T03136

Toezegging Met internationale en maatschappelijke organisaties kijken naar de ontwikkeling van de coronacrisis en de risico’s hiervan op armoede (35.570 XVII)



De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Karimi (GroenLinks), toe om samen met het IMF, de Wereldbank, de VN en maatschappelijke organisaties te kijken hoe diep de coronacrisis in veel landen zich gaat ontwikkelen en hoe hoog de risico’s op armoede en conflict zijn. Zij zal dit inzicht in de toekomst delen met de Kamer.


Kerngegevens

Nummer T03136
Status voldaan
Datum toezegging 15 december 2020
Deadline 1 januari 2022
Verantwoordelijke(n) Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Kamerleden F. Karimi (GroenLinks)
Commissie commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen ontwikkelingslanden
COVID-19
Kamerstukken Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2021 (35.570 XVII)


Uit de stukken

Handelingen I, 2020-2021, nr. 16, item 3, blz. 2.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

(…)

Kortom, voorzitter, er is alle aanleiding om het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid zeer aan te scherpen in deze steeds onveiliger wordende wereld. Hoe ziet de minister de ontwikkelingen rondom gewelddadige conflicten wereldwijd in het licht van COVID-19? Onderschrijft de minister de noodzaak van extra aandacht op het gebied van conflictanalyse, -preventie en conflictbemiddeling om de door COVID-19 veroorzaakte instabiliteit niet verder te laten escaleren? Op welke manier wordt hiermee omgegaan in het huidige beleid van deze minister? Is de minister bereid de Kamer een beleidsnotitie te doen toekomen waarin dit onderwerp wordt geanalyseerd en voorzien van beleids- maatregelen?

Handelingen I, 2020-2021, nr. 16, item 3, blz. 18-19.

Minister Kaag:

(…)

Er was een vraag van mevrouw Karimi over conflictsensitieve programmering. Het voorkomen van conflicten en stabiliteit zijn centrale onderdelen van mijn beleidsagenda. Die wordt uitgevoerd in het bredere beleid van dit kabinet. Dus wij doen dit al. Een speciale inzet wordt gepleegd op SDG 16: veiligheid en de rechtsorde. Dit wordt eigenlijk op alle terreinen gedaan. Ik zie dus niet de noodzaak in van een nieuwe conflictanalyse. Het is onderdeel van een standaard manier van werken. Wij trekken wel internationaal op met andere landen om te bespreken hoe die reset internationaal kan plaatsvinden. Nederland zal hopelijk ook toetreden tot de Peacebuilding Commission, de Vredesopbouw- commissie, van de Verenigde Naties. Ook daar kunnen we een speciale inbreng leveren.

Handelingen I, 2020-2021, nr. 16, item 3, blz. 20.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

(…)

Voorzitter, mijn laatste punt betreft corona en de gevolgen daarvan. Ik heb twee punten. Het eerste punt is dat de humanitaire nood stijgt. Dat klopt. Maar ik ben er verbaasd over dat de minister trots zou zijn op wat Nederland doet. Al sinds een aantal kabinetten wordt die 0,7% ontwikkelingssamenwerkingsbudget niet gehaald. Met de 500 miljoen waar zij aan refereert, wordt eigenlijk een beetje schade beperkt. Wij doen niet substantieel meer investeringen in ontwikkelingssamenwerking. Dus wat dat betreft is het inderdaad goed dat dat dan even stopgezet is, maar het had absoluut beter gekund. Ik denk dat de minister dat misschien ook geprobeerd heeft — daar ga ik van uit — maar dat dat niet is gelukt vanwege, bijvoorbeeld, de VVD.

Voorzitter, het laatste punt is de conflictsensitive agenda. Zou ik aan de minister kunnen vragen om in de tweede termijn toch ietsje dieper in te gaan op alle punten die ik heb ingebracht? Dat was namelijk een substantieel gedeelte van mijn betoog. Het antwoord "we doen het al" is echt niet acceptabel, omdat de wereld buitengewoon veranderd is met nieuwe conflicten, versterkte conflicten en potentiële conflicten. Dat is een reden voor Nederland om hier steviger op in te zetten. Zou de minister bereid zijn om in ieder geval aan het begin van het jaar de tijd te nemen om met een duidelijke analyse te komen over wat dat toegenomen geweld en conflictpotentieel betekent voor het beleid van de minister?

Handelingen I, 2020-2021, nr. 16, item 3, blz. 23.

Minister Kaag:

(…)

In antwoord op een vraag van mevrouw Karimi denk ik dat het goed is om te bevestigen dat we altijd kijken naar grondoorzaken van armoede en conflict. Onze hele inzet, diplomatiek, politiek en via ontwikkelingssamenwerking, is juist gericht op preventie of het mitigeren van de gevolgen daarvan. Het is inderdaad wel zaak om met het IMF, de Wereldbank, de VN en maatschappelijke organisaties te kijken hoe diep de crisis in veel landen zich gaat ontwikkelen, wat de verhoging en ophoging van risico's is. Ik deel dit inzicht graag in de toekomst in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer. Het kan misschien ook nuttig zijn voor een toekomstig kabinet als een mogelijke richtingwijzer.


Brondocumenten


Historie