29.372

Wijziging Elektriciteitswet 1998 en Gaswet in verband met implementatie en aanscherping toezicht netbeheer



Dit wetsvoorstel versterkt de positie van consumenten op de geliberaliseerde Europese markt voor elektriciteit en gas. Het voorstel bevat maatregelen tot implementatie van twee Europese richtlijnen: richtlijn 2003/54/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn nr. 96/92/EG (PbEG L 176) en richtlijn 2003/55/EG en rectificatiePDF-document betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG (PbEG L 176).

De richtlijnen beogen de verschillen in regelgeving tussen de lidstaten te verkleinen en zijn erop gericht de mate van marktopening, het afsplitsen van netwerken (unbundling) en het toegangs- en toezichtsregime zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. In dit wetsvoorstel zijn ook de noodzakelijke aanpassingen op grond van de Europese verordening 1228/2003PDF-document (PbEG L 176) betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit opgenomen. Het wetsvoorstel scherpt daarnaast de wetgeving met betrekking tot de onafhankelijkheid van het netbeheer en de betrouwbaarheid van de energievoorziening aan.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 3 juni 2004 aangenomen door de Tweede Kamer. SP en LPF stemden tegen.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 29 juni 2004 zonder stemming aangenomen. De fractie van de SP is daarbij aantekening verleend.

De plenaire behandeling vond gezamenlijk plaats met wetsvoorstel Uitstel liberalisering kleine elektriciteits- en gasgebruikers (29.303).


Kerngegevens

ingediend

15 december 2003

titel

Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter uitvoering van richtlijn nr. 2003/54/EG, (PbEG L 176), verordening nr. 1228/2003 (PbEG L 176) en richtlijn nr. 2003/55/EG (PbEG L 176), alsmede in verband met de aanscherping van het toezicht op het netbeheer (Wijziging Elektriciteitswet 1998 en Gaswet in verband met implementatie en aanscherping toezicht netbeheer)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • minister van Economische Zaken

inwerkingtreding

  • 1. 
    Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet
  • 2. 
    Artikel VI, zevende lid, werkt terug tot het tijdstip waarop de Verordening nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 juni 2003 (PbEG L 176) in werking is getreden.

Hoofdlijnen

  • Met het oog op een doelmatige en betrouwbare energievoorziening worden regels vastgelegd die expliciet gericht zijn op de kwaliteit van de elektriciteits- en gasnetten en de prestaties van de netbeheerders. Daarnaast wordt de onafhankelijke positionering van netbeheerders versterkt door vast te leggen dat regionale netbeheerders dienen te beschikken over het economisch eigendom van de door hen beheerde netten.
  • De bevoegdheden van de Minister van Economische Zaken en de Dienst Uitvoering en Toezicht Energie worden aangescherpt. De minister kan op een aantal punten de ruimte voor de toezichthouder in ministeriële regelingen vastleggen.
  • Het wetsvoorstel voorziet in extra mogelijkheden voor de overheid om ingeval van tekortkomingen in het netbeheer in te grijpen.
  • Het wetsvoorstel waarborgt een aantal publieke belangen met betrekking tot de productie en levering van energie. Daarbij gaat het om:
  • beschikbaarheid van energie tegen maatschappelijk aanvaardbare prijzen voor alle consumenten;
  • bescherming van gebonden afnemers tegen misbruik door een monopolist, te weten de netbeheerder;
  • leveringszekerheid voor klanten die geen uitwijkmogelijkheden hebben;
  • productie en dienstverlening moeten recht doen aan maatschappelijke doelstellingen ten aanzien van kwaliteit en veiligheid;
  • productie en distributie van energie moeten door doelmatige marktordening en doelmatig toezicht tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten plaastvinden.


Documenten

4