E040150
Laatste revisie: 29-08-2011

E040150 - Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het internationale treinverkeer



In dit dossier wordt een verordening betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het internationale treinverkeer voorgesteld.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: gepubliceerd in Europees publicatieblad.

Europees

Verordening (EG) nr. 1371/2007 werd op 23 oktober 2007 ondertekend door de Raad en het Europees Parlement en gepubliceerd in Pb EU L315 van 3 december 2007.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2004)143PDF-document, d.d. 3 maart 2004

rechtsgrondslag

Artikel 71 verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap

commissies Eerste Kamer

beleidsterrein

verwante dossiers


Behandeling Eerste Kamer

De commissie Europese samenwerkingsorganisaties heeft in haar vergadering d.d. 7 september 2004 besloten de onderhavige mededeling onder de aandacht te brengen van de commissie voor Verkeer en Waterstaat.

Op 5 oktober 2004 is het voorstel voor een richtlijn geagendeerd in de commissie voor Verkeer en Waterstaat alwaar besloten is dat het standpunt van de regering wordt ten aanzien van het subsidiariteitscriterium wordt overgenomen. Dit betekent dat de commissie het proces zal blijven volgen.

In het kader van de PILOT implementatie protocollen bij Europese Grondwet heeft de commissie Verkeer en Waterstaat op dinsdag 15 maart 2005 besloten tot het bijeen roepen van een inbrengvergadering op dinsdag 22 maart 2005. Daarnaast heeft de commissie verzocht om stafnotities (niet openbare documenten: memo COM(2004)143 en Leidraad COM(2004)143).

Op dinsdag 22 maart 2005 kwam de commissie Verkeer en Waterstaat bijeen om advies uit te brengen inzake de subsidiariteits- en proportionaliteitstoets met betrekking tot het Derde Spoorwegpakket.

Op vrijdag 25 maart 2005 heeft de commissie Verkeer en Waterstaat haar (openbare) advies betreffende de conformiteit met het subsidiariteits- en proportionaliteitscriterium van het derde spoorwegpakket gezonden aan de Gemengde Commissie Toepassing Subsidiariteit.

Op basis van de adviezen van de Eerste Kamer commissie Verkeer en Waterstaat en de Tweede Kamer commissie Verkeer en Waterstaat zijn beslispunten voorgelegd aan de Gemengde Commissie Toepassing Subsidiariteit die op dinsdag 5 april 2005 bijeen zal komen.

Tijdens de vergadering van de Gemengde Commissie Toepassing Subsidiariteit van 5 april 2005 bleek op basis van de adviezen dat er verschillende opvattingen bestaan tussen de commissies Verkeer en Waterstaat van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer ten aanzien van drie Europese voorstellen. Hierop heeft de Gemengde Commissie een conciliatiebijeenkomst georganiseerd op 7 april 2005 om te bezien of alsnog tot een gezamenlijk standpunt kan worden gekomen ten aanzien van deze Europese voorstellen.

De Gemengde Commissie heeft tijdens de bijeenkomst met de commissies Verkeer en Waterstaat van de Eerste en Tweede Kamer op 7 april 2005 kennis genomen van de argumenten die ten grondslag liggen aan de adviezen van de commissies Verkeer en Waterstaat van beide Kamers en bereid -gehoord die adviezen- een ontwerpbesluit voor.

Tijdens de commissievergadering van 12 april 2005 heeft de commissie voor Verkeer en Waterstaat verzocht om betrokkenheid bij de evaluatie van de pilot implementatie protocollen bij Europese Grondwet. Naar verwachting wordt de evaluatie eind mei 2005 afgerond.


Behandeling Tweede Kamer

In het kader van de PILOT implementatie protocollen bij Europese Grondwet heeft de commissie Verkeer en Waterstaat in haar vergadering (niet openbare stafnotitie) van donderdag 31 maart 2005 de voorstellen uit het derde spoorwegpakket besproken. Het (niet openbare) advies van de commissie is op 31 maart 2005 gezonden aan de Gemengde Commissie Toepassing Subsidiariteit.

Op basis van de adviezen van de Eerste Kamer commissie Verkeer en Waterstaat en de Tweede Kamer commissie Verkeer en Waterstaat zijn beslispunten voorgelegd aan de Gemengde Commissie Toepassing Subsidiariteit die op dinsdag 5 april 2005 bijeen zal komen.

Tijdens de vergadering van de Gemengde Commissie Toepassing Subsidiariteit van 5 april 2005 bleek op basis van de adviezen dat er verschillende opvattingen bestaan tussen de commissies Verkeer en Waterstaat van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer ten aanzien van drie Europese voorstellen. Hierop heeft de Gemengde Commissie een conciliatiebijeenkomst georganiseerd op 7 april 2005 om te bezien of alsnog tot een gezamenlijk standpunt kan worden gekomen ten aanzien van deze Europese voorstellen.

De Gemengde Commissie heeft tijdens de bijeenkomst met de commissies Verkeer en Waterstaat van de Eerste en Tweede Kamer op 7 april 2005 kennis genomen van de argumenten die ten grondslag liggen aan de adviezen van de commissies Verkeer en Waterstaat van beide Kamers en bereid -gehoord die adviezen- een ontwerpbesluit voor.


Standpunt Nederlandse regering

Middels een verordening worden alle EU-lidstaten verplicht dezelfde eisen in te voeren, derhalve is het gekozen instrument conform proportionaliteitscriterium. Ten aanzien van de subsidiariteit uit de Nederlandse regering in fiche 3 echter twijfels: wellicht dienen eerste de mogelijkheden die voortvloeien uit het reeds bestaande verdrag betreffende het internationaal spoorwegvervoer (COTIF) benut te worden. Daarenboven is het nationaal beleid gebaseerd op een zo min mogelijke overheidsbemoeienis met het internationale personenvervoer, dit wordt hoofdzakelijk beschouwd als een commerciële aangelegenheid.

Aandachtspunten met betrekking tot onderhavig voorstel die door de Nederlandse regering worden aangestipt - en op basis waarvan in een later stadium een nader standpunt ingenomen zal worden- zijn:

  • het betreft een zeer complex voorstel met vele onderwerpen die reeds op andere plaatsen geregeld zijn. Het raakt namelijk aan het nationale aansprakelijkheidsrecht het nationaal vervoersrecht en de Wet personenvervoer (specifiek de klachtenafhandeling). Op internationaal niveau bestaat het reeds eerder genoemde CODIF waarin ook vele zaken die terugkomen in onderhavig voorstel geregeld zijn. Daarnaast ligt op dit moment het initiatief van de bedrijfssector (op Europees niveau) een Handvest inzake de kwaliteit van de dienstverlening op te stellen.
  • op basis van het voorstel kan zich de situatie gaan voordoen dat reizigers in dezelfde binnenlandse trein onder verschillende rechtsregimes vallen (internationaal versus nationaal; internationaal versus Europees) Derhalve is een analyse naar de relatie met de COTIF, het nationaal recht en de bestaande afspraken tussen de bedrijven (en overheden) noodzakelijk
  • een kosten-baten analyse is noodzakelijk, aangezien het voorstel een grote administratieve last met zich zal meebrengen

  • bnc-fiche
    Ministerie van Buitenlandse Zaken - 22.112, 330[3]
    8 juli 2004

Samenvatting voorstel Europese Commissie

Op 22 februari 2007 publiceerde de Europese Commissie een adviesPDF-document over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt.

In COM(2004)143PDF-document wordt een verordening betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het internationale treinverkeer voorgesteld. Het voorstel maakt deel uit van het derde spoorwegpakket van de Europese Unie, zie dossier E040148 en hieronder bij "achtergrond van COM(2004)142".

Een afname in de internationale Europese treindiensten is o.a. het gevolg van de toenemende concurrentie van goedkope luchtvaartmaatschappijen Door de kwaliteit van het treinvervoer te verhogen hoopt de Europese Commissie dat de reiziger weer meer gebruik zal maken van het spoor. Het verhogen van de kwaliteit dient te geschieden middels een pakket regels voor het versterken en verbeteren van de rechten en verplichtingen van reizigers in het internationale spoorvervoer.

Onderhavig voorstel bevat regels voor het verbeteren en versterken van:

  • de toegang tot informatie en tarieven
  • het vergemakkelijken van kaartverkoop voor internationale diensten
  • een versterkte regeling van de verantwoordelijkheden bij een ongeval of incident
  • een verbeterd recht op compensatie (hoogte afhankelijk van type verbinding)
  • de mogelijkheden voor indiening en afhandeling van klachten
  • de speciale behoeften van personen met verminderde mobiliteit

Het voorstel voor de verordening gaat verder dan de Uniforme Regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van reizigers en goederen, gehecht aan het verdrag betreffende het internationaal spoorwegvervoer (COTIF). Alle EU-lidstaten (behalve Estland) zijn partij bij dit verdrag. Op de lange termijn zal tevens de EU partij worden bij het verdrag.

Het voorstel voor een verordening betreffende de rechten en verplichitngen voor reizigers in het internationale treinverkeer maakt deel uit van het derde spoorwegpakket van de Europese Unie (E040148). De overige drie concrete voorstellen uit dit pakket zijn:

  • Richtlijn inzake certificering van het treinpersoneel. E040149
  • Richtlijn betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Europese Gemeenschap. E040151
  • Verordening betreffende de kwaliteit van diensten op het gebied van het goederenvervoer over het spoor. E040152

Vanaf 2001 wordt op Europees niveau gewerkt aan de "Europese Spooragenda". Deze agenda vloeit voort uit het Europese Witboek "Het Europese vervoerbeleid tot het jaar 2010, tijd om te kiezen" waarin werd gesteld het spoorwegvervoer als duurzame en concurrerende vervoersmodaliteit te stimuleren, de kwaliteit van het spoorwegvervoer te verbeteren en één enkele markt voor railvervoerdiensten tot stand te brengen. Een herwaardering van het spoor wordt noodzakelijk geacht. In 2001 en 2002 zijn respectievelijk het eerste en het tweede spoorwegpakket aangenomen in de Europese Unie.

  • PDF-document commissievoorstel
    Europese Commissie - COM(2007)79
    22 februari 2007
  • PDF-document commissievoorstel
    Europese Commissie - COM(2004)143
    3 maart 2004

Behandeling Raad

Op 21 april 2005 heeft de Raad heeft aan de hand van een vragenlijst van het voorzitterschap een oriënterend debat gewijd aan het onderhavige voorstel. De Raad heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers verzocht de bespreking van het voorstel voort te zetten en daarbij rekening te houden met de beleidslijnen die de Raad aan het eind van het debat heeft geformuleerd.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 28 september 2005 een wetgevingsresolutie aangenomen ten aanzien van onderhavig voorstel waarin zij onder meer bepaalt dat de verordening ook geldt voor het nationale treinverkeer en dat de eventuele schadevergoeding moet worden uitbetaald binnen één maand na de indiening van het verzoek om schadevergoeding.

Op 18 januari 2007 nam het Europees Parlement een wetgevingsresolutie aan over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van onderhavige verordening.

Tijdens de plenaire vergadering op 25 september 2007 nam het EP een wetgevingsresolutie aan over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Reacties Derden

Op 29 september 2005 heeft de European Passengers' Federation een persbericht uitgebracht naar aanleiding van de wetgevingsresolutie die het Europees Parlement op 28 september 2005 aangenomen heeft waarin zij o.a. stellen dat er ook bij liberalisering nog regulering nodig is.

Op de website van het Directoraat Generaal voor Vervoer en Energie van de Europese Commissie leest u de reacties van diverse belanghebbenden op de voorstellen van het Derde Spoorwegpakket zoals de EIM (European Rail Infrastructure Managers) en het ERFCP (European Rail Freight Customers Platform).

In het kader van de PILOT implementatie protocollen bij Europese Grondwet zijn maatschappelijke organisaties en bedrijven verzocht de eigen visie ten aanzien van de Europese voorstellen uit het derde spoorwegpakket kenbaar te maken aan de Gemengde Commissie Toepassing Subsidiariteit alsmede aan de betrokken vakcommissies, i.c. Verkeer en Waterstaat.

Railion Nederland NV ( 15-03-2005) en de Nederlandse Spoorwegen ( 22-03-2005) hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.


Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via