Conferentie over de Toekomst van Europa




Conferentie over de toekomst van Europa

De Conferentie over de Toekomst van Europa geeft Europese burgers de kans om hun gedachten over de uitdagingen en prioriteiten van Europa te delen.

De spil van de Conferentie is het Digitale Platform waarop burgers hun ideeën kunnen aandragen en kunnen bespreken wat zij met Europa willen.

Ook nationale parlementen zullen actief betrokken zijn onder andere via vertegenwoordigers bij de Plenaire Vergadering van de Conferentie.

Op 9 mei 2021 is het officiële startschot gegeven met een inaugurale opening. De Conferentie zal tot het voorjaar van 2022 lopen.

Achtergrond

Commissievoorzitter Von der Leyen heeft bij aanvang van haar termijn een conferentie over de Toekomst van Europa aangekondigd.

Verschillende redenen liggen hieraan ten grondslag. Enerzijds leeft op Europees niveau een ongenoegen over de werking van bepaalde institutionele processen in de EU, zoals het niet uitvoeren van het afgesproken Spitzenkandidatenstelsel en het gebrek aan transnationale lijsten bij Europese verkiezingen.

Ook wil men nader onderzoeken welke onderwerpen burgers als leidend voor de Unie zien. Een conferentie zou daarom ook verder bouwen op de uitkomsten van de discussies die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden in de EU en in de lidstaten in het kader van de reflectie over de Toekomst van de EU. De aanleiding voor dit debat was een bredere wens tot reflectie, maar het Brexit-referendum in 2016 gaf vervolgens nog meer urgentie aan dit debat. Dit reflectieproces leidde uiteindelijk tot de Sibiu-Raadsconclusies in mei 2019, die op hun beurt input waren voor de Strategische agenda van de Europese Raad voor 2019-2024. De onderwerpen in de Strategische agenda vormen onder meer uitgangpunten voor de conferentie.

Hoewel het Europees Parlement en de Commissie begin 2020 hun plannen en ambities voor de conferentie hadden bekend gemaakt, bleef de Raad een besluit uitstellen.

In maart 2020 brak vervolgens de coronapandemie in Europa uit, waardoor het idee van een conferentie geheel op de achtergrond kwam te liggen en de oorspronkelijk voorziene startdatum van 9 mei 2020 niet werd gehaald. Inmiddels is mede door de gevolgen van de crisis opnieuw sprake van een brede bezinning over nut en noodzaak van de EU, waardoor de Conferentie over de Toekomst van Europa opnieuw leven is ingeblazen.

Een leidende rol in de totstandkoming van de conferentie was weggelegd voor de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad. Nationale parlementen hebben reeds vroeg in het proces aangedrongen op vertegenwoordiging. Zij zullen nu met in totaal 108 leden (vier per parlement) kunnen deelnemen aan de Plenaire vergaderingen van de Conferentie, evenveel als het Europees Parlement.

Gedurende de Conferentie zal een waaier van activiteiten op Europees niveau, nationaal, regionaal en lokaal niveau plaatsvinden.

Ruim voor de volgende Europese verkiezingen in 2024 moet de Conferentie leiden tot een aantal concrete voorstellen. Von der Leyen sluit niet uit dat de uitkomsten van deze Conferentie tot een EU-verdragswijziging zouden kunnen leiden.


Plenaire vergadering


Eerste Kamer

Op 26 oktober 2021 deden de delegatieleden Oomen-Ruijten (CDA) en Van Apeldoorn (SP) mondeling verslag van de tweede plenaire vergadering van de Conferentie over de Toekomst van Europa die op 23 oktober 2021 plaatsvond.

Op 12 oktober 2021 voerde de commissie EUZA en mondeling overleg (EK, K; zie videoverslag) met de minister van BuZa over de uitvoering van de Motie-Koole (PvdA) c.s. over een publieksdiscussie over de toekomst van Europa (35.403, G).

Op 8 oktober 2021 ontving de Kamer een brief van de minister van BuZa over de eerste resultaten nationale burgerconsultaties in het kader van de Conferentie over de Toekomst van Europa (EK, H) inclusief bijlagen:

Tijdens de vergadering van de commissie EUZA op 14 september 2021 uitte de Eerste Kamerleden van de delegatie naar de Conferentie over de Toekomst van Europa (CoFE), Oomen-Ruijten (CDA) en Van Apeldoorn (SP), hun teleurstelling over het verloop van de organisatie van de CoFE tot nu toe. De commissieleden gaven aan zich beschikbaar te willen stellen voor deelname aan activiteiten die in het kader van CoFE worden georganiseerd.

De commissie besprak daarnaast de brief van de minister van BuZa inzake burgerconsultaties en communicatie in het kader van de Conferentie over de Toekomst van Europa (35.403 / 35.508, S) en stelde vast dat de brief geen uitvoering geeft aan de motie-Koole (35.403, G). De commissie besloot ter zake zo spoedig mogelijk een mondeling overleg met de minister van Buitenlandse Zaken te houden. Dit mondeling overleg staat gepland op 12 oktober 2021.

Op 13 juli 2021 verzocht de commissie EUZA de staf om, nadat de vergadering van de Executive Board heeft plaatsgevonden, een kort verslag over de voortgang in de Conferentie over de Toekomst van Europa in de commissie rond te sturen.

Naar aanleiding van hetgeen in de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 22 en 23 juli 2021 (21.501-02, DE) over de burgerconsultaties in het kader van de Conferentie over de Toekomst van Europa wordt gemeld, besloot de commissie om een rappelbrief te sturen. Zij overweegt een mondeling overleg ter zake, maar wacht de beantwoording af alvorens hierover te besluiten.

De rappelbrief werd op 16 juli 2021 aan de minister van BuZa verstuurd.

Op 19 juni 2021 vond de eerste plenaire vergadering van de Conferentie over de Toekomst van Europa plaats in Straatsburg. Tijdens deze inaugurele sessie werden het doel en de verwachte resultaten van de conferentie besproken met onder andere burgers en vertegenwoordigers van de Europese instellingen en nationale parlementen.

Vanuit de Eerste en Tweede Kamer namen de leden Oomen-Ruijten (CDA, Eerste Kamer), Van Apeldoorn (SP, Eerste Kamer), Kamminga (VVD, Tweede Kamer) en Sjoerdsma (D66, Tweede Kamer) digitaal deel.

Op 8 juni 2021 stemde de Kamer ermee in om de voorzitter (Oomen-Ruijten) en de ondervoorzitter (van Apeldoorn) van de commissie EUZA af te vaardigen naar de plenaire vergaderingen van de Conferentie over de Toekomst van Europa.

Op 1 juni 2021 adviseerde de commissie EUZA de Kamervoorzitter om commissievoorzitter, Oomen-Ruijten, en commissieondervoorzitter, Van Apeldoorn, aan te wijzen als delegatieleden vanuit de Eerste Kamer naar de plenaire vergaderingen van de Conferentie over de Toekomst van Europa.

Op 25 mei 2021 nam de commissie EUZA kennis van de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 11 mei 2021 inzake het reglement van orde voor de Conferentie over de toekomst van Europa (EK, F). De commissie besprak verder de betrokkenheid van de burger bij de Conferentie en wacht in dezen de beantwoording van de commissiebrief d.d. 26 april 2021 over de uitvoering van de motie-Koole c.s. (35.403, G) af. De commissievoorzitter signaleert dat de Kamervoorzitters een uitnodiging hebben ontvangen voor het nomineren van vier leden voor de Conferentie. De commissie herhaalt haar advies om twee leden vanuit de Eerste Kamer te laten deelnemen, en buigt zich binnenkort over een voorstel voor de personele invulling.

Op 21 april 2021 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een brief over nationale burgerbetrokkenheid gedurende de Conferentie over de Toekomst van Europa (EK, E). De commissie EUZA besprak dit op 11 mei 2021 en besloot de brief aan te houden in afwachting van de beantwoording van de brief van 26 april 2021 inzake de uitvoering van de motie-Koole (35.403, G). Verder nam de commissie kennis van de vaststelling van het reglement van orde van de Conferentie over de Toekomst van Europa en sprak de wens uit dat de Eerste Kamer twee leden naar de Plenaire vergadering van de Conferentie afvaardigt. Zij vraagt de commissiestaf voorts na te gaan welke activiteiten andere nationale parlementen in het kader van de Conferentie (zullen) ontplooien, zodat dit overzicht nader in commissieverband kan worden besproken.

De commissie EUZA heeft op 20 april 2021 een brief vastgesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken over de uitvoering van de motie-Koole c.s. De brief werd op 26 april 2021 aan de minister van BuZa verstuurd.

Op 25 maart 2021 ontving de Kamer als bijlage bij het verslag van de Raad Algemene Zaken van 23 maart 2021 (21.501-02, CP) een non-paperPDF-document van twaalf EU-lidstaten, waaronder Nederland. Hierin staat aangegeven wat de inzet van deze lidstaten zal zijn tijdens de Conferentie. Op 30 maart 2021 nam de commissie EUZA dit voor kennisgeving aan.

Op 2 maart 2021 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een brief inzake een gezamenlijke verklaring Conferentie over de Toekomst van Europa (EK, D). De brief werd op 9 maart 2021 door de commissie EUZA voor kennisgeving aangenomen.

De commissie EUZA heeft bij brief van 21 januari 2021 bij de minister voor Buitenlandse Zaken geïnformeerd naar de uitvoering van de motie-Koole c.s. Op 5 februari 2021 stuurde de minister een antwoord (35.403, O). De commissie besprak dit verslag van een schriftelijk overleg op 23 februari 2021 en besloot om in nader schriftelijk overleg te treden. Op 2 maart 2021 werd daarvoor een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.

Op 8 februari 2021 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een brief (EK, C) over de wijziging van het Raadsmandaat over de toekomst van Europa (zie bijlagePDF-document).

Op 8 december 2020 verzocht het lid Koole (PvdA) de staf van de commissie EUZA na te gaan op welke wijze en met welk tijdspad de motie over een publieksdiscussie over de toekomst van Europa (35.403, G) door de minister zijn opgepakt. De commissie besloot de uitvoering van deze moties in januari 2021 te agenderen.

Op 3 november 2020 diende het lid Koole (PvdA) een motie in over een publieksdiscussie over de toekomst van Europa (35.403, G). Op 10 november 2020 werd de motie aangenomen.

Op 26 juni 2020 stuurde de minister van Buitenlandse Zaken een brief (EK, A) over het Raadsmandaat over de toekomst van Europa.

De commissie EUZA nam op 30 juni 2020 kennis van de brief en gaf aan op te hoogte te willen blijven van de Gezamenlijke Verklaring van de Europese instellingen ten aanzien van de Conferentie en van de rol van de nationale parlementen daarin. Om dit aan de regering te communiceren werd op 7 juli 2020 een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken verstuurd.

Op 4 februari 2020 besprak de commissie voor Europese Zaken (EUZA) de Commissiemededeling inzake de Conferentie over de toekomst van Europa en besloot het dossier te blijven volgen, met inbegrip van de bespreking ervan in COSAC-verband.


Tweede Kamer

Naar aanleiding van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 21 september 2021 (21.501-02, 2403) en het verslag van de informele Raad Algemene Zaken van 22 en 23 juli 2021 (21.501-02, 2398) stuurde de commissie Europese Zaken op 15 september 2021 een brief met een aantal vragen en opmerkingen over de Conferentie over de Toekomst van Europa aan de minister van Buitenlandse Zaken.

Op 10 juni 2021 diende het lid Eppink een motie in over een open debat met oog voor politieke diversiteit en inhoudelijke alternatieven. Op 15 juni 2021 werd de motie aangenomen.

Op 10 juni 2021 dienden de leden Amhaouch en Kamminga een motie in over het betrekken van de Nederlandse burger bij de Conferentie over de Toekomst van Europa. Op 15 juni 2021 werd de motie aangenomen.

Op 10 juni 2021 diende het lid Sjoerdsma c.s. een motie in over het niet bij voorbaat uitsluiten van verdragswijzigingen. Op 15 juni 2021 werd de motie aangenomen.

De commissie EUZA hield op 10 juni 2021 een tweeminutendebat over de conferentie over de toekomst van Europa.

De commissie EUZA hield op 12 mei 2021 een commissiedebat met de minister van BuZa over de conferentie over de toekomst van Europa.

Op 14 oktober 2020 dienden de leden Leijten en Bisschop een motie in over vormgeving en voorzitterschap van de conferentie over de toekomst van Europa. De motie werd op dezelfde dag aangenomen

Op 24 juni 2020 stemde de commissie EUZA in met het co-rapporteurschap van de leden Anne Mulder (VVD), Omtzigt (CDA) en Jetten (D66). Daarnaast werd ermee ingestemd om op korte termijn de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit te nodigen voor een

gesprek over de methodologische aspecten van een representatieve publieksconsultatie, een gesprek te voeren met de (nog te benoemen) voorzitter van de Conferentie en een uitvraag te doen bij de parlementen in België, Denemarken, Frankrijk en Duitsland over wat deze parlementen doen omtrent de Conferentie.

Op 5 maart 2020 besloot de commissie EUZA om de kabinetsappreciatie over de Commissiemededeling inzake de Conferentie over de toekomst van Europa te agenderen voor algemeen overleg Raad Algemene Zaken d.d 24 maart 2020 en desgewenst te betrekken bij de behandeling van het thema 'conferentie over de toekomst van Europa' op de kennisagenda.


Nederlandse regering

Het Portugees voorzitterschap gaf tijdens de Raad Algemene Zaken van 22 juni 2021 (21.501-02, DD) een terugkoppeling over de laatste ontwikkelingen ten aanzien van de Conferentie. Het Portugese voorzitterschap sloot af door te benadrukken dat zij transparantie hoog in het vaandel heeft staan en nodigde het aanstaande Sloveense voorzitterschap uit om het werk met betrekking tot de Conferentie op een transparante en inclusieve wijze voort te zetten.

Tijdens de de informele videoconferentie van de Raad Algemene Zaken van 11 mei 2021 (21.501-02, CW) informeerde het Portugese voorzittersschap over de recente ontwikkelingen over de conferentie.

Tijdens de de informele videoconferentie van de Raad Algemene Zaken van 20 april 2021 (21.501-02, CR) informeerde het Portugese voorzittersschap over de recente ontwikkelingen over de conferentie.

Tijdens de de informele videoconferentie van de Raad Algemene Zaken van 23 maart 2021 (21.501-02, CP) lichtte het Portugese Voorzitterschap enkele stappen toe die genomen worden op basis van de Gezamenlijke Verklaring over de Conferentie over de Toekomst van Europa die ondertekend is door de voorzitters van de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie.

Daarnaast hebben middels een non-paperPDF-document 11 lidstaten, waaronder Nederland, input geleverd voor de conferentie. Met dit non-paper hebben de aangesloten lidstaten onderwerpen van gemeenschappelijk belang vastgesteld met het oog op samenwerking tijdens de Conferentie.

Tijdens de de informele videoconferentie van de Raad Algemene Zaken van 23 februari 2021 (21.501-02, CL) informeerde het Portugese voorzittersschap over de laatste stand van zaken over de conferentie.

Tijdens de de informele videoconferentie van de Raad Algemene Zaken van 18 januari 2021 (21.501-02, CJ) informeerde het Portugese voorzittersschap over de laatste stand van zaken over de conferentie.

In de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 1 en 8 december 2020 (21.501-02, CG) informeert de regering over de laatste stand van zaken over de conferentie.

In de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2020 (21.501-02, CC) informeert de regering over de laatste stand van zaken over de conferentie.

In de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 15 juli 2020 (21.501-02, BW) informeert de regering over de laatste stand van zaken over de conferentie.

In de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 16 juni 2020 (21.501-02, BU) informeert de regering over de laatste stand van zaken over de conferentie.

Op 14 februari 2020 ontving de Kamer een kabinetsapppreciatie bij de Commissiemededeling over de vormgeving van de conferentie. De Nederlandse regering geeft hier aan voorstander te zijn van deelname van nationale parlementen.


Nationale parlementen

Een groot aantal nationale parlementen (waaronder ook de Eerste en Tweede Kamer) heeft gepleit voor maximale participatie en inspraak in de Conferentie. De commissievoorzitters Europese Zaken van beide Kamers hebben en marge van de Voorzittersbijeenkomst van COSAC een briefPDF-document aan de Europese Commissie met deze strekking medeondertekend.

De commissie van Buitenlandse Zaken van de Zweedse Riksdag stuurde op 17 maart 2020 zijn standpuntPDF-document aan de Europese Commissie over de conferentie over de toekomst van Europa.

De Duitse Bundesrat heeft op 13 maart 2020 middels een politiek dialoogPDF-document aan de Europese Commissie zijn standpunt ingediend over de conferentie over de toekomst van Europa.

Op 4 februari 2020 stuurde de Poolse Senaat een opiniePDF-document aan de Europese Commissie inzake de conferentie over de toekomst van Europa.

De Litouwse Seimas heeft op 24 januari 2020 middels een politiek dialoogPDF-document aan de Europese Commissie zijn standpunt ingediend over de conferentie over de toekomst van Europa.


Europese Commissie

Op 19 april 2021 lanceerde het uitvoerend comité van de conferentie het digitale platform over de conferentie over de toekomst van Europa. Het platform is bedoeld om burgers uit de hele Unie en het maatschappelijk middenveld de kans geven hun ideeën en standpunten te delen en uit te wisselen via online-evenementen, ter voorbereiding van de plenaire bijeenkomsten.

Op 22 januari 2020 publiceerde de Europese Commissie een Mededeling over de vormgeving van de conferentie.


Europees Parlement

Op 7 juli 2021 nam het Europees Parlement een resolutiePDF-document aan over burgerdialogen en burgerparticipatie in de besluitvorming van de EU

Op 18 juni 2020 nam het Europees Parlement een resolutiePDF-document aan over het standpunt van het Europees Parlement inzake de conferentie over de toekomst van Europa.

Op 11 juni 2020 publiceerde de onderzoeksdienst van het Europees Parlement een publicatiePDF-document over de bespreking van de conferentie in de Europese instituties.

Op 15 januari 2020 nam het Europees Parlement een resolutiePDF-document aan over de conferentie over de toekomst van Europa.

Op 3 december 2019 publiceerde de onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS) een briefing over de conferentie.

Briefing


Raad van de Europese Unie

De conferentie over de toekomst van Europa wordt besproken in de Raad Algemene Zaken en de Europese Raad.

De Europese Raad verzocht op 12 december 2019 het Kroatisch voorzitterschap om te werken aan een Raadspositie over deze conferentie. Op deze basis kan volgens de Europese Raad vervolgens het gesprek met het Europees parlement en de Commissie worden aangegaan over deze conferentie met inachtneming van de inter-institutionele balans en de rollen zoals gedefinieerd in de verdragen.

Onderstaande dossiers bevatten officiële parlementaire publicaties met betrekking tot de Raad Algemene Zaken en de Europese Raad:


Benelux Unie

Op 14 februari 2020 publiceerde de Benelux-landen een gezamenlijk paperPDF-document met de kernpunten ten aanzien van de conferentie.


Dossiers toekomst van Europa


Alle bronnen