Plenair Van Ballekom bij behandeling Machtigingswet oprichting Invest International



Verslag van de vergadering van 22 juni 2021 (2020/2021 nr. 42)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 19.49 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Ballekom (VVD):

Voorzitter. O, daar gaat mijn mondkapje. Allereerst wil ik mijn dank uitspreken voor de beantwoording van de gestelde vragen. Maar dat neemt niet weg dat onzerzijds er nog wat vragen te stellen zijn, mede omdat de beantwoording bij tijd en wijle ambigu is in onze ogen.

Eerst een stap terug in de tijd. Ik wil niet zo ver teruggaan als de heer Knapen, die hier memoreert dat de Nationale Investeringsbank in 1986 door de heer Ruding, een ambtsvoorganger van de huidige minister, naar de beurs is gebracht. Zover wil ik niet teruggaan, maar dit dossier kent een hele lange geschiedenis. Die is ook aan de orde gekomen tijdens het debat over Invest-NL dat wij aan het einde van 2019 in dit huis hebben gevoerd. In eerste instantie was het de bedoeling om alle publieke financiers, zoals de Nederlandse Waterschapsbank, de BNG Bank, de FMO en wellicht nog wat regionale ontwikkelingsmaatschappijen, samen te voegen. Deze investeringsbank zou in nauwe samenwerking met Atradius het aanspreekpunt zijn voor overheden, het bedrijfsleven en internationale counterparts. Dat is jammer genoeg niet gelukt. Vandaar dat het voorstel is gedaan om Invest-NL op te richten als een fonds in een bv-vorm met een potentiële dotering van 2,5 miljard euro, te verstrekken in tranches van 500 miljoen. In een later stadium, dat is nu, zou de regering met een voorstel komen voor de internationale activiteiten, waarvoor dan binnen die 2,5 miljard 833 miljoen euro zou worden gereserveerd. Destijds heeft de VVD het initiatief tot oprichting van Invest-NL het voordeel van gerede twijfel gegeven.

We hebben inmiddels het eerste verslag ontvangen van de organisatie, waarin een toelichting wordt gegeven op de activiteiten tot nu toe. De heer Beukering heeft dat al aangeduid. Dat heeft onze appetijt niet verhoogd. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de resultaten vooralsnog teleurstellend zijn, zelfs als je er rekening mee houdt dat alle begin moeilijk is. De belangrijkste activiteiten van het fonds zijn geweest dat er is geïnvesteerd in fondsen. Bedrijven komen niet aan de bak en daarvoor was die instelling toch eigenlijk bedoeld. Niet zozeer voor grotere bedrijven, want die komen toch wel aan de bak en die kennen internationaal en nationaal de weg wel, maar met name voor het mkb. Kortom, het is een fund of funds waarvan er al zovele bestaan. Uit een recent onderzoek van de KPMG blijkt dat de risicokapitaalmarkt in de afgelopen twee jaar drastisch is gewijzigd. Er zou geen tekort zijn aan funding, behalve voor een kleine groep jonge bedrijven, die in de startfase hoge kosten maken zonder directe omzet. Kortom, deze groep wordt onvoldoende bediend. Met uitzondering van deze laatste groep zou eerder sprake zijn van een verdringingseffect. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn van overheidsinitiatieven. Volgens het onderzoek zou de overheid in een volwassen geworden markt meer moeten inzetten op fiscale facilitering. Graag een reflectie en nadere informatie.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik hoor dit met veel genoegen aan, want dit is exact waar onze fractie voor heeft gewaarschuwd in het uitgebreide debat over Invest-NL dat wij toen hebben aangevraagd. Precies dit hebben we voorspeld. Er zal heel veel overhead worden gecreëerd. We hebben het trackrecord van de CEO, Wouter Bos, toen uitgebreid aan de orde gesteld. Het doet me deugd dat de heer Van Ballekom en de VVD-fractie voortschrijdend inzicht hebben en gezien hebben dat we dit bij het juiste eind hadden. Het heeft helaas nog desastreuzer uitgepakt dan we toen al dachten. Het doet me deugd dat de heer Van Ballekom dit nu ook inziet. Ik hoop dat dat hem ertoe beweegt om nog een keer extra goed na te denken voordat de VVD-fractie instemt met dit déjà vu van Invest-NL.

