De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe dat de reactie van de minister van Financiën op de in de Tweede Kamer aangenomen motie-Grinwis en Flach over een raming van de AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060 ook aan de Eerste Kamer aangeboden zal worden.
| Nummer | T04209 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 16 juni 2026 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | drs. M.J. van Rooijen (50PLUS) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Algemene Ouderdomswet ramingen |
| Kamerstukken | Begrotingsstaten Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2026 (36.800 XV) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 34, item 16, p. 2
De heer Van Rooijen (50PLUS):
(…)
“Voorzitter. De AOW is het kroonjuweel van 4 miljoen ouderen, en dus ook van 50PLUS. De antwoorden van de ministers op onze vele vragen in de nota naar aanleiding van het verslag onderstrepen onze vrees, en geven toch wel een ontluisterend beeld. Ik wil aantonen dat de AOW goed betaalbaar is, en ik wil dat onderbouwen. De uitgaven voor de AOW worden door Financiën systematisch te hoog geraamd en dat gebeurt met gebruikmaking van de ramingen van het Centraal Planbureau. Ik citeer professor Verbon in het Algemeen Dagblad van 11 mei 2019. De eerste vraag. "Berekeningen van het Centraal Planbureau laten zien dat de AOW-uitgaven uit de pan gaan rijzen. Dan is ingrijpen toch logisch?" Het antwoord van Verbon: "Die berekeningen kloppen niet. Het Centraal Planbureau gaat ervan uit dat de AOW meestijgt met de groei van het nationaal inkomen, dat wat we met z’n allen verdienen in een jaar. Dus als de economie met 3% groeit, gaat de AOW-uitkering ook met 3% omhoog. Maar in de praktijk groeit de AOW minder snel dan de economie. Dat betekent dat de uitgaven in werkelijkheid veel minder hard stijgen dan uit de berekeningen van het planbureau blijkt."”
Handelingen I 2025/2026, nr. 34, item 16, p. 5
Minister Vijlbrief:
(…)
“Tijdens het debat over de Voorjaarsnota heeft de minister van Financiën in reactie op de motie-Grinwis aangegeven nader in te gaan op de AOW-raming. Hij heeft dus al toegezegd dat daarnaar gekeken wordt. In reactie op de heer Van Rooijen zeg ik dat ik hem zal vragen om die reactie ook met de Eerste Kamer te delen. Ik ben academisch ook geïnteresseerd in de vraag of het eigenlijk wel klopt. Ik kan de redenering van het CPB nog heel kort toelichten. Dit doet het CPB altijd: bij langetermijnsommen wordt er altijd van uitgegaan dat uitkeringen meestijgen met de welvaartsstijging en niet met de formele wettelijke koppeling. Dat doen we bij alle gerelateerde uitkeringen, dus ook bij de AOW. Je kunt je afvragen of dat empirisch wel klopt — in die zin heeft de heer Van Rooijen een punt — maar daar komt de minister van Financiën dus nog op terug.”
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 34, item 16
-
16 juni 2026
toezegging gedaan