Vierde termijn uitbreiding Wet minimumloon



In de Eerste Kamer vond dinsdag 21 maart 2017 de vierde termijn van het debat over de uitbreiding van de Wet minimumloon plaats. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel vond aanvankelijk plaats op 18 februari 2014 en is sindsdien drie keer aangehouden.  Dit wetsvoorstel  breidt het wettelijk minimumloon uit naar personen die tegen beloning arbeid verrichten op basis van een overeenkomst van opdracht (OVO). Er wordt een uitzondering gemaakt voor mensen die fiscaal als ondernemer beschouwd worden. Het wetsvoorstel moet oneigenlijk gebruik van de OVO tegengaan en oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen.

Senator Rinnooy Kan (D66) vroeg aan het eind van de vierde termijn om een vijfde termijn, zodat hij een motie kon indienen die de regering  verzoekt te bewerkstelligen dat iedereen die op basis van een overeenkomst betaald krijgt voor verrichte arbeid (met uitzondering van fiscaal zelfstandigen) minimumloon krijgt. De motie verzoekt de regering ook om de zekerheid van het fictieve dienstverband voor deze groep in ere te herstellen en om een eenvoudigere manier van verificatie van zelfstandigen in te voeren. Minister Asscher gaf aan dat hij positief is over het eerste deel van de motie, maar niet kon toezeggen dat hij het fictieve dienstverband van 12.600 mensen kan herstellen. Aan de verificatie van zelfstandigen verbond de minister een inspanningsverplichting.

Op dinsdag 28 maart 2017 wordt over het wetsvoorstel en de motie gestemd.

Kwetsbare mensen beschermen

Senator Oomen-Ruijten (CDA) betoogde dat het nobele doel van de wet is om mensen in een kwetsbare positie te beschermen. Dat doel onderschrijft de CDA-fractie. Het is echter niet zeker of dit doel door dit wetsvoorstel wordt behaald. Oomen-Ruijten gaf aan dat de Wet deregulering arbeidsrelaties "on hold" is gezet. Dat heeft ook gevolgen voor dit wetsvoorstel. De senator stelde dat zij niet bewezen acht dat dit wetsvoorstel kwaadwillende opdrachtgevers tegenwerkt en schijnconstructies aanpakt.

Beschaafde arbeidsmarkt

Senator Rinnooy Kan (D66) stelde dat het doel om flexwerkers te beschermen de warme sympathie van zijn fractie heeft. Een effectief opgelegde ondergrens is een essentieel onderdeel van een beschaafde arbeidsmarkt.  Rinnooy Kan vroeg waarom de bescherming op minimumloonniveau alleen geboden werd aan diegenen die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht. Dit kan in een AMvB weliswaar uitgebreid worden, maar dat komt dan voor een aantal mensen te laat. Rinnooy Kan bepleitte dat de werking van de Wet minimumloon wordt uitgebreid naar iedereen die op basis van een overeenkomst (welke dan ook) betaald wordt voor arbeid.

Verder vroeg de senator hoe de opdrachtgever aan de inspecterende overheid kan aantonen dat een opdrachtnemer wel degelijk werkzaam is in het kader van beroep of bedrijf. Ook gaf hij aan dat werknemers in een fictieve dienstbetrekking het kleine beetje zekerheid wat ze hadden, wordt ontnomen. Rinnooy Kan vroeg waarom voor deze groep een vreemde en onrechtvaardige uitzondering wordt gemaakt en deed een dringend beroep op de minister om dit aan te passen.

Bescherming

Senator Sent (PvdA) betoogde dat een flexibele arbeidsmarkt een fundament nodig heeft van hechte en solide arbeidsrelaties, waarbij werkgevers en werknemers bereid zijn om in elkaar te investeren. Zij gaf aan dat zij verheugd is met de aanpak van uitbuiting, oneerlijke concurrentie en verdringing op de arbeidsmarkt. De PvdA-fractie acht het ontoelaatbaar dat het minimumloon en de vakantiebijslag door sommige opdrachtgevers wordt omzeild. Het is dan ook belangrijk dat kwetsbare opdrachtnemers worden beschermd.  Tot slot vroeg de senator welke arbeidsmarktuitdagingen de minister aan zijn ambtsopvolger wil meegeven.

Ondergrens

Senator Lintmeijer (GroenLinks) betoogde dat er een ondergrens moet zijn waar ogenschijnlijk zelfstandigen niet doorheen kunnen zakken. Er zijn volgens de senator echter nog (te) veel mazen in het wetsvoorstel. Er zijn simpelweg teveel soorten van contracten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. De senator vroeg de minister om aan te geven wat in de huidige situatie de reikwijdte van de wet is. De modelovereenkomsten van de Belastingdienst zijn bovendien erg moeilijk te begrijpen voor de gemiddelde burger. Lintmeijer vroeg welke stappen het kabinet heeft gezet om voldoende handhaving te waarborgen en of het niet beter zou zijn om een bredere hervorming van de arbeidsmarkt af te wachten.  

Kanttekeningen

Senator Köhler (SP) betreurde het dat mensen die in fiscale zin als ondernemer worden beschouwd niet onder het wetsvoorstel vallen. Er zijn volgens de senator veel kanttekeningen te maken bij het wetsvoorstel, maar dat mag er niet toe leiden dat het wordt verworpen. Köhler vroeg waarom de Wet minimumloon niet gelijk ook van toepassing wordt verklaard op aanneemovereenkomsten of een overeenkomst van vervoer.

Paardenmiddel

Senator Kok(PVV) betoogde in het debat dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt volledig is doorgeschoten. Een integrale heroverweging is echter achterwege gebleven. Bovendien is het de vraag of dit wetsvoorstel oneigenlijk gebruik van de OVO tegengaat. Het kan volgens de senator niet zo zijn dat er onvoldoende capaciteit is om dit wetsvoorstel te handhaven. Het zal erg lastig worden om minimumloon te berekenen voor mensen die per stuk (in plaats van per uur) worden betaald. Verder is het volgens Kok problematisch dat voortaan alle OVO's onder de Wet minimumloon vallen. De vraag is of de vermeende problematiek in de postsector daarvoor voldoende aanleiding beidt. Deze vorm van overregulering is volgens de senator een paardenmiddel.

Schrappen uitzondering

Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, demissionair) merkte op dat opdrachtgevers die meer dan minimumloon betalen niet hoeven na te gaan of de opdrachtnemers handelen in het kader van beroep of bedrijf. Het gaat om het schrappen van een - helaas misbruikte - uitzondering uit de Wet minimumloon.  De handhaving van het wetsvoorstel valt dus onder de algemene handhaving van de Wet minimumloon. De minister verwacht niet dat hierdoor problemen ontstaan. 


Deel dit item: