T03091

Toezegging In de evaluatie van de wet meenemen of de retributie of bijzondere voorwaarden voorrang hebben (35.122)



De minister voor Rechtsbescherming zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe dat hij in de evaluatie van de wet zal meenemen of de retributie of bijzondere voorwaarden voorrang hebben.


Kerngegevens

Nummer T03091
Status openstaand
Datum toezegging 16 juni 2020
Deadline 1 juli 2026
Verantwoordelijke(n) Minister voor Rechtsbescherming
Kamerleden Mr. G.V.M. Veldhoen (GroenLinks)
Commissie commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen bijzondere voorwaarden
nabestaanden
retributies
slachtoffers
voorwaardelijke invrijheidstelling
Kamerstukken Wet straffen en beschermen (35.122)


Uit de stukken

Handelingen I 2019-2020, nr. 32, item 2, blz. 15

Mevrouw Veldhoen (GroenLinks): Hierop aansluitend. In de schriftelijke ronde is er gediscussieerd over de vraag of het al dan niet verlenen van vi niet opnieuw als retributie wordt ingezet als daarbij de slachtofferbelangen op een bepaalde wijze zouden worden meegewogen. De minister heeft gezegd dat dat geenszins de bedoeling is en dat de slachtofferbelangen met name een rol zullen spelen bij het opleggen van die bijzondere voorwaarden. Ik vroeg me dus af of in de evaluatie wordt meegenomen of de retributie of die bijzondere voorwaarden voorrang hebben.

Minister Dekker:

Ik zeg dat toe. Er is natuurlijk wel een samenspel tussen de pijler risico's en de pijler slachtoffers. Als het risico op het weer plegen groter is, heeft dat natuurlijk ook impact op het slachtoffer. Daar zit wel iets van een kruisbestuiving in. Maar ik neem dat zeker mee.


Brondocumenten


Historie

  • 16 juni 2020
    toezegging gedaan