Plenair Pijlman bij voortzetting behandeling Stikstofreductie en natuurverbetering



Verslag van de vergadering van 2 maart 2021 (2020/2021 nr. 27)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 13.56 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Pijlman i (D66):

Voorzitter, dank u wel. Allereerst ook mijn felicitaties aan de heer Berkhout. Het was wel even wennen vanochtend dat ik een senator in de Ridderzaal zag zitten, niet met een flesje water, maar met een fles wijn op tafel. Heel goed dat u hem er nu naast, maar wel binnen handbereik, hebt gezet.

Voorzitter. Het was de rechter die de Staat dwong tot nieuwe stikstofwetgeving. Het PAS van het vorige kabinet, met de VVD en de Partij van de Arbeid, dat eerder in dit huis steun kreeg — ook van ons, zeg ik erbij — werd door de rechter van tafel geveegd. Nederland kent al jaren een te hoge stikstofbelasting. Dat kan ook niet anders als je het meeste vee per hectare houdt van de hele wereld. We hebben 100 miljoen stuks pluimvee, 15 miljoen varkens, 4 miljoen koeien. Die aantallen nemen sinds 2009 niet af. Het aantal boeren neemt wel af. Dat betekent dus dat de schaalvergroting nog steeds doorzet. Een heel aantal boeren stopt overigens omdat ze geen opvolging kennen. Daardoor zijn de natuur en de Natura 2000-gebieden onder grote druk komen te staan. De diversiteit van soorten neemt af. Dat is uiteindelijk fataal voor de economie en voor de mens. Fruittelers merken nu al wat het voor hun opbrengsten betekent als er veel minder bijen zijn, om maar eens een voorbeeldje te noemen.

Na het rapport-Remkes "Niet alles kan overal", de consultatierondes en het advies van de Raad van State, komt u nu met een nieuwe aanpak. In dit wetsvoorstel verankeren de minister en het kabinet een programma stikstofreductie en natuurverbetering met bron- en natuurmaatregelen. U komt met resultaatverplichtingen. In 2025 dient 40% van de Natura 2000-natuur onder de stikstofgevoelige depositiewaarde te liggen. In 2030 dient dit 50% te zijn, in 2035 74% en in 2040 100%. U monitort en stuurt bij waar nodig. Dat is de afspraak die we vandaag graag nogmaals bevestigd zien.

Daarnaast komt het kabinet met partiële vrijstellingen voor de stikstofdepositie voor activiteiten van de bouwsector, die de stikstofuitstoot tijdelijk verhogen. Dat doet u door de totale uitstoot aan te pakken en natuur te verbeteren. De vraag die voorligt is: zijn de voorgestelde wet en het komende programma voldoende om ervoor te zorgen dat Nederland niet weer op slot moet? Hebben wij er vertrouwen in dat de maatregelen nu wel juridisch houdbaar zijn?

In dit verband kunnen geen garanties worden gegeven, maar de resultaatverplichtingen die ik net noemde, uw reacties op het advies van de Raad van State en de aanpassingen die u vervolgens in de wet opnam, geven de D66-fractie vertrouwen. Het is daarbij belangrijk dat we, anders dan in de PAS-wet, niet stikstofrechten uitgeven zonder dat we ze hebben verdiend.

Voorzitter. Een van de heikele punten in het voorliggende voorstel is de vraag wie hier de regie voert. De staat is verantwoordelijk voor de omgevingswaarden die de provincie moet handhaven. Dat is, gezien de opstelling van sommige provincies eerder in dit dossier, niet makkelijk. We geven direct toe dat de minister te maken heeft met gedecentraliseerde regelgeving, die de provincies een grote rol geeft als het gaat om natuurbeheer. Tegelijkertijd ligt de verantwoordelijkheid bij het Rijk om de doelstellingen die we nu in de wet vastleggen, te halen. Ik heb de volgende vraag aan de minister: kan het Rijk, wanneer nodig, die verantwoordelijkheid waarmaken, zonder dat de gestelde doelen op de tocht komen te staan? Kan het Rijk met deze systematiek zodanig de regie voeren, dat de doelen worden gehaald?

