T02936

Toezegging Onderzoek naar het Burger Service Nummer (BSN) op administratieve formulieren in de rechtspraak (29.279)



De Minister voor Rechtsbescherming zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de GroenLinks-fractie, toe om de Kamer te informeren over de uitkomsten van het onderzoek van de Raad voor de rechtspraak en zijn overleg met de Nederlandse Orde van Advocaten over onduidelijkheden omtrent de administratieve formulieren in de rechtspraak waarop het BSN kan worden ingevuld.


Kerngegevens

Nummer T02936
Status openstaand
Datum toezegging 3 juli 2020
Deadline 1 januari 2021
Verantwoordelijke(n) Minister voor Rechtsbescherming
Kamerleden Mr.drs. M.M. de Boer (GroenLinks)
Commissie commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V)
Soort activiteit Brief
Categorie brief/nota
Onderwerpen burgerservicenummer
elektronisch procederen
persoonsgegevens
Rechtsstaat en Rechtsorde
Kamerstukken Rechtsstaat en Rechtsorde (29.279)


Uit de stukken

Kamerstukken I 2019/20, 29 279, D, p. 2.

De leden van de fractie van GroenLinks:

[…] De regering stelt dat (sommige) formulieren waarmee advocaten berichten aan de rechtspraak sturen, zoals F-formulieren in familiezaken, volgens de geldende procesreglementen niet in kopie naar de wederpartij behoeven te worden gezonden. De leden kunnen dit niet goed rijmen met de inhoud van in ieder geval enkele procesreglementen. Zo vermeldt het procesreglement civiele dagvaardingszaken voor de rechtbanken in artikel 1, tiende lid « Indien een partij enig bericht aan de rechtbank zendt, doet deze partij gelijktijdig een kopie van dit bericht aan de wederpartij toekomen», en het procesreglement Familie en Jeugdrecht voor de rechtbanken in artikel 1, eerste lid: «Van alle berichten aan de rechtbank dient tegelijk een afschrift aan de wederpartij te worden gezonden». In geen van beide reglementen wordt een uitzondering gemaakt voor berichten waarin een BSN-nummer moet worden vermeld. Daarnaast verplichten de gedragsregels advocatuur in artikel 21 advocaten om alle berichten aan de rechtbank in afschrift aan de wederpartij te zenden.

Kan de regering toezeggen te zullen regelen dat – bijvoorbeeld door opname in de algemene maatregel van bestuur – ondubbelzinnig duidelijk wordt dat het formulier, waarmee op verzoek van de rechtbank (onder meer) een BSN-nummer wordt doorgegeven aan de rechtbank, niet aan de wederpartij behoeft te worden verzonden, dan wel dat het op eenvoudige wijze mogelijk wordt om een afdruk van zo een formulier ten behoeve van de wederpartij te maken waarop het BSN-nummer onleesbaar is? Kan de regering toezeggen deze kwestie zowel met de rechtspraak als met de Orde van Advocaten op te nemen? Kan de regering toezeggen de Kamer te informeren wanneer deze kwestie is opgelost?

Kamerstukken I 2019/20, 29 279, D, p. 3,4.

Minister Dekker:

[…]

De Raad voor de rechtspraak (hierna: de Raad) erkent dat het in de huidige praktijk niet duidelijk is dat de administratieve formulieren waarop het BSN kan worden ingevuld, zoals het «f-formulier», niet naar de wederpartij hoeven te worden gezonden. De citaten uit de procesreglementen in uw vraag zijn een voorbeeld van deze onduidelijkheid. Dit zorgt voor

onnodige verwarring bij de advocatuur. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld, onderzoekt de Raad bij welke formulieren dit euvel speelt en hoe de onduidelijkheid hierover verholpen kan worden. De Raad zal de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) hierbij betrekken.

Ik zal u nader informeren over de uitkomsten van het onderzoek van de Raad en hun overleg met de NOvA. Zo mogelijk zullen de uitkomsten worden opgenomen in de toelichting op het besluit dat in de Staatscourant zal worden gepubliceerd na verwerking van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.


Brondocumenten


Historie

  • 3 juli 2020
    toezegging gedaan