Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01583

Toezegging Monitoren nieuwe wijze van inburgering (33.086)



De Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden De Graaff, Meurs, Strik en Swagerman, toe de nieuwe wijze van inburgering te monitoren en de Kamer daarover te informeren. Daarbij wordt onder andere aandacht besteed aan:

  • de aantallen migranten die een inburgeringscursus volgen en zelf betalen;
  • de beschikbare middelen in relatie tot de kosten van het inburgeringsonderwijs;
  • betaalbaarheid en kwaliteit van het inburgeringsonderwijs;
  • de geografische spreiding van de voorzieningen;
  • de fraudegevoeligheid van de examens;
  • de verhouding klassikaal vs. internet bij inburgeringscursussen.

Kerngegevens

Nummer T01583
Status voldaan
Datum toezegging 11 september 2012
Deadline 1 januari 2016
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Kamerleden Drs. M.J.R.L. de Graaff (PVV)
prof. dr. P.L. Meurs (PvdA)
mr. dr. M.H.A. Strik (GroenLinks)
Mr. B.J. Swagerman (VVD)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen inburgering
monitoring
Kamerstukken Versterking eigen verantwoordelijkheid inburgeringsplichtige (33.086)


Uit de stukken

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-2 - blz. 2

Mevrouw Meurs (PvdA): In de schriftelijke voorbereiding hebben wij al gewezen op het feit dat in dit voorstel voor het gemak wordt uitgegaan van een opleidingsmarkt en een kiezende consument. Bij de voorbereiding van dit wetsvoorstel is zelfs een onderzoek gedaan naar de effecten van deze maatregel, waaruit blijkt dat ROC's zich uit deze markt zullen terug trekken. Het zal vooral de private sector zijn die cursussen aanbiedt. De verwachting is dat vooral prijsvechters in de markt zullen komen met alle gevolgen voor de kwaliteit van het aanbod, in het bijzonder het binnen termijn halen van het examen. De verwachting is dat er wel voldoende aanbieders overblijven voor de hoger opgeleiden, maar het aanbod voor laag opgeleiden is kwetsbaar. Het aantal locaties en de spreiding ervan zal afnemen. Verwacht wordt een concentratie in de Randstad. Is de minister nog voornemens enig toezicht uit te oefenen op deze markt en te waarborgen dat er voldoende aanbod blijft van goede kwaliteit? En wat als de kwaliteit volstrekt onvoldoende is?

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-2 - blz. 6

De heer Marcel de Graaff (PVV): Ik sluit af, want ik heb eigenlijk geen tijd meer. Ik rond af met een vraag aan de minister. Zal hij nog enige substantie geven aan dit wetsvoorstel? Zal hij immigranten daadwerkelijk de kosten van hun eigen inburgering laten betalen? Of kunnen we een ongelimiteerd aantal uitzonderingen tegemoet zien, waardoor dit wetsvoorstel feitelijk een wassen neus zal blijken?

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-2 - blz. 7

Mevrouw Strik (GroenLinks): De regering heeft voor volgend jaar nog 100 mln. beschikbaar voor 78.000 inburgeringsplichtigen. Als men uitgaat van een bedrag van € 5000 per traject, dan kunnen hiermee maar hooguit 10.000 niet-asielgerechtigden worden geholpen. Een aantal van hen zal al gevorderd zijn in een traject, maar een ander deel zal juist nog aan het begin staan van een traject of bezig zijn met alfabetisering. Er lijkt dus een groot gat te gapen tussen enerzijds het budget dat nodig is om al deze mensen het traject te laten voltooien, en anderzijds het budget dat beschikbaar is. Kan de regering toezeggen dat zij instaat voor de financiële dekking van het afronden van deze trajecten tot en met een geslaagd inburgeringsexamen?

