Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02781

Toezegging Cijfers stijging levensverwachting (35.223)



De minister van SZW zal de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Rooijen (50PLUS) en Crone (PvdA), de cijfers over de te verwachte stijging van de levensverwachting en de betekenis voor de potentiële beroepsbevolking, toesturen.


Kerngegevens

Nummer T02781
Status voldaan
Datum toezegging 2 juli 2019
Deadline 1 januari 2020
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden Drs. F.J.M. Crone (PvdA)
Drs. M.J. van Rooijen (50PLUS)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen AOW-leeftijd
levensverwachting
Kamerstukken Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd (35.223)


Uit de stukken

Handelingen I 2018-2019, nr. 37, item 10, blz. 10

Minister Koolmees:

Wat hebben we afgesproken met elkaar? In de huidige wet zou in 2021 67 jaar worden bereikt. We hebben met elkaar afgesproken dat het minder snel stijgt, namelijk dat in 2024 de leeftijd van 67 wordt bereikt en vervolgens koppelen we aan de stijging van de levensverwachting. Als we nu kijken naar de verwachte stijging van de levensverwachting — en dat blijft natuurlijk statistiek, of sterker nog: voorspellingen— verwachten we dat het tot 2027 67 blijft en pas daarna stapsgewijs wordt verhoogd. De inschatting is dat we in 2038 68 jaar bereiken. Dat is de verwachting die we nu hebben. Als je nog verder doorkijkt, richting 2060, verwachten we dat we op ongeveer 69 en 6 maanden zitten, maar dat is op basis van de huidige inschatting van de levensverwachting. We hebben de afgelopen jaren gezien dat die bij wijze van spreken door griepgolven tegen kan vallen. Maar mijn vergelijking was breder, namelijk dat in alle landen om ons heen deze discussie wordt gevoerd en dat we juist met dit pensioenakkoord een voorspelbaar pad neerleggen, waar mensen hun gedrag en verwachtingen op kunnen baseren.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Bent u bereid om deze cijfers, die al veel verder gaan dan we op korte termijn dachten, en wat u zei over 68 jaar in 2038, schriftelijk nader toe te lichten op basis van de bestaande levensverwachting? Die kennis heeft u en ik vind het fijn als we die kunnen delen.

Minister Koolmees:

Die cijfers staan volgens mij al op de website van de SVB of van het ministerie van SZW en die kan ik u toesturen. Er wordt geknikt, dus dat klopt. Dat is één.

Handelingen I 2018-2019, nr. 37, item 10, blz. 11

De heer Crone (PvdA):

Mijn vraag, aan u gericht, was om in het tijdpad dat u ons gaat sturen ook te laten zien hoeveel miljard erbij komt als de leeftijd in 2040 niet 69,5 is, maar bijvoorbeeld maar 66 of 65.

Minister Koolmees:

De cijfers over wat dat betekent voor de potentiële beroepsbevolking hebben wij. Die kunnen we meesturen.


Brondocumenten


Historie