T01766

Toezegging Tariefstelling schakelprogramma's (33.519)



De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Bruijn (VVD) en Koole (PvdA), toe de bepaling omtrent de tarieven voor het schakelprogramma weliswaar in te laten gaan per 1 september 2013, maar de instellingen een of twee maanden extra tijd te geven om administratieve werkzaamheden te verrichten.


Kerngegevens

Nummer T01766
Status voldaan
Datum toezegging 9 juli 2013
Deadline 1 januari 2014
Verantwoordelijke(n) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerleden Prof.dr. J.A. Bruijn (VVD)
Prof.dr. R.A. Koole (PvdA)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen administratieve afhandeling
schakelprogramma
Kamerstukken Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs (33.519)


Uit de stukken

Handelingen I 2012-2013, nr. 34, item 3 - blz. 10

De heer Bruijn (VVD): Met betrekking tot de ingangsdatum van de herziene tariefstelling van de schakelprogramma's is nog niets vastgelegd, noch in het wetsvoorstel, noch in het aangenomen amendement hierover in de Tweede Kamer. In paragraaf 5.3 van de memorie van toelichting staat dat verschillende onderdelen van deze wet op verschillende momenten in werking kunnen treden en dat bij het bepalen van die momenten de uitvoerbaarheid en het rekening houden met gerechtvaardigde verwachtingen doorslaggevende elementen zullen zijn. Dit leidt tot de volgende afweging van mijn fractie.

Voor het aankomend studiejaar, dat over ongeveer zeven weken ingaat, zijn communicatie, begrotingen en inschrijvingen inmiddels gepasseerd dan wel vastgesteld. Deze waren gebaseerd op de tarifering die de minister in haar brief van 26 april 2012, dus ruim op tijd, aankondigde, te weten dat de eerste 30 studiepunten van een schakelprogramma tegen wettelijk collegegeld zouden worden aangeboden en vanaf 30 studiepunten het instellingstarief kon worden gevraagd. Daar hebben alle universiteiten de inrichting van hun schakelprogramma's, hun begroting, hun doorrekeningen en hun communicatie op gebaseerd, en ook voor studenten is dit een bekend gegeven. In alle redelijkheid en billijkheid kan dus van niets anders worden gesproken dan van een geschapen, gerechtvaardigde verwachting bij betrokkenen, in het bijzonder instellingen en studenten, zoals bedoeld in de memorie van toelichting. Met betrekking tot de uitvoerbaarheid geven universiteiten aan dat wijziging nu alsnog, achteraf dus, van de tarifering voor het nu aanvangende studiejaar, administratief, logistiek en budgettair in dit late stadium niet meer uitvoerbaar is. Gelet dus op de gerechtvaardigde verwachtingen en de uitvoerbaarheid moet, niettegenstaande de wenselijkheid van de inwerkingtreding van de prestatieafspraken, waar mogelijk per 1 september 2013, geconcludeerd worden dat deze maatregel per 1 september 2014 van kracht kan worden. Gelet op het belang dat ook de minister, blijkens de memorie van toelichting, hecht aan gerechtvaardigde verwachtingen en uitvoerbaarheid, zal zij deze conclusie delen. Dat is althans de verwachting van mijn fractie. Een toezegging van de regering wordt zeer op prijs gesteld.

(...)

Handelingen I 2012-2013, nr. 34, item 3 - blz. 20

De heer Koole (PvdA): Een volgend punt betreft de schakelprogramma's. In het wetsvoorstel is opgenomen dat schakelprogramma's van 60 studiepunten tegen maximaal anderhalf maal het wettelijk collegegeld mogen worden aangeboden. Onze fractie is zeer voor dat maximum maar vraagt zich wel af of het realistisch is dat deze bepaling reeds per 1 september 2013 ingaat. De heer Bruijn heeft daar ook over gesproken. Kan de minister aangeven of de instellingen voldoende tijd hebben gehad om zich daarop in te stellen?

(...)

Handelingen I 2012-2013, nr. 35, item 2 - blz. 11-12

Minister Bussemaker: Tot slot noem ik in het kader van de financiële problematiek de schakelprogramma's. Dat gaat over de kosten die verbonden zijn aan de overgang van studenten die een hbo-opleiding hebben gedaan naar het wo. Nu zijn instellingen vrij om de hoogte van het tarief te bepalen. Wij hebben geconstateerd dat de tarieven voor de schakelprogramma's de afgelopen jaren heel sterk zijn toegenomen. Dit belemmert de overstap van hbo naar wo. Dat vind ik onwenselijk. Ik vind het wenselijk dat studenten die dat kunnen, over kunnen stappen. Overigens vind ik het nog veel wenselijker dat dit via "ingedaalde" programma's gebeurt, dus tijdens de hbo-opleiding. Dan word je al voorbereid op een wo-opleiding en niet pas als iemand zijn hbo-opleiding heeft afgerond en weer opnieuw moet kijken wat er moet gebeuren om aan een universiteit verder te kunnen studeren. Maar als dat wel zo is, hebben we te maken met schakelprogramma's. Afhankelijk van de vraag hoeveel tekortkomingen er zijn, dient de student te kunnen volstaan met een schakelprogramma. Dat kan kort duren, 30 punten, en dat kan lang duren, bijvoorbeeld 60 punten. Het is reëel dat de instellingen voor het verzorgen van langere programma's ook een hogere vergoeding kunnen vragen, mede gezien het feit dat zij hiervoor ook geen bekostiging ontvangen en de student zelf een verantwoordelijkheid heeft voor het kiezen van goed aansluitend onderwijs.

Hoe geven wij daar vorm aan? Wat mij betreft doen wij dat, als dat al moet, met een afzonderlijk traject waarbij de tarieven zijn afgeleid van het wettelijk collegegeld. Die grens tot 30 studiepunten is het maximum tarief overeenkomstig het proportioneel deel van het wettelijk collegegeld. Tussen 30 en 60 punten is het maximaal tarief overeenkomstig het proportionele deel van twee maal het wettelijk collegegeld. De tarieven zijn daardoor nu erg onoverzichtelijk. Per instelling en opleiding worden zeer verschillende tarieven gevraagd, omdat men heel verschillende dingen kan doen. Ik wil nu voor de eerste 30 punten het wettelijk collegegeld en voor de tweede 30 punten, dus tot 60 punten, twee keer het wettelijk collegegeld. Dat betekent dat een instelling voor in totaal 60 punten maximaal anderhalf keer het wettelijk collegegeld kan vragen.

Uit signalen die ook ik van de universiteiten heb gekregen, blijkt dat niet alle instellingen aangeven dat zij al vanaf september aanstaande kunnen rekenen met die 60 studiepunten. Sommige geven aan dat zij dat wel kunnen. Er zijn universiteiten, zoals Radboud en die van Tilburg, die aangeven dat zij ook voor 60 punten één keer het wettelijk collegegeld vragen; het is dus wel degelijk mogelijk om dat te doen. Andere zeggen dat zij geen probleem hebben met deze lijn, maar wel met het moment van invoering. De leden Bruijn, Koole en anderen hebben daarnaar gevraagd en zeiden dat het allemaal wel heel snel gaat. Mijn voorganger heeft al veel eerder, in april 2012, in een brief uiteengezet welke wetswijzigingen zouden worden voorgesteld. Daarbij is ook de vormgeving van het tarief van het schakelprogramma beschreven. Met andere woorden, de instellingen hebben heel veel tijd gehad om hun administratieve processen op orde te brengen. Ook is het wetsvoorstel voor en na die tijd ambtelijk besproken met de VSNU en met financiële medewerkers van de instellingen. Na de goedkeuring door de Tweede Kamer, waar die anderhalf keer het wettelijk collegegeld voor 60 punten uiteindelijk terecht is gekomen, heb ik daar zelf over gesproken met de VSNU. Die heeft aangegeven dat een aantal instellingen problemen daarmee hebben, maar waar die problemen precies zitten en voor welk bedrag, kan eigenlijk niemand goed helder maken. Met het amendement van de Kamer is er een tarief toegevoegd voor tussen de 30 en 60 studiepunten; dus niet voor de eerste 30. De universiteiten hadden dus allemaal kunnen weten dat ze op dat punt hun zaakjes op orde zouden moeten hebben. Als dit nog niet is geregeld, moet de instelling de studenten informeren over het lagere tarief dat de studenten tussen 30 en 60 studiepunten betalen. Dat is ook in het belang van de studenten. De studentenorganisaties geven aan dat zij hechten aan een zeer snelle inwerkingtreding: per 1 september 2013. Ik vind het ook daarom onwenselijk om dit uit te stellen, temeer daar dit dan weer samen zou gaan met de invoering van de masteropleiding in het leenstelsel. Als het kan, wil ik dit voor die tijd geregeld hebben, omdat het veel wenselijker is om niet alles op hetzelfde moment te doen. Naar mijn volle overtuiging kan dat. Ik begrijp dat sommige instellingen hierdoor wel enige extra werkzaamheden zullen krijgen. Naar mijn idee is dat geen reden om de bepaling uit te stellen, want het aantal schakelstudenten waarover we spreken, is relatief beperkt; het zijn er niet meer dan zo'n kleine 5.000. Het aantal schakelaars is beperkt. Per instelling zal het nooit gaan om meer dan 400 studenten. Er kan dus niet gezegd worden dat dit allemaal zo heel ingewikkeld is. Een aantal zal bovendien het schakelprogramma volgen door inschrijving in de wo-bachelor of hbo-bachelor, waarvoor het tarief van het wettelijk collegegeld wordt gevraagd en waarvoor de nieuwe tariefstelling dus niet geldt. Niet alle schakelprogramma's zullen groter zijn dan 30 punten. Er blijft daarmee echt een kleine groep over waarvoor dit wel geldt. Ik wil wel proberen om die groep tegemoet te komen. Ik weet dat in ieder geval Utrecht en Wageningen hebben gezegd dat zij hun studiepunten en tarieven nog niet allemaal op orde hebben, dat zij hun administratie moeten aanpassen en dat de studenten die nog niet hebben betaald, een nieuw besluit moeten krijgen. Ik snap dat wel in deze vakantieperiode, hoewel men dit allemaal al veel langer had kunnen weten: van die 30 punten vanaf april vorig jaar, van die 30 en 60 punten vanaf april dit jaar. We kunnen hen misschien tegemoetkomen door de bepaling omtrent de tarieven voor het schakelprogramma in te laten gaan per 1 september aanstaande, maar de instellingen de ruimte te geven dat zij de boel niet meteen administratief helemaal op orde hoeven te hebben. De instellingen kunnen dan een of twee maanden extra tijd krijgen om administratieve werkzaamheden te verrichten. Daarmee voldoen ze dan in feite met terugwerkende kracht aan de wettelijke bepaling. Naar mijn idee is zo iedereen tevreden, zijn we af van de al te hoge bedragen voor schakelprogramma's die echt te snel zijn gegroeid, doen we dit op een moment dat dit het best past en vragen we wat we in redelijkheid van instellingen mogen en kunnen verwachten.

De heer Bruijn (VVD): Ik waardeer dit gebaar.

(...)

Handelingen I 2012-2013, nr. 35, item 2 - blz. 14

De heer Bruijn (VVD): Dank ook voor de beweging die de minister heeft gemaakt met betrekking tot de ingangsdatum van de schakelprogramma's, om de instellingen zodoende in ieder geval de mogelijkheid te geven om een en ander achteraf administratief te regelen.

(...)

Handelingen I 2012-2013, nr. 35, item 2 - blz. 17

De heer Koole (PvdA): Er is al veel gezegd over de schakelprogramma's. De minister heeft net in de eerste termijn gezegd dat sommige instellingen die dit niet hebben kunnen voorbereiden, één tot twee maanden extra krijgen om de administratieve zaken te regelen. Met de andere informatie die de minister heeft gegeven, is dit voor ons een belangrijke geste. We hopen dat het hiermee goed komt.


Brondocumenten


Historie