Toezegging Voortgangsrapportage sociaal minimum Caribisch Nederland (35.000 IV / CXIX, A) (T02659)
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer toe de voortgangsrapportages over de uitvoering van het pakket maatregelen inzake het ijkpunt voor de bestaanszekerheid voor Caribisch Nederland, die aan de Tweede Kamer zijn toegezegd, ook aan de Eerste Kamer toe te zenden, om te beginnen voor de zomer van 2019.
| Nummer | T02659 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 16 oktober 2018 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Participatie en Integratie |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Mondeling overleg |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | bestaanszekerheid Caribisch Nederland ijkpunt sociaal minimum |
| Kamerstukken | Werkbezoek Caribisch deel Koninkrijk april 2016 (CXIX) Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2019 (35.000 IV) |
Kamerstukken I 2018-2019, 35000 IV / CXIX, A, p.12:
Staatssecretaris Van Ark:
Ik heb ook in de Tweede Kamer gezegd: ik aarzel omdat ik liever van de afdeling underpromise en overdeliver ben dan andersom. Ik aarzel om heel hard te juichen over het pakket dat we nu hebben samengesteld, maar het is wel degelijk een heel relevant pakket, zeker ook in combinatie met de werkgeversruimte die is vrijgevallen, met wat dat betekent voor het wml en de uitkeringen op dit moment. Tegelijkertijd zie ik ook dat het op dit moment nog niet mogelijk is óm dat te doen, maar ik vind het wel van belang dát we dat gaan doen. De Tweede Kamer heeft gezegd: oké, maar we willen niet wachten op de evaluatie in 2020; we willen al eerder geïnformeerd worden. Dat betekent dat ik voor het zomerreces van 2019 ga laten zien welke stappen ik heb gezet. U mag best weten dat ik in de overleggen met de organisatie vraag hoe die voortgangsrapportage er dan uitziet, want zo zit ik er ook persoonlijk in: kan ik straks de informatie leveren die de Tweede Kamer graag wil?
Ik herken de betrokkenheid in deze Kamer met het vraagstuk heel erg en ben dan ook van harte bereid om deze rapportage ook naar de Eerste Kamer te sturen. Maar omdat ik dezelfde vragen heb gehad als u, en mij inmiddels ook duidelijk is geworden dat alles met alles samenhangt, zou mijn waarschuwing zijn dat ik vanwege de fragiele situatie in de regio – dan heb ik het over de open economie daar – niet anders kan dan stapsgewijs handelen. Anders ben ik bang dat ik te veel dingen kapotmaak. Daarmee voeg ik me ook in de coördinatie van BZK, die ook op die kostenkant drukt. Ik kan u verzekeren dat collega Knops buitengewoon disciplinerend kijkt naar de collega’s, dus die coördinatie is er. Ik ga soms met liefde een stap verder, maar ik hecht eraan om het in samenspraak te bekijken.
Kamerstukken I 2018-2019, 35000 IV / CXIX, A, p.16:
Staatssecretaris Van Ark:
Ik ben het ook eens met de heer Van Kappen, die zegt: dat ijkpunt moet er zijn. Daar kun je politiek van alles van vinden, maar daar moet ik naartoe onderweg. Dus dat is ook mijn doelstelling, maar ik ga geen dingen beloven die niet kan waarmaken. Als ik zou kunnen, dan zou ik hier een planning geven. Dat kan ik niet. Ik heb altijd geleerd dat, als je niet kunt zeggen wanneer je iets weet, je moet zeggen wanneer je de volgende stap zet. De volgende stap is wat mij betreft de voortgangsrapportage voor de zomer. Die stuur ik heel graag aan uw Kamer.
Brondocumenten
-
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris Participatie en Integratie -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
19 december 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
21 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
16 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 april 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 november 2022
nieuwe deadline: 1 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor APP over de voortgang met betrekking tot het realiseren van het ijkpunt sociaal minimum Caribisch Nederland
Voor kennisgeving aangenomen op 8 november 2022
EK 36.200 IV / CXIX, B
-
-
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
16 november 2021
nieuwe deadline: 1 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juli 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van SZW inzake de voortgangsrapportage ijkpunt bestaanszekerheid Caribisch Nederland 2021
Voor kennisgeving aangenomen op 6 juli 2021
EK 35.570 IV / CXIX, Q
-
-
8 september 2020
nieuwe deadline: 1 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 juli 2019
nieuwe deadline: 1 juni 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
27 juni 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
9 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
3 april 2019
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over (deels) openstaande toezeggingen
Voor wat betreft toezegging T02659 op 9 april 2019 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie KOREL.
De Commissie SZW nam op 9 april 2019 kennis van dit verslag van een schriftelijk overleg.
EK, E
-
-
16 oktober 2018
toezegging gedaan
Toezegging Monitoren ijkpunt bestaanszekerheid Caribisch Nederland en jaarlijks informeren gezamenlijke inzet verbetering situatie inwoners Caribisch Nederland (35.000 IV / CXIX, N) (T02784)
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer in het verlengde van toezegging T02659 toe:
-
1.het in de voortgangsrapportage vastgestelde ijkpunt voor de bestaanszekerheid in Caribisch Nederland jaarlijks te monitoren;
-
2.onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de ruimte om het wettelijk minimum loon op de BES in de toekomst verder te verhogen, daarover in gesprek te gaan met de werkgevers op de eilanden en daarover te rapporteren in de voortgangsrapportage die voor de zomer van 2020 aan de Kamer wordt toegezonden;
-
3.de eilandsbesturen de gelegenheid te geven om formeel te reageren op de voortgangsrapportage; en,
-
4.de Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang van de gezamenlijke inzet, alsmede van het hierop gerichte overleg van het kabinet en van de openbare lichamen om de situatie van inwoners in Caribisch Nederland te verbeteren.
| Nummer | T02784 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 12 juli 2019 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Participatie en Integratie |
| Commissie | commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL) |
| Soort activiteit | Brief |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | BES bestaanszekerheid Caribisch Nederland ijkpunt sociaal minimum |
| Kamerstukken | Werkbezoek Caribisch deel Koninkrijk april 2016 (CXIX) Begrotingsstaten Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2019 (35.000 IV) |
Kamerstukken I 2018/2019, 35.000 IV/ CXIX, N, p.4
Het ijkpunt voor het sociaal minimum monitor ik de komende vijf jaar jaarlijks. Dit omdat de kosten voor een aantal noodzakelijke kosten van levensonderhoud nog in beweging zijn.
Kamerstukken I 2018/2019, 35.000 IV/ CXIX, N, p.5
Vanwege de mogelijke negatieve gevolgen voor de economie en de arbeidsmarkt moet het tempo en de mate van een verdere verhoging van het wettelijk minimumloon zorgvuldig afgewogen worden. Het kabinet zal daarom onafhankelijk onderzoek laten doen naar de ruimte om het wettelijk minimumloon in de toekomst verder te verhogen. Daarnaast is van belang dat verhogingen van het wettelijk minimum door de werkgevers op de eilanden worden opgebracht. Dit is vooral op Bonaire een punt van aandacht. De Staatssecretaris van BZK en ik zullen daarom met de partijen in de Centraal Dialoog in gesprek gaan over de uitkomsten van het onderzoek en de verdere ruimte om het wettelijk minimumloon in de toekomst te verhogen. De relatie met het verlagen van de kosten voor levensonderhoud zal hierbij ook betrokken worden. Het streven is om de uitkomsten van het onderzoek en de gesprekken mee te nemen in de voortgangsrapportage van 2020.
Kamerstukken I 2018/2019, 35.000 IV/ CXIX, N, p.7
Een structurele verbetering van de situatie van inwoners in Caribisch Nederland vergt gezamenlijke inzet van het Rijk en de openbare lichamen. Samen met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heb ik met de eilandbesturen constructieve gesprekken gevoerd over het ijkpunt sociaal minimum en de stappen die nog gezet moeten worden. Ik ben verheugd dat de eilandbesturen in eerste reactie positief hebben gereageerd op de gekozen aanpak en op de stappen die al zijn gezet. Ik geef de eilandbesturen graag de kans om ook nog formeel op de voortgangsrapportage te reageren.
Kamerstukken I 2018/2019, 35.000 IV/ CXIX, N, p.8
Met het ijkpunt voor het sociaal minimum en de bijbehorende maatregelen zet het kabinet een volgende stap om bestaanszekerheid van inwoners in Caribisch Nederland te verbeteren. Het is een doelstelling waar we stap voor stap naar toe werken. Ik ben heel blij dat ik, samen met mijn collega’s in het kabinet en met de openbare lichamen, betekenisvolle stappen kan zetten om het leven op Bonaire, Saba en Sint Eustatius beter te maken. Ik ben doordrongen van de noodzaak om de ontwikkelingen nauwgezet te monitoren. De komende vijf jaar zal ik u daarom jaarlijks informeren over de voortgang van de gezamenlijke inzet van het kabinet en de openbare lichamen om de situatie van inwoners van Caribisch Nederland te verbeteren.
Toezegging T02659 (openstaand)
Toezegging T02383 (voldaan)
Brondocumenten
-
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris Participatie en Integratie -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
21 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 september 2023
nieuwe deadline: 1 juni 2024
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor APP over Voortgangsrapportage ijkpunt Sociaal Minimum Caribisch Nederland 2023
Voor kennisgeving aangenomen op 12 september 2023
EK 36.200 IV / CXIX, X
-
-
16 mei 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
25 april 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 november 2022
nieuwe deadline: 1 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 oktober 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor APP over de voortgang met betrekking tot het realiseren van het ijkpunt sociaal minimum Caribisch Nederland
Voor kennisgeving aangenomen op 8 november 2022
EK 36.200 IV / CXIX, B
-
-
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
16 november 2021
nieuwe deadline: 1 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
6 juli 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
29 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister van SZW inzake de voortgangsrapportage ijkpunt bestaanszekerheid Caribisch Nederland 2021
Voor kennisgeving aangenomen op 6 juli 2021
EK 35.570 IV / CXIX, Q
-
-
8 september 2020
nieuwe deadline: 1 juni 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 juli 2020
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de staatssecretaris van SZW inzake de Voortgangsrapportage ijkpunt bestaanszekerheid Caribisch Nederland 2020
Voor kennisgeving aangenomen op 8 september 2020
EK 35.300 IV / CXIX, N herdruk
-
-
12 juli 2019
toezegging gedaan
Toezegging Tweejaarlijkse rapportages reductie kinderarmoede (34.775, D) (T02973)
De staatssecretaris van SZW zegt, naar aanleiding van opmerkingen van het lid Kox (SP, mede namens CDA, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, SGP en OSF), bereid te zijn een kwantitatief streefcijfer in het kader van de reductie van kinderarmoede vast te stellen en zegt toe de tweejaarlijkse rapportages hierover naar de Kamer te sturen.
| Nummer | T02973 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 26 mei 2020 |
| Voormalige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen |
| Huidige Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris Participatie en Integratie |
| Kamerleden | M.J.M. Kox (SP) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | armoedebestrijding kinderarmoede reductiedoelstelling |
| Kamerstukken | Miljoenennota 2018 (34.775) |
Handelingen I 2019/2020, nr. 28, item 10, blz. 1-2
De heer Kox (SP):
Het terugbrengen van armoede onder kinderen in Nederland houdt deze Kamer al lange tijd bezig. Een daarover handelende motie werd in oktober 2018 hier aangehouden, omdat de minister-president ons toen verzekerde dat de regering bezig was met het formuleren van een reductiedoelstelling voor kinderarmoede waar de Kamer ook in 2017 al bij motie om had gevraagd, maar meer tijd nodig had. Die tijd heeft de Kamer aan de regering gegeven. Volgens onze systematiek moet er uiterlijk twee juni over de aangehouden motie uit 2018 door deze Kamer worden besloten. Daarom maken wij vandaag de balans op. Daarbij mag ik spreken namens de fracties van CDA, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, SGP, OSF en mijn eigen SP. Als dat niet "boven de partijen" is, dan weet ik het niet meer. […]
De nu aan de orde zijnde motie en haar voorganger uit 2017 hebben een helder verzoek aan de regering: het formuleren van een kwantitatieve reductiedoelstelling opdat daaraan gekoppeld beleid ter terugdringing van de kinderarmoede beter beoordeeld kan worden en desgewenst bijgesteld. Het goede nieuws is dat het antwoord op die vraag inmiddels bevestigend luidt. […]
In haar brief van 9 april van dit jaar schrijft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ons, in vervolg op een mondeling overleg met deze Kamer begin dit jaar, dat de regering inmiddels wel bereid en in staat is om een kwantitatieve reductiedoelstelling vast te stellen, gelet op de breed levende wens in deze Kamer. Die doelstelling behelst een afname van het aantal kinderen in armoede met 9,2% in 2015 naar 4,6% in 2030. Doorvertaling van deze doelstelling, zo meldt de staatssecretaris, betekent dat het aantal kinderen in armoede aan het eind van deze kabinetsperiode afneemt naar 7,2%. De regering zal op basis van de nu vastgelegde kwantitatieve reductiedoelstelling via tweejaarlijkse rapportages de vinger aan de pols houden en bezien of de ontwikkeling van kinderarmoede de gewenste richting ingaat en of een eventuele bijstelling van het streefcijfer en/of de horizon waarbinnen dit cijfer moet worden bereikt, nodig is. De nu vastgestelde doelstelling betreft Europees Nederland.[…]
Nu de regering alsnog bereid is gebleken te doen wat wij als Kamer willen, is het aan de regering om die belofte in de begroting voor komend jaar concreet in te vullen. In die zin zijn we dus nog op tijd om onze wens verwerkt te krijgen in de beleidsvoornemens van de regering voor komend jaar. Het lijkt dan verstandig om de beoordeling van die concrete kwantitatieve doelstelling in eerste instantie over te laten aan onze collega's in de Tweede Kamer. Daarna kunnen wij er desgewenst ons licht over laten schijnen aan het eind van het jaar, bij de Algemene Politieke en Financiële Beschouwingen en de begroting voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dan kunnen wij met de regering het inhoudelijke debat voeren over de concrete invulling van de reductiedoelstelling. Het is belangrijk dat de regering bereid is om, indien nodig, de doelstelling en het tijdpad bij te stellen. Het zal velen in deze Kamer plezieren als de reductie sneller verloopt dan de regering nu als doel stelt. […]
De Kamer ziet de rapportages van de regering en de voorstellen in de begroting met grote belangstelling tegemoet en zal nauwgezet volgen of de gestelde doelen ook gehaald worden en eventueel bijgesteld moeten worden. […] Indien de regering aldus gaat handelen — ik ga ervan uit dat de staatssecretaris dat vandaag, na haar schriftelijke bevestiging, ook nog mondeling toezegt — wordt de hier aangenomen motie uit 2017 deel van het regeringsbeleid en kan derhalve de hier aangehouden motie van 2018 ingetrokken worden. Maar namens de genoemde fracties zie ik natuurlijk eerst uit naar de reactie van de staatssecretaris.
Handelingen I 2019/2020, nr. 28, item 10, blz. 5
Staatssecretaris Van Ark
Maar ik wil vooral benadrukken dat ik heel graag mijn handtekening heb gezet onder wat ik in de brief heb geschreven en wat tot uitdrukking is gekomen in wat er nu voorligt, namelijk een streefcijfer om te laten zien hoe wij kwantitatief uiting gaan geven aan de reductie van kinderarmoede. […] Op heel veel fronten is er dus sprake van vraagstukken op het gebied van kinderarmoede. Dat betekent dus ook dat dit een breed door het kabinet gedragen brief is. Ik dank de heer Kox voor zijn opmerkingen. Misschien kan ik het in die zin kort houden door te zeggen dat ik de keuzes die gemaakt zijn en in de brief staan van harte onderschrijf.
[…]
Als je nergens een lat legt, is het vrij lastig om uiteindelijk te meten waar je staat. Daarom vind ik het van belang om een streefwaarde voor de langere termijn, voor 2030, neer te