Toezegging Informatie gasopslag (35.788) (T03436)
De minister van Algemene Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Otten (Fractie-Otten), toe om aan de minister voor Klimaat en Energie te vragen om in een volgende voortgangsrapportage op het gebied van klimaat en energie, in te gaan op de gasopslag, waaronder de gasopslag Bergermeer.
| Nummer | T03436 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 15 februari 2022 |
| Deadline | 1 januari 2023 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister voor Klimaat en Energie |
| Kamerleden | Mr.drs. H. Otten (Fractie-Otten) |
| Commissie | commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | energievoorziening gasopslag gasrotondestrategie leveringszekerheid |
| Kamerstukken | Kabinetsformatie 2021 (35.788) |
Handelingen I 2021/22, nr. 17, item 7 – blz. 41
De heer Otten (Fractie-Otten):
Ik heb een vraag over de gasopslag. Ik hoorde de minister-president daarover spreken. Nederland heeft een aantal jaren geleden voor 10 miljard een gasrotonde aangelegd. Dat is momenteel op een alltime-lowniveau gevuld, namelijk slechts 20% of iets dergelijks. Daarbij is het ook nog zo dat het meeste gas dat daar wél in zit, zogenaamd kussengas is, dat nodig is om de druk op peil te houden. Dat is eigendom van Gazprom. Als het dus nu koud zou worden, dan zitten we met een heel groot probleem, zeker ook gezien de huidige leveranciersproblemen met de gasprijs et cetera. Dus waarom is er op dit moment, midden in de winter, zo’n absurd lage gasopslag in die 10 of 12 miljard kostende gasrotonde? Dat is toch heel apart? En het is ook nog eens eigendom van de Russen.
Minister Rutte:
Ik geloof dat dit iets te eenzijdig is. Deze vraag heeft de heer Otten niet in de eerste termijn gesteld. Ik weet veel, maar ik kan dit nu niet precies uit mijn hoofd freestylen. Ik kom er dus even op terug in de tweede termijn. Of ik moet het ambtelijk al in de eerste termijn aangereikt krijgen. Dan kan ik het eerder doen. Maar ik kom er even op terug.
Handelingen I 2021/22, nr. 17, item 7 - blz. 73-75
Minister Rutte:
Dan de gasrotonde. Dat gaat over de gasopslag Bergermeer, die eigendom is van TAQA en die wordt gevuld door Gaz-prom. In hoeverre die gevuld wordt, is aan TAQA en Gaz-prom. Gazprom heeft dat dit jaar niet gedaan, zowel niet in Nederland als niet in vergelijkbare opslagen in Duitsland en Oostenrijk.
De heer Otten (Fractie-Otten):
Ja, nog even over die gasrotonde. Voor hoeveel procent is die nu gevuld? Het idee was namelijk dat wij heel veel gingen investeren in ondergrondse opslag voor situaties waarin er een tekort aan gas zou zijn. Ik begrijp dat die nu voor 20% gevuld is en dat je een gedeelte van dat gas niet kunt gebruiken, omdat dat nodig is om de druk erop te houden. Voor hoeveel procent is die gasrotonde gevuld en hoeveel procent daarvan is kussengas om de druk in het systeem te houden? En is dat allemaal eigendom van Gaz-prom? Dat waren de vragen
Minister Rutte:
Dit gaat het debat over het coalitieakkoord ver te buiten. Ik heb dit nu uit het systeem kunnen persen, met al het kussengas erin, maar meer heb ik echt niet. Laten we dat nou maar gewoon bespreken bij de debatten over Klimaat en Energie. Ik kan dat echt niet uit het systeem halen.
De heer Otten (Fractie-Otten):
Ik vind het zorgelijk dat het kabinet blijkbaar geen prioriteit geeft aan dit soort belangrijke, strategische energievoorzieningen. Ik wil toch graag opgemerkt hebben dat ...
