T01811

Toezegging Evaluatie financiering SER (33.481)



De minister van SZW zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Ester en Kneppers, toe de financiering van de SER vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf)  twee jaar na invoering te evalueren en daarbij ook de mogelijkheid van financiering uit algemene middelen en alternatieve financieringsvormen te betrekken, mede in relatie tot de kerndoelstelling van de SER. Tevens zal gekeken worden naar de rol en positie van het UWV in het geheel.


Kerngegevens

Nummer T01811
Status voldaan
Datum toezegging 5 november 2013
Deadline 1 januari 2016
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden dr. P. Ester (ChristenUnie)
prof. mr. dr. E.M. Kneppers-Heijnert (VVD)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen Algemeen Werkloosheidsfonds
financiering
Sociaal-Economische Raad
Kamerstukken Financiering van de Sociaal-Economische Raad (33.481)


Uit de stukken

Handelingen I 2013-2014, nr.6-9- blz. 55-57

Minister Asscher:

Ik wil ook niet voorbijgaan aan de reserves van de Kamer bij de voorgestelde, tijdelijke oplossing via het AWf. Met het advies van de Raad van State in gedachten heb ik daarom een horizon- en evaluatiebepaling aangebracht. Die is er expliciet op gericht om te bekijken of op termijn geen andere, betere aanpak mogelijk is. Daarom wordt drie jaar na invoering bezien of het anders zou kunnen en moeten. [...] Mevrouw Kneppers heeft gevraagd welke vragen en gronden bekeken zouden dienen te worden in zo'n evaluatie en op welke manier de AWf-route zou kunnen vervallen. Ik kan mij geheel vinden in de vragen die door de ChristenUnie en D66 zijn voorgesteld. In de evaluatie moeten zowel praktische als meer fundamentele vragen worden gesteld, dus ook wat de bedoelde en onbedoelde effecten zijn van een constructie als deze en of dat spanning oplevert. Wij willen geen papieren tijger. Wij moeten serieus bekijken hoe dit uitpakt, hoe wij aankijken tegen het meer fundamentele, principiële bezwaar tegen het gebruik van het AWf en of er inmiddels zicht is op een beter alternatief.

De heer Ester (ChristenUnie):

Voorzitter. De fracties van de ChristenUnie en D66 danken de minister voor de beantwoording van onze vragen en voor de plezierige wijze van debatteren. Wij zijn tevreden met de toezegging van de minister om de door onze fracties geopperde vragen en criteria mee te nemen in de evaluatie van de SER-financiering via het AWf. Met zijn goeddunken herhaal ik deze nog even om ervoor te zorgen dat wij het over hetzelfde hebben. Het gaat om de volgende evaluatiecriteria: de mate waarin de AWf-constructie leidt tot een toekomstbestendige financiering van de SER, mogelijke disfuncties van deze constructie, een expliciete weging van alternatieve financieringsvormen, de relatie van de financiering van de SER tot de kerndoelstelling van de raad en ook de rol en de positie van het UWV in het geheel. Onze inzet is, zoals gezegd, vooral gericht op het toewerken naar een duurzame en bestendige financiering van de SER. Wij hebben het idee dat met het voorliggende wetsvoorstel en de evaluatiecriteria daarvoor een goede opmaat is gevonden.

Minister Asscher:

Mijn toezegging over de inrichting van de evaluatie staat. Het verslag kan daaraan verder bijdragen.[...] Ik zeg toe dat ik de evaluatie die na drie jaar voorzien is, wat ik door middel van rust voor de SER aantrekkelijk vind, versnel. Dan evalueren we na twee jaar. Ik geef daaraan de kleuring dat wij bij voorkeur uitkomen op een andere financieringsbron. We zitten dan met een situatie die nu niet ideaal is, maar we kunnen dan wel naar hetzelfde streven.

Mevrouw Kneppers-Heijnert (VVD):

Kan de minister ook toezeggen dat financiering uit de algemene middelen een alternatief is dat hij onderzoekt bij die evaluatie?

Minister Asscher:

Ik heb er geen enkel bezwaar tegen om nog eens te overwegen wat alle alternatieven van financiering zijn. Ik heb daar net een korte opsomming van gegeven in de richting van de heer Esser die daar specifiek naar vroeg. Ik ben bereid om mij niet te beperken tot de evaluatie van de financiering uit het AWf maar ook te bekijken wat er naast financiering uit de algemene middelen nog te voorzien is aan alternatieven. Dat doe ik graag. Dat past bij mijn uitspraak dat ik het niet ideaal vind en dat er daarom een evaluatie moet worden gedaan, met een open blik naar de mogelijkheid van iets beters. Dat kan een andere financiering zijn, niet uit een fonds maar uit algemene middelen.


Brondocumenten


Historie