Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Stemming Verruiming aansprakelijkheid voor minderjarigen



Verslag van de vergadering van 19 mei 2015 (2014/2015 nr. 31)

Aanvang: 13.56 uur

Status: gecorrigeerd


Stemming Verruiming aansprakelijkheid voor minderjarigen

Aan de orde is de stemming in verband met het Voorstel van wet van het lid Oskam tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de verruiming van de aansprakelijkheid van ouders voor gedragingen van minderjarigen vanaf de leeftijd van veertien jaar (30519).

(Zie vergadering van 24 september 2013.)


De voorzitter:

Ik heet de minister van Economische Zaken, die namens de regering bij de stemmingen aanwezig is, van harte welkom in de Eerste Kamer.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.


Mevrouw Duthler (VVD):

Voorzitter. Om met een tegeltjeswijsheid te beginnen: goede dingen komen snel. Ruim negen jaar na de indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer en anderhalf jaar na de plenaire behandeling in dit Huis wordt het wetsvoorstel in stemming gebracht. Mijn fractie heeft in eerste en tweede termijn gevraagd naar een nadere uitwerking en aanscherping van de disculpatiemogelijkheid van de huidige wettelijke regeling. Dat is uitgebleven. Althans, de resultaten ervan zijn niet met de Eerste Kamer gedeeld. Ook heeft de initiatiefnemer geen alternatief uitgewerkt en blijft het onzeker wat de verzekeraars gaan doen. Daarbij komt nog de onzekerheid over de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid. Door dit alles acht mijn fractie de stap naar een algehele risicoaansprakelijkheid die in dit wetsvoorstel wordt geregeld, te groot. Ze zal dan ook tegen het wetsvoorstel stemmen.


Mevrouw Scholten (D66):

Voorzitter. Ik betreur de afwezigheid van de heer Oskam, maar dit zal zijn redenen hebben. Bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstel op 24 september 2013 heb ik namens mijn fractie grote aarzelingen uitgesproken over het wetsvoorstel. Mijn fractie was hier bepaald niet de enige in. De initiatiefnemer beloofde een brief met zijn nadere overwegingen. De brief is gekomen, maar helaas zonder nadere overwegingen.

Schade moet altijd worden vergoed, ook als deze door een minderjarige is veroorzaakt. Dat is geldend recht en bij de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1992 is voor de aansprakelijkheid gekozen voor een evenwichtige verdeling tussen de risico- en schuldaansprakelijkheid van ouders, afhankelijk van de verschillende leeftijdsgroepen. Dat de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat deze een wijziging in de door de initiatiefnemer gekozen richting zouden rechtvaardigen, is in het debat onvoldoende uit de verf gekomen. Ook over de verzekerbaarheid van door de doelgroep met opzet veroorzaakte schade, is geen uitsluitsel verkregen. Mijn fractie houdt daarom vast aan het sinds 1992 geldende evenwicht in het wettelijk systeem en heeft geen enkele aarzeling om uit te spreken dat zij dit voorstel niet zal steunen.


Mevrouw Quik-Schuijt (SP):

Voorzitter. Er is niet veel nieuws meer na alles wat al gezegd is. De SP-fractie betreurt het uiteraard dat gemeenten en particulieren blijven zitten met schade die veroorzaakt is door jongeren. Ouders verantwoordelijk stellen voor schade veroorzaakt in het uitgaansleven door 16- en 17-jarige pubers, ongeacht hun mogelijkheden om toezicht te houden, gaat ons echter te ver. Ook de mogelijkheid dat ouders de schuld verhalen op hun kinderen achten wij ongewenst. De huidige, getrapte regeling verdient onze voorkeur. Wij zullen dus tegen het wetsvoorstel stemmen.


De heer Holdijk (SGP):

Voorzitter. Ik heb in twee termijnen bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstel op 24 september 2013 blijk gegeven van mijn twijfels omtrent de wenselijkheid van het voorstel. Toen schetste ik het volgende dilemma. Mijn fractie is niet tegen aanpassing van de wettelijke aansprakelijkheidsregelingen die ertoe zouden kunnen bijdragen dat de benadeelde zijn schade kan verhalen als dit redelijk en billijk is ten opzichte van ouders. Waar ik echter moeite mee heb en houd, is een aanpassing die gepaard gaat met het volledig schrappen van iedere disculpatiemogelijkheid. Daarbij komt dat ik het niet bijster realistisch acht dat de ouders de schade op hun kinderen kunnen verhalen. Nu is gebleken dat nader beraad aan de zijde van de verdediger van het wetsvoorstel niet heeft geleid tot de beslissing om een novelle in te dienen, kan het voorstel wat mij betreft niet het voordeel van de twijfel worden gegeven.


Mevrouw Beuving (PvdA):

Voorzitter. Nu de verdediger van dit initiatiefwetsvoorstel heeft besloten om af te zien van het indienen van de aangekondigde novelle, zal de PvdA-fractie tegen het wetsvoorstel stemmen, om de reden dat in het voorstel ten onrechte geen onderscheid wordt gemaakt tussen ouders die een verwijt te maken valt, en ouders die geen verwijt te maken valt. Een disculpatiemogelijkheid voor ouders die geen verwijt te maken valt, kan naar de mening van de PvdA-fractie niet worden gemist.


De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik voeg mij in de rij. Tijdens de behandeling in eerste termijn heeft dit initiatiefvoorstel veel vragen opgeroepen in deze Kamer. Bij het verhalen van schade is het uitgangspunt dat de veroorzaker betaalt. Dat kunnen ook kinderen en jongeren onder de 18 jaar zijn. In dat geval zijn de ouders aansprakelijk, al blijft het kind de schuldige. Als de risicoaansprakelijkheid van de ouders wordt verruimd, betaalt niet de veroorzaker, maar betalen de ouders. Zij zijn niet schuldig, maar kunnen een enorme last toegeschoven krijgen door het gedrag van hun kind. Dit roept billijkheidsvragen op en ook de vraag of dit risico verzekerbaar is. Mijn fractie vindt dat de analyse van het probleem tekortschiet voor deze rigoureuze stap en zal tegen het voorstel stemmen.


De voorzitter:

Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PVV en het CDA voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PvdA, de ChristenUnie, de SGP, GroenLinks, de SP, D66, 50PLUS, de PvdD en De Lange ertegen, zodat het is verworpen.