Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02913

Toezegging Lokale Educatieve Agenda (35.050)



De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs zegt de Kamer, naar aanleiding van een vragen van de leden Ganzevoort (GroenLinks) en Van Apeldoorn (SP), toe de mogelijkheden te verkennen om de naleving en uitvoering van de Lokale Educatieve Agenda (LEA) beter afdwingbaar te maken. De Kamer wordt hierover nog dit kalenderjaar geïnformeerd.


Kerngegevens

Nummer T02913
Status openstaand
Datum toezegging 12 mei 2020
Deadline 1 januari 2021
Verantwoordelijke(n) Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media
Kamerleden Prof.dr. E.B. van Apeldoorn (SP)
Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen Lokale Educatieve Agenda
uitvoerbaarheid
Kamerstukken Wet meer ruimte voor nieuwe scholen (35.050)


Uit de stukken

Handelingen I 2019-2020, nr. 26, item 6 – blz. 4

De heer Ganzevoort (GroenLinks): Dat was mijn eerste punt. Dan het tweede. Als de bestaande school en de nieuw te stichten school samenwerken aan een Lokale Educatieve Agenda, hoe kan dan de naleving van de daar gemaakte afspraken worden gehandhaafd? Welke instrumenten heeft de inspectie of de gemeente om het niet nakomen van die afspraken aan te pakken? Kan de minister toezeggen dat hij gaat onderzoeken hoe de naleving van de LEA, zoals het zo mooi heet, op het punt van segregatiebestrijding kan worden gewaarborgd en waar nodig afgedwongen, bijvoorbeeld via het toezichtskader van de inspectie of via de verantwoordelijkheid van de gemeente? Dat geldt natuurlijk ook allemaal voor bestaande scholen en nieuwe scholen. Maar juist voor de nieuwe scholen is het moment van stichten bij uitstek het moment om goed te kijken of een school de segregatie vergroot of verkleint. Misschien kunnen we ook denken aan een regelmatig herhaald themaonderzoek door de inspectie. Ik leg dit maar voor aan de minister. Maar dat moet dan wel een onderzoek zijn waarvan de uitkomsten waar nodig leiden tot interventies en uiteraard tot informeren van de Kamer.

(…)

Handelingen I 2019-2020, nr. 26, item 6 – blz. 37

Minister Slob: Ik denk dat dat nog steeds staat. Ik ben er namelijk van overtuigd — dan kom ik bij de LEA, waar de heer Ganzevoort veel aandacht voor heeft gevraagd, en terecht — dat uiteindelijk de sleutel om hier wat aan te doen gewoon bij de gemeentes ligt. De gemeentes moeten gebruikmaken van de mogelijkheden die ze hebben — niet alleen als het gaat om onderwijs, maar ook als het gaat om de huisvesting en alles daaromheen — om te zorgen dat ze bestuurlijk de juiste antwoorden hebben als zij merken dat er segregatie optreedt. En dat moet breder zijn dan dat je bij wijze van spreken denkt "als we één school tegenhouden of weg weten te krijgen, hebben we het opgelost", enzovoort, enzovoort. Dus het is echt heel belangrijk dat men dat op gemeentelijk niveau doet. Daar hebben we de gemeentes een opdracht voor gegeven. Sinds 2006 is het een wettelijke verplichting om jaarlijks partijen om tafel te hebben om met elkaar aan het werk te gaan met die Lokale Educatieve Agenda.

(…)

Handelingen I 2019-2020, nr. 26, item 6 – blz. 38-39

De heer Ganzevoort (GroenLinks): Wat betreft die LEA is het mooi dat het onderzoek loopt, maar er is net ook een Staat van het Onderwijs verschenen waarin de inspectie ook al zegt dat zij moeilijk kan toetsen et cetera. Op het punt dat daar echt nog dingen meetbaarder gemaakt moeten worden, is dus volgens mij winst te behalen. Dat roept dan ook de vraag op hoe de inspectie de afspraken die daarover gemaakt worden beter kan borgen. Als we in een LEA hele mooie afspraken maken en ze niet worden nagekomen of zo vaag zijn dat niemand er wat mee kan, dan schiet dat natuurlijk niet op.

Minister Slob: Dat klopt. De verplichting tot LEA zit in de WPO en in de WVO; als u de artikelen wilt hebben, kan ik ze u ook nog geven. Dat hebben we dus echt geborgd. Het punt is wel dat het uiteindelijk in de praktijk ook inhoud moet krijgen. Omdat men dat nu soms niet, of heel algemeen, invult, is het natuurlijk voor de inspectie ook lastiger om daar goed toezicht op te houden. Het moet dus resultaatgerichter. We zullen concreter moeten maken wat erin moet. Dan kan de inspectie ook veel beter erop toezien en het ook signaleren als het niet goed gaat.

