Motie-Jurgens (PvdA) c.s. inzake het niet toelaten van het afwijken van de wet door de regering bij het maken van lagere regelgeving (EK 21.109, nr. 159, A)



In deze motie wordt de regering verzocht om te bevorderen dat op korte termijn in de Aanwijzingen voor de Regelgeving een duidelijke formulering wordt opgenomen dat een delegatie van wetgevende bevoegdheid bij wet aan een lagere regelgever, welke die lagere regelgever machtigt om af te wijken van de wet in formele zin, niet is toegelaten.



ingediend

14 maart 2006

resultaat

Aangenomen op 21 maart 2006 met algemene stemmen na stemming bij zitten en opstaan.

bij

indiener

mede ondertekend door

bijzonderheden

  • De commissies voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat en voor Justitie hebben op 4 mei 2007 het verslag van een schriftelijk overleg met de minister voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het rapport Besselink c.s. "De Nederlandse Grondwet en de Europese Unie" (EK 26.200 VI nr. 65 / 21.109, A) en over de uitvoering van de motie-Jurgens (PvdA) c.s. (EK 21.109, A) uitgebracht. De commissies bespraken dit verslag op 8 mei 2007.
  • Op 16 mei 2006 bespraken de commissies voor Justitie en voor Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat een brief van de minister van Economische Zaken (TK 29.474, nr. 13) met een reactie op deze motie. De commissie hebben besloten deze brief voor kennisgeving aan te nemen en t.z.t. te betrekken bij wetsvoorstel 29.474.
  • Op 16 januari 2007 heeft de commissie voor Binnenlandse Zaken en Hoge Colleges van Staat besloten per brief bij de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelatie te informeren naar de uitvoering van deze motie.