Mijn fractie is er ook niet gerust op dat op het individuele niveau iedere inburgeringsplichtige voldoende kan lenen. Het bedrag voor een reguliere migrant is immers maximaal € 5000, terwijl voor een cursus inclusief alfabetisering € 8000 wordt beraamd. Kan de regering toezeggen dat migranten voor wie € 5000 aantoonbaar niet toereikend is, een aanvullende lening kunnen krijgen?

(...)

Mevrouw Strik (GroenLinks): De regering rept van onderwijs via internet. Beschouwt zij dit onderwijs werkelijk als gelijkwaardig aan klassikale en persoonlijke begeleiding? Volgens mijn fractie zal voor een groot deel van de inburgeringsplichtigen dit onvoldoende zijn. Ik hoor graag een reactie. Ik hoor ook graag de toezegging dat de Kamer de uitkomsten van de monitoring krijgt toegestuurd.

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 30

Minister Leers: Volgens mij is de kern van de zaak dat het kabinet er voluit voor heeft gekozen om de verantwoordelijkheid van de inburgeraar dik te onderstrepen. De heer De Graaff van de PVV vroeg of dit wel substantie heeft. Hij vroeg of de migrant wel eens daadwerkelijk wordt aangesproken op zijn verantwoordelijkheid en wel eens wordt geconfronteerd met financiële consequenties. Mijn antwoord op die vraag is gewoon: ja. De migrant kiest zelf voor de wijze van inburgering en de kosten ervan moeten primair door hemzelf worden opgebracht. Alleen als dat niet mogelijk is en als er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, zal de overheid te hulp moeten komen en de migrant terzijde moeten staan.

De heer Marcel de Graaff (PVV): De minister zal begrijpen dat ik erg blij ben met deze woorden. Is hij ook bereid om de Kamer, ook in de toekomst, te informeren over de aantallen? Over welke aantallen hebben wij het?

Minister Leers: Ja, dat zeg ik graag toe, temeer omdat ik van plan ben om de ontwikkeling van deze nieuwe wijze van inburgering te monitoren. Dat zal ik straks toelichten. Vanzelfsprekend krijgt de Kamer de resultaten daarvan toegestuurd.

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 35

Minister Leers: Mevrouw Strik heeft gevraagd of de regering bereid is, meer middelen in te zetten voor het inburgeringsonderwijs van asielgerechtigden. Ik heb al gezegd dat er € 1000 per persoon beschikbaar is voor maatschappelijke begeleiding. Daarnaast is er – dit beschouw ik als een enigszins bijzondere categorie – een extra bedrag voor de uitgenodigde vluchtelingen. Dat komt er bovenop. Dat betreft niet iedere vluchteling, maar asielgerechtigden krijgen € 1000 voor maatschappelijke begeleiding. Er wordt taalles gegeven in het opvangcentrum, er is € 5000 of € 10.000 beschikbaar om te lenen voor cursussen en de afbetaling geschiedt naar draagkracht. Ik meen dat ik daarmee toch een redelijk goede balans heb gevonden om die kwetsbare groep te ontzien. Eerlijk gezegd zie ik niet hoe ik dat zou kunnen versterken zonder afbreuk te doen aan de eigen verantwoordelijkheid. Ik zeg wel toe dat ik dit aspect goed wil bekijken in de monitoring. Ik wil goed volgen of asielgerechtigden niet in de problemen komen. Ik kom er zo dadelijk over te spreken hoe de monitoring vormgegeven zal worden. Dat wil ik wel graag erbij betrekken, maar ik zie op dit moment niet dat er extra middelen ter beschikking zijn.

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 36

Minister Leers: Mevrouw Strik vroeg of de regering kan toezeggen dat migranten voor wie het bedrag van € 5000 niet voldoende is, een aanvullende lening kunnen krijgen. Ik ga vooralsnog ervan uit dat de beschikbaar gestelde bedragen ruim voldoende zijn om de kosten voor inburgering te betalen. Mijn verwachting is dat de kosten van de cursus niet zullen stijgen door de wijziging van de wet. Voor analfabete asielgerechtigden is er nog een plafond van € 10.000, maar ik zeg opnieuw toe dat ik het zal volgen via de monitoring. Mocht het onvoldoende blijken, dan kom ik daarin tegemoet.

