Conferentie over de toekomst van Europa




Conferentie over de toekomst van Europa

Commissievoorzitter Von der Leyen heeft bij aanvang van haar termijn voor 2020-2022 een conferentie over de Toekomst van Europa aangekondigd. Met de conferentie beoogt Von der Leyen met name om burgers meer zeggenschap te geven over de toekomst van de EU.

Er zijn verschillende aanleidingen die hebben geleid tot het besluit om een conferentie in het leven te roepen. Enerzijds leeft op Europees niveau een ongenoegen over de werking van bepaalde institutionele processen in de EU, zoals het niet uitvoeren van het afgesproken Spitzenkandidatenstelsel en het gebrek aan transnationale lijsten bij Europese verkiezingen. Ook wil men onderzoeken welke onderwerpen burgers als leidend voor de Unie zien.

De conferentie zou daarom ook verder bouwen op de uitkomsten van de discussies die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden in de EU en in de lidstaten in het kader van de reflectie over de Toekomst van de EU.

De aanleiding voor dit debat was een bredere wens tot reflectie, maar het Brexit-referendum in 2016 gaf vervolgens nog meer urgentie aan dit debat. Dit reflectieproces leidde uiteindelijk tot de Sibiu Raadsconclusies in mei 2019, die op hun beurt input waren voor de Strategische agenda van de Europese Raad voor 2019-2024. De onderwerpen in de Strategische agenda vormen onder meer uitgangpunten voor de conferentie.

Een leidende rol in de totstandkoming van de conferentie is, naast de Europese Commissie, ook weggelegd voor het Europees Parlement en de Raad. Nationale parlementen hebben reeds vroeg in het proces aangedrongen op vertegenwoordiging. De conferentie zal naar verwachting twee jaar duren. Het zal daarbij niet gaan om een reeks van vergaderingen in deze periode, maar een waaier van activiteiten die op Europees niveau en op nationaal, regionaal en lokaal niveau zouden moeten plaatsvinden. Ruim voor de volgende Europese verkiezingen in 2024 moet de Conferentie leiden tot een aantal concrete voorstellen. Von der Leyen sluit niet uit dat de uitkomsten van deze Conferentie tot een EU-verdragswijziging zouden kunnen leiden.

Hoewel het Europees Parlement en de Commissie begin 2020 hun plannen en ambities voor de Conferentie hadden bekend gemaakt, bleef de Raad een besluit uitstellen.

In maart 2020 brak vervolgens de coronacrisis in Europa uit, waardoor het idee van een Conferentie geheel op de achtergrond kwam te liggen en de oorspronkelijk voorziene startdatum van 9 mei niet werd gehaald. Inmiddels is mede door de gevolgen van de crisis opnieuw sprake van een brede bezinning over nut en noodzaak van de EU, waardoor een Conferentie over de Toekomst van Europa opnieuw leven is ingeblazen.


Eerste Kamer

De commissie voor Europese Zaken (EUZA) hebben op 30 maart 2021 inbreng geleverd voor een schriftelijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken over de uitvoering van de motie-Koole c.s. De brief is in bewerking.

Op 2 maart 2021 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een brief inzake een gezamenlijke verklaring Conferentie over de Toekomst van Europa (EK, D). De brief werd op 9 maart 2021 door de commissie voor Europese Zaken (EUZA) voor kennisgeving aangenomen.

De commissie voor Europese Zaken (EUZA) heeft bij brief van 21 januari 2021 bij de minister voor Buitenlandse Zaken geïnformeerd naar de uitvoering van de motie-Koole c.s. Op 5 februari 2021 stuurde de minister een antwoord (35.403, O). De commissie besprak dit verslag van een schriftelijk overleg op 23 februari 2021 en besloot om in nader schriftelijk overleg te treden. Op 2 maart 2021 werd daarvoor een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.

Op 8 februari 2021 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een brief (EK, C) over de wijziging van het Raadsmandaat over de toekomst van Europa (zie bijlagePDF-document).

Op 8 december 2020 verzocht het lid Koole (PvdA) de staf van de commissie voor Europese Zaken (EUZA) na te gaan op welke wijze en met welk tijdspad de motie over een publieksdiscussie over de toekomst van Europa (35.403, G) door de minister zijn opgepakt. De commissie besloot de uitvoering van deze moties in januari 2021 te agenderen.

Op 3 november 2020 diende het lid Koole (PvdA) een motie in over een publieksdiscussie over de toekomst van Europa (35.403, G). Op 10 november 2020 werd de motie aangenomen.

Op 26 juni 2020 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een brief (EK, A) over het Raadsmandaat over de toekomst van Europa.

De commissie voor Europese Zaken (EUZA) nam op 30 juni 2020 kennis van de brief en gaf aan op te hoogte te willen blijven van de Gezamenlijke Verklaring van de Europese instellingen ten aanzien van de Conferentie en van de rol van de nationale parlementen daarin. Om dit aan de regering te communiceren werd op 7 juli 2020 een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.

