Dit wetsvoorstel wijzigt de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herintroduceren van een horizonbepaling met betrekking tot de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken. Door het aanvaarden van de Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (36.859) is de tijdelijke aard, de zogenoemde horizonbepaling, van de nationale bevoegdheden voor het gebruik en verwerken van biometrische gegevens komen te vervallen.
Dit wetsvoorstel vloeit voort uit toezegging T04144 die aan de Eerste Kamer tijdens de behandeling van de Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (36.859) is gedaan. De behandeling van dat wetsvoorstel vond plaats onder grote tijdsdruk. Hierdoor was er onvoldoende gelegenheid voor een zorgvuldige en inhoudelijke behandeling van het wetsvoorstel. Het voornaamste doel van de regering is om met onderhavig wetsvoorstel het debat met de Tweede en Eerste Kamer zorgvuldig en zonder tijdsdruk te voeren over de uitbreiding van het gebruik en verwerking van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen. De voorgestelde horizonbepaling zal gelden voor een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding. Indien vóór het verstrijken van deze termijn een voorstel van wet is ingediend dat de voortzetting van de horizonbepaling als doel heeft, wordt het verval aangehouden totdat over dat voorstel is beslist.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.
ingediend
29 juni 2026titel
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het opnemen van een horizonbepaling met betrekking tot de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerkenschriftelijke voorbereiding
ondertekening
inwerkingtreding
Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.