26.841

Bescherming jeugd tegen schadelijke audiovisuele producten



Dit wetsvoorstel beoogt jongeren te beschermen tegen geweld op tv, video en film. Basis van de aanpak is zelfregulering van de sector en preventief optreden.

De Mediawet en het Wetboek van Strafrecht worden gewijzigd en de Wet op de filmvertoningen wordt ingetrokken.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 27 juni 2000 aangenomen door de Tweede Kamer. GroenLinks, PvdA, D66, VVD, GPV en RPF stemden voor.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 12 december 2000 zonder stemming aangenomen. CDA, RPF/GPV en SGP is daarbij aantekening verleend.


Kerngegevens

ingediend

11 oktober 1999

titel

Wijziging van de Mediawet en van het Wetboek van Strafrecht, alsmede intrekking van de Wet op de filmvertoningen

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
  • minister van Justitie

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld


Hoofdlijnen

In eerste instantie wordt er uitgegaan van zelfregulering binnen de audiovisuele bedrijfstak, maar daarnaast is een aanvullend wettelijk kader vereist.

Elk audiovisueel product wordt onder verantwoordelijkheid van de branche die het desbetreffende product in eerste instantie op de markt brengt, geclassificeerd, met als criterium de mogelijke schadelijkheid voor vertoning aan jeugdigen.

Programma's die ernstige schade bij jongeren onder de 16 jaar kunnen veroorzaken, mogen niet worden uitgezonden.

De criteria bij het systeem van leeftijdsclassificatie hebben betrekking op de mate waarin:

  • angst wordt opgewekt;
  • brutaliserend geweld wordt vertoond of gerechtvaardigd;
  • het gebruik van drugs aantrekkelijk wordt voorgesteld of vergoeilijkt;
  • sprake is van pornografie;
  • op andere gronden volgens algemeen geldende opvattingen producten niet geschikt zijn voor vertoning aan bepaalde categorieën van jeugdigen.

Documenten

3