T04195

Toezegging Gesprekken VNG over milieueffectrapportage (34.287 / 29.383 / 34.986)



De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Kluit (GroenLinks-PvdA) en Van Langen-Visbeek (BBB), toe om in gesprek te gaan met gemeenten en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over wanneer een milieueffectrapportage nodig is. Bij deze gesprekken worden ook de omgevingsdiensten betrokken. Daarbij zal mede gekeken worden of het nodig is om de instructies bij gemeenten in dit kader aan te passen en zal er aandacht worden besteed aan de aanwezige personeelstekorten. De informatiebehoefte zal worden afgestemd op de schaal van de gemeente (groot/klein).


Kerngegevens

Nummer T04195
Status openstaand
Datum toezegging 16 juni 2026
Deadline 1 januari 2027
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Kamerleden drs. S.M. Kluit (GroenLinks-PvdA)
drs. A. van Langen-Visbeek (BBB)
Commissie commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO)
Soort activiteit Mondeling overleg
Categorie overig
Onderwerpen gemeenten
milieueffectrapportage
Omgevingsdiensten
Kamerstukken Invoeringswet Omgevingswet (34.986)
Implementatie herziening mer-richtlijn (34.287)
Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu (29.383)


Uit de stukken

Kamerstukken I 2025/2026, 34 287, 29 383 en 34 986, AJ

Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA):

Nog een kleine vraag over dat laatste. Je ziet dat heel veel gemeenten denken dat ze geen MER hoeven te maken voor hun omgevingsplan of omgevingsvisie, maar ondertussen zijn ze via BOPA's wel allerlei maatregelen aan het nemen. Een BOPA is een instrument onder de Omgevingswet. Eigenlijk is het een afwijking van het omgevingsplan. Het zou zomaar kunnen dat een heel aantal van die gemeenten ondertussen MER-plichtig zijn, maar dat zelf niet doorhebben, omdat ze via de zijroutes al zo veel milieukaders ingevuld dan wel bijgesteld hebben. In het debat over de Invoeringswet Omgevingswet heeft de toenmalige minister bevestigd dat er voor kaderstellende plannen wel degelijk een MER gemaakt moet worden. Ik proef zelf bij gemeenten dat ze denken dat het niet nodig is, maar ik vraag daar toch extra aandacht voor, want uiteindelijk kan men dadelijk met al die plannen bij de rechter in grote problemen komen. Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.

(…)

Staatssecretaris Bertram: Ik wil graag toezeggen dat ik dit ook in de gesprekken aan de orde zal stellen om er in ieder geval zeker van te zijn dat als er aan het einde fouten voorkomen kunnen worden — fouten aan het einde is voor alle partijen echt lastig — we die ook zo veel mogelijk weten te voorkomen. Ik zeg u dus toe dat ik dit regelmatig in gesprekken terug zal laten komen. Dank voor het signaal. Ik hoop dat dit zo veel mogelijk voorkomt dat je aan het eind van een traject in de problemen komt, want dat is gewoon zonde.

Kamerstukken I 2025/2026, 34 287, 29 383 en 34 986, AJ

Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):

Dat is altijd het nadeel als je als laatste bent, hè. Veel vragen zijn, in ieder geval gedeeltelijk, al gesteld.

Ik woon in West-Friesland. Om mij heen zie ik veel gemeenten die een omgevingsvisie vaststellen. Een heel bekende gemeente met veel datacenters, Hollands Kroon, heeft ooit een omgevingsvisie vastgesteld met vijf of zes datacenters. Die zeiden toen: een MER is niet nodig. Nou, dan denk ik: poeh! Misschien hebben ze dat inmiddels opgelost, maar ik weet dat dat toen het geval was. Volgens mevrouw Kluit heeft een minister de opmerking gemaakt van "iets wat kaderstellend is". Maar er zijn ook onderdelen, programma's van de omgevingsvisie, die ook kaderstellend zijn. Zijn die dan allemaal MER-plichtig?

Ik denk dat veel gemeenten behoefte hebben aan een soort folder, een uitwerking, een simpel stappenplan: wanneer heb je nu wel en wanneer niet een MER nodig? Iedereen is overtuigd van zijn eigen gelijk in dezen, bestuurders ook. Ik denk dat het gewoon handig is als dat heel duidelijk omschreven is. Misschien is dat nog niet duidelijk. Je hebt immers ook tussen gemeenten discussies hierover. Als het Rijk daaraan tegemoet zou komen, eventueel samen met de VNG — wanneer is er nou een MER nodig? —- dan zou dat handig zijn. Ik hoor graag van de staatssecretaris of daarvoor plannen zijn.

(…)

Kamerstukken I 2025/2026, 34 287, 29 383 en 34 986, AJ

Staatssecretaris Bertram:

(…)

Soms is het ook, en daarmee kom ik vanzelf op de vraag van mevrouw Van Langen, de vraag hoe je dat instrument hanteert. Hoe zorg je ervoor dat je niet aan het eind van de procedure tot de ontdekking moet komen dat je iets over het hoofd hebt gezien of dat partijen denken "jeetjemina, als ik dat had geweten, hadden we deze hele fuzz kunnen voorkomen"? Op zich vind ik het wel een goed idee. Kijk, ik heb allerlei overzichten gezien met stappenplannen waarin je precies ziet wanneer het verplicht is en welke stappen je moet doorlopen als het niet verplicht is. Ik deed net een toezegging. Wij zullen zeker toch nog een keer kijken of er behoefte is aan duidelijker informatie, zodat wij van rijkswege bestuurlijk Nederland zo veel mogelijk ondersteunen in "deze stappen moet je maken". Ik treed natuurlijk niet in de afweging die zij zelf maken, want tenslotte hebben we dat niet voor niks bij het bevoegd gezag neergelegd. Maar ik denk wel dat het verstandig is, zeker nu ik deze signalen heb gekregen, dat ik nog eens even heel goed toets: is nu duidelijk welke stappen je moet zetten, zodat je in ieder geval niet nat kunt gaan op het overslaan of op het "niet goed", op het "niet op tijd" et cetera? Ik beloof u dat ik dat zeker zal doen, want dat zou echt zonde zijn.

Kamerstukken I 2025/2026, 34 287, 29 383 en 34 986, AJ

Mevrouw Kluit (GroenLinks-PvdA): Ik zou nog even een ander onderwerp willen vastpakken, als dat mag, namelijk de MER beoordelingen. In een van de onderzoeken kwam iets naar voren over de uitbreiding van landbouwbedrijven, waarvoor geen MER wordt gedaan, maar een MER-beoordeling. Het was al een paar jaar geleden en ik weet niet meer precies welk onderzoek dat was. Doordat het een MER-beoordeling is, komt het gezondheidsaspect, dat natuurlijk voor de omwonenden vaak een heel groot zorgpunt is, eigenlijk helemaal niet aan bod.

Het gaat mij niet zozeer om het voorbeeld van de landbouwbedrijven, maar om de vraag of jullie ook nog een keer fundamenteel kijken naar wanneer een MER-beoordeling wordt gedaan en wanneer een volwaardige MER wordt gevraagd, en of dat in alle gevallen voldoet aan waar de samenleving behoefte aan heeft. Mijn analyse is namelijk dat heel veel conflicten in het ruimtelijke domein voortkomen uit het feit dat de overheid toch onvoldoende faciliteert dat er informatie gedeeld wordt over vragen zoals welk besluit nemen we nu eigenlijk? Welke belangen zitten daarachter? Hebben we alle belangen meegenomen? Dat was nog mijn vraag over de MER-beoordeling.

Staatssecretaris Bertram: Ik denk dat het, als je naar alle instructies kijkt, in principe duidelijk zou moeten zijn hoe je het moet doen. Ik woon in een kleine gemeente en misschien velen van u ook. Dit is best ingewikkelde materie. Daarom denk ik ook dat het goed is als we nog een keer heel goed het materiaal doorlopen, het nog een keer laten toetsen. Ik doe bij dezen ook die Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. 10 toezegging, zoals ik 'm net al gedaan heb. Ik ga nog een keer alles door laten meten, tussen aanhalingstekens, juist in kleine gemeenten, want daar zie je vaak dat deze plannen op tafel moeten komen en dan geef ik het je eerlijk gezegd soms ook wel te doen om dat allemaal te doorgronden, met het aantal mensen dat je in je gemeente werkzaam hebt.

Ik zal dus met die blik nog een keer vragen om heel goed naar die instructies te kijken en ervoor te zorgen dat het, als het maar enigszins kan, niet stukloopt op het feit dat je die instructie niet goed begrepen hebt of dat die gewoon onduidelijk is of dat er in ieder geval een soort meldpunt is waar je terechtkunt.

(…)

Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):

Wat ook vaak een knelpunt is bij gemeenten en voor al die onderzoeken, is dat de kennis en de capaciteit ontbreekt. Dan is er een inhuurkracht, die zit er twee jaar en dan komt weer de volgende, die het traject overneemt. Dat zie je ook bij omgevingsdiensten. Dus heel veel kennis is er, maar gaat dan weer weg en moet opnieuw worden opgebouwd. Is het Rijk daar ook wel mee bezig, nu we al die instrumenten moeten toepassen om de kennis en capaciteit in die organisaties te versterken? Want dat is ook nodig.

Staatssecretaris Bertram: Ik denk eerlijk gezegd dat mevrouw Van Langen gelijk heeft. Het is gewoon in veel gemeenten, en vooral kleine gemeenten, op alle fronten ingewikkeld, en dus niet alleen hierbij. Je ziet dat het lastig is om voldoende medewerkers te vinden. Dan moet je mensen ook nog zien vast te houden. Dat is volgens mij op alle fronten een probleem. Desalniettemin proberen we natuurlijk juist met alles wat ik net schetste rondom kennis ervoor te zorgen dat die kennis aanwezig is of dat je in ieder geval weet waar je die kennis kunt halen.

In de gesprekken met het bestuur, met de bevoegde gezagen, zal ik in ieder geval nog een keer aandacht vragen voor dit punt, van: is dit nu echt een probleem? Wat doen jullie eraan? Want uiteindelijk zal het toch daar opgelost moeten worden. Ik herken het probleem, want je ziet het natuurlijk op heel veel fronten. Ik zal er in het overleg met de bevoegde gezagen nog een keer heel expliciet naar vragen.


Brondocumenten


Historie

  • 16 juni 2026
    toezegging gedaan