De heer Ganzevoort (GroenLinks): Dank. Maar daar zoek ik nou net een beetje concretisering. Dan vind ik het iets te makkelijk om te zeggen: roept u uw partijgenoten op om dat plaatselijk te gaan regelen. We hebben het hier over wetgeving. We hebben het hier over de kaders die gesteld worden. Er is een wet, waar gemeenten en scholen zich aan moeten houden. Mijn vraag is dus: op welke wijze gaat deze minister niet alleen aan de slag met die brede agenda, waar ik blij mee ben en die ik waardeer, maar ook met dat toezichtkader en dergelijke? Hoe zorgen we nou dat datgene wat kennelijk al in de wet staat, ook gebeurt?

Minister Slob: We zullen nationaal meer richting moeten geven aan de resultaatgerichte afspraken die in de LEA gemaakt moeten worden. Dat is heel belangrijk. Die kunnen te maken hebben met de aanmeldmomenten. Heel veel gemeenten zijn daar al heel ver in, maar heel veel ook niet. Die kunnen te maken hebben met inzicht geven in de sociaaleconomische status van de leerlingen. Die kunnen overigens ook te maken hebben met de onkosten die gemaakt worden. Rond de ouderbijdrage, die ook in de wet is terechtgekomen, ligt er een initiatiefwetsvoorstel dat daar denk ik ook meer duidelijkheid over gaat geven. Dat moet volgens mij nog in uw Kamer worden behandeld, maar is de Tweede Kamer al gepasseerd. Kortom, daar zullen wij op landelijk niveau goede afspraken over moeten maken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en met de raden. Dan moeten we het gaan vullen en volgen, en weer bijstellen als dat nodig is.

De heer Ganzevoort (GroenLinks): Ik zoek inderdaad naar die concretisering. Hoe krijgen we gemeenten en scholen in beweging? Er is één punt dat ik dan gelijk meegeef voor de brede agenda en dat ook in het onderzoek kan meekomen. In de Staat van het Onderwijs wordt onder andere gezegd dat de manier van financieren het voor gemeenten heel ingewikkeld maakt om op dat punt van segregatie actief beleid te voeren. Ik zou op dat punt de specifieke aandacht van de minister willen vragen: als dat zo is, laten we dan kijken hoe we die bottleneck oplossen.

Minister Slob: Ik denk dat er echt twee kanten aan zitten. Een is dat gemeentes dan ook wel alert moeten zijn. Vandaar mijn oproep — die kunt u ook via uw lokale vertegenwoordigers doen — om dit gewoon te agenderen en er met elkaar mee aan de slag te gaan, op basis van de situatie in de lokale gemeenschap, waar men natuurlijk als geen ander zicht op heeft. Aan de andere kant is het ook waar dat het heel lastig wordt om er goed toezicht op te houden, als wij het allemaal wat vaag houden met elkaar. Daar heb ik net denk ik iets over gezegd.

De voorzitter: De laatste vraag, meneer Ganzevoort.

De heer Ganzevoort (GroenLinks): Zeker, maar dat is net geen antwoord op mijn vraag. Er wordt door de inspectie gesignaleerd dat er in de financieringsstructuur problemen zitten waardoor gemeenten hierop onvoldoende kunnen sturen. Mijn vraag is om dat serieus onder de loep te nemen en problemen ook op te lossen, als die er zijn.

Minister Slob: Dan doelt u op de financiering van de scholen. We hebben het over de onderwijsinspectie. Die kijkt natuurlijk naar de scholen. Het zou kunnen dat men tot de conclusie komt dat er onvoldoende middelen zijn om aan bepaalde doelen te voldoen. Dan zal de inspectie daarover natuurlijk ook moeten rapporteren. We weten overigens dat middelen vaak wat breed worden verspreid en het ook een keuze is van een school op welke wijze men het verdeelt over de verschillende onderwerpen. Maar goed, ik denk dat uw punt helder is.

(…)

Handelingen I 2019-2020, nr. 26, item 6 – blz. 39

De heer Van Apeldoorn (SP): Mijn collega van GroenLinks probeerde dit punt concreet te krijgen. In de schriftelijke vragen heeft GroenLinks onder andere de vraag gesteld in hoeverre deze afspraken worden meegenomen in de beoordeling van een nieuwe aanvraag. Het antwoord van de minister daarop is dat de inspectie alleen in stimulerende zin kijkt, voorafgaand aan de start van de school. Het is derhalve geen toets die bepalend is voor de vraag of de school wel of niet bekostigd zal worden. Nog even voor de helderheid: dit antwoord staat nog steeds, neem ik aan. Dus die brede agenda verandert daar niets aan?

