Debat over financiële middelen voor raadgevend referendum



De Eerste Kamer heeft op dinsdag 14 december 2015 gedebatteerd met minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) over de Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2016 en Begrotingsstaat gemeentefonds 2016. Het debat spitste zich toe op de financiële middelen die beschikbaar worden gesteld voor het raadgevend referendum over het associatieakkoord met Oekraïne, dat plaatsvindt op 6 april 2016. Aan het einde van het debat werden de twee wetsvoorstellen zonder stemming aanvaard. Op 22 december 2015 wordt hoofdelijk gestemd over een door senator Van Weerdenburg ingediende motie.

Het dichten van de kloof

Senator Van Weerdenburg (PVV) betoogde dat het referendum een uniek middel is om de kloof tussen burger en politiek te dichten. De senator uitte echter zorgen over de financiële middelen die beschikbaar worden gesteld aan gemeenten om het referendum te organiseren. Deze middelen zijn beperkter dan bij Tweede Kamerverkiezingen, wat zou suggereren dat het referendum er niet toe doet. Senator Van Weerdenburg uitte onder andere zorgen over een mogelijke vermindering van het aantal stemlokalen. Zij diende een motie in die de regering verzoekt om 22.200.000 euro beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de organisatie van het referendum.

Minister Plasterk beaamde dat de referendumwet adequaat uitgevoerd moeten worden, maar gaf aan dat dit niet betekent dat gemeenten dezelfde middelen beschikbaar moeten stellen als bij de Tweede Kamerverkiezingen. Een referendum is volgens de minister immers wezenlijk iets anders. Daarom is het op voorhand niet bezwaarlijk als er relatief minder stembureaus beschikbaar worden gesteld. De minister gaf aan dat hij niet bereid is om toe te zeggen dat gemeenten hier onbeperkt middelen voor krijgen, maar dat hij wel bereid  is om onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de verwachte kosten. De minister ontraadde de motie van senator Van Weerdenburg, ook omdat hij het bezwaarlijk acht om in de Tweede Kamer verworpen amendementen onverkort in een Eerste Kamermotie worden opgenomen.


Deel dit item: