Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01325

Toezegging Uitzondering woonboten, woonarken en woonwagens verlaagd btw-tarief op onderhoud en renovatie (32.504/32.505/32.401)



De staatssecretaris van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Leijnse, Böhler en Biermans, toe dat de regering de Kamer schriftelijk op de hoogte brengt van de precieze redengeving waarom woonboten, woonarken en woonwagens zijn uitgezonderd van de 6% BTW op onderhoud en renovatie.


Kerngegevens

Nummer T01325
Status voldaan
Datum toezegging 20 december 2010
Deadline 1 juli 2011
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Financiën
Kamerleden prof. dr. F. Leijnse (PvdA)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen BTW-tarieven
onderhoud en renovatie
woonschepen
Kamerstukken Overige fiscale maatregelen 2011 (32.505)
Belastingplan 2011 (32.504)
Fiscale verzamelwet 2010 (32.401)


Uit de stukken

Handelingen I 2010-2011, nr. 12 - blz. 10

Leijnse (PvdA):

Het is in dit licht minder gelukkig dat de regering ook bij deze tijdelijke verlaging van het btw-tarief voor onderhoud en renovatie een uitzondering heeft gemaakt voor particuliere woningen die geen onroerend goed vormen, met name woonboten, woonarken en woonwagens. Het gaat hierbij om hetzelfde soort onderhoud en renovatie aan eveneens door particulieren bewoonde woningen. Die woningen zitten alleen niet aan de grond gefundeerd. De regering baseert deze uitzondering op een strikte uitleg van de Europese btw-richtlijn. Deze spreekt echter alleen van "particuliere woningen" en niet van "onroerend goed". Alle aangehaalde jurisprudentie die ziet op een strikte uitleg van het begrip "particuliere woning" heeft betrekking op situaties waarin er óf geen sprake is van een particulier, maar van een organisatie of instelling, óf geen sprake is van een woning, maar van een gebouw of behuizing. Er valt dus niet in te zien hoe zelfs bij een extreem strikte uitleg van het begrip "particuliere woning" uit de richtlijn, de woonboten, woonarken en woonwagens daar niet onder zouden vallen. Mijn fractie acht de antwoorden van de regering op dit punt verregaand onlogisch en onvoldoende en overweegt hierover in tweede termijn een Kameruitspraak te vragen.

Handelingen I 2010-2011, nr. 12 - blz. 28

Mevrouw Böhler (GroenLinks):

Dan de woningmarkt. Onder het kopje "woningmarkt" treffen wij ook een aantal maatregelen aan, allemaal ten gunste van de eigenaren van woningen en onafhankelijk van de waarde van de woning. Ik heb hierover twee aanvullende vragen. Wat de verlaging van het btw-tarief voor verbouwing en renovatie betreft, komt het mij voor dat dat niet geldt voor architecten, maar ik weet niet of ik dat juist heb begrepen. Kan de staatssecretaris mij hier helpen? En wat woonboten en andere roerende woningen betreft, kan ik mij alleen maar aansluiten bij collega Leijnse. Ik begrijp gewoonweg niet waarom het lage btw-tarief voor verbouwing en renovatie niet zou moeten gelden voor dit type woningen. Graag dus nog een keer een poging van de staatssecretaris om mij dit uit te leggen.

Handelingen I 2010-2011, nr. 12 - blz. 28

De heer Biermans (VVD):

Hetzelfde geldt voor de maatregelen ter tijdelijke ondersteuning van de woningmarkt. Over de tijdelijke verlaging van het btw-tarief voor renovatie van woningen is al veel gezegd. Niet overtuigend is de motivatie van de staatssecretaris waarom bijvoorbeeld woonboten buiten de regeling moeten vallen. Zijn antwoord op onze vraag naar een evaluatie van de gentlemen’s agreement ter zake is ronduit ontwijkend. Als globaal vastgesteld zou worden dat een dergelijke overeenkomst in de praktijk goed werkt, zou deze vaker als hulpmiddel ingezet kunnen worden bij de uitvoering van maatregelen en het creëren van draagvlak daarvoor.

Handelingen I 2010-2011, nr. 13 - blz. 19

Staatssecretaris Weekers:

Er is gevraagd waarom woonboten en woonwagens niet vallen onder het verlaagde btw-tarief voor renovatie en herstel van woningen. Op grond van de btw-richtlijn is het alleen maar mogelijk om het verlaagde tarief toe te passen op renovatie en herstel van particuliere woningen. Men zou kunnen betogen dat een woonboot of woonwagen ook een particuliere woning is, maar bij de introductie van de verlaagde btw-tarieven voor arbeidsintensieve diensten in het jaar 2000 is steeds uitgegaan van de invulling van het begrip "particuliere woningen" dat we nu ook hanteren. Bij die verlaging destijds valt overigens te denken aan de huisschilder. De maatregel gold destijds voor de woningen van twaalf jaar en ouder. Het vorige kabinet heeft die maatregel in het kader van de crisisaanpak gewijzigd. De huisschilder mag nu bij huizen van twee jaar en ouder de kwast hanteren tegen het lage btw-tarief.

In elk geval ging het destijds bij "particuliere woningen" om woningen die bedoeld zijn voor permanente bewoning. Woonboten en woonwagens vielen daar niet onder. Ik handel in lijn met de praktijk die we de afgelopen jaren hebben gevolgd vanwege de noodzaak om afwijkingen van het algemene btw-regime zo strikt mogelijk toe te passen en uit te voeren. Dat is ook in de jurisprudentie besloten. Het lijkt mij het meest consistent om dat ook voor deze tijdelijke maatregel, die een halfjaar geldt, vast te houden.

Handelingen I 2010-2011, nr. 13 - blz. 19

De heer Leijnse (PvdA):

Ik kan volgen dat er sprake is van consistent beleid. De vraag is wat er aan dat beleid ten grondslag ligt. Wat is de kern waarop de uitzondering van woonboten, woonarken en woonwagens is gebaseerd? Daar is het debat in de schriftelijke voorbereiding ook mede over gegaan. Er is hier van meerdere kanten gezegd dat de argumentatie weinig overtuigend is. De staatssecretaris zou mij tegemoet komen als hij toezegt dat het kabinet op afzienbare termijn uitgebreider op de redengeving terugkomt. Dat mag ook schriftelijk.

Handelingen I 2010-2011, nr. 13 - blz. 19-20

Staatssecretaris Weekers:

In het verleden is ervoor gekozen om onder particuliere woningen onroerende zaken te verstaan die bestemd zijn voor permanente bewoning vanwege het feit dat de jurisprudentie gebiedt het zo strikt mogelijk uit te leggen. Als je het op een andere manier zou uitleggen, stuit dat ook op behoorlijk wat uitvoerings- en handhavingsbezwaren. Daarom is daar in 2000 voor gekozen en ben ik daar nu op aangehaakt. Als de heer Leijnse die motivatie onvoldoende vindt, kom ik er natuurlijk graag nog schriftelijk op terug. Dat zeg ik toe.

Handelingen I 2010-2011, nr. 13 - blz. 38

De heer Leijnse (PvdA):

Wij hebben even van gedachten gewisseld over de reden waarom woonboten, woonarken en woonwagens zijn uitgezonderd van de 6% btw op onderhoud en renovatie. De staatssecretaris heeft uitgelegd dat dat consistent is. Een aantal jaren is deze categorie voortdurend uitgezonderd van maatregelen in de fiscale sfeer op het punt van onderhoud en renovatie. Het principiële punt, namelijk waarom die uitzondering ooit is gemaakt en of zij eigenlijk wel een grond vindt in de Europese btw-richtlijn, blijft echter staan. Ik heb de toezegging van de staatssecretaris geregistreerd om ons nog eens schriftelijk op de hoogte te brengen van de precieze redengeving van die uitzonderingen. Ik neem aan dat deze Kamer daar dan ook nadere uitleg over zal vragen en daarover met de staatssecretaris in debat zal gaan.

Handelingen I 2010-2011, nr. 13 - blz. 46

Staatssecretaris Weekers:

Ik heb de heer Leijnse inderdaad toegezegd dat ik schriftelijk terug zal komen op de vraag waarom woonboten en woonwagens principieel zijn uitgesloten vanaf ongeveer het jaar 2000. Ik heb die lijn voortgezet. Deze informatie krijgt de Kamer nog.


Brondocumenten


Historie