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 38

Minister Leers: Het toezicht op de activiteiten van DUO vindt plaats op de wijze die in de ambtelijke dienst gebruikelijk is, namelijk door monitoring. De kwaliteit van de inburgeringscursussen wordt via het keurmerk van de stichting Blik op Werk gegarandeerd. Dat blijft zo na wijziging van de wet. Ik zal wel gaan monitoren, zodat ik de Kamer kan informeren over de vraag of het aanbod voldoende betaalbaar en kwalitatief voldoende is. Wat mij betreft, ga ik daarbij ook de elementen betrekken die ik eerder heb genoemd, bijvoorbeeld de vraag of er ook aan asielgerechtigden en dergelijke een pakket wordt aangeboden dat voldoende is.

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 39

Mevrouw Meurs (PvdA): De minister heeft gezegd dat er gemonitord zal worden. Hij noemde daarbij de aspecten kwantiteit en kwaliteit. Ik zou dan nog graag willen weten of hij dan ook gaat kijken naar de spreiding, ook in geografisch opzicht. Uit het onderzoek dat is gedaan komt naar voren dat het risico heel groot is dat er een concentratie in de Randstad komt en dat er alleen maar aanbod zal zijn voor hoger opgeleiden. Dus gaat de minister ook kijken naar het niveau en of er voldoende aanbod is voor die verschillende groepen?

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 40

De heer Swagerman (VVD): Ik heb eigenlijk nog maar één vraag aan de minister over iets waar hij iets te makkelijk overheen is gegaan. Die vraag heeft ook te maken met mijn vraag hoe dit systeem te handhaven is. Ook als je gaat digitaliseren en unieke nummers gaat uitreiken, kan ik mij voorstellen dat het systeem fraudegevoelig is. Verdient het geen aanbeveling om daar toch nog eens aandacht aan te besteden, al dan niet in een monitoring die toch al plaatsvindt in het kader van dit wetsvoorstel? Daar nodig ik de minister toe uit.

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 43

Minister Leers: Ik zeg de hele Kamer nogmaals toe dat ik bij de monitoring niet alleen zal kijken naar de kwaliteit maar wel degelijk ook naar de spreiding van de voorzieningen. Ik ben het volstrekt met mevrouw Meurs eens dat het niet zo kan zijn dat we straks in een marktsituatie zitten waarbij de markt zich concentreert op de grote steden en er nauwelijks aanbod van cursussen is in bijvoorbeeld Zeeland of Limburg. Ik deel die mening. De Kamer mag mij daaraan houden. Ik zal dit bij de monitoring betrekken.

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 43

Minister Leers: Ook fraudegevoeligheid is voor de heer Swagerman een punt. Ik heb geprobeerd om de Kamer ervan te overtuigen dat fraudegevoeligheid niet aan de orde kan zijn omdat de examens via de computer worden afgenomen en elke keer weer maatwerk zijn. Ik wil dit punt echter graag meenemen in de monitoring om de Kamer de zekerheid te bieden dat fraude echt wordt uitgesloten. Ook op dit punt zal ik de Kamer laten horen of lezen wat de ervaringen zijn.

(...)

Handelingen I 2011-2012, nr. 38-7 - blz. 44

Minister Leers: Over de monitoring heb ik gesproken. Ik zal monitoren op prijs, geografische spreiding en kwaliteit. Ik volg de aantallen inburgeraars die starten met een cursus. Overigens is internet niet het enige leeraanbod. De verhouding klassikaal versus internet zal ik volgen en de Kamer daarover informeren in de monitor.


Brondocumenten


Historie