Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01899

Toezegging Reparatiewetsvoorstel (30.174 / 30.372)



De initiatiefnemers zeggen de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Koole (PvdA) en Thom de Graaf (D66), toe na het aanvaarden van het wetsvoorstel raadgevend referendum (30372) op de kortst mogelijke termijn een reparatiewetsvoorstel aanhangig te maken waarin een horizonbepaling en een opkomstdrempel van tenminste 30% van de kiesgerechtigden worden geregeld.


Kerngegevens


Uit de stukken

Handelingen I 2013-2014, nr. 26, item 5, p. 9

De heer Koole (PvdA): Ostrogorski zei het immers al: een referendum als aanvulling op de parlementaire democratie is nodig en mogelijk, maar wel onder voorwaarden. Voor mijn fractie hoort een opkomstdrempel bij die voorwaarden, waarbij te denken valt aan een drempel gelijk aan die in de Tijdelijke referendumwet van het begin van deze eeuw: 30%.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 26, item 5, p. 10

De heer Thom de Graaf (D66): Ik weet niet of ik zo onder de indruk ben van het verschiltussen serieus nemen of minder serieus nemen als de opkomstdrempel wel of niet is gehaald. Als het voorstel van de heer Koole wordt gevolgd om toch een opkomstdrempel in te zetten, is het dan niet verstandig om daar ook een rechtsgevolg aan te verbinden, bijvoorbeeld dat, als de opkomstdrempel wordt gehaald, de Staten-Generaal verplicht zijn om een besluit te nemen naar aanleiding van de uitkomst van het referendum, een besluit om het wetsvoorstel wel of niet toch verder te brengen, namelijk het daadwerkelijk in het Staatsblad te zetten? Als de opkomstdrempel niet wordt gehaald, zou die verplichting er niet hoeven te zijn. Zou je dan niet zoiets moeten bedenken?

De heer Koole (PvdA): Ik dank de heer De Graaf voor zijn inbreng, want dit is inderdaad een mogelijke uitvoering. Ik zou die zeker willen overwegen. Ik vraag de indieners ook of zij dit bij een opkomstdrempel zouden willen overwegen. Is de drempel gehaald, dan moet er besluitvorming plaatsvinden. Dan kan de Kamer natuurlijk nog steeds afwijken van de uitslag. Dat blijft overeind staan. Als de opkomstdrempel niet wordt gehaald, hoeft het besluit er niet te komen. Ik hoor graag wat de indieners hiervan vinden, maar wij sluiten dat zeker niet uit.

(...)

De heer Koole (PvdA): Kortom, volgens mijn fractie is een opkomstdrempel bij het raadgevend referendum zeer noodzakelijk. Graag vernemen wij van de indieners of en hoe zij aan deze dringende wens tegemoet kunnen komen. Het antwoord van de indieners op deze vraag zal zeer meewegen bij de bepaling van het stemgedrag van onze fractie.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 26, item 5, p. 10-11

De heer Koole (PvdA): Maar de principiële vraag die nu aan de orde is, is of twee verschillende typen referenda, raadgevend en beslissend, wel naast elkaar moeten kunnen bestaan. Mijn fractie beantwoordt die vraag ontkennend. Het is immers niet ondenkbaar dat het beslissende, correctieve referendum, juist vanwege dat beslissende karakter, op een aantal punten strengere bepalingen bevat dan het raadgevende referendum. Voorkomen moet dan worden dat men kiest voor een raadgevend referendum om daarmee de strengere eisen van het beslissende referendum te omzeilen en toch hoopt dat de politieke besluitvorming door de uitslag ervan wordt beïnvloed. Dat is onwenselijk en verwarrend. Zijn de indieners het hiermee eens? Zijn zij bereid om te komen tot een geconditioneerde horizonbepaling, die inhoudt dat zodra de uitvoeringswet bij het beslissende correctieve referendum zou zijn aangenomen, de wet op het raadgevend referendum komt te vervallen? Ik pleit dus niet voor een tijdelijke wet, zoals wel eens wordt gesuggereerd, maar juist voor het aanhouden van het raadgevend referendum tot het moment dat de uitvoeringswet met betrekking tot het correctieve beslissende referendum zou zijn aanvaard. Ook dit punt zal voor onze fractie bij de bepaling van het stemgedrag zwaar meewegen.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 26, item 5, p. 22

De heer Thom de Graaf (D66): Maar omgekeerd acht ik het toch bepaald lastig als naast een wettelijke regeling van een decisief correctief referendum, ook een wet raadgevend referendum zou bestaan en dat die beide regelingen naast elkaar zouden kunnen worden toegepast. De heer Koole wees hier ook op. Naar het oordeel van mijn fractie is het raadgevend referendum een afgezwakte vorm van het beslissend referendum, dat alleen een eigen bestaansrecht heeft als de grondwettelijke verankering en de wettelijke regeling van dat beslissende referendum niet of nog niet tot stand zijn gekomen. Daarom is een horizonbepaling niet alleen logisch, maar ook wenselijk inde vorm van het van rechtswege beëindigen van deze wet als een wettelijke regeling voor het beslissend referendum van kracht is geworden. Mijn vraag aan de initiatiefnemers is of het niet verstandig is om ter zake een reparatiewetje in te dienen.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 26, item 8, p. 2

Mevrouw Fokke: Ook wij zien wel in dat als een meerderheid zich tegen een wet uitspreekt bij een raadgevend referendum terwijl die meerderheid slechts een klein deel van het electoraat vertegenwoordigt, van de uitslag van het referendum een minder sterk advies uitgaat dan bij een hoge opkomst. Hoewel wij veronderstellen dat het negeren van een advies bij een lage opkomst voor de wetgever eenvoudiger zou zijn dan in het geval van een hoge opkomst, stuit het opnemen van een vaste opkomstdrempel in deze wet bij ons niet op onoverkomelijke bezwaren. De initiatiefnemers willen dan ook voorzien in het opnemen van een opkomstdrempel in het wetsvoorstel raadgevend referendum als een meerderheid van de Kamer daarom vraagt.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 26, item 8, p. 4

Mevrouw Fokke: De heren De Graaf en Koole hebben gevraagd om een horizonbepaling in het wetsvoorstel raadgevend referendum op te nemen. Zij willen niet dat er twee soorten referenda naast elkaar kunnen bestaan. De heer Kuiper van de ChristenUnie heeft ook vragen bij het naast elkaar bestaan van twee referendumwetten. Het zogeheten shoppen tussen referenda wordt ongewenst geacht. Hoewel je je zou kunnen voorstellen dat beide referenda een eigen bestaansrecht kunnen hebben en hoewel wij menen dat de wet met betrekking tot het raadgevend referendum omgewerkt zou kunnen worden tot de eerder genoemde uitvoeringswet voor het correctief referendum, zijn wij, alles afwegend, bereid de suggestie van de Kamer te volgen. Als een meerderheid van de Kamer zich daarvoor uitspreekt, zijn de initiatiefnemers bereid om in het wetsvoorstel raadgevend referendum een horizonbepaling op te nemen die inhoudt dat het raadgevend referendum komt te vervallen op het moment dat het correctiefreferendum in werking treedt.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 26, item 8, p. 20

De heer Koole (PvdA): Ik ben erg blij dat de indieners de suggesties van mijn kant over de opkomstdrempel en de horizonbepaling zeer serieus hebben genomen en dat ze hebben toegezegd, te zullen nadenken over de vormgeving daarvan. We krijgen straks te horen van de indieners hoe ze dat gaan doen en in welktijdsbestek. Ik ben heel erg blij dat ze die opkomstdrempel en die horizonbepaling willen overnemen.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 26, item 8, p. 23

Mevrouw Fokke: Wat ons betreft gaan wij kijken naar de horizonbepaling en naar de drempels. Op welke manier wij dat gaan doen, daarover willen wij het echt even met elkaar hebben. Het gaat dan om het raadgevend referendum; laten wij daarover heel duidelijk zijn. Over het correctief referendum zijn er in die zin geen nadere opmerkingen. Wij willen dit graag verwerken in een brief. Daarbij zullen wij ook aangeven op welke manier wij tegemoet willen komen aan de horizonbepaling en de drempels. Ik ben jurist. Ik houd erg van zorgvuldigheid, maar dit wetsvoorstel verdient het nu ook wel een keer om snel te worden behandeld. Wat ons betreft ligt er daarom voor het einde van de week een brief bij de Kamer. Wij staan hier mede namens de andere leden van de Tweede Kamer. Wij zullen ook nog even overleg met onze leden in de Tweede Kamer moeten hebben. Wij verzekeren u echter dat voor het einde van de week er een brief ligt waarin wij ingaan op deze twee belangrijke punten en de exacte uitwerking. Ik hoop dat dit tegemoetkomt aan de wensen van de Kamer.

(...)

Kamerstukken I 2013/14, 30172/30372, G

Bij de plenaire behandeling van onderhavig wetsvoorstel in uw Kamer op 8 april jl. hebben de initiatiefnemers toegezegd u te berichten over enkele punten die gedurende de behandeling naar voren zijn gebracht. Met deze brief hopen de initiatiefnemers hun toezegging gestand te doen.

De initiatiefnemers zijn bereid op twee onderwerpen waarbij uw Kamer aanvullende wensen heeft toezeggingen te doen. Wij stellen ons dat als volgt voor.

Het eerste onderwerp betreft het naast elkaar bestaan van twee verschillende referendumwetten. Op het moment dat de voorliggende wetsvoorstellen ten aanzien van het raadgevend referendum (30 372) en het correctief referendum (30 174) beide in werking treden, bestaan zoals de wetsvoorstellen nu luiden, beide wetten naast elkaar. Vanuit uw Kamer is echter de wens geuit om door middel van een wijziging in het wetsvoorstel raadgevend referendum te waarborgen dat beide wetten niet naast elkaar kunnen bestaan. Deze wens willen de initiatiefnemers honoreren door in het wetsvoorstel raadgevend referendum een zogenoemde horizonbepaling op te nemen die inhoudt dat de wet raadgevend referendum komt te vervallen op het moment dat het correctief referendum daadwerkelijk gehouden kan worden.

(...)

Het tweede onderwerp betreft het opnemen van een opkomstdrempel in het wetsvoorstel raadgevend referendum.

(...)

Dit alles overwegende komen de initiatiefnemers tot het voornemen om het wetsvoorstel raadgevend referendum op dit punt te wijzigen. In het nu voorliggend wetsvoorstel wordt bepaald dat de uitslag van het referendum geldt als een meerderheid zich in afwijzende zin tegen een wetsvoorstel heeft uitgesproken. Daaraan zouden de initiatiefnemers de eis willen toevoegen dat voor de geldigheid van de uitslag tevens tenminste 30% van de kiesgerechtigden een stem moet hebben uitgebracht.

Naar de mening van de initiatiefnemers raken beide onderwerpen waarvoor de toegezegde wetswijzigingen nodig zijn, niet zodanig de kern van het wetsvoorstel raadgevend referendum dat die wetswijzigingen een spoedige aanvaarding van dat wetsvoorstel in de weg hoeven te staan. Bij de wijze waarop beide onderwerpen door middel van wetswijzigingen geïmplementeerd zouden moeten worden, laten de initiatiefnemers zich behalve door de vereiste zorgvuldigheid van het wetgevingstraject tevens leiden door de door een groot deel van uw Kamer geuite wens dat de behandeling van het wetsvoorstel spoedig wordt afgerond en dat de wet binnen afzienbare termijn in werking zal kunnen treden. Daaraan kan naar de mening van de initiatiefnemers het beste gevolg worden gegeven als uw Kamer het wetsvoorstel zoals dat nu voorligt op korte termijn aanvaardt. Na aanvaarding van het wetsvoorstel en de bekrachtiging daarvan door de regering, is – zo bleek tijdens de plenaire behandeling – nog enige tijd gemoeid met het opstellen van de noodzakelijke uitvoeringsregelgeving voordat de wet daadwerkelijk in werking kan treden. Deze tijd kan worden benut om de toegezegde wetswijzigingen tot stand te brengen. De initiatiefnemers zeggen u toe na het aanvaarden van het wetsvoorstel raadgevend referendum op de kortst mogelijke termijn een wetsvoorstel tot reparatie van de wet raadgevend referendum met betrekking tot de beide hiervoor genoemde onderwerpen bij de Tweede Kamer aanhangig te maken. De initiatiefnemers stellen zich daarbij voor dat de Wet raadgevend referendum en de reparatiewet – er vanuit gaande dat die laatste wet alsdan door uw Kamer is aanvaard – rond 1 januari 2015 in werking treden.

(...)

Handelingen I 2013-2014, nr. 27, item 7, p. 1

De heer Koole (PvdA): Mevrouw de voorzitter. Onze fractie heeft ook kennisgenomen van de brief van de indieners en is zeer verheugd dat zij de voorstellen over de horizonbepaling en de opkomstdrempel hebben overgenomen. Zij hebben ook aangegeven op welke manier dat gestand zou kunnen worden gedaan en hebben gekozen voor het indienen van een reparatiewet. In het debat heb ik aangegeven dat onze fractie liever een novelle had gehad, maar ik heb het overgelaten aan de indieners. Alles afwegende zal onze fractie ook voor deze wet stemmen.


Brondocumenten


Historie

  • 14 mei 2014
    nieuwe status: voldaan
    Voortgang:
    documenten:
  • 8 april 2014
    toezegging gedaan