De voorzitter:

Dank voor uw vraag. De heer Van Ballekom vervolgt zijn betoog.

De heer Van Ballekom (VVD):

Dit is geen vraag, voorzitter. Ik weet dat, als wij naar de heer Otten hadden geluisterd aan het begin van zijn termijn in de Eerste Kamer, Nederland een nog welvarender land zou zijn geweest dan zonder zijn bijdrage. Maar oké, voortschrijdend inzicht. Ik houd het in mijn achterhoofd.

Nu naar Invest International. Ik heb de geschiedenis nu gehad. De regering heeft gekozen voor het opzetten van een aparte organisatie, met name omdat er weinig synergie zou bestaan tussen de nationale en internationale activiteiten, en omdat, wanneer de internationale activiteiten ondergebracht zouden worden bij de FMO, deze organisatie focus zou verliezen en er ingewikkelde governance issues zouden ontstaan. Dat blijkt uit de beantwoording van de eerder gestelde vragen.

Persoonlijke ervaring leert dat getwijfeld kan worden over het ontbreken van synergie tussen nationale en internationale projecten. Projectfinanciering verschilt niet dramatisch. Projecten dienen te worden beoordeeld op hun financiële en economische haalbaarheid, waar ze ook plaatsvinden, binnen of buiten Nederland. Sterker nog, ervaringen in Nederland kunnen van nut zijn voor projecten elders, en omgekeerd. Het wiel hoeft maar één keer te worden uitgevonden. Alleen het wegdek verschilt soms van kwaliteit, maar dat is al in België het geval. Aanvullend kunnen de noodzakelijke onderdelen die met projectfinanciering samenhangen, zoals risicoanalyses en compliance issues, met succes centraal worden aangestuurd, om nog maar niet te spreken over personeels- en IT-zaken.

Een andere oplossing zou kunnen zijn om de FMO in te zetten. Maar, zo stelt de regering: de FMO zou focus verliezen bij een mogelijke taakverbreding. Deze bewering wordt in de visie van de VVD onvoldoende onderbouwd. De FMO richt zich voornamelijk op de verbetering van de investeringsinfrastructuur in derde, minder ontwikkelde landen. Invest International zou zich moeten richten op de Nederlandse bedrijven die in die landen zouden willen investeren. Een meer ideale synergie kan ik mij niet voorstellen. Een instantie die zowel verstand heeft van de projectfinanciering als ook van het investeringsklimaat in het land waar de investeringen moeten worden gerealiseerd en het klimaat moet worden verbeterd. Perfecte synergie, zou ik zeggen, maar de minister is het daar kennelijk niet mee eens. Ik zou daar graag een nadere toelichting op willen.

Bovendien wordt, omdat de bedrijvenportefeuille van de FMO wordt overgeheveld naar Invest International, aangegeven dat de FMO op dit terrein reeds actief is. De vraag is of de FMO zelf heeft aangegeven om van deze portefeuille verlost te raken. Ik zou dat, mocht dat zo zijn, een bijzonder onverstandig verzoek vinden. Indien een aangepast mandaat noodzakelijk zou zijn, is dit gemakkelijker te organiseren dan het opzetten van een nieuwe organisatie met daaronder drie eigenstandig opererende eenheden in bv-vorm: eentje voor de investeringsfunctie, eentje voor de ontwikkelingsfunctie en eentje voor de regelingenfunctie. Zelfs de governance issues waarvoor de Raad van State aandacht heeft gevraagd, lijken niet veel ingewikkelder tegen de achtergrond van het gegeven dat Invest International met tal van organisaties samenwerkingsovereenkomsten dient uit te werken. Sterker nog, ze lijken gewoon eenvoudiger.