De D66-fractie betreurt dat het kabinet bij het opkopen van boeren nog steeds uitgaat van vrijwilligheid. Waarom werd niet direct na de rechterlijke uitspraak — dat is alweer bijna twee jaar geleden — een nationaal opkoopprogramma opgezet, dat de grootste vervuilende piekbelasters uit had gekocht? We kennen allemaal het voorbeeld van die ene kalkoenhouder in Ermelo die meer stikstof uitstoot dan wij met elkaar besparen door keurig 100 km/u te rijden. Wij vinden het onbegrijpelijk dat de Staat toen niet heeft ingegrepen. Uit onderzoek blijkt dat we de stagnatie van de economie hadden kunnen voorkomen als we direct de 25 grootste boosdoeners hadden opgekocht en daarmee hun stikstofuitstoot uit de markt hadden gehaald.

Uit het voorlopig verslag en het nader voorlopig verslag blijkt dat het kabinet zeer hecht aan de vrijwilligheid van het opkopen. Maar ook in deze nieuwe aanpak kan het zijn dat het kabinet de zachte hand die nu nog steeds wordt gehanteerd, zal moeten opheffen. In de nu gekozen werkwijze moeten de provincies stikstofreductieplannen indienen, die dan door het kabinet worden getoetst. We zijn er niet op voorhand gerust op dat deze plannen voldoende opleveren. Natuurlijk kan de minister een aanwijzing geven. Natuurlijk wil ze dat graag voorkomen. Maar voor ons staat voorop dat we nu voor eens en voor altijd dit probleem aanpakken en oplossen, en niet weer worden gegijzeld door de vervuilers. Kan de minister nog eens precies aangeven hoe zij de wisselwerking met de provincies ziet en wanneer zij zal overgaan tot dwang om de doelen te halen? Let wel, het niet halen van de doelen kan betekenen dat de woningbouw en de daarmee gepaard gaande infrastructuur of bijvoorbeeld de energietransitie weer stil moeten worden gelegd, hetgeen duizenden banen kan kosten en de economie opnieuw een knauw geeft die we ons na de coronacrisis absoluut niet kunnen veroorloven. Mijn vraag is ook welke opdracht de provincies meekrijgen om een werkbaar stikstofreductieplan op te stellen, daarbij in acht nemend dat de opgave voor bijvoorbeeld Fryslân er heel anders uitziet dan voor Brabant maar dat de onderlinge verwantschap groot is. Welke instrumenten gaat de minister inzetten om direct te acteren wanneer sommige de doelstellingen niet halen?

Voorzitter. De voorliggende wet is een raamwet. Daar zijn we blij mee, want dat is aan de ene kant heel concreet, maar raamwetten en de uitvoering ervan leveren ook vaak problemen op; denk bijvoorbeeld aan het energieakkoord en de bijbehorende wetgeving. De uitvoering loopt vaak vertraging op. Dat gevaar is bij de voorliggende wet niet denkbeeldig, omdat tal van bronmaatregelen — opkoop varkenshouders, opkoop piekbelasters, weidegang vergroten, mest verdunnen met water — nog moeten worden uitgerold, maar wel 120 tot 170 mol moeten opleveren. Daarnaast dient het programma nog verder invulling te krijgen, zijn we afhankelijk van twaalf provincies, moeten meet- en regelsystemen nog worden opgezet en moeten tal van afspraken worden gemaakt die weer afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de invoeringsdatum van de Omgevingswet, die in deze Kamer nog niet beslecht is maar voorlopig op 1 januari 2022 staat. Stel nu dat deze Kamer vindt dat het ICT-systeem dat de Omgevingswet faciliteert, onvoldoende uitgewerkt is om nu tot invoering over te gaan en de voorliggende AMvB niet goedkeurt. Wat betekent dit dan voor de uitvoering van deze wet? Kan de minister toezeggen dat de uitvoering van de voorliggende doelstellingen niet in gevaar komt wanneer de invoering van de Omgevingswet zou worden vertraagd?

Voorzitter. Naast omgevingswaarden hebben we te maken met de depositiewaarden en de emissies. Hoe regelt de minister het zo dat het voor de verschillende partijen volstrekt helder is waaraan ze moeten voldoen en hoe de overheid dat monitort en controleert en direct ingrijpt wanneer de doelstellingen niet worden gehaald? Voor iedere boer en voor ieder bedrijf moet dat helder zijn, want laten we eerlijk zijn: in deze wet wordt de vervuiler gefaciliteerd om tot verandering en verbetering te komen, maar betaalt de vervuiler niet. Veel boeren — dat zijn in dit opzicht de grootste vervuilers — en hun organisaties vinden deze wet nu alweer veel te ambitieus, maar het land en de economie kunnen niet weer op slot. Daarmee beweer ik overigens niet dat de agrarische sector nog niks heeft gedaan. Boerderijen stoten nu minder uit dan twintig jaar geleden, maar de uitstoot in de industriële sector is veel forser verminderd door de BBT-aanpak. Daar kan ook de landbouwsector nog veel voordeel van hebben. Is de minister voornemens deze aanpak, waarvan de afkorting staat voor "beste beschikbare technieken", ook op de landbouw van toepassing te verklaren, niet op basis van vrijwilligheid maar verplichtend, zoals bij de industrie? Graag een toezegging.

Voorzitter. Voor de uitvoering van deze wet komt 5 miljard beschikbaar: 2 miljard voor de bronmaatregelen en 3 miljard voor natuurherstel. Dat zijn hele forse bedragen. Daarnaast zijn er voor de landbouwsector nog veel andere subsidies beschikbaar. Alleen al uit Europese middelen is per jaar 850 miljoen beschikbaar aan subsidies voor de Nederlandse landbouwsector. Op de Europese begroting is landbouw de grootste uitgavenpost. We geven veel meer uit aan landbouwsubsidies dan aan kennis, innovatie en wetenschap. Wij blijven dat onbegrijpelijk vinden. De Nederlandse landbouw en veeteelt zijn buitengewoon intensief en leveren ook prima prestaties, maar zijn bepaald niet duurzaam. De minister heeft een heel lezenswaardige nota geschreven over de kringlooplandbouw en heeft ook een aantal instrumenten ingesteld om dat te bevorderen, maar we zijn nog maar aan het begin van een transitie. Om tot een duurzame landbouw en veeteelt in ons land te komen, zullen we moeten ingrijpen in de ketens die boeren dwingen om voor kwantiteit te gaan en zo veel mogelijk te produceren. Afspraken over eerlijke prijzen voor de boeren, gepaard gaande met maatregelen op het gebied van dierenwelzijn en uitstootbeperkingen, zijn nodig om een nieuw evenwicht te creëren tussen landbouw, natuurbeheer en andere economische activiteiten. De vele subsidies die er al zijn, kunnen daarbij helpen door ze gerichter in te zetten. Uiteraard zien wij heel graag een landbouwakkoord en horen we graag van de minister hoe ze dat wil opzetten.

Kan de minister toezeggen dat de provincies alleen middelen krijgen wanneer hun stikstof- en natuurprogramma's door het Rijk zijn goedgekeurd en ze aan het landelijk kader voldoen? Worden er in de overeenkomsten met de provincies ook boeteclausules opgenomen als de uitvoering niet wordt gehaald? Graag een reactie.

D66 zou graag meer samenhang zien in de stikstofaanpak, de bevordering van de kringlooplandbouw en het mestbeleid. Het hele ruimtelijk beleid moet integraler. Het kabinet stelt nu voor om tot een omschakelprogramma te komen. De D66-fractie vraagt de minister toe te zeggen dat zij de bestaande subsidie-instrumenten Europees en nationaal zodanig ombouwt dat dit fonds werkelijk tot de benodigde transitie leidt en dat boeren ook weer perspectief hebben. De sector heeft geen behoefte aan zachte heelmeesters en een overdaad aan bureaucratie, maar wel aan een helder kader waarbinnen ook in een heel dichtbevolkt land als Nederland landbouw en veeteelt kunnen plaatsvinden. Dat perspectief moet er nu komen. Daar dienen de vele steunmaatregelen van de overheden op gericht te zijn, naast die eerlijke prijzen voor de boer. D66 kan zich voorstellen dat de ELGF-subsidies hiertoe kunnen dienen. De ELFPO-subsidies die door RVO worden verstrekt voor inkomensondersteunende maatregelen zullen hier, denk ik, minder geschikt voor zijn.

Kan de minister de Kamer een notitie ter hand stellen waarin de mogelijkheden tot omvorming van de subsidies voor het omschakelfonds in kaart worden gebracht en waarin mogelijk ook voorstellen worden gedaan, zodat dat omschakelfonds maximaal wordt gevuld en boeren daadwerkelijk steun krijgen om tot verandering en vernieuwing te komen, zoals het investeren in duurzame stallen met een scheiding tussen natte en droge mest, waarmee veel voordeel te halen valt? Hoelang denkt de minister dat het gaat duren voor er een robuust en eenvoudig stikstofregistratiesysteem voorhanden is?

Ieder economisch initiatief moet nu zelf letterlijk en figuurlijk de boer op om stikstofrechten te verzamelen die dan ook nog eens aan een specifiek project gekoppeld zijn. Als een initiatief vervolgens niet doorgaat, vervallen de opgekochte rechten, waardoor er bij volgende initiatieven weer nieuwe rechten moeten worden verzameld. Dat vinden wij niet juist. Het heeft te maken met de stikstofbank, die er theoretisch is, maar die, doordat de provincies niet klaar zijn, nog niet echt gevuld kan worden. Dan krijg je dit soort problemen. Stel dat een havenschap de boeren uitkoopt. Als het initiatief niet doorgaat, moet het mogelijk zijn dat het havenschap het doorzet naar een volgend initiatief. Wil de minister hierop reageren?

Voorzitter. Een door de commissie-Remkes genoemd instrument dat zeer wenselijk is, is de afrekenbare stikstofbalans. Als die wordt ontwikkeld — ik geef toe dat er de nodige haken en ogen aan zitten — geeft dat de overheid een stevig instrument om te monitoren en in te grijpen, naast de mogelijkheid voor de individuele ondernemer om zijn bedrijfsvoering duurzamer te maken. In het voorlopig verslag bent u op mijn vragen nogal terughoudend over deze misschien wel belangrijkste aanbeveling van de commissie-Remkes. We zouden graag de toezegging zien dat u dit gaat ontwikkelen en ons op de hoogte houdt van de vorderingen.

Voorzitter. Dit voorstel is een echt compromis. In dat compromis staat ook dat bestaande bedrijven zonder stikstofvergunningen kunnen worden gelegaliseerd. Ik denk dat het ook een handreiking aan bijvoorbeeld de SGP is geweest. Ik maak mij sterk dat dat onderdeel van de wet de boeren ook een beetje gematigd heeft. Toen uw aanvankelijke plan naar de Tweede Kamer ging, nog voordat het geamendeerd was, kwamen er namelijk allemaal boeren van Farmers Defence Force bij ons, met afschuwelijke teksten overigens, die vroegen om dit te verwerpen. Het is nu veel stiller. Ik denk dat dat ook te maken heeft met dit compromis. Overigens is dit een groot compliment aan de minister, die al die verschillende partijen toch achter dit wetsvoorstel heeft gekregen. Dat is geen sinecure.

Wij snappen ook dat u dit voorstelt. Men is volledig te goeder trouw geweest. Volgens de PAS-regelgeving was het aanvragen van een vergunning ook niet nodig. Wij begrijpen dat ook en vinden het belangrijk dat deze bedrijven zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen. Maar de vraag is wel welke stikstofruimte dit nu kost. Is die ruimte er inmiddels en op welke wijze en in welk tempo — ik sluit mij ook even aan bij collega Prins van het CDA — krijgt dit voornemen nu invulling? Zou het ook sneller kunnen wanneer we de piekbedrijven sneller opkopen en die rechten tot ons nemen?

De heer Koffeman i (PvdD):

Ik wilde collega Pijlman graag een vraag stellen over het legaliseren van die PAS-meldingen. Dat speelt op dit moment ook rond vliegveld Lelystad. Vliegveld Lelystad vraagt een vrijstelling voor 10.000 vliegbewegingen per jaar, terwijl de Tweede Kamer het dossier controversieel heeft verklaard. Ik weet ook dat D66 daar kritisch in staat. Wat vindt u ervan dat in het kader van deze wetgeving en deze legaliseringen 10.000 vliegbewegingen toch worden toegekend zonder mogelijkheid van compensatie met Schiphol, terwijl Schiphol nog geeneens weet wat zijn stikstofruimte is? Dus aansluitend bij uw betoog over die compensatie: hoe kijkt u hiernaar?

De heer Pijlman (D66):

Voor mij staat voorop dat we geen stikstofrechten uitgeven die nog niet verdiend zijn. U weet verder hoe kritisch wij zijn over vliegveld Lelystad, en het blijft ook gelden dat we dat niet zomaar kunnen doen. Maar aan de andere kant zijn er ook heel veel boeren, kleinere bedrijven, die te goeder trouw zijn geweest met die PAS-wetgeving, die niet deugde. Maar dat laatste ligt meer aan ons dan aan hen. Wij snappen heel goed dat je zegt: ja, we willen wat aan redelijkheid, billijkheid doen. Maar ik zeg er wel bij: die ruimte moet er wel zijn.

De heer Koffeman (PvdD):

Maar u zou dus concreet niet voor zo'n geval zijn als met vliegveld Lelystad, dat er nu met 10.000 vliegbewegingen doorheen probeert te glippen?

De heer Pijlman (D66):

Nogmaals, ik heb het veel meer over die kleine bedrijven. De stikstofruimte moet verdiend zijn. En we zijn en blijven kritisch over de noodzaak om vliegveld Lelystad te openen.

Mevrouw Kluit i (GroenLinks):

Misschien komt de heer Pijlman er nog op, maar ik dacht: misschien is dit toch een moment waarop ik mijn volgende vraag moet stellen. De heer Pijlman begon met de juridische houdbaarheid van het wetsvoorstel. U bent daarbij vrij snel over het verslechteringsverbod heengestapt, of misschien bent u er wel helemaal niet op ingegaan. Kun u daar nog iets over zeggen? Hoe kijkt de fractie van D66 daarnaar? We weten namelijk niet hoe we de langetermijndoelen halen. Dan weten we één ding zeker, namelijk dat we niet zeker weten dat we verslechtering voorkomen. Hoe gaat deze wet daar nou in de ogen van de heer Pijlman aan bijdragen?

De heer Pijlman (D66):

In ieder geval gaat de wet er enorm aan bijdragen dat die verslechtering niet verder optreedt. Daar ben ik buitengewoon positief over. Daarnaast zit er in die wet 3 miljard voor natuurversterking. Dat is natuurlijk toch wel heel erg uniek, en ik begrijp niet zo goed aan de opstelling van de fractie van GroenLinks dat zij daar niet op ingaat. Hoelang zou het geleden zijn dat er 3 miljard is uitgetrokken voor natuurversterking? Dan zijn er ook nog een hele hoop externe factoren die op die natuur van invloed zijn; ik kom daar direct nog even op. Maar mijn fractie denkt dat het op dit moment heel verstandig is om die concrete doelen nú vast te leggen. Dat doen we met elkaar, daar wordt op gemonitord en daar bouwen we aan voort.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Ik denk dat de analyse van de heer Pijlman niet helemaal klopt. Als wij de uitstoot van stikstof terugbrengen, wil dat niet zeggen dat die naar nul gaat. Dus die kwetsbare natuurgebieden die heel gevoelig zijn voor stikstofdepositie, krijgen er toch extra stikstof bij als je niet echt harde garanties stelt en harde maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de stikstofdepositie daar nul of zelfs negatief wordt. Dan krijgen die gebieden er toch extra stikstof bij, terwijl ze dat niet kunnen hebben. En dat bouwt zich op, dus die schade blijft toenemen. In het wetsvoorstel zit ook niet een prioritaire behandeling van hele kwetsbare gebieden die heel slecht tegen stikstofdepositie kunnen, ten opzichte van gebieden die dat misschien wat beter kunnen hebben. Dus dat verslechteringsverbod is een van de redenen waarom GroenLinks nog steeds heel kritisch is. Want die miljarden zijn prachtig, maar gaan grotendeels zitten in het herstellen van de schade die je moet voorkomen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Het verslechteringsverbod is elementair en is volgens mij niet haalbaar met deze wet.

De heer Pijlman (D66):

U hebt natuurlijk gelijk: die verslechtering zit er nog steeds aan, omdat we geleidelijk aan verlagen. En het is de bedoeling dat we uiteindelijk naar nul gaan, maar ik geef meteen toe: daar moeten we nog heel veel stappen voor zetten. Tegelijkertijd geldt: u heeft ook geen voorstellen waarmee we dat morgen kunnen stoppen zonder dat de hele economie op de fles gaat. Dus je moet daarin een evenwicht zoeken. Met die amenderingen van de Tweede Kamer, van De Groot en Futselaar, met concrete doelstellingen en met dat bedrag dat er voor natuurbescherming wordt uitgetrokken, kun je denk ik hardmaken dat je nu wél, in tegenstelling tot bij de PAS, die stappen zet om tot dat doel te komen dat we beiden nastreven. De PAS hebben wij gesteund, en ik moet zeggen dat we daar erg spijt van hebben. GroenLinks heeft de PAS niet gesteund, en daar had mevrouw Kluit gelijk in.

De voorzitter:

Mevrouw Kluit, derde.

Mevrouw Kluit (GroenLinks):

Ik ben het met de heer Pijlman eens dat we stappen zetten. Je kunt naar deze wet kijken als "het glas is halfvol" of "het glas is halfleeg". Probleem is dat de rechter daar anders naar kijkt. Die kijkt gewoon heel feitelijk wat er op natuurgebied aan de hand is en of Nederland het verslechteringsverbod handhaaft, ondanks de economische ontwikkeling. Doet Nederland alles waartoe het in staat is om dat voor elkaar te krijgen, met concrete maatregelen die in de tijd vager worden en met een pakket aan maatregelen waar nog heel veel ruimte in zit? U benoemde dat zelf ook al: wat haal je en wat haal je niet? Wij vinden het nog niet stevig genoeg, maar wij zien net als u dat het een stap vooruit is. Maar dat was de PAS misschien ook wel.

De voorzitter:

Meneer Pijlman, tot slot.

De heer Pijlman (D66):

Het is een beetje een herhaling van zetten. Ik heb gezegd: juridische houdbaarheid, stevige garanties kan ik ook niet geven. Maar anders dan bij de PAS zijn er nu wél concrete doestellingen die je moet handhaven. Anders dan bij de PAS heeft de minister vervolgens wel heel goed geacteerd en gereageerd op de aanbevelingen van de Raad van State. Dat geeft ons voldoende vertrouwen dat dit hele pakket voldoende is om het voort te zetten.

Voorzitter. Ik was bij de snelle opkoop van de piekbelasters en welke mogelijkheden dat verder geeft. Ik heb eerder gezegd dat de systematiek waarbij je eerst ruimte verdient voordat je het uit kunt geven ons heel erg aanspreekt, ook in het kader van de juridische houdbaarheid. Maar tegelijkertijd willen we niet dat de stikstofproblematiek andere noodzakelijke activiteiten, zoals woningbouw, infrastructuur en de energietransitie, tegenhoudt of voorstellen om de industrie te vergroenen onmogelijk maakt. En daar zít spanning. Op mijn vragen stelt de minister in het voorlopig verslag dat ze bijvoorbeeld niet kan garanderen dat alle woningbouwplannen in de kustprovincies door kunnen gaan. Dat verontrust ons zeer, want juist daar is het noodzakelijk dat die huizen worden gebouwd, daar is de woningnood het grootst en juist daar ook is men heel erg afhankelijk van externe zee-invloeden. U zegt dan dat u dat niet kan garanderen, maar dan moeten er nog wat extra maatregelen worden genomen. Wilt u daar eens op ingaan? Want we zeggen het allemaal in deze campagne: we moeten bouwen, bouwen, bouwen.

Voorzitter. Als ik het goed zie, moet de ontwikkelruimte van 20 mol per hectare ook worden verdiend door de bronmaatregelen. Dat betekent dat er de komende 9 jaar een generieke reductie nodig is van 100 tot 120 mol per hectare om de 50%-doelstelling te halen. Daar komt de ontwikkelruimte bij. Kan de minister nog eens precies aangeven hoe zij dit denkt te halen en hoe groot ook het opkoop- en uitkoopprogramma wordt om die doelstellingen te kunnen halen, zonder dat de economie op slot springt? Hoe schat de minister overigens in dat door de systematiek van intern en extern salderen de uitstoot maar heel langzaam daalt? Dat kan ook.

Voorzitter. D66 wil graag de toezegging dat de economische activiteiten gericht op de energietransitie en de vergroening van de industrie die we eerder al goedkeurden in het energieakkoord en het Klimaatakkoord niet opgehouden worden door de stikstofproblemen. De stikstofbank dient zo gevuld te worden dat deze activiteiten ongehinderd doorgang kunnen vinden. Graag een reactie en een toezegging.

Ten slotte nog een paar korte vragen. Er is nog geen oplossing voor microdeposities. De plannen voor een microdepositiesbank kunnen nog wel een tijd op zich laten wachten. Is het mogelijk om tot die tijd met een drempelwaarde van bijvoorbeeld 0,5 mol per hectare te werken? Door de rechterlijke uitspraak inzake PAS is ook een aantal bestemmingsplannen vernietigd. Dat ligt hier natuurlijk niet op uw bord, maar ik neem aan dat het kabinet wel nadenkt hoe het daar weer de vaart in krijgt, want dat is ook weer nodig bij bijvoorbeeld de planontwikkeling voor woningbouw.

Voorzitter. De minister heeft met deze wetgeving een start gemaakt met de stikstofreductie. Bovendien is er veel geld uitgetrokken voor de versterking van de natuur en dat is weer een compliment. Maar om de doelstellingen te halen, is er nog heel veel nodig en ik denk dat dit niet de laatste keer is dat we over dit dossier spreken. Ik denk dat het bij de formatie opnieuw aan de orde zal komen. Wij wachten graag de beantwoording van de minister af.

Mevrouw Faber-van de Klashorst i (PVV):

Ik heb keurig gewacht tot meneer Pijlman klaar was met zijn betoog, ik dacht: misschien komt hij er nog mee. Meneer Pijlman heeft het over het opkopen van piekbelasters. Zijn partij wil bijvoorbeeld de veestapel halveren. Wat krijg je dan? Ammoniakuitstoot komt hoofdzakelijk bij landbouw vandaan en dan ga je dus ruimte creëren vanuit de landbouw voor de andere emissiepijler, namelijk de stikstofoxiden. U heeft het ook over juridische haalbaarheid. Wat zien we nu? We zien nu al dat de stikstofoxiden boven de emissieplafonds komen zoals die zijn afgesproken. De ammoniakuitstoot doet dat niet. De boeren zitten daar nog onder. Maar nu gaan we dus overhevelen. Dan voldoen wij niet meer aan de Europese afspraak. Niet dat ik daar zo veel mee heb, maar uw partij heeft daar wel veel mee. Hoe gaat u dat nu verklaren? Hoe wilt u dat in gaan passen?

De heer Pijlman (D66):

U weet ook dat de landbouw veruit de grootste vervuiler is als het om natuur en om stikstofuitstoot gaat. Ik zei net: ze hebben nog best veel gedaan, maar toch. Dat wil niet zeggen dat anderen, zoals de industrie, het verkeer enzovoorts, niet hoeven te acteren. Daar staan in de plannen ook allerlei voorbeelden van. Dat er ook mestbeleid en ammoniakbeleid moet worden gevoerd en wordt gevoerd, weten we ook. Ik heb net gezegd: dat moet meer op elkaar afgestemd en geïntegreerd worden, zodat het voor die boer heel helder en duidelijk is waar hij nu precies aan moet voldoen om tot een duurzame landbouw en veeteelt te komen in Nederland, ook voor zijn innovatie- en vernieuwingsslag.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Ik krijg wel een heel mooi uitgebreid antwoord, maar u gaat er wel aan voorbij dat u het probleem in feite verplaatst, meneer Pijlman. Hij verplaatst het van de ammoniakpijler naar de stikstofoxidenpijler. Dat is in feite nog veel slechter voor de volksgezondheid, want de factor fijnstof neemt met twintig toe. Ik denk dus niet dat wij daar als Nederland gezonder en gelukkiger van worden en toch gaat u dat doen. U heeft het over juridische haalbaarheid, maar dit klopt dus niet met de eerder gemaakte afspraken.

De heer Pijlman (D66):

Ik geef eigenlijk weer hetzelfde antwoord. Natuurlijk moet er ook mestbeleid en ammoniakbeleid zijn. Daarover zijn afspraken. Er zit integratie tussen die verschillende aspecten. Ik denk alleen dat ik het u niet naar de zin kan maken. Wij denken dat de intensiteit van de veeteelt in Nederland echt te groot is. Het is een heel klein landje dat dichtbevolkt is, maar hier is de hoogste intensiteit van dieren per hectare. Wij denken dat dat niet houdbaar is. Het gaat mij niet om de helft of twee derde. Ik wil niet tegen elkaar opbieden. Ik wil dat we met elkaar gezond kunnen leven. Ik wil een levende en innovatieve economie kunnen hebben, waarin zeker ook voor duurzame boeren plek is.

De voorzitter:

Mevrouw Faber, derde vraag.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Voorzitter, ik zal een korte vraag stellen. Daar kan hij ook heel kort op antwoorden. Bent u er dan voor of tegen om het emissieplafond van de stikstofoxiden te overstijgen?

De voorzitter:

De heer Pijlman, tot slot.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Het is simpel: ja of nee.

De heer Pijlman (D66):

Als mevrouw Faber zegt dat je moet antwoorden met ja of nee, dan weet je zeker dat ik dat niet doe.

Dank u wel.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Ik had niet moeten zeggen: u moet. Ik had moeten vragen: wilt u antwoorden met ja of nee? Daar heeft u gelijk in.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Pijlman. Dan is het woord aan mevrouw Klip-Martin namens de fractie van de VVD.