Minister Rutte:
Bergermeer is Gazprombezit. Dit gaat niet over de andere gasopslagen, zoals Norg. De gasrotonde raakt aan Bergermeer. Dat is eigendom van TAQA. Dat wordt gevuld door Gazprom. Het is ook aan hen of ze daar gas in stoppen of niet. Dat doen ze op dit moment ook in Duitsland en Oostenrijk. Dat staat even los van andere gasopslagen.
De heer Otten (Fractie-Otten):
Nee. Het hele idee was dat die gasrotonde, die ook via Groningen et cetera loopt — het is een rotonde, een cirkel door heel Nederland — was bedoeld om de energievoorziening te securen voor gevallen zoals we nu hebben met Rusland en noem maar op. Ik zou het kabinet dus toch willen vragen om hier meer aandacht aan te geven, want dit is echt van groot strategisch belang voor onze economie en onze energievoorziening.
[…]
Minister Rutte:
Dat is het niet. Dit is Bergermeer. Dit gaat niet over…
De heer Otten (Fractie-Otten):
Ik heb het over de hele gas…
Minister Rutte:
Ja, maar dat is wat anders. Die vraag is niet gesteld. Laten we dat nou even gewoon ... Ik zal aan de minister voor Klimaat en Energie vragen om het mee te nemen als hij weer met een update komt. We hebben er de ambtenaren niet meer voor om allemaal aparte brieven te sturen. Laten we dat nou niet doen. Dat kost ontzettend veel tijd: dan zijn drie ambtenaren twee dagen lang bezig om een brief te sturen. Maar de minister stuurt toch regelmatig voortgangsrapportages op het gebied van klimaat en energie. Dan vraag ik hem om daarin ook hier inzicht in te geven.
Brondocumenten
-
voortzetting debat naar aanleiding van de regeringsverklaring Verslag EK 2021/2022, nr. 17, item 7
-
18 juni 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
14 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) -
15 februari 2022
toezegging gedaan
Toezegging Analyse prijspad Wet minimum CO2-prijs (35.216) (T03446)
De minister voor Klimaat en Energie zegt de Kamer mede namens de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Ester (ChristenUnie) en Van Apeldoorn (SP), toe om de Kamer te informeren over de analyse van het prijspad in de Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking en de eventuele noodzaak tot aanpassingen in de wetsvoorstellen die dan voor de industrie worden gemaakt.
| Nummer | T03446 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 8 maart 2022 |
| Deadline | 1 januari 2023 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister voor Klimaat en Energie Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst |
| Kamerleden | prof. dr. E.B. van Apeldoorn (SP) Dr. P. Ester (ChristenUnie) |
| Commissie | commissie voor Financiën (FIN) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | CO2 CO2-emissie klimaat |
| Kamerstukken | Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking (35.216) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 20, item 3, blz. 6 - 8.
De heer Ester (ChristenUnie):
[…] De ChristenUniefractie ziet spanning tussen de forse klimaatambities van dit kabinet en de toch wat schamele minimum-CO2-prijs die de elektriciteitssector in dit wetsvoorstel wordt opgelegd. Herkennen de bewindslieden die spanningsverhouding? Hoe wegen zij het feit dat het PBL, het planbureau, geen direct reductie-effect toekent aan het voorgestelde prijspad en weinig heil verwacht van de beoogde doelstelling? De klimaatschade door de sector, zo concludeert het planbureau, is groter dan de huidige CO2-prijs.
[…] Voorzitter, ik rond af. Met het introduceren van een minimumheffing op CO2-emissies door elektriciteitsbedrijven wordt er een nieuwe stap gezet in de verduurzaming van de sector. Dat is op zich uitstekend. Het is evenwel een minimale heffing, een klein stapje, een deukje in een groot pak boter, om het eens huiselijk te zeggen. Het is mijn overtuiging dat de heffing door de elektriciteitssector niet ervaren zal worden als een sterke prikkel die verleidt tot snelle extra investeringen in duurzaamheid en CO2-reductie. Het is een heffing die weinig marktconform is, gelet op de huidige bedragen voor emissierechten. Het wetsvoorstel — ik zeg het maar even klip-en-klaar — lijkt mij simpelweg gebaseerd op verouderde prijzen. Is het niet verstandig, zo vragen de leden van mijn fractie, om nog eens kritisch te kijken naar de hoogte en beoogde impact van de voorgestelde heffing? In ieder geval zal dat onderdeel moeten zijn van de voorziene evaluatie over drie jaar. Kunnen de bewindslieden dit verzoek honoreren? Is het niet raadzaam om de hoogte van de heffing te laten meebewegen, te laten meeademen, met de hoogte van de vigerende ETS-prijzen? Het is wijs beleid om ook dit onderdeel te laten zijn van de beoogde evaluatie. De leden horen graag wat de evaluatiecriteria gaan worden, mede in het licht van het amendement-Grinwis c.s. in de Tweede Kamer.
[…]
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ik ga nog even door op de deuk in het pak boter en de vragen van collega Vendrik om iets helderder te krijgen wat de collega van de ChristenUnie nu precies voorstelt, ook naar aanleiding van wat net gewisseld is. Europa is de hoofdroute. We kunnen misschien, al dan niet, aansluiten bij Duitsland. Maar dat is in ieder geval duidelijk. Er ligt nu een wetsvoorstel. Daarin staat een prijspad. Dat ligt ver onder het huidige en ook het verwachte niveau van de emissierechten in Europa. Dat is helder. De heer Ester zegt dat dat eigenlijk te laag ligt. Hij vraagt de regering eigenlijk om dat nog eens te heroverwegen, om daar nog eens goed naar te kijken. Zo heb ik hem toch goed begrepen?
De heer Ester (ChristenUnie):
Zeker.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Maar de evaluatie is pas over drie jaar. Dan is deze regering alweer uitgeregeerd. Zou dat dan ook niet eerder moeten gebeuren?
De heer Ester (ChristenUnie):
Ja, daar zou ik helemaal niet op tegen zijn, als we beide bewindslieden kunnen verleiden om dat wat eerder te doen. Maar in eerste instantie ben ik nu heel erg geïnteresseerd in het antwoord op de vraag of beide bewindslieden mijn analyse delen. Dat is een beetje ambivalent, want de afgelopen dagen is de ETS-prijs gedaald van €96 naar €60. Dat is dus enorm bewegelijk. Dat moeten we dan ook in dat geheel meewegen, maar we horen zo wel van de bewindslieden wat hun insteek daarbij is. Mijn insteek, dat die heffing te laag is, lijkt mij zonneklaar.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Dat zijn de heer Ester en ik dan in ieder geval zeer met elkaar eens. Ik vraag dit ook omdat er in de Tweede Kamer nog bij amendement is voorgesteld om het prijspad bij ministeriële regeling te kunnen wijzigen. Dat amendement heeft het niet gehaald. Als je het prijspad wilt verhogen — dat is nu veel te laag; dat zegt de heer Ester ook en dat ben ik met hem eens — dan zou je dat dus moeten doen via een wetswijziging. Of in ieder geval wordt daar op basis van het huidige wetsvoorstel pas na drie jaar naar gekeken. Als je het eerder wilt doen, moet je volgens mij een wetswijziging invoeren.
De heer Ester (ChristenUnie):
Uw verhaal is duidelijk en mijn verhaal is duidelijk. Laten we even afwachten wat beide bewindslieden hierover te zeggen hebben. Dan maken wij onze mind op, net zoals u dat zal doen.
Handelingen I 2021-2022, nr. 20, item 6, blz. 10.
Minister Jetten:
De staatssecretaris en ik hebben vandaag velen van u de vraag horen stellen — ik kom zo meteen nog terug op een aantal specifieke vragen — of met de huidige ETS-prijs dit prijspad nog steeds verstandig is. Ik zou mede namens de staatssecretaris willen toezeggen dat we, vooruitlopend op de evaluatie die over drie jaar plaatsvindt, ook nog een extra tussenstap inbouwen. Wij moeten namelijk vanuit het coalitieakkoord ook aan de slag met het uitwerken van de CO2-beprijzing voor de industriesector — een bodemprijs is het daar genoemd, maar het is eigenlijk ook een minimumprijs — en de aanpassing van de marginale CO2-heffing voor de industrie. Dat zijn twee elementen die wij meenemen in de uitwerking van het programma Klimaat en Energie.
Ik zou mede namens de staatssecretaris willen toezeggen dat als wij dit jaar de CO2-beprijzing voor de industrie uitwerken, wij dan ook een nadere analyse maken van het prijspad dat in het voorliggende wetsvoorstel zit. Wij zullen uw Kamer en ook de Tweede Kamer dan informeren over die analyse en de eventuele noodzaak tot aanpassingen meenemen in de wetsvoorstellen die we dan voor de industrie maken. Ik hoop dat ik daarmee recht kan doen aan een aantal zorgen die door uw Kamer zijn geuit.
[…] Wat behelst deze toezegging? Wij gaan vanuit het programma klimaat en energie dus zeer voortvarend aan de slag met alle fiscale vergroeningen die in het coalitieakkoord zijn vastgelegd. Dat gaat niet alleen maar over CO2-beprijzing in de industriesector, maar ook over aanpassingen in de energiebelastingen die betere prikkels voor verduurzaming vastklikken. Wij zijn dus bereid om vooruitlopend op de brede wetsevaluatie specifiek op het prijspad een nadere analyse te maken.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 20, item 6
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 20, item 3
-
30 mei 2023
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
17 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Financiën over (deels) openstaande toezeggingen
Op 30 mei 2023 voor kennisgeving aangenomen door de Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN).
EK, E
-
-
8 maart 2022
toezegging gedaan
Toezegging Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong (35.814) (T03452)
De Minister voor Klimaat en Energie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Faber- Van de Klashorst (PVV), toe om de Kamer binnenkort te informeren middels een uitgebreide duiding van de opgehoogde doelen van Fit for 55, waarbij hij zal toelichten wat de afrekenbaarheid van die doelen is.
| Nummer | T03452 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 24 mei 2022 |
| Deadline | 1 januari 2023 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister voor Klimaat en Energie |
| Kamerleden | M.H.M. Faber-van de Klashorst (PVV) |
| Commissie | commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | garanties van oorsprong hernieuwbare energie Fit for 55 |
| Kamerstukken | Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong (35.814) |
Handelingen I 2021-2022, nr. 29, item 9 - blz. 10
Mevrouw Faber-Van de Klashorst (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dan zal mijn tweede termijn ook korter zijn, want dan hoef ik dit allemaal niet meer op te rakelen. Dat scheelt alweer. Kan de minister de consequenties van het niet-halen nader duiden? Ik vind het ook prima als u dat per brief doet, want ik kan me voorstellen dat u niet alles paraat heeft. Maar als het nu kan, dan is dat ook prima.
Minister Jetten:
Ik ga binnenkort een uitgebreide duiding doen van de opgehoogde doelen van Fit for 55. Misschien is het interessanter als ik in de brieven die ik daarover stuur, toelicht wat de afrekenbaarheid van die doelen is. Het lijkt me interessant om daar met beide Kamers over van gedachten te wisselen.
De voorzitter:
Dat klinkt als een toezegging.
Minister Jetten:
Ja, dat zeg ik dan bij deze toe.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2021/2022, nr. 29, item 9
-
16 januari 2024
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
12 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juni 2023
nieuwe commissie: commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) -
13 juni 2023
commissie vervallen: commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) -
24 mei 2022
toezegging gedaan