Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02508

Toezegging Rapporteren over arbeidsproductiviteit (34.775/34.700)



De Minister van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rinnooy Kan (D66), toe het onderwerp arbeidsproductiviteit blijvend aandacht te zullen geven, hierover aan de Kamer te zullen rapporteren en indien gewenst over dit onderwerp nog met de Kamer in (mondeling) overleg te zullen treden.


Kerngegevens

Nummer T02508
Status voldaan
Datum toezegging 12 december 2017
Deadline 1 juli 2018
Verantwoordelijke(n) Minister van Financiën
Kamerleden Prof.dr. A.H.G. Rinnooy Kan (D66)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen arbeidsproductiviteit
Commissie Opvoering Productiviteit
kennisintensiteit
Kamerstukken Miljoenennota 2018 (34.775)
Kabinetsformatie 2017 (34.700)


Uit de stukken

Handelingen I 2017-2018, nr. 12, item 7 - blz. 5

De heer Rinnooy Kan (D66):

Ik rond af. De economische prestaties van een land zijn het product van participatie en productiviteit. De eerste ontwikkelt zich voor Nederland gunstig, maar de laatste, de pro-ductiviteit, lange tijd de parel in onze kroon, stijgt de laatstejaren nauwelijks tot niet. Dat is des te opmerkelijker nu de mobiele telefoon de persoonlijke productiviteit van alle hier aanwezigen tot zelfs op dit moment toe sterk verhoogt. Ook al de zo lang voorziene robotisering is nog niet in de productiviteitscijfers terug te vinden, terwijl juist de productiviteitsstijging in de industrie en de dienstensector de ruimte zou moeten scheppen om de kennisintensiviteit van onze economie verder te verhogen. Dat is nodig. In 1961 werdde Commissie Opvoering Productiviteit opgericht die jarenlang onder de hoede van de SER zegenrijk werk heeft verricht. Heeft de minister een verklaring voor deze stagnatie en wordt het geen tijd de COP een wederopstanding te gunnen?

Handelingen I 2017-2018, nr. 12, items 7 - blz. 33

Minister Hoekstra:

Voorzitter. Dat brengt mij bij de vraag over de productiviteit van de heer Rinnooy Kan. Dat is natuurlijk een intrigerende vraag. Hij verwees daarbij naar de commissie die in ieder geval in, maar in denk ook na, de jaren zestig — in ieder geval ver voor mijn tijd — heeft gekeken naar de opvoering van de productiviteit. In veel industrielanden, niet alleen in Nederland, is de trendmatige groei van de arbeidsproductiviteit zeker in de laatste jaren afgezwakt. Recent onderzoek van het CPB vindt aanwijzingen dat die vertraging komt door, als je dat zo mag formuleren, terugkeer naar de normale productiviteitsgroei na de ICT-boom van de jaren negentig. Tegelijkertijd is dit een fascinerend onderwerp, want wij weten allemaal dat je de productiviteit kunt verhogen door meer uren te werken op een dag, meer dagen te werken per week, meer dagen te werken per jaar en dat dan met meer mensen te doen, maar ook door productiever te zijn per uur. Of zo’n commissie daarbij zou helpen, daar ben ik niet helemaal zeker van. Wel vraagt dit onderwerp blijvende aandacht. Misschien mag ik de heer Rinnooy Kan in ieder geval toezeggen dat wij dat zullen doen, dat wij daar ook nog een keer over zullen rapporteren, en dat wij deze discussie dan nog eens met elkaar kunnen hernemen.

De heer Rinnooy Kan (D66):

Heel graag. Toch zit er voor mij nog wel iets mysterieus in de ontwikkeling van die productiviteit; laten we zeggen de productiviteit per uur, want dat is waar Nederland traditio-neel heel sterk in was. (...) Ik bespaar u de details, ik sta hier naar een grote grafiek te kijken die dat illustreert, en die kunt u zelf vast ook wel vinden. Ik verwelkom uw toezegging, want mij dunkt dat niemand kan ontkennen dat voor een land als Nederland dit cijfer van heel grote betekenis is. Alles wat ertoe kan bijdragen dat wij begrijpen wat eraan schort en wat wij er dus aan zouden kunnen verbeteren, is een welkome bijdrage voor het leveren van inzicht.

Minister Hoekstra:

Zeker. Ik zal mij dan nog eens verdiepen in wat die commissie wel en niet gedaan heeft. De heer Rinnooy Kan had het over “zegenrijk werk”. Dat ga ik dan ook vast ontdekken.


Brondocumenten


Historie