Verslag van de vergadering van 29 juni 2021 (2020/2021 nr. 43)

Aanvang: 13.30 uur

Status: gecorrigeerd


De voorzitter:

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.


Ingekomen is een beschikking van de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal houdende aanwijzing van het Tweede Kamerlid Bosma tot lid van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie.

De Tijdelijke regeling digitaal quorum, die de Kamer heeft vastgesteld op 27 oktober jongstleden, vervalt van rechtswege op 1 juli 2021, tenzij de Kamer haar tijdig verlengt. Gezien de actuele situatie met betrekking tot het coronavirus en de geldende landelijke richtlijnen stel ik voor om de regeling te verlengen met de in artikel 3 van de Tijdelijke regeling genoemde termijn van ten hoogste twee maanden, dat wil zeggen tot 1 september 2021.

Kan de Kamer met dit voorstel instemmen? Ik zie mevrouw Faber opstaan. U kunt ook aantekening vragen. Dat kan pas nadat het besluit genomen is.

Daartoe wordt besloten.


De voorzitter:

Verlangt iemand aantekening?


Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Voorzitter. Zo blijf ik in beweging, natuurlijk. Ja, de PVV-fractie vraagt aantekening bij dit besluit.


De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Faber. De heer Otten.


De heer Otten (Fractie-Otten):

Voorzitter, onze fractie vraagt ook aantekening bij deze verlenging.


De voorzitter:

Dank u wel, meneer Otten.

De leden van de fracties van Fractie-Otten en de PVV wordt conform artikel 112 van het Reglement van Orde aantekening verleend dat zij geacht willen worden zich niet met het voorstel te hebben kunnen verenigen.


Dan deel ik de Kamer voorts mee dat ook het eerder door mij genomen Tijdelijk besluit digitaal quorum van 29 oktober 2020 zal worden gecontinueerd tot 1 september 2021.

Aan de orde is het voorstel van de heer Van Rooijen om de vervaltermijn van drie aangehouden moties tot en met 13 juli 2021 te verlengen om op die dag over de drie moties te kunnen stemmen. Op grond van artikel 93, derde lid, van het Reglement van Orde, zouden de volgende drie aangehouden moties na vandaag van rechtswege vervallen.

Het betreft:

  • de motie van het lid Van Rooijen c.s. over het in dezelfde mate laten stijgen van de arbeidskorting en de ouderenkorting (35570, letter K);
  • de motie van het lid Van Rooijen c.s. over indexatie van pensioenen (35570, letter J);
  • de motie van het lid Van Rooijen c.s. over pensioenkortingen (35570, letter I).

Kan de Kamer instemmen met het voorstel tot verlenging van de termijnen van aanhouding en het op 13 juli 2021 stemmen over deze moties?

Daartoe wordt besloten.


De voorzitter:

Wenst een van de leden aantekening? Dat is niet het geval.