T03276

Toezegging Jaarlijkse mer-monitoring na inwerkingtreding Omgevingswet (34.287 / 29.383)



De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Kluit (GroenLinks), toe om in beginsel vanaf het moment dat de Omgevingswet ingaat, jaarlijks de verplichte en niet verplichte milieueffectrapportages op de omgevingsvisies te zullen monitoren om in een later stadium terug te schakelen naar een tweejaarlijkse frequentie. Mogelijkerwijs zal deze monitoring op een eerder moment starten, waarover de minister van I&W de Kamer nog bij brief zal informeren.


Kerngegevens

Nummer T03276
Status openstaand
Datum toezegging 12 oktober 2021
Deadline 1 januari 2023
Verantwoordelijke(n) Minister van Infrastructuur en Waterstaat
Kamerleden Drs. S.M. Kluit (GroenLinks)
Commissie commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO)
Soort activiteit Mondeling overleg
Categorie evaluatie
Onderwerpen milieu-effectrapportage
monitoring
Omgevingswet
Kamerstukken Implementatie herziening mer-richtlijn (34.287)
Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu (29.383)


Uit de stukken

Kamerstukken I 2021-2012, nr. 34287/29383, R, blz. 6

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

[…]

Het tweede punt is dat we keer op keer niet goed meer weten welke overheden milieueffectrapportages maken en voor welke projecten ze dat doen. En worden complexe projecten goed opgepakt middels een MER of een MER-beoordeling? Dit punt werd een beetje aanschouwelijk bij het debat over de Omgevingswet. Daarin bleek dat slechts een handjevol van de verplichte omgevingsvisies, waarvan milieueffectrapportages moeten worden gemaakt, al binnen was, terwijl de verwachting was dat de meeste gemeentes al wel ver op dreef zouden zijn met hun omgevingsvisie. Het zou dus helpen als in beeld werd gebracht, bijvoorbeeld middels een melding, waar milieueffectrapportages worden gemaakt en dat daar ook monitoring op plaatsvindt om te kijken of alle onderdelen die er een plek in moeten vinden, ook goed die plek krijgen.

Er zijn verschillende toezeggingen op gedaan, onder andere specifiek bij de verplichte MER's in de Omgevingswet, plannen en visies. Maar als je doorvraagt wat ermee is gebeurd, krijg je als antwoord: we hebben de informatie op Aan de slag met de Omgevingswet uitgebreid. Maar dat was niet waar het om te doen was. Het was erom te doen dat we echt aan de gemeentes bestuurlijk vragen om voor al deze plannen een milieueffectrapportage te maken.

Mijn vraag is of de minister beter in beeld wil brengen, monitoren, hoe het gaat met die milieueffectrapportages. Worden die gemaakt? Hoe zien ze er dan uit? Wat kunnen we daaruit leren en misschien ook ontwikkelen?

Kamerstukken I 2021-2012, nr. 34287/29383, R, blz. 10

Minister Visser:

[…]

Mede naar aanleiding van het Arcadis-rapport zijn we de afgelopen periode om de tafel gaan zitten met de verschillende partijen, zowel de Commissie m.e.r. als het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar ook de MER-deskundigen bij de provincie, de MER-coördinatoren, om te kijken hoe we op een aantal vlakken die te maken hebben met de kwaliteit, in afwachting van de Omgevingswet de registratie kunnen borgen van zowel MER-plichtig als niet-MER-plichtig. Daarvoor geldt dat er een paar variabelen zijn. Ik zal ze niet allemaal opnoemen. Maar wij denken dat wij daarmee de registratie op een goede manier kunnen uitvoeren en dat we daardoor ook kunnen monitoren. Want monitoring is relevant om vervolgens een oordeel te kunnen vellen.

Ik wil u hierin meenemen, want ik heb dezelfde zorgen als u heeft: je wil dat de kwaliteit geborgd is om niet tweejaarlijks maar vanaf het begin, als de Omgevingswet ingaat, gewoon jaarlijks die monitoring te kunnen doen. Zo kun je de vinger aan de pols houden. Niet tweejaarlijks, want ik denk dat juist omdat de Omgevingswet volgend jaar ingaat, het goed is om vanaf het begin te monitoren, dus al het eerste jaar.

Mevrouw Klip, mevrouw Moonen en de heer Van Pareren vroegen hoe je ervoor zorgt dat partijen van elkaar leren en dat gemeenten en provincies, bevoegd gezagen, niet opnieuw het wiel uitvinden. Ik denk dat als we de monitoring in het begin jaarlijks doen, we een instrument in handen hebben om het gesprek aan te gaan. Op een gegeven moment moeten we dan kijken of het terug kan naar tweejaarlijks.

Kamerstukken I 2021-2012, nr. 34287/29383, blz. 15

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

[…]

Dank ook voor de toezegging om een jaarlijkse registratiemonitor op te zetten. Ik vraag me daar nog wel iets bij af. U koppelt het heel expliciet aan de start van de Omgevingswet. Het zou zomaar kunnen dat het nog wel wat later wordt dan juli volgend jaar-- dat denkt deze commissie deels ook -- terwijl we wel zo ongeveer elke week MER's opleveren. Mijn vraag is dus of er ook mee gestart kan worden vooruitlopend op de start van de Omgevingswet.

Kamerstukken I 2021-2012, nr. 34287/29383, R, blz. 21

[…]

De voorzitter:

U had al toegezegd schriftelijk terug te komen op allerlei punten. Misschien kan dit onderdeel daar dan worden bijgevoegd.

Minister Visser:

Ja. Dan zullen we bekijken waar de omgevingsvisie geregistreerd wordt evenals de beoordeling ervan, de aantallen en de kwaliteit. Want dat is eigenlijk uw vraag om ook de monitoring te kunnen doen. We zullen dit allemaal meenemen in de brief.

[…]


Brondocumenten


Historie

  • 12 oktober 2021
    toezegging gedaan