T02550

Toezegging Kwaliteit AMvB's ambulante gedwongen zorg (32.399)



De bewindspersonen van VWS zeggen de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Schnabel, toe in de AMvB's die de ambulante gedwongen zorg regelen, rekening te houden met de verhoudingen in de hulpverlening, de mate van detaillering en de omvang van de teksten, en de administratieve belasting.


Kerngegevens

Nummer T02550
Status voldaan
Datum toezegging 16 januari 2018
Deadline 1 januari 2019
Verantwoordelijke(n) Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Kamerleden prof. dr. P. Schnabel (D66)
Commissie commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie lagere regelgeving
Onderwerpen ambulante zorg
AMvB
gedwongen zorg
Kamerstukken Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (32.399)
Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (31.996)


Uit de stukken

Handelingen I 2017-2018, nr. 14- item 3, blz. 48

Minister De Jonge:

De heer Schnabel vroeg ook — dit is overigens eigenlijk meer een implementatievraag — of we niet al te gedetailleerd zijn in de uitvoeringsbesluiten die nu in de AMvB's terechtkomen. Ik vind dat een terecht punt. Laat ik het zo zeggen: ik ga zeer goed de vinger aan de pols houden om te kijken of de administratieve belasting en de mate van detaillering die daaruit voortvloeien niet juist beperkend werken in de uitvoeringspraktijk. Ik ben meer dan bereid om zaken te schrappen, maar dat geldt tot het moment dat we afbreuk doen aan de rechtsbescherming. Dan vind ik dat de AMvB onvoldoende invulling geeft aan de wet zoals die bedoeld is.

De heer Schnabel (D66):

U praat nu over de administratieve belasting. Dat is één punt. Natuurlijk speelt dat een rol. Toen ik de concept-AMvB's las, schrok ik toch wel van al de details die daarin zitten. Ik heb in mijn betoog ook neergelegd dat ik vooral belangrijk vind wat de gevolgen zijn voor de, zou je kunnen zeggen, verhoudingen in de hulpverlening. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een mantelzorger dan eigenlijk iets kan doen — ik zal niet zeggen dat-ie het mag doen — wat de hulpverlener niet mag doen. Dat zet die relatie dan natuurlijk onder druk. Als u opnieuw kijkt naar de AMvB, is het ook heel belangrijk om zich te realiseren hoe dat er dan in de praktijk uitziet. Dus niet hoe lastig het is om dat vast te leggen, maar hoe dat er uitziet; wat gebeurt er dan in de praktijk? Als de hulpverlener in zo'n situatie zit en moet zeggen "nee, mevrouw of meneer, ik mag dit of dat niet doen, maar uw zoon of uw dochter kan dat wel doen", dan is dat heel akelig. Dat werkt uiteindelijk heel erg perverterend op een goede hulpverleningsrelatie. Dat was mijn punt. Ik hoop dat u die afweging ook wilt maken bij het bepalen van de definitieve tekst. Ik zeg daarbij opnieuw: kijk ook naar de omvang van die teksten. Het gaat om hulpverleners en niet om mensen die de hele dag tientallen bladzijdes tekst willen lezen over wat ze wel en niet moeten doen. Het moet voor hen helder en duidelijk zijn. Dat was mijn tweede punt in het betoog.

Minister De Jonge:

Helder. Dank ook. Ik zeg graag toe dat ik het ook door die bril wil bekijken. Meneer Ganzevoort bracht dat punt over de mantelzorg overigens ook naar voren. Ik denk, eerlijk gezegd, wel dat daar waar ambulante dwang nu niet mogelijk is, vanuit de hulpverlening gezien, het ook bijna niet meer dan logisch is dat het nu af en toe voorkomt. Ik denk eigenlijk dat de voorziene regeling dat juist terugdringt. Een hulpverlener kan soms de verleiding hebben van "joh, ik mag het niet doen, maar de mantelzorger wel, dus doe dat nou". Tegelijkertijd snap ik uw punt goed. De mate van voorschrijvendheid in de AMvB's moet voor de uitvoeringspraktijk behapbaar zijn, niet alleen in termen van administratieve lasten, maar ook in de mate van detaillering. Ik ga daar zeker met die bril op naar kijken. Niet voor niets voorziet de wet in een voorhangprocedure. Ik zou u dus van harte willen uitnodigen om met mij mee te kijken of we in die AMvB's de goede dingen doen en mij aan mijn jasje te trekken op het moment dat u denkt dat het zo allemachtig gedetailleerd is dat de uitvoeringspraktijk er niet mee is geholpen.

Handelingen I 2017-2018, nr. 15- item 3, blz.7

De heer Schnabel (D66):

Daar gaat het om: stap voor stap proberen de zaak beter te maken, via die AMvB's. Want we hebben heel nadrukkelijk gevraagd om op te passen dat die AMvB's niet hun eigen vijand worden, dat mensen in de problemen komen bij de toepassing daarvan. U gaf gisteren al aan dat er alweer discussie is over het punt van de fixatie omdat daar alweer wat explicietere uitspraken over zijn gedaan. Ik denk dat het belangrijk is om op dat gebied heel sterk naar de kwaliteit ervan te kijken.

Handelingen I 2017-2018, nr. 15- item 3, blz.22

Staatssecretaris Blokhuis:

De heer Schnabel heeft aandacht gevraagd voorde kwaliteit van de AMvB' s. Hij heeft dat wat nader ingevuld. In antwoord daarop zeg ik dat wij uiteraard ervoor gaan zorgen dat de kwaliteit in de AMvB's gewaarborgd is. Ik heb gisteren al aangegeven dat de consultatie ten einde loopt. Op 4 februari moet die afgerond zijn. Aan de hand van de consultatie van de AMvB's rond ambulante zorg met het veld zal de kwaliteit nader worden ingevuld. Ik ga ervan uit dat dit leidt tot goede, veilige zorg.


Brondocumenten


Historie