Minister Slob: Daar heb ik net vrij uitvoerig antwoord op gegeven, toen ik het had over de zienswijze van de gemeente. Ik heb het toen over "de twee mandjes" gehad. Misschien dat die opmerking nog een herinnering losmaakt aan dat deel van mijn beantwoording. Het eerste deel zijn de deugdelijkheidseisen. Die zijn redelijk stevig, met een wettelijke grond. Dan heb je de overige elementen van kwaliteit. Deze is daar door amendering bij gekomen. Dit wordt dus ook door de inspectie gebruikt in de gesprekken die gevoerd worden met initiatiefnemers. Het kan in die zin ook redelijk sturend werken richting verdere uitwerkingen voor het moment dat een school uiteindelijk van start kan gaan. Voor dit onderdeel veranderen de LEA en de verplichtingen daarvan vanaf het moment van bekostiging direct in een deugdelijkheidseis. Daarmee heeft de inspectie nog weer meer mogelijkheden om eventueel met sancties op te treden als een school er niet aan voldoet.

Met betrekking tot het tegengaan van segregatie zorgen we nu met deze aanvulling dat de mogelijkheden die er zijn met betrekking tot de LEA vanuit de gemeentes en vanuit de scholen veel beter gaan worden opgepakt. Het wordt concreter en directer. Dat biedt gewoon mogelijkheden om in dat grotere geheel van segregatie ook vanuit het onderwijs een bijdrage te leveren.

(…)

Handelingen I 2019-2020, nr. 26, item 6 – blz. 42

De heer Ganzevoort (GroenLinks): Het derde punt ging over de LEA en de vraag hoe je die beter kunt borgen. Ik zou de minister willen vragen of hij dat in het overleg met de VNG ook specifiek onder de aandacht van gemeenten wil brengen. Dat moeten we niet alleen via de politieke lijnen doen, want we zitten hier ook zonder last en ruggespraak en met de eigen verantwoordelijkheid om wetten te toetsen. De minister is uiteindelijk ook verantwoordelijk voor dat hele stelsel. Ik vraag dus of hij dat met de VNG wil oppakken. Hij had het ook over een herhaald themaonderzoek — zo vertaal ik het dan maar eventjes — van de inspectie op het punt van segregatie. Wij zijn er ook blij mee dat hij dat zo toezegt, als ik het zo mag interpreteren.

(…)

Handelingen I 2019-2020, nr. 26, item 6 – blz. 49

Minister Slob: De heer Ganzevoort heeft volledig in lijn met zijn eerste termijn weer de vinger gelegd bij segregatie en de wijze waarop we daar aanvullend op de dingen die nu al gebeuren en in deze wet een plek gaan krijgen, mee om zullen gaan. Laat duidelijk zijn dat zoals ik hier heb toegezegd, de inspectie strenger gaat kijken naar de LEA, om het maar even zo samen te vatten.

(…)

Handelingen I 2019-2020, nr. 26, item 6 – blz. 50

Minister Slob: Voorzitter. Ik heb ook aangegeven dat ik verder werk wil gaan maken van het verkennen van de mogelijkheden om de uitvoering van de LEA beter afdwingbaar te maken. Daar hoort bij dat we nationaal duidelijker doelen stellen, maar er ook op toezien dat gemeentes werk maken van de wettelijke verplichting die zij hebben. Die wettelijke verplichting is ook in de wetgeving aan de scholen toegezegd. Ik heb daarnaast aangegeven dat er een landelijke monitor komt. Ik denk dat het goed is om nog even te bekijken op welke wijze we die gaan uitvoeren, dus of dat een vervolg wordt op wat de inspectie aan themaonderzoek heeft gedaan of dat we echt bekijken of we met een grotere frequentie via een andere wijze een deugdelijke monitor kunnen maken. Ik neem aan dat dit wat u betreft ook iets is van nadere uitwerking. Ik wil wel de onderwijsraden en de VNG daarbij betrekken. Die wil ik uiteraard ook betrekken bij de agenda die we opstellen en bij de wijze waarop we daar later met elkaar mee aan het werk zullen gaan. Daar horen zij actief bij betrokken te zijn.

Het is mijn voornemen om dat nog dit kalenderjaar aan het papier toe te vertrouwen en de afspraken te maken. Ik beloof u dat ik het afschrift van die brief ook naar deze Kamer zal sturen, zodat u kunt volgen of de verdere uitwerking verloopt op de wijze die we hier met elkaar besproken hebben en die ik u heb toegezegd.


Brondocumenten


Historie

  • 12 mei 2020
    toezegging gedaan