Ik noem drie bijkomende voordelen van het onderbrengen van internationale activiteiten ten behoeve van het Nederlandse bedrijfsleven bij FMO. Het geeft de organisatie een nieuwe impuls, een nieuwe dynamiek. Ik denk eerlijkheidshalve dat de organisatie daar behoefte aan heeft. FMO is een bancaire instelling. Dat heeft zo z'n voordelen, ook ten opzichte van anderen in de markt. Dat geeft een bepaalde leverage en eenzelfde taalgebruik, waardoor de samenwerking gemakkelijker is. En de commerciële banken blijven via FMO betrokken. Zij kennen het bedrijfsleven, en ook het Nederlandse bedrijfsleven. Via FMO kunnen ze klanten wellicht beter bedienen.

Invest International zou verantwoordelijk worden voor het wegzetten van 833 miljoen euro en anderhalf miljard aan regelingen. Er wordt bij mijn weten door de regering geen direct verband gelegd. Minister, corrigeert u mij wanneer ik mij vergis.

Op het eerste oog lijkt het mij vrij genereus om 800 miljoen aan investeringen te koppelen aan 1,5 miljard euro aan subsidies. De 1,5 miljard aan regelingen is het totale bedrag, neem ik aan. Het realiseren van een investeringsimpuls van 800 miljoen is in elk geval meerjarig. Echter, als er zo veel subsidie nodig is om een project van de grond te tillen, is er niet alleen iets mis met de economische en financiële haalbaarheid van dat project. Nog veel vervelender voor een publieke instelling is dan dat het vraagstuk van marktverstoring zich aandient. Want een subsidie mag niet anders zijn dan het beschikbaar stellen van een zo klein mogelijk bedrag, veelal voor technische en haalbaarheidsstudies om het project bij evident marktfalen toch te kunnen realiseren. Zou de minister nader kunnen ingaan op deze koppeling van taken?

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Meneer Van Ballekom heeft het over het feit dat de commerciële banken dicht bij FMO zitten. De commerciële banken blijven zo betrokken. Dat ziet hij als een voordeel, want de commerciële banken kennen de weg. Maar dan hebben ze toch die hele optuiging van Invest International niet nodig? Ze hebben FMO toch niet nodig als ze gewoon zelf de weg al weten? Een grote bank als ING investeert zelf toch ook al in Afrika, bijvoorbeeld?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ja, maar er zijn weinig commerciële instellingen of internationale financiële instellingen die voor honderd procent in één project gaan zitten. Dat is allemaal een kwestie van risicoverdeling. Meestal is er een financieel consortium. Een financieel consortium krijgt meer kracht wanneer bijvoorbeeld FMO, EBRD of de Wereldbank deelneemt aan een dergelijk project. Dan is de commerciële sector eerder geneigd om ook in te stappen. Dat is een voordeel daarvan. Dat neemt niet weg dat het natuurlijk nooit de bedoeling kan zijn dat een publieke bank met publieke middelen onder de prijs van een commerciële bank gaat zitten. Dat moet aanvullend zijn. Vandaar ook mijn vraag aan de minister: in hoeverre is de 1,5 miljard gerelateerd aan de 800 miljoen? Als je erg veel subsidies nodig hebt, is er namelijk gewoon iets mis met het project.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Die laatste zin vind ik prima. Dat is een heel goede opmerking: als er zoveel subsidies zijn, is er gewoon iets fout met het project. Dan moet je je afvragen of je dat wel wilt gaan doen. U weidt heel erg uit op mijn vraag. Dat waardeer ik. Het punt blijft: als een bedrijf bij ING komt binnenlopen omdat het een lening wil en ING ziet daar brood in, dan verstrekt het die lening gewoon. Dan is het toch ook pas interessant?

De heer Van Ballekom (VVD):

Dan hebt u me toch niet helemaal goed begrepen. Ik heb gezegd dat bij evident marktfalen zulk soort instellingen belangrijk zijn. Bij evident marktfalen zal de ING niet snel in zo'n bedrijf stappen, of zo'n project financieren. Dat doen ze alleen maar als ze een deel van het risico kunnen … Ik bedoel niet "afwentelen", want dat is een beetje een negatief woord. Maar wel als ze het risico kunnen delen met een instelling als FMO, de Wereldbank, IFC of whatever have you. Ik wil natuurlijk niet altijd de EBRD noemen, dat begrijpt u.

De voorzitter:

Faber, tot slot.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

U noemt het geval van Invest International, en het voorbeeld van marktfalen, waarbij het makkelijker is om een partner te vinden om de pijn mee te delen. Maar nu is het in feite zo dat de belastingbetaler garant staat. Dat is eigenlijk het onderpand.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ja. Daarom geef ik de minister in overweging om een afweging te maken. FMO wordt niet gefinancierd met belastinggeld. FMO financiert zich op de kapitaalmarkt. Dat is toch heel iets anders. Dat sluit ook beter aan bij de manier waarop andere IFI's opereren; dat sluit ook aan bij instellingen zoals KfW. Dus in die zin heb ik de minister die vraag gesteld. Ik wacht het antwoord af. Wanneer zal dat zijn? In juli?

De voorzitter:

In de eerste termijn van de regering.

De heer Van Ballekom (VVD):

Maar die wordt niet vandaag afgerond, denk ik. Ik wil nog een aanvullende vraag stellen. Maar ik zie dat mevrouw Faber eerst een aanvullende vraag heeft.

De voorzitter:

Mevrouw Faber. Tot slot.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Voorzitter, dank u wel voor de coulance. Invest International gaat ook additioneel werken aan FMO. Dus daar komt wel zeker niet alleen commercieel geld of privaat geld om de hoek kijken, maar ook gewoon publiek geld. Toch?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ja, vandaar dat ik die vraag aan de minister stelde, omdat ik daar toch een beetje mijn bedenkingen bij heb. Maar die kan ze vast wegnemen.

De voorzitter:

Ik heb het idee dat u het eens bent. Meneer Van Ballekom.

De heer Van Ballekom (VVD):

Aanvullend zou ik nog een vraag willen stellen. Gezien de aandeelhoudersstructuur van de bv, heeft het particuliere bedrijfsleven indirect zeggenschap over de besteding van het subsidiegeld, als dat overgeheveld wordt. FMO is immers voor 49% aandeelhouder van Invest International. En, last but not least, dat de investeerder en de subsidieverlener onder één dak huizen, vind ik een discutabele constructie, uit oogpunt van belangenverstrengeling en potentiële conflicts of interest. Het is de kat op het spek binden, volgens mij. Dat kan tot vervelende consequenties leiden die moeilijk te verantwoorden zijn. Ook hier graag, ondanks de separate regelingen in bv-vorm, een reactie van de regering.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Het is een interessant betoog van de heer Van Ballekom, maar ik probeer toch een beetje de portee van zijn bijdrage en de betekenis van zijn vragen te proeven. Begrijp ik de heer Van Ballekom nu goed dat hij eigenlijk aan de minister vraagt: zou het niet een beter alternatief zijn geweest om niet een nieuw vehikel op te richten, namelijk Invest International, maar om het bestaande FMO wat uit te breiden, door het FMO een groter of ander mandaat te geven? Is dat de vraag die de heer van Ballekom stelt?

De heer Van Ballekom (VVD):

Voorzitter, ik zal mijn collega direct bedienen als ik mag doorgaan met mijn exposé. Ik kom nu net aan het punt waarop ik schets wat ik wellicht een betere oplossing zou vinden. En dan hebt u direct een antwoord op uw vraag.

Voorzitter. Na zo veel bedenkingen zult u zich afvragen: hoe moet het dan anders geregeld worden? Laat ik u een schets geven, meneer van Apeldoorn, maar ook meneer de minister en mevrouw de minister. Zou het niet logisch zijn dat RVO, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, verder uitgebouwd wordt tot hét aanspreekpunt van het Nederlands bedrijfsleven? De dienst die met kennis van zaken doorverwijst naar de instantie waar een bedrijf zich het beste toe kan richten: Invest-NL voor een Nederlandse investering, FMO voor een project in het buitenland, Atradius wanneer er verzekeringsaspecten aan de orde zijn. De Rijksdienst kan het desbetreffende bedrijf ook doorverwijzen naar internationale financiële instellingen en fondsen. De Rijksdienst kan ook regelingen uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de minister, waardoor het governanceprobleem eveneens is opgelost. En de dienst kan zijn kennis van zaken verder uitbouwen, zodat ook duidelijk is welke internationale regelingen het project vlot zouden kunnen trekken.

Een bijkomend voordeel is dat RVO ook de koppeling kan bewerkstelligen met het uitgebreide netwerk van Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland. In deze opzet kan Invest-NL zich volledig concentreren op de Nederlandse markt — wat kennelijk een achterliggende gedachte is — en FMO, al dan niet met een enigszins aangepast mandaat, op de markt in derde landen. In deze opzet blijft ook het parlement controle houden over de besteding van de subsidies, direct of indirect, via het budgetrecht. Dat vind ik een voordeel, maar misschien is de regering een andere mening toegedaan. Ik had hierop graag een reflectie.

Een andere mogelijkheid zou zijn om NL-Invest en NL-International te combineren, zoals dat in eerste instantie de bedoeling was. Ik denk dat de heer Bos nog wel wat extra klanten kan gebruiken in dat opzicht. Zoals ik al eerder schetste: projectfinanciering in het buitenland of projectfinanciering in Nederland verschilt niet zo vreselijk veel.

Bent u voldoende bediend, meneer Van Apeldoorn?

De voorzitter:

Meneer Van Apeldoorn, er is een vraag voor u van meneer Van Ballekom.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik dacht: ik wacht even tot het einde van zijn betoog. Maar nogmaals, hij stelt allerlei interessante vragen aan beide ministers. Hij stelt ook alternatieven voor en vraagt: zouden dat geen goede alternatieven kunnen zijn? Maar die alternatieven liggen nu niet voor. De heer Van Ballekom zegt dan: misschien zien de ministers dat anders. Ik moet de beantwoording afwachten, die op een andere datum zal plaatsvinden, maar ik durf wel te voorspellen dat de ministers het anders zullen zien en dat zij het voorliggende wetsvoorstel zullen verdedigen. Ik vraag me af hoe de heer Ballekom dat dan weegt. Zegt hij eigenlijk dat hij liever een ander wetsvoorstel had gezien?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik heb een alternatief geschetst. En zoals de heer Otten al heeft aangegeven, profiteert de VVD-fractie altijd van voortschrijdend inzicht. Het zou goed kunnen zijn dat de ministers mijn fractie nog op andere gedachten kunnen brengen. Maar ik heb een schets gegeven van een organisatie die volgens mij minder governance-issues met zich meebrengt en efficiënter kan zijn dan in het voorstel dat nu voorligt.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Dan ben ik benieuwd naar het vervolg van dit debat en de eventuele tweede termijn van de VVD-fractie.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik ook.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Daar zijn we allemaal benieuwd naar. Als u het mij toestaat, voorzitter, wil ik nog even terugkomen op een eerder punt dat de heer Van Ballekom maakte, of eigenlijk de lessen die hij probeerde te trekken van Invest-NL. In verband met de alternatieven die de heer Van Ballekom voorstelt, vind ik dat toch ook wel interessant. Wat ik niet zo goed heb gehoord in het betoog van de heer Van Ballekom, is waar het nu aan ligt dat Invest-NL — althans tot nu toe, want we moeten dat nog afwachten — nog niet zo'n doorslaand succes is geweest. Heeft dat niet ook te maken met het feit dat Invest-NL enerzijds additioneel aan de markt moet opereren en dus moet oppikken wat de markt laat liggen — ik kom daar later in mijn eigen betoog nog op terug — en anderzijds op zoek is naar een marktconform rendement? Is dat niet ook dezelfde opzet als die zou gelden voor Invest International? Hoe kijkt de heer Van Ballekom, of de VVD-fractie, daartegen aan?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik vind dat je een normaal rendement moet maken, zeker bij publieke instellingen. Want als je geen normaal rendement maakt en erg veel goedkoper in de markt gaat zitten, ga je verdringen en als een publieke instelling mag je nooit de private sector verdringen. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat je marktconforme prijzen hanteert, maar wel wat meer risico neemt om zodoende de particuliere sector over de streep te trekken. Waarom het tot nu toe wat tegenvallend is, zou ik niet weten. Het kan natuurlijk zo zijn dat wij zo veel toeters en bellen hebben gehangen aan wat de heer Bos wel en niet mag, dat het voor hem ook moeilijk is om in een markt te opereren. Maar we kunnen later nog bediscussiëren of dat zo is.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik hoor buitengewoon lucide ideeën van de heer Van Ballekom over een alternatieve structuur. U vergeleek het net met EBRD, KfW, EIB, et cetera, die zelfstandig in de kapitaalmarkt opereren. FMO doet dat volgens mij ook. Mijn vraag aan de heer Van Ballekom is of het in dat licht bezien niet veel transparanter en praktischer is om, als je zoiets wilt doen, dat via bestaande partijen die in de kapitaalmarkt opereren te doen, dan kan de markt dat ook adequaat prijzen.

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat heb ik al gezegd. Een bijkomend voordeel is dat wanneer je het via FMO doet, je leverage hebt op de kapitaalmarkt. Dat heb je niet met een fonds. Die vraag is impliciet al beantwoord. Dat heeft niets met voortschrijdend inzicht te maken, maar gewoon met luisteren naar een betoog.

De voorzitter:

Mevrouw Moonen van het CDA, en vooral van D66, heeft een vraag.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik zit met interesse te luisteren naar het betoog van de heer Van Ballekom. Ik vroeg me af of de heer Van Ballekom op de hoogte is van het feit dat dit kabinet, de regering, reeds uitvoerig heeft gekeken naar een aantal van de alternatieven die hij noemt. Zo hebben de minister van Financiën, de minister van Economische Zaken en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet gekeken naar de optie om de internationale tak onder te brengen bij Invest-NL. Bent u daarvan op de hoogte? Kent u ook de conclusies die zij toen vonden, bijvoorbeeld wat dat zou betekenen voor de governance?

De heer Van Ballekom (VVD):

Daar ben ik van op de hoogte, ja. Zoals ik gezegd heb, kent dit dossier een hele lange geschiedenis. Destijds — ik zat toen nog in een andere functie — werd gezegd: we gaan alles combineren. Toen heb ik voorspeld dat er uiteindelijk één organisatie bij zou komen en dat er niets gecombineerd zou worden. Dat zei de heer Kamp ook. Maar ik had het niet juist, want het uiteindelijke resultaat is dat er niet één, maar twee organisaties bij komen. Ik vind dat een vervelende versnippering met heel veel governance problemen. Invest-NL en Invest International zouden vanuit een projectfinancieringsoogpunt makkelijk in één organisatie kunnen worden ondergebracht.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik noem het, omdat die opties juist heel laag scoorden op governance. Die zouden juist tot ingewikkelde governance leiden. Omdat de overlap tussen nationale en internationale investeringen laag zijn, zou het tot weinig synergie leiden. Juist deze opties hebben ertoe geleid dat de regering in 2018 heeft gezegd: laten we Invest-NL apart oprichten van Invest International.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik heb vaker met dit bijltje gehakt. Zoals ik al heb gezegd, verschilt projectfinanciering niet zo vreselijk veel, waar het project dan ook is. In de vorm van een grap heb ik gezegd dat alleen het wegdek verschilt, maar het project zelf niet. Het is zelfs zo dat mensen die jarenlang projectfinanciering in Nederland doen en die dat later in Rusland of in Sub-Sahara Afrika doen, de ervaring die zij hier hebben opgedaan kunnen meenemen. Het is een perfecte synergie. En dat is nu niet het geval. Als je beide organisaties losstaand hebt, heb je niet alleen een enorme overhead, maar ook niet het voordeel dat je ervaring kunt uitwisselen tussen het een en het ander. Ik geloof niet dat er geen synergie is.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik zal het daar straks in mijn eigen betoog nog over hebben.

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat is heel mooi, mevrouw. Ik zal met belangstelling luisteren.

Voorzitter, vreest u niet. Ik heb gezien dat de tijd gewoon doorliep. Ik zit nog niet helemaal aan het eind, maar ik kom met de schets die ik net heb voorgelezen bijna aan het eind van mijn betoog. Óf we moeten FMO en RVO op een andere manier organiseren, óf we moeten fuseren met NL-Invest.

Ik ben nog niet — dat heb ik uitdrukkelijk niet gedaan — ingegaan op het gebezigd argument dat er één instantie zou moeten komen ten behoeve van het Nederlands bedrijfsleven om ook de concurrentieslag te kunnen aangaan met state owned enterprises. In minder diplomatieke woorden betekent dat dat, als we niet uitkijken, China Afrika overneemt. Dat is een totaal andere discussie, met een breed scala aan aspecten en erg veel persoonlijke ervaringen, kan ik u verzekeren. Ik ga er nu niet op in, want dat voert volgens mij veel te ver in dit debat. Maar één ding is zeker: een fonds van de omvang van Invest International zal het verschil in dit opzicht niet maken.

Een Nederlands fonds zal bovendien te maken hebben met nationale en Europese regelgeving, ook op het terrein van staatssteun. Die regelgeving is heel wat stringenter dan de Chinese gebruiken en gewoonten, om het maar eufemistisch uit te drukken. Daar kun je niet op concurreren. Dan kun je alleen maar concurreren op kwaliteit en niet op subsidies.

Voorzitter. De VVD-fractie ziet belangstelling uit naar de beantwoording van de vragen en de reflectie op de gedane suggesties.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Van Ballekom. Dan geef ik graag het woord aan de heer Crone namens de Partij van de Arbeid. O, mevrouw Moonen nog.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik heb tot slot nog één vraag aan de heer Van Ballekom. Ik dacht dat de VVD ook altijd voor het bedrijfsleven staat. Ik vroeg me af hoe u aankijkt tegen al die brieven die we ontvangen van de FME, van MKB Nederland en van de Vereniging van Waterbouwers, die de regering vragen om zo snel mogelijk met dit Invest International te komen, omdat het voor hen business is. Hoe kijkt u tegen dergelijke oproepen aan?

De heer Van Ballekom (VVD):

Mijn telefoon ligt niet voor niets aan de oplader die ik van de heer Otten heb geleend, want ik denk dat ik wel tien telefoontjes per dag heb gehad. Maar ik heb daar nog geen extra argumenten uit opgediept, anders dan wat ik gezegd heb. Ja, we moeten met China concurreren. Hoe ik daarover denk, heb ik u net verteld. Dat gaat moeilijk lukken, omdat onze regelgeving gelukkig wat stringenter is dan aan de overkant. Wanneer je FMO een ander mandaat geeft, een meer bedrijfsgericht mandaat, en dat combineert met de kennis die FMO heeft van het investeringsklimaat in de landen waar ze in investeren, denk ik dat je een perfect aanspreekpunt hebt voor de bedrijven die zoeken naar een investering in het buitenland.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van Ballekom (VVD):

Moet ik nog even blijven staan voor het geval iemand zich aanmeldt?

De voorzitter:

Nou, dan wordt het lastig om schoon te maken, dus ik verzoek u toch om u uit de voeten te maken. Dan ga ik het woord geven aan de heer Crone namens de Partij van de Arbeid. Ondertussen bied ik mijn excuses aan. Ik heb een verkeerde trend gezet vandaag. Ik heb het zelf gehad over de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Die heb ik zelfs welkom geheten. In mijn navolging hebben ook andere Kamerleden het over die minister gehad. Die heeft ook het wetsvoorstel ondertekend, maar die minister bestaat inmiddels niet meer. We hebben nu de minister van Buitenlandse Zaken, die ik dus mijn excuses aanbied voor deze foutieve aanspreekvorm. Dan is nu het woord aan de heer Crone namens de Partij van de Arbeid.