Op 4 februari 2020 besprak de commissie voor Europese Zaken (EUZA) de Commissiemededeling inzake de Conferentie over de toekomst van Europa en besloot het dossier te blijven volgen, met inbegrip van de bespreking ervan in COSAC-verband.


Tweede Kamer

Op 14 oktober 2020 dienden de leden Leijten en Bisschop een motie in over vormgeving en voorzitterschap van de Conferentie over de toekomst van Europa. De motie werd op dezelfde dag aangenomen

Op 24 juni 2020 stemde de commissie EUZA in met het co-rapporteurschap van de leden Anne Mulder (VVD), Omtzigt (CDA) en Jetten (D66). Daarnaast werd ermee ingestemd om op korte termijn de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit te nodigen voor een

gesprek over de methodologische aspecten van een representatieve publieksconsultatie, een gesprek te voeren met de (nog te benoemen) voorzitter van de Conferentie en een uitvraag te doen bij de parlementen in België, Denemarken, Frankrijk en Duitsland over wat deze parlementen doen omtrent de Conferentie.

Op 5 maart 2020 besloot de commissie EUZA om de kabinetsappreciatie over de Commissiemededeling inzake de Conferentie over de toekomst van Europa te agenderen voor algemeen overleg Raad Algemene Zaken d.d 24 maart 2020 en desgewenst te betrekken bij de behandeling van het thema 'conferentie over de toekomst van Europa' op de kennisagenda.


Nederlandse regering

In de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2020 (21.501-02, CC) informeert de regering over de laatste stand van zaken over de conferentie.

In de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 15 juli 2020 (21.501-02, BW) informeert de regering over de laatste stand van zaken over de conferentie.

In de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2020 (21.501-02, BU) informeert de regering over de laatste stand van zaken over de conferentie.

Op 14 februari 2020 ontving de Kamer een kabinetsapppreciatie bij de Commissiemededeling over de vormgeving van de conferentie. De Nederlandse regering geeft hier aan voorstander te zijn van deelname van nationale parlementen.


Nationale parlementen

Een groot aantal nationale parlementen (waaronder ook de Eerste en Tweede Kamer) heeft gepleit voor maximale participatie en inspraak in de Conferentie. De commissievoorzitters Europese Zaken van beide Kamers hebben en marge van de Voorzittersbijeenkomst van COSAC een briefPDF-document aan de Europese Commissie met deze strekking medeondertekend.

De commissie van Buitenlandse Zaken van de Zweedse Riksdag stuurde op 17 maart 2020 zijn standpuntPDF-document aan de Europese Commissie over de conferentie over de toekomst van Europa.

De Duitse Bundesrat heeft op 13 maart 2020 middels een politiek dialoogPDF-document aan de Europese Commissie zijn standpunt ingediend over de conferentie over de toekomst van Europa.

Op 4 februari 2020 stuurde de Poolse Senaat een opiniePDF-document aan de Europese Commissie inzake de conferentie over de toekomst van Europa.

De Litouwse Seimas heeft op 24 januari 2020 middels een politiek dialoogPDF-document aan de Europese Commissie zijn standpunt ingediend over de conferentie over de toekomst van Europa.


Europese Commissie

Op 22 januari 2020 publiceerde de Europese Commissie een Mededeling over de vormgeving van de conferentie.


Europees Parlement

Op 18 juni 2020 nam het Europees Parlement een resolutiePDF-document aan over het standpunt van het Europees Parlement inzake de conferentie over de toekomst van Europa.

Op 11 juni 2020 publiceerde de onderzoeksdienst van het Europees Parlement een publicatiePDF-document over de bespreking van de conferentie in de Europese instituties.

Op 15 januari 2020 nam het Europees Parlement een resolutiePDF-document aan over de conferentie over de toekomst van Europa.

Op 3 december 2019 publiceerde de onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS) een briefing over de conferentie.

Briefing


Raad van de Europese Unie

De conferentie over de toekomst van Europa wordt besproken in de Raad Algemene Zaken en de Europese Raad.

De Europese Raad verzocht op 12 december 2019 het Kroatisch voorzitterschap om te werken aan een Raadspositie over deze conferentie. Op deze basis kan volgens de Europese Raad vervolgens het gesprek met het Europees parlement en de Commissie worden aangegaan over deze conferentie met inachtneming van de inter-institutionele balans en de rollen zoals gedefinieerd in de verdragen.

Onderstaande dossiers bevatten officiële parlementaire publicaties met betrekking tot de Raad Algemene Zaken en de Europese Raad:


Benelux Unie

Op 14 februari 2020 publiceerde de Benelux-landen een gezamenlijk paperPDF-document met de kernpunten ten aanzien van de conferentie.


Dossiers toekomst van Europa


Alle bronnen