Wijziging Huisvestingswet: debat samengevat



De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 5 december met minister De Jonge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over een wijziging van de Huisvestingswet 2014. Met de wijziging wordt het voor gemeenten mogelijk om inwoners die een huis willen huren of kopen in hun gemeente voorrang te geven ten opzichte van mensen van buiten de gemeente. Ook kunnen gemeenten voorrang geven aan bepaalde (cruciale) beroepsgroepen, zoals docenten/leraren, verpleegkundigen en politieagenten. De Kamer stemt volgende week, 12 december, over het wetsvoorstel.


Over het wetsvoorstel

Met dit voorstel wordt het mogelijk om regels over woonruimteverdeling uit te breiden naar sociale nieuwbouwkoopwoningen. Dat zijn koopwoningen tot de Nationale Hypotheek Garantie van € 355.000 op 1 januari 2022. Ook worden aan gemeenten extra eisen gesteld voor het toepassen van een huisvestingsverordening met betrekking tot de onderbouwing van schaarste aan woonruimte en de afstemming met provincies.


Motie

Er is een motie ingediend:

  • De motie-Koffeman verzocht de regering de mogelijkheid te onderzoeken tot splitsing van een bestaande woning, zonder splitsing van de eigendomssituatie, in het kader van de mantelzorgregeling. De motie is door de minister ontraden. Wel zegde hij toe een brief te sturen wat wel en wat niet mag volgens de Huisvestingswet 2014. Daarop besloot senator Koffeman (PvdD) de motie aan te houden in afwachting van de brief.

Impressie van het debat

BBB: Bezwaren vanwege gelijkheidsbeginsel

Senator Kemperman (BBB) had bezwaren met betrekking tot het gelijkheidsbeginsel. Positieve discriminatie van de ene groep leidt tot negatieve discriminatie van de andere groep. Gemeenteraden moeten daarom voorzichtig met deze bijzondere bepaling in de wet omgaan. Over de benodigde huisvestingsvergunning vroeg hij de minister hoe een woningzoekende kan bewijzen dat hij of zij een bepaald beroep heeft. Wat gebeurt er als hij of zij van baan verandert of wanneer persoonlijke omstandigheden veranderen? De BBB zou graag een handelingskader zien voor dergelijke gevallen. Tot slot vroeg Kemperman de minister om een toezegging dat de verzwaring van de taken van de gemeenten zullen worden gecompenseerd.

GroenLinks-PvdA: Minder overlaten aan de markt

Volgens senator Janssen-van Helvoort (GroenLinks-Pvda), die mede namens Volt sprak, is het goed om de overheid meer regie te geven op volkshuisvesting. Dit moet minder worden overgelaten aan de markt. Maar, zo zei hij, door de amendementen van de Tweede Kamer draagt dit wetsvoorstel nauwelijks nog bij aan het oorspronkelijke doel. Er is nu een beperking opgenomen tot de eerste verkoop en een beperking door de betaalbaarheidsgrens. Lost dit nog wel het probleem op waarvoor de wet was bedoeld, vroeg Janssen-Van Helvoort. Bovendien pleitte zij voor een evaluatie na 2 of 3 jaar, in plaats van de voorgestelde 5 jaar.

VVD: Inbreuk op vrijheid van vestiging goed motiveren

Senator Meijer (VVD) zei dat je bij een verdelingsvraagstuk zoals wonen voor dilemma's komt te staan. Hij wees erop dat deze wet inbreuk kan maken op de vrijheid van vestiging zoals staat in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De VVD is daarom huiverig: een dergelijk inbreuk moet wel goed gemotiveerd worden. Door de amendementen in de Tweede Kamer is het wetsvoorstel wel beter verteerbaar voor de VVD. Meijer vroeg de minister tot slot om toe te zeggen dat het toezicht op gemeentelijke huisvesting zorgvuldig zal gebeuren.

D66: Eerlijk schaarse woningvoorraad verdelen

Volgens senator Van Meenen (D66) worden met dit wetsvoorstel stappen gezet. Mensen met een sterke binding met de gemeente worden bevoordeeld. Het is belangrijk dat de schaarse woningvoorraad zo eerlijk mogelijk wordt verdeeld. Ook Van Meenen is blij dat de Tweede Kamer een amendement heeft aangenomen. In het oorspronkelijke voorstel zouden alle koopwoningen onder de wet vallen, maar dankzij amendement van de Tweede Kamer vallen de bestaande koopwoningen er nu buiten. Als woningen boven de grens van de Nationale Hypotheek Garantie wel vrij verkocht zouden kunnen worden, zou dit kunnen leiden tot aanzienlijke prijsstijgingen in die laatste groep woningen. In hoeverre ziet de minister dit risico, vroeg Van Meenen tot besluit.

ChristenUnie: Positief dat deze wijziging volgt na evaluatie

Senator Talsma (ChristenUnie) citeerde zijn Tweede Kamercollega Grinwis die in het debat zei dat hij goede hoop had dat dit wetsvoorstel bijdraagt aan het eerlijker verdelen van woonruimte, het betaalbaar houden van koopwoningen en het bouwen aan gemeenschappen. Welke concrete inspanningen kan de Kamer van de minister verwachten waar het gaat om het bewaken van het tijdelijke karakter van deze genoemde beperkingen, de deugdelijke motivering, de periodieke toetsing en het zo nodig corrigerend optreden, vroeg Talsma. Hij waardeerde het positief dat het wetsvoorstel een gevolg is van de evaluatie van de Huisvestingswet 2014. Hij is daarom ook blij met evaluatie van deze Wijzigingswet na vijf jaar. Tot slot vroeg hij de minister wat de huidige stand van zaken is ten aanzien van het bredere pakket van maatregelen om de woningnood aan te pakken.

PVV: Inbreuk op vrijheid van vestiging en eigenaarsrecht

Volgens senator Van Hattem (PVV) grijpt het wetsvoorstel te veel in op de vrijheid van vestiging en op het eigenaarsrecht. De wet stimuleert bijvoorbeeld niet om te investeren in woningverbeteringen, zei hij. Bovendien is de wetgeving te complex en is het onduidelijk welke eisen gemeenten kunnen stellen. Ook is nog steeds niet duidelijk wat de wet betekent voor zzp-ers die vaak met kortlopende opdrachten werken. Vallen zij bij voorbaat buiten de bindingseisen, vroeg Van Hattem. Hij vroeg de minister of hij bereid is af te zien van allerlei duurzaamheidseisen die de prijs opdrijven. Tot slot vroeg Van Hattem of de minister bereid is om een einde te maken aan voorrangsbeleid voor statushouders in sommige gemeenten.

CDA: Ook gevangenispersoneel cruciaal beroep

Senator Rietkerk (CDA) haalde artikel 22 van de Grondwet aan waarin staat dat het bevorderen van voldoende woongelegenheid een taak is van de overheid. Het niet kunnen vinden van een woning raakt het leven van alledag. Volgens het CDA wordt de leefbaarheid versterkt door dit wetsvoorstel. Rietkerk is blij met de mogelijkheid tot maatwerk door de gemeenten en vroeg of ook het personeel van gevangenissen kan worden toegevoegd aan de lijst met cruciale beroepen. Over de spanning met de grondrechten zei Rietkerk dat beperking ervan in dit geval gerechtvaardigd kan worden door beperkingsmogelijkheden binnen het EVRM. Hij sloot zich tot slot aan bij de vraag van GroenLinks-PvdA om eerder te evalueren.

JA21: Voorrang voor lokale inwoners

Senator Nanninga (JA21) zei dat zij ziet dat in de praktische uitwerking van het wetsvoorstel lokale gemeenschappen kunnen worden beschermd en behouden, doordat lokale inwoners voorrang kunnen krijgen van gemeenten. JA21 hoopt dat gemeenten de mogelijkheid gaan gebruiken door voorrang te verlenen aan lokale inwoners of groepen werkers die zij voor hun specifieke gemeente nodig achten, in plaats van aan statushouders. Doordat het wetsvoorstel nu alleen nieuwbouwwoningen betreft, blijft de particulier buiten schot en dat maakt de voorliggende wetswijziging voor Nanninga een stuk makkelijker te slikken.

PvdD: Wet is een lapmiddel geworden

Senator Koffeman (PvdD) bracht in herinnering dat de Huisvestingswet in 2014 als hamerstuk werd aangenomen en er toen van schaarste geen sprake was. Nu is die situatie heel anders. Keer op keer wordt beloofd dat er extra woningen worden gebouwd, en dat wordt keer op keer niet waargemaakt, zei hij. De minister kijkt volgens hem niet naar verruiming van de fiscale norm voor de hospita, terwijl hij wel groot voorstander is van de hospita. Koffeman vroeg de minister daarom of hij bereid is te kijken naar verbreding van de mogelijkheden voor kamerverhuur. Ook wilde hij weten of de minister zijn mening deelde dat de wet een lapmiddel is geworden na amendering door de Tweede Kamer. Tot slot, zo zei hij, zorgt klimaatverandering voor klimaatvluchtelingen en legt daarmee ook beslag op de beschikbare woningen in eigen land.

Beantwoording door minister De Jonge

Minister De Jonge proefde de behoefte om een breed woningbouwdebat te hebben. Hij stelde voor om een apart beleidsdebat in te plannen. Volgens de minister is dit wetsvoorstel geen oplossing voor woningschaarste. Dat doen we door te bouwen, en dat is niet van een op andere dag gebeurd, aldus De Jonge. In tijden van schaarste moeten er keuzes worden gemaakt. Gemeenten mogen zelf bepalen wat de cruciale beroepsgroepen zijn. Dat moet wel onderbouwd zijn. Zzp'ers vallen er niet buiten, en ook als je nadat je in de woning bent getrokken van baan verandert, hoef je er niet uit. De minister acht het prijsopdrijvend effect gering.



Deel dit item: