Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01084

Toezegging Noodverband (31.267/31.283)



Minister Klink zegt de Kamer toe dat de rechten van degenen die nu onder het noodver-band vallen, zullen worden geëerbiedigd. Hieruit vloeit voort dat degenen die nu zijn vrijgesteld van het betalen van eigen bijdragen ook in de toekomst zullen worden vrijgesteld tot het moment waarop niet langer behoefte is aan de betreffende verstrekking waarvoor vrijstelling is verleend.


Kerngegevens

Nummer T01084
Status voldaan
Datum toezegging 8 september 2009
Deadline 1 januari 2010
Verantwoordelijke(n) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Hoofdverantwoordelijke)
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Kamerleden dr. M. Westerveld (PvdA)
Commissie commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport / Jeugd en Gezin (VWS/JG)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen Europese code sociale zekerheid
noodverband
Kamerstukken Goedkeuring herziene Europese Code inzake sociale zekerheid (31.283)
Goedkeuring opzegging deel VI Europese Code inzake sociale zekerheid (31.267)


Uit de stukken

Handelingen, 8 september 2009 (EK 41) – p. 1930- 1938

Minister Klink: “Verschillende keren is gevraagd of de huidige uitvoeringspraktijk niet gewoon kan worden voortgezet. Hierbij zou een onderscheid gemaakt kunnen worden tussen bestaande en nieuwe gevallen. Ik kan mij goed voorstellen dat deze vraag in deze Kamer leeft, gelet op het persoonlijke belang van degenen die nu al zijn vrijgesteld van eigen betalingen. Daarnaast lijkt het arrest-Ásmundsson over het Eerste Protocol bij het

EVRM in die richting te wijzen. Als de Kamer van mij vraagt om dit voorlopig in stand te laten en wellicht permanent in stand te laten voor de huidige gevallen, dan vraagt zij in feite van mij om een kleine groep mensen vrij te stellen zonder dat daarvoor een onderliggende wettelijke basis is, terwijl het overgrote deel van de verzekerden altijd de eigen bijdrage is verschuldigd. Je zou hierbij zelfs kunnen spreken over een situatie contra legem. Dat levert een ongelijke behandeling op ten opzichte van de grote groep die geen aanspraak kent krachtens dit noodverband. Vraagt de Eerste Kamer mij echter via een motie om die strekking toch te overwegen, dan zal ik mij daar niet tegen verzetten. Ik maak wel de kanttekening dat dit, gegeven het ontbreken van een wettelijke basis, kwetsbaar is. Hoe zal een rechter omgaan met bijvoorbeeld de belangenafweging die daaruit kan voortvloeien?”

Handelingen EK 41 – 1936

Minister Klink: “Daarom zei ik zo-even in mijn eerste termijn dat wij wel bereid zijn om te kijken naar diegenen die begunstigd zijn op grond van de regeling die wij via de circulaire en via de brief aan de zorgverzekeraars in Nederland hebben getroffen, om te bezien in hoeverre we hen kunnen bestendigen. Het gaat mij te ver om nu nogmaals een regeling in het leven te roepen waardoor grotere categorieën mensen precies in aanmerking gaan komen voor de vrijwaring van het eigen risico, terwijl we ze langs andere, meer generieke weg ervan hebben ontslagen. We beogen tenslotte generieke wetgeving en geen regelgeving die ziet op de oorzaken van aandoeningen voor kosten. Nogmaals, ik ben wel bereid om te bezien of we degenen die in het verleden begunstigd zijn, kunnen bestendigen en om juridisch na te gaan in hoeverre we dat kunnen realiseren. Daar biedt de regeling wellicht wel ruimte voor.”

Handelingen 41 - 1938

Mevrouw Westerveld (PvdA): “Ik zal het betoog van de minister even laten zakken, maar ik kan wel de toezegging noteren dat de rechten van degenen die nu onder het noodverband vallen, zullen worden geëerbiedigd? Dat heb ik goed begrepen?

Minister Klink: “Ja, en bestendigd blijven.”

Brief, 18 september 2009 (Kamerstukken I, 2009-2010 31267, K), p. 2

Minister Donner: Namens de minister van VWS merk ik nog het volgende op. Aan het eind van de tweede termijn is er vanuit uw Kamer verzocht om in deze brief ook in te gaan op de situatie dat uw Kamer het wetsvoorstel ter goedkeuring van de opzegging van Deel VI van de Europese Code aan zou houden. Het kabinet heeft er begrip voor dat uw Kamer grote aarzelingen heeft over het goedkeuren van de opzegging. Aan de andere kant vraagt het kabinet ook uw begrip voor zijn aarzelingen om het noodverband in stand te houden, bij aanhouding van de behandeling van het wetsontwerp. Met het continueren en status geven aan het noodverband zou het kabinet nu juist realiseren wat het met de opzegging wilde verhoeden: structureel een onderscheid maken in de sociale zekerheid tussen risque professionnel en risque social. Dit zou verstrekkend zijn temeer daar vanaf het moment dat de opzegging van Deel VI van de Code in werking is getreden (17 maart 2008) de juridische basis van het noodverband ontbreekt. Een structurele voortzetting van deze contra-legemsituatie acht het kabinet ongewenst. De eerdere toezegging over het noodverband moet voorts gezien worden tegen de achtergrond van een afronding van een parlementaire behandeling binnen een normaal gebruikelijke termijn.

Handelingen, 22 september 2009 (EK 1) p. 5 – 8

Mevrouw Westerveld (PvdA): Wij danken de minister van VWS ook voor de toezegging die in de brief van 18 september nog eens wordt onderstreept, maar die twee weken geleden ook nadrukkelijk gedaan werd, dat degenen die nu zijn vrijgesteld van het betalen van eigen bijdragen ook in de toekomst zullen zijn vrijgesteld, en wel, zoals in de brief staat, tot het moment dat aan de betreffende verstrekking niet langer behoefte is. Die toezegging betreft dan ook degenen van wie een in behandeling zijnd verzoek om vrijstelling wordt gehonoreerd. Wij laten de juridische invulling van deze toezegging gaarne en in vol vertrouwen over aan de minister van VWS, zeker na het vurige debat van twee weken geleden, maar wij worden wel graag van het verdere verloop op de hoogte gehouden. Wat dat betreft kan ik mij aansluiten bij de kanttekeningen die namens de CDA-fractie op dit punt gemaakt werden.

Handelingen EK 1 - 7

De heer Elzinga (SP): Ten derde heeft de regering in deze Kamer een belangrijke toezegging gedaan aangaande alle personen die eerder krachtens de rechterlijke uitspraak of het daarop ingestelde noodverband waren vrijgesteld van het betalen van een eigen bijdrage, inclusief degenen van wie het in behandeling zijnde verzoek om vrijstelling nog wordt gehonoreerd. Zij hoeven ook in de toekomst de bijdrage niet te betalen.

Minister Klink:

Wij hebben in de brief van afgelopen week aangegeven dat wij vinden dat het noodverband in stand gehouden moet worden voor de oude gevallen en degenen die zich denken te kunnen kwalificeren voor dit noodverband. Voor zover zij dat doen, worden zij daarin meegenomen, en dat zal dus ook betekenen dat wij die regeling of dat noodverband zullen aanhouden en bestendigen voor deze categorieën tot men niet meer op de desbetreffende regeling is aangewezen. Ik constateer met enige vreugde dat mevrouw Westerveld dat in elk geval een handreiking vindt van onze kant, en zo is deze ook bedoeld. Ik zeg graag toe dat wij de Kamer op de hoogte houden van de ontwikkelingen ter zake van het noodverband, voor zover daar aanleiding toe is. Dat laatste moet met niet minimalistisch interpreteren. Mochten er veranderingen zijn of vraagstukken uit voortvloeien, dan zullen wij de Kamer daarover terstond berichten, zonder afbreuk te doen aan het vaste voornemen om een en ander voor deze categorie tot in lengte van dagen te bestendigen.”

Mevrouw Westerveld (PvdA): “Met mijn vraag doelde ik niet alleen op ontwikkelingen, maar ik was benieuwd op welke manier dit juridisch in het vat wordt gegoten. Als de minister zegt dat er een opvolger komt van de brief dan zou mijn fractie graag een afschrift ontvangen van die circulaire, zodat wij weten hoe deze eruitziet.”

Handelingen EK 1 - 8

Minister Klink: “Ja, die krijgt u zonder meer. Ik zal u die graag doen toekomen.”


Brondocumenten


Historie