T03042

Toezegging Mogelijkheid permanent recht op huurverlaging (35.578)



De Minister van Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid De Boer (GroenLinks), toe onderzoek te zullen doen naar de gevolgen en haalbaarheid van een permanent recht op huurverlaging na 2021 voor dure scheefwoners in het gereguleerde segment van woningcorporaties. Ze stuurt in de zomer van 2021 een tussenstand naar de Kamer.


Kerngegevens

Nummer T03042
Status openstaand
Datum toezegging 1 december 2020
Deadline 1 juli 2021
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden Mr.drs. M.M. de Boer (GroenLinks)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen huurverlagingen
scheefwonen
woningcorporaties
Kamerstukken Eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen (35.578)


Uit de stukken

Kamerstukken I 2020/21, 35578, C, p. 9

De leden van de fracties van GroenLinks, van de PvdA en van 50Plus vroegen of de regering bereid is te onderzoeken of het haalbaar is de mogelijkheid tot huurverlaging permanent te maken.

Het wetsvoorstel eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen is een tijdelijke

regeling. Ik ben bereid om te bezien wat de gevolgen voor huurders en woningcorporaties zouden zijn van een permanent recht op huurverlaging na 2021 voor dure scheefwoners in het gereguleerde segment van woningcorporaties en of een dergelijke permanente regeling haalbaar zal zijn. Hierbij wil ik graag breder kijken naar samenhangende elementen, zoals

arbeidsmarkteffecten, passende huisvesting, uitvoering en budgettaire effecten.

(…)

Handelingen I 2020-2021, nr. 12, item 3 - blz. 2

Mevrouw De Boer (GroenLinks): In de schriftelijke voorbereiding heeft mijn fractie de minister gevraagd of zij bereid is te onderzoeken of het mogelijk en haalbaar is de huurverlaging zoals die in deze wet wordt geregeld structureel te maken. De minister heeft geantwoord daartoe bereid te zijn. Dat verheugt ons. Ik verzoek de minister dit concreet te maken. Wanneer kunnen wij de resultaten van dit onderzoek tegemoetzien, en zo mogelijk een voorstel voor het structureel maken van de maatregel?

(…)

Handelingen I 2020-2021, nr. 12, item 9 - blz. 11

Minister Ollongren: Er ontstaat bijna wat spraakverwarring, omdat woorden als "eenmalig" en "structureel" een beetje door elkaar heen lopen. Dit voorstel is voor deze groep structureel. Het is dus niet zo dat die huurverlaging voor een jaar geldt en daarna niet meer. Nee, dit is structureel. Maar de maatregel ziet inderdaad alleen op deze groep. Dan hebben we dat voor deze groep opgelost, maar er kunnen natuurlijk in latere jaren nieuwe gevallen komen. De vraag is: hoe ga je daarmee om? Mijn voorstel, dat nog naar deze Kamer komt, is om dat via het wetsvoorstel Tijdelijke huurverlagingen te doen. Maar ik heb inderdaad in reactie op een vraag van mevrouw De Boer van GroenLinks in de schriftelijke set geantwoord dat ik graag wil kijken naar het geheel en wil onderzoeken hoe je daarmee op de beste manier om zou kunnen gaan. Daar kom ik op terug. Dat onderzoek wordt gedaan en die toezegging staat vanzelfsprekend.

Mevrouw De Boer (GroenLinks): Mijn vraag in de eerste termijn was: wanneer kunnen wij dat tegemoetzien?

Minister Ollongren: Dat is een goeie vraag. Mij lijkt het het beste om ook de ervaringen mee te kunnen nemen rond het wetsvoorstel dat nu voorligt en de uitvoering daarvan. Dat zou betekenen dat de uitkomst van het onderzoek pas in 2022 gereed kan zijn, per definitie.

Mevrouw De Boer (GroenLinks): Dat vind ik vrij laat, maar daar kom ik in mijn tweede termijn dan wel op terug.

Minister Ollongren: Ik zou mij overigens ook kunnen voorstellen dat we een soort eerste indruk van de uitvoering al volgend jaar in de zomer gereed hebben. Misschien helpt dat. Ik kan mij op zich ook voorstellen dat mevrouw De Boer zegt dat dat wel erg laat is.

(…)

Handelingen I 2020-2021, nr. 12, item 9 - blz. 17

Mevrouw De Boer (GroenLinks): Ik wil even een paar dingen langslopen die in het debat gewisseld zijn. Ik heb de minister de toezegging gevraagd om na te gaan in hoeverre deze regeling permanent gemaakt zou kunnen worden. Die toezegging was in de schriftelijke ronde ook al gegeven. De minister zei eerst: 2022. Daarna hoorde ik haar zeggen dat het wellicht voor de zomer zou kunnen. Aan dat laatste wil ik haar graag houden.

(…)

Handelingen I 2020-2021, nr. 12, item 9 - blz. 23

Minister Ollongren: Mevrouw De Boer zei verheugd te zijn als ik — ik ga ervan uit dat ik dan demissionair ben — of mijn opvolger in de zomer van volgend jaar een soort tussenstand kan geven. Dat heb ik willen toezeggen aan mevrouw De Boer. Misschien is dat nog niet degelijk genoeg om echt te kunnen beoordelen hoe het zit. Ik denk dat dat pas in 2022 kan. Maar ik ben wel bereid om te zorgen dat er een tussenstand is in de zomer.


Brondocumenten


Historie

  • 1 december 2020
    toezegging gedaan