35.300 VII

Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2020



Dit wetsvoorstel bevat de begroting van uitgaven en ontvangsten voor het jaar 2020 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


Stand van zaken

Het voorstel (EK, B) is op 3 december 2019 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: SP, PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, VVD, SGP, CDA, ChristenUnie, PVV en Van Haga.

Tegen: FVD, PvdD en Van Kooten-Arissen.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 17 december 2019 als hamerstuk afgedaan. De fractie van de PvdD is daarbij aantekening verleend.

De Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) heeft naar aanleiding van het verslag van het schriftelijk overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 september 2020 (EK 35.300 VII / 35.300 IV, F) over (deels) openstaande toezeggingen, bij van 28 september 2020 vragen aan de minister voorgelegd de toezegging 'Mogelijkheden constitutionele toetsing' (T02839).


Kerngegevens

ingediend

17 september 2019

titel

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2020

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari van het onderhavige begrotingsjaar. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum van 1 januari, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met 1 januari.


Documenten

Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-172] documenten
Bladeren:
[1-50] [51-100] [101-150] [151-172] documenten