35.496

Wet excessief lenen bij eigen vennootschap



Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Invorderingswet 1990. Het voorstel strekt ertoe excessief lenen bij de eigen vennootschap door directeur-grootaandeelhouders en andere aanmerkelijkbelanghouders te ontmoedigen.

Een onbedoeld effect van het Nedelandse belastingstelsel, dat erop gericht is zo min mogelijk een belemmerende factor te zijn voor Nederlandse bedrijven om te ondernemen, is dat directeur-grootaandeelhouders en andere aanmerkelijkbelanghouders langdurig belastingheffing kunnen uitstellen en soms vindt door het langdurige belastinguitstel zelfs helemaal geen belastingheffing meer plaats. Door liquide middelen als lening aan de eigen vennootschap te onttrekken in plaats van als dividend uit te laten keren of loon te genieten, wordt belastingheffing op dat moment voorkomen. Het kabinet wil met dit wetsvoorstel deze vorm van belastingontwijking als gevolg van het langdurig uitstellen (of definitief afstellen) van belastingheffing in excessieve gevallen tegengaan.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Plenair
 
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.


Kerngegevens

ingediend

17 juni 2020

titel

Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Invorderingswet 1990 ter bestrijding van belastinguitstel en –afstel als gevolg van excessief lenen bij een eigen vennootschap (Wet excessief lenen bij eigen vennootschap)

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

inwerkingtreding

Met ingang van 1 januari 2023


Documenten