Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02708

Toezegging Toezenden brief door de minister van Buitenlandse Zaken over de stand van zaken van de aansluiting door Nederland bij de facultatieve protocollen (34.775 VI)



De Minister van Justitie en Veiligheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Strik, toe dat de Minister van Buitenlandse Zaken binnen vier weken een brief aan de Kamer zal sturen inzake de stand van zaken van de aansluiting door Nederland bij de facultatieve protocollen.


Kerngegevens

Nummer T02708
Status voldaan
Datum toezegging 19 februari 2019
Deadline 1 april 2020
Verantwoordelijke(n) Minister van Justitie en Veiligheid
Kamerleden mr. dr. M.H.A. Strik (GroenLinks)
Commissie commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen facultatieve protocollen
Gehandicaptenverdrag
Kinderrechtenverdrag
Kamerstukken Begrotingsstaten Justitie en Veiligheid 2018 (34.775 VI)


Uit de stukken

Handelingen I 2018-2019, nr. 19, item 9, p. 10

Mevrouw Strik:

Tot slot, een laatste punt. Een van de kenmerken van de Eerste Kamer is dat hier niet de waan van de dag centraal staat, maar dat we oog hebben voor de lange termijn en leren van het verleden. Ons grote geheugen komt daarbij goed van pas. Vijf jaar geleden maar liefst heeft deze Kamer de regering al opgedragen om ervoor te zorgen dat Nederland zich snel zou aansluiten bij de facultatieve protocollen bij het Internationale Verdrag inzake de economische, sociale en culturele rechten, bij het Kinderrechtenverdrag en bij het Gehandicaptenverdrag.

De Kamer overwoog daarbij dat het van belang is dat ook burgers deze verdragen kunnen inroepen. Ondanks vele malen rappelleren, door zowel de commissie voor Justitie als de commissie voor VWS, en vele halve toezeggingen, staan we nog steeds met lege handen. De laatste stand van zaken is een toezegging dat het wetsvoorstel tot ratificatie van het protocol bij het Verdrag inzake de economische, sociale en culturele rechten zou worden ingediend bij de Raad van State, met daarbij een adviesaanvraag over de implicaties van het individueel klachtrecht bij de andere twee verdragen. Ook deze toezegging dateert alweer van ongeveer een jaar geleden. In deze kwestie lijkt het kabinet de schaamte voorbij. Het geeft tot nu toe geen enkel steekhoudend argument voor het negeren van deze Kameruitspraak.

Ik overweeg om toch maar niet uit de Kamer te stappen als hier de komende maanden nog geen opheldering over is. Ik hoop dat dat op z'n minst een prikkel is voor deze ministers om hier snel duidelijkheid over te verschaffen.

Handelingen I 2018-2019, nr. 19, item 11, p. 8-9

Minister Grapperhaus:

[…]

Voorzitter, ik ben er bijna doorheen. Mevrouw Strik vroeg nog naar de stand van zaken van de aansluiting door Nederland bij de facultatieve protocollen. Uw Kamer is diverse keren geïnformeerd over de besluitvorming rond de ratificatie. De minister van VWS schreef afgelopen november in een brief dat er nog geen besluit ligt over de ratificatie van IVESCR. Hij gaf aan dat dit een complex besluitvormingsproces is. Ik begrijp dat dat antwoord als teleurstellend kan worden ervaren, maar ik vind zelf — dat is misschien mijn juridische inborst — dat zo'n proces heel zorgvuldig doorlopen moet worden. Binnen het kabinet is zeer onlangs gesproken over de ratificatie van die facultatieve protocollen. Mijn collega Blok van Buitenlandse Zaken zal binnen afzienbare tijd met een brief komen waarin nader zal worden ingegaan op het tijdpad van het kabinet.

Mevrouw Strik:

Ik zou de regering absoluut niet willen oproepen tot overhaast beslissen. Maar in dit geval gaat het om het ondertekenen van het facultatief protocol in 2009 door de regering. We zijn dus toch al zo'n tien jaar bezig met beraadslaging over de vraag of we ratificatie wel een goed idee vinden. Wat was eigenlijk überhaupt het idee toen we het protocol gingen tekenen? Waaruit bestaan die overwegingen dan? Wat is er dan tot nu toe gebeurd om duidelijkheid te krijgen over of het wel of niet een goed idee is om uiteindelijk tot ratificatie over te gaan?

Minister Grapperhaus:

Vooral het laatste deel van de vraag vind ik wat lastig, want dan zou ik toch gaan preluderen op de brief die collega Blok gaat sturen. Ik kan in ieder geval wel, als dat enigszins een schrale troost is voor mevrouw Strik, zeggen dat dat tijdpad betekent dat het voornemen is om tussen nu en vier weken een brief naar de Kamer te sturen.

De voorzitter:

Heel kort.

Mevrouw Strik:

Even voor de duidelijkheid: dit ligt al vijf jaar in de Kamer, dus ik zou toch heel graag wat meer duidelijkheid willen. Betekent dit dat we over vier weken een brief over het tijdpad krijgen? Of voorspelt u nu al dat we over vier weken een brief krijgen met daarin het standpunt van de regering over de ratificatie?

Minister Grapperhaus:

Ik denk dat in het standpunt over het tijdpad ligt besloten hoe het kabinet hiermee verder wil.

Mevrouw Strik:

Tot slot. Dan bent u heel optimistisch, want ik heb al heel wat brieven over tijdpaden met betrekking tot de ratificatie gezien, en daar was verder niks inhoudelijks uit op te maken. Ik wil graag weten of dat advies er inmiddels al ligt, wat dat advies inhoudt en wat de Raad van State heeft gezegd over de andere twee protocollen die er nog liggen, om eventueel te ondertekenen en te ratificeren.

Minister Grapperhaus:

Dat advies van de Raad van State is er, maar daar ga ik nu niet op in, want dan ga ik toch weer preluderen op de brief van collega Blok en dat vind ik gewoon buiten het kader van dit debat. Ik ga er op geen enkele manier op preluderen. Het enige is dat Blok dat advies van de Raad van State meeneemt en aangeeft wat het tijdpad is dat het kabinet voorstaat.

De voorzitter:

Mevrouw Strik, tot slot.

Mevrouw Strik:

Even voor de duidelijkheid, dat betekent dat we dan te horen krijgen of het wetsvoorstel nu wordt ingediend of niet? Het wetsvoorstel is toch nog niet ingediend?

Minister Grapperhaus:

Nee, maar ...

De voorzitter:

De minister, en dan ronden we dit debatje af, want u blijft elkaar ...

Minister Grapperhaus:

Nee, maar voorzitter, dit is een debat over de rechtsstaat. Ik heb gezegd: er komt een brief van collega Blok, over een kwestie die al heel erg lang loopt, daar heeft mevrouw Strik inderdaad een puntje ...

Mevrouw Strik:

Een puntje.

Minister Grapperhaus:

Ja, nou ja, ik vind niet dat ik in het kader van dit debat vooruit moet lopen op die brief, zeker niet omdat er inmiddels een advies van de Raad van State is, zoals ik al heb gezegd. Dat is er net en dat zal in het kader van die brief aan de orde komen. Ik vind niet dat het in dit debat over de rechtsstaat nu ineens moet gaan over een nog te schrijven brief, waarvan ik heb aangegeven wat het tijdpad binnen het tijdpad is. Daar ga ik dus niks over zeggen. Het is er binnen vier weken en dat is alles wat ik erover zeg.

De voorzitter:

Mevrouw Strik, helemaal tot slot; een opmerking, geen vraag.

Mevrouw Strik:

Ja, één korte opmerking: ik vind het gek dat de minister het kennelijk raar vindt dat dit in het kader van het debat over de rechtsstaat aan de orde komt. De motie is ingediend bij het allereerste debat over de staat van de rechtsstaat in deze Kamer. Er was groot draagvlak voor deze motie. Ik vind het buitengewoon teleurstellend dat de diverse achtereenvolgende kabinetten de motie zo weinig serieus nemen en zo weinig openheid geven over wat zij daadwerkelijk van plan zijn om te doen met het individueel klachtrecht met betrekking tot mensenrechtenverdragen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat de minister nu zijn betoog vervolgt.

Minister Grapperhaus:

Ja, die brief komt er en die zal meer duidelijkheid geven, ook over wat de Raad van State vindt en dat lijkt mij niet onbelangrijk.


Brondocumenten


Historie