) stelde dat het met name gaat om politieke associatie en economische integratie. Ten Hoeve stelde dat er in de EU draagvlak voor is om deze drie landen in de Europese invloedsfeer te trekken. Hij vroeg de minister om te bevestigen dat de drie landen voorlopig nog geen lid worden van de EU, maar dat dit op lange termijn niet uitgesloten is. De senator stelde dat er in die landen bij veel inwoners een vurige wens hiertoe bestaat. Een stip op de horizon is dan ook van groot psychologisch belang. Ten Hoeve stelde ook dat Rusland deze associatieverdragen als bedreiging ziet. Bovendien bestaat er in veel landen etnische loyaliteiten naar Rusland. Ten Hoeve bepleitte dat aan die gevoelens waar mogelijk tegemoet wordt gekomen, ook met doorbreking van de formele (en vaak toevallig of manipulatief tot stand gekomen) grenzen.

Nieuwe benadering

Senator Strik (GroenLinks) stelde dat haar fractie de nieuwe benadering van het Nabuurschapsbeleid toejuicht. Stopzetting zou een verkeerd signaal afgeven omdat de verdragen tot stand zijn gekomen op basis van goedkeuring door een meerderheid van de bevolking. Het is volgens Strik we de vraag of de beoogde hervormingen in de huidige omstandigheden gerealiseerd kunnen worden. De senator vroeg of er voldoende samenwerking wordt gezocht met maatschappelijke organisaties, oppositiepartijen en minderheidsgroepen. Zij vroeg ook of de toegang tot asiel en de rechten van vluchtelingen en migranten voldoende worden gewaarborgd.                       

Belangrijke boodschap van steun

Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) stelde dat de verdragen een belangrijke boodschap van steun zijn voor de drie landen. Zij hebben deze zelfs als richtinggevend verklaard voor de economische, politieke en rechterlijke hervormingen in hun land. Ook voor Nederland en de Europese Unie zijn de akkoorden belangrijke instrumenten waarmee de buurlanden van de Unie zich ontwikkelen tot stabiele en welvarende landen, waarmee het goed zaken doen is.

Volgens de minister passen de verdragen in het Nederlandse nabuurschapsbeleid dat is gebaseerd op gelijkwaardige wederkerigheid. De drie landen krijgen volgens Koenders de tijd om de beloofde hervormingen door te voeren. De verwachting is dat dit met name voor de economische situatie positieve gevolgen zal hebben. De verdragen gaan echter verder dan alleen een handelsovereenkomst, omdat ze ook normatieve waarden stellen.

De verdragen zijn volgens de minister nadrukkelijk geen voorportaal voor lidmaatschap van de EU. De aanvraag voor lidmaatschap staat volgens Koenders los van deze akkoorden en is een geheel apart proces. Er is aan de drie landen geen lidmaatschapsperspectief geboden volgens de minister. Door sommigen worden de associatieverdragen zelfs als alternatief voor lidmaatschap gezien. De minister onderstreepte dat het een soevereine keuze is van Georgië, Moldavië en Oekraïne om over te gaan tot een hoge mate van economische en politieke integratie met de EU. De monitoring van het doorvoeren van de hervormingen zal in Georgië, Oekraïne en Moldavië op verschillende manieren en in een eigen ritme gebeuren.

De minister stelde dat het voortgangsbeeld van de hervormingen in Oekraïne gematigd positief is. Er is duidelijk positieve wil om dit door te zetten. Het heeft een zeer problematische relatie met de Russische Federatie, waarmee de economische relatie zeer sterk is. De minister merkte ook op dat de Russische Federatie het Minsk-II akkoord meermaals heeft geschonden. Voor een adequate reactie hierop moet niet alleen de EU een eenduidig sanctiebeleid voeren; ook de NAVO moet een duidelijke positie innemen. Grote escalatie is in de afgelopen weken voorkomen, maar de positie blijft instabiel. Voor wat betreft het associatieakkoord is in de onderhandelingen met de Russische Federatie afgestemd dat de toepassing van economische delen wordt uitgesteld tot 1 januari 2016.

De minister betoogde dat er Georgië worden grote stappen worden gezet op het terrein van corruptiebestrijding, onder andere door de reorganisatie van de politie, het onderwijs en de overheidsuitgaven. Ook in Moldavië heeft men goede vooruitgang geboekt in de hervormingen van het associatieakkoord. Over Transnistrië merkte de minister op dat hij hoopt dat de associatieakkoorden zullen werken voor de noodzaak om de wapenhandel onder controle te krijgen. 

Als er essentiële elementen van de verdragen worden geschonden, kunnen deze volgens de minister worden opgeschort. Over de territoriale conflicten merkte de minister op dat deze niet in de weg mogen staan aan het sluiten van associatieakkoorden. De minister hoopt dat de akkoorden zelfs een positieve rol kunnen spelen in het oplossen van deze conflicten. Verder merkte hij op dat er afspraken zijn gemaakt over de positie van vluchtelingen en migranten, ook in verband met het visum-liberalisatietraject.   

Sociale media menu


Deel dit item: