Wetsvoorstel over opzegging lidmaatschap UNIDO aangehouden



De Eerste Kamer heeft maandag 19 december 2016 gedebatteerd met minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) over een wetsvoorstel voor opzegging van het lidmaatschap van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling (UNIDO). De primaire doelstelling van UNIDO is het bevorderen en bespoedigen van industriële ontwikkeling in ontwikkelingslanden, met het oog op de vestiging van een nieuwe internationale economische orde. De minister vroeg aan het begin van haar tweede termijn om de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden in afwachting van een technische briefing over het gebruik van scorekaarten voor de beoordeling van internationale organisaties. Aan dit verzoek werd door de Eerste Kamer gehoor gegeven. De tijdelijke schorsing houdt in dat het lidmaatschap van UNIDO pas per 1 januari 2018 kan worden opgezegd. Op verzoek van senator Lintmeijer (GroenLinks) wordt bij de voorzetting van het debat de nieuwe ronde scorekaarten in 2017 meegenomen. Dat betekent dat het debat in het najaar van 2017 kan worden hervat.  

Onderbouwing voor opzegging

Senator Lintmeijer (GroenLinks) haalde aan dat er in 2012 al een voornemen tot opzegging was. Eén van de redenen waarom de Eerste Kamer meende niet te kunnen instemmen met een opzegging was dat de regering het standpunt dat UNIDO onvoldoende presteert niet met feiten kon staven. Lintmeijer betoogde dat zijn fractie deelname aan VN organisaties wil baseren op continuïteit en mede richting geven aan ontwikkelingen. De zwaarbevochten Nederlandse zetel in de VN Veiligheidsraad onderstreept dat. De senator vroeg waarom het kabinet nauwelijks in gesprek is gegaan met UNIDO en waarom er scorekaarten zijn ingevuld op basis van verouderde gegevens. Volgens Lintmeijer lijkt er in de afgelopen drie jaar niet veel te zijn verbeterd in de kwaliteit van de onderbouwing door het kabinet.

Onverstandig en ongewenst

Senator Overbeek (SP) hield in het debat zijn maidenspeech. Hij merkte op dat Nederland altijd pleitbezorger is geweest van het VN-systeem en voortrekker op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. De SP-fractie is van mening dat lidmaatschap van VN-organisaties dan ook alleen in uitzonderlijke gevallen mag worden opgezegd. De senator hekelde de in zijn ogen onjuiste interpretatie van de scorekaarten. De beslissing om het UNIDO-lidmaatschap lijkt dan ook tamelijk willekeurig, aldus de senator. Hij bepleitte een onafhankelijke toetsing door deskundigen. UNIDO levert immers een belangrijke bijdrage aan het bereiken van de Sustainable Development Goals en de Agenda 2030. Overbeek betoogde dat er bij Nederlandse scorekaarten van multilaterale organisaties vaker een onderbouwde beargumentering en adequate bronvermelding ontbreekt. Tot slot merkte hij op dat de wereld in een tijdperk van economisch nationalisme meer dan ooit de VN nodig heeft.  De opzegging van het UNIDO-lidmaatschap achtte hij dan ook onverstandig en ongewenst.

Past niet in Nederlandse traditie

Senator Schrijver (PvdA) sprak in zijn bijdrage mede namens de fractie van de OSF. De senator stelde dat de enige toevoeging in dit wetsvoorstel (ten opzichte van drie jaar geleden) is dat de Memorie van Toelichting nu de opzegging motiveert onder verwijzing naar de Nederlandse scorekaarten. Dat roept de vraag op of het wel juist is om een internationale organisatie de maat te nemen aan de hand van Nederlandse beleidsprioriteiten. Uit allerlei rapportages blijkt dat UNIDO behoorlijk functioneert.  Bovendien is er vrijwel geen enkele ontwikkelingstheorie die geen sleutelrol toekent aan industriële vooruitgang als instrument voor het bespoedigen van werkgelegenheid, economische groei en sociale vooruitgang, aldus de senator. Schrijver merkte ook op dat er diverse Nederlandse bedrijven zijn die profiteren van de samenwerking met UNIDO. Tot slot stelde hij dat het onverstandig is om het lidmaatschap van internationale organisaties af te laten hangen van het politieke gesternte. Een dergelijke stap past niet in de Nederlandse traditie van respect voor internationale organisaties en versterking van de internationale rechtsorde. De senator betoogde dat hij wel voorstander is van hervormen van UNIDO.

Herhaling van zetten

Senator Stienen (D66) gaf aan dat haar fractie verbaasd is over de herhaling van zetten en de haast waarmee de minister het lidmaatschap wil opzeggen. Stienen vroeg of UNIDO wel voldoende tijd gehad heeft om de gewenste aanpassingen door te voeren. De waarderingen van de scorekaarten zijn gemaakt op bevindingen van 2014 en begin 2015. De Sustainable Development Goals waren toen nog niet aangenomen. Bovendien kan een dergelijke scorekaart op verschillende manieren worden ingevuld en hangt de interpretatie samen met de politieke constellatie en veranderende regeringsprioriteiten. Nederland heeft volgens de senator een goede reputatie opgebouwd als voortrekker van internationale samenwerking en zou een slecht voorbeeld geven door het UNIDO-lidmaatschap op te zeggen.

Doelstellingen niet gehaald

Senator Schaap (VVD) gaf aan dat voor de VVD-fractie helder is bewezen dat UNIDO niet aan haar doelstellingen voldoet. Na 30 jaar onvoldoende presteren is de maat vol. Schaap stelde dat er niet wordt gewerkt met meetbare doelstellingen en dat de projecten te kleinschalig en versnipperd zijn. Het mandaat om armoede te bestrijden via impulsen op het gebied industriële ontwikkeling is volgens de senator niet waargemaakt en er is geen uitzicht op verbetering. Voor de andere terreinen waar de organisatie zich op richt -  voedselzekerheid, water en klimaat - zijn andere, efficiëntere VN-organisaties ingericht. De discussie over het lidmaatschap van deze organisatie heeft volgens de senator lang genoeg geduurd.

Onvoldoende effectief

Minister Ploumen stelde in het debat dat er door de ambtenaren op het ministerie geen politieke beoordeling wordt gemaakt van de scorekaarten; zij stellen slechts vast of er aan de voorwaarden wordt voldaan. De scorekaart wordt opgebouwd uit evaluaties waar de betreffende internationale organisaties inspraak in hebben gehad. Deze organisaties mogen echter niet rechtstreeks input geven. Het belang van een robuust VN-systeem neemt volgens de minister weliswaar toe, maar het draagvlak hiervoor neemt af.  Dat betekent dat er goed moet worden bekeken hoe effectief VN-organisaties zijn. UNIDO scoort volgens de minister nog steeds onvoldoende op strategische sturing en resultaatgerichtheid. Onderwerpen als klimaatverandering en voedselzekerheid zijn weliswaar belangrijk, maar er zijn andere organisaties die hier effectiever mee omgaan. De minister betoogde dat het belangrijk is om te kijken of de organisatie past bij wat Nederland belangrijk vindt en of de organisatie er in slaagt om haar doelen te bereiken. Het Nederlandse bedrijfsleven zal geen hinder ondervinden aan het opzeggen van het lidmaatschap van UNIDO. Als Nederlandse bedrijven willen blijven samenwerken met UNIDO, dan staat niets daaraan in de weg. De minister stelde dat de Nederlandse regering zich wel wil inzetten voor EU-lidmaatschap van VN-organisaties. 


Deel dit item: