Eerste Kamer stemt in met beperking wettelijke gemeenschap van goederen



29 maart 2017

De Eerste Kamer heeft dinsdag 28 maart 2017 het Initiatiefvoorstel-Swinkels, Recourt en Van Oosten Beperking wettelijke gemeenschap van goederen (33.987) dat de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen beperkt, na stemming bij zitten en opstaan met de kleinst mogelijke meerderheid  aangenomen. De fracties van VVD, GroenLinks, 50PLUS, D66 en PVV stemden voor het wetsvoorstel, goed voor 38 van de 75 zetels. De Gewijzigde motie-Van Rij (CDA) en Wezel (SP) over aanhouding in afwachting van nadere informatie (EK 33.987, J) werd, eveneens met de kleinst mogelijke meerderheid, bij zitten en opstaan verworpen. VVD, GroenLinks, 50PLUS, D66 en PVV stemden tegen de motie.

Het debat werd kort voor de stemming op verzoek van het lid Van Rij heropend om een gewijzigde motie in te dienen. Aanvankelijk vroeg de motie de regering, na advisering van de initiatiefnemers, de mogelijkheden te onderzoeken tegemoet te komen aan de in de motie verwoorde zorgen over de uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en wetssystematiek. "Bij nader inzien is mij gebleken dat dat staatsrechtelijk gezien geen juiste formulering is. Het laatste wat de indieners van de motie willen, is een discussie over het recht van initiatief van de Tweede Kamer", zo motiveerde Van Rij zijn wijziging. In de gewijzigde motie wordt hetzelfde verzoek als in de oorspronkelijke motie gedaan, maar dan aan de initiatiefnemers. Die ontraadden bij monde van het Tweede Kamerlid Van Oosten (VVD) de motie.

Het initiatiefvoorstel betekent een wijziging van het huidige basisstelsel. Het wetsvoorstel houdt in dat het vermogen en schulden van de partners bij aanvang van het huwelijk buiten de huwelijksgemeenschap blijft. Hetzelfde geldt voor nalatenschappen en schenkingen tijdens het huwelijk. De datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt door het ministerie van Veiligheid en Justitie bepaald.

De Eerste Kamer stemde dinsdag ook in met het wetsvoorstel Van toepassing verklaring van de Wet minimumloon op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht (33.623) na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. De fractie van de PVV stemde tegen. De Motie-Rinnooy Kan (D66) c.s. over het veiligstellen van beloning op minimumloonniveau (EK 33.623, N) is na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. VVD en PVV stemden tegen.

Sociale media menu


Deel dit item: