Debat over vereenvoudiging en digitalisering procesrecht



5 juli 2016

De Eerste Kamer heeft op dinsdag 5 juli 2016 gedebatteerd met minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) over vier wetsvoorstellen die dienen ter vereenvoudiging en digitalisering en vereenvoudiging van het procesrecht:

De voorstellen maken onderdeel uit van het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI). Op dinsdag 12 juli 2016 wordt er over de wetsvoorstellen gestemd.

Niet achterblijven

Senator Rombouts (CDA) merkte in het debat op dat vanuit verschillende organisaties is gevraagd om de wetsvoorstellen aan te nemen. Hij juichte toe dat het project met pilots en testprogramma's werkt. De rechtspraak mag volgens de senator niet achterblijven op de snel digitaliserende wereld. Rombouts betoogde wel dat de overheid een slechte reputatie heeft op het gebied van ICT-projecten en vroeg of de minister kan garanderen dat er geen budgetoverschrijding komt. Ook vroeg hij tot op welk moment bezwaren van ketenpartners nog worden meegewogen en hoe de minister aankijkt tegen het verlengen van de implementatieperiode met drie extra maanden.

Groot onderhoud

Senator Backer (D66) betoogde dat deze wetsvoorstellen bijdragen aan het 'groot onderhoud' van de rechtsstaat. Dit is nodig, mede gezien het feit dat rechters recentelijk alarm hebben geslagen over de productiedruk. De senator betoogde dat de rechtspraak geen productiefabriek is waarvan de output voortdurend kan worden opgevoerd. Volgens senator Backer mag niet onderschat worden hoeveel invloed de voorgestelde wetgeving heeft op de gehele rechtsketen. Er gaat in de begrotingsdiscussie veel aandacht naar politie en Openbaar Ministerie, maar te weinig naar de rechtspraak. De senator vroeg de minister om een recent inzicht in de financiering voor de digitaliseringsprojecten voor de komende jaren. Ook stelde hij dat het niet verstandig is dat de Raad voor de Rechtspraak de enige adviseur is voor de minister in dit project. Backer stelde voor dat de minister een Tijdelijke Commissie KEI instelt, waarin meerdere partners uit de rechtsketen zijn vertegenwoordigd. Tot slot pleitte de senator voor het koesteren van een fair trial. Te vaak wordt er de nadruk gelegd op efficiëntie en snelheid van het procesrecht; te weinig gaat het om de kwaliteit van de rechtspraak.

Tijd voor innovatie

Senator Duthler (VVD) merkte op dat advocaten nog altijd communiceren met de rechtbank via het sterk verouderde communicatiemiddel "fax". Ook het opnemen van het proces verbaal neemt vaak meer tijd in beslag dan het verhoren van de getuige zelf. Het is volgens de senator hoog tijd voor innovatie. De senator vroeg hoe binnen het KEI-programma wordt gezorgd voor goede sturingsinformatie en waarom de kosten voor dit programma zijn gestegen. Ook vroeg zij hoe ver de bewijsplicht reikt voor procespartijen die een termijn hebben overschreden als gevolg van een technische storing. Verder merkte de senator op dat het zorgelijk is dat de Raad voor de Rechtspraak momenteel inteert op haar eigen vermogen.

Zorgen uit de praktijk

Senator Beuving (PvdA) stelde dat haar fractie positief is over het streven naar digitalisering en de mogelijkheid dat partijen zelf de procesinleiding bij de wederpartij mogen bezorgen. Ook is het goed dat er een uitzondering is gemaakt voor personen die niet in staat zijn om digitaal te procederen. Beuving betoogde echter dat er ook zorgen zijn. Zo vrezen rechters dat de digitalisering het burgerlijk procesrecht sterk zal veranderen en de autonomie van de rechter zal aantasten. De advocatuur heeft aangegeven dat er geen equality of arms is als het Openbaar Ministerie wel een beeldscherm ter beschikking heeft en de advocaat niet. Ook is het hinderlijk dat advocaten persoonlijk processtukken moeten uploaden. Zowel rechters als advocaten maken zich zorgen over kinderziektes in de ICT en wat de effecten zijn van digitale experimenten. Beuving vroeg de minister om in te gaan op deze zorgen. Tot slot merkte de senator op dat er onduidelijkheid is over de financiering van de investeringen die de rechtspraak moet doen. Zij vroeg of deze onduidelijkheid niet een te grote druk op de Raad voor de Rechtspraak legt.

Kwaliteit

Senator Strik (GroenLinks) vroeg de minister op welke manier de wetsvoorstellen de kwaliteit van rechtspraak gaan verbeteren en of hij onderschrijft dat digitalisering een investering is in plaats van een bezuiniging. De overheid heeft volgens de senator een gebrekkige reputatie op het gebied van ICT-projecten. Er is te weinig expertise aanwezig en ICT-bedrijven worden onvoldoende afgerekend op hun prestaties. Strik vroeg waarom de nieuwe systemen niet langer worden getest, om te waarborgen dat kinderziektes niet ten koste gaan van rechtszoekenden. Ook vroeg zij hoe de minister waarborgt dat alle ketenpartners in voldoende mate betrokken zijn bij de implementatie en het tempo van de digitalisering. De beschikbare financiële middelen zijn volgens de senator zwaar onvoldoende. Dit legt een nog hogere druk op de rechterlijke macht. Verder vroeg Strik in hoeverre er lering wordt getrokken uit de implementatie van digitalisering in de verschillende rechts- of deelterreinen. De senator betwijfelde in hoeverre er databestanden voldoende beveiligd zijn. Tot slot vroeg zij of de minister kon toezeggen dat er altijd een mogelijkheid blijft om met papieren dossiers te werken.

Productiviteit in plaats van kwaliteit

Senator Ruers (SP) vroeg in hoeverre deze wetsvoorstellen de kloof kunnen overbruggen tussen theorie en praktijk van digitalisering. De senator betoogde dat het goed is om vertragingen tegen te willen gaan, maar dat dit met name komt door jarenlange bezuinigingen op de rechtspraak en door het beleid van het ministerie en de Raad voor de Rechtspraak. In de enquête van de Tegenlichtgroep van januari 2016 wordt duidelijk hoog de nood is bij de rechtspraak. Het huidige systeem van vergoeding van de rechterlijke macht is volgens Ruers voornamelijk gebaseerd op productiviteit en niet op kwaliteit. Ruers vroeg de minister hoe de in de wetsvoorstellen beoogde regierol van de rechter zich verhoudt tot de huidige praktijk van de rechtspraak, waarin het bestuur steeds meer de regie voert. Ook vroeg hij of de verwachte besparingen daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Verder vroeg Ruers naar de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de landelijke ICT-storing van de rechtspraak op 23 mei en naar het plan voor het opvangen van de verwachte 10 procent capaciteitsverlies na de uitrol van KEI. 

Antwoord minister en regeringscommissarissen

In het debat voerden naast de minister ook regeringscommissarissen Hammerstein (burgerlijk procesrecht) en Scheltema (algemene regels van het bestuursrecht) het woord. De heer Hammerstein betoogde dat de positie van de rechter door deze wetsvoorstellen niet verandert. Het KEI-programma is puur ondersteunend bedoeld. Bij ingewikkelde  procedures kan de rechter maatwerk leveren. Er zal volgens Hammerstein altijd een spanningsveld zijn tussen kwaliteit en efficiëntie. In dat spanningsveld is het van belang dat het bestuur de rechtspraak in staat stelt haar taak zelfstandig uit te oefenen en dat de rechtspraak oog heeft voor de verantwoordelijkheden van het bestuur. De heer Scheltema onderstreepte dat het hier om belangrijk groot onderhoud van de rechtspraak gaat. Het past in een bredere trend in de rechtsstaat waarin de positie van de burger meer centraal staat. Deze wetsvoorstellen maken het eenvoudiger voor burgers om een bestuursrechtelijke procedure te starten. De pilots in de bestuursrechtspraak hebben volgens Scheltema veel leerpunten opgeleverd.

Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) stelde dat de digitalisering alleen ziet op de stukkenwisseling en niet betekent dat er minder persoonlijk contact zal zijn met de rechter. Om te zorgen dat het nieuwe systeem zo min mogelijk moeilijkheden vertoont, is ervoor gekozen om op diverse terreinen te experimenteren met digitalisering. De algemene storing in mei heeft belangrijke leerpunten met zich gebracht. De minister gaf aan dat hij het niet nodig vindt om een speciale commissie in te stellen die de digitalisering begeleidt. De Raad voor de Rechtspraak zal aangeven wanneer er nieuwe stappen worden gezet. De stelselverantwoordelijkheid ligt bij de minister.  Indien nodig, zal de minister hiertoe extern ICT-advies inwinnen.

De autonomie van de rechter wordt door deze wetsvoorstellen volgens Van der Steur niet aangetast. De rechter zal zelfs tijd overhouden en meer ruimte hebben voor maatwerk. Hij merkte daar bij op dat geen sanctie ligt op het overschrijden van wettelijke termijnen voor procedures. De wetsvoorstellen bieden ook meer ruimte voor rechters om mondeling aan te geven wat hun eindoordeel is over de zaak.  

Het eigen vermogen van de Raad voor de Rechtspraak wordt volgens de minister niet wezenlijk aangetast door deze wetsvoorstellen. De verwachte besparingen zullen een groot deel van de investeringen dekken. Mocht de Raad voor de Rechtspraak in de toekomst niet over voldoende financiële middelen beschikken, dan zullen die middelen worden aangevuld vanuit het ministerie. Mochten er in het KEI-programma wezenlijke financiële wijzigingen komen, dan wordt het parlement daarover geïnformeerd. De minister verwacht niet dat het KEI-programma structurele capaciteitsproblemen veroorzaakt.

Sociale media menu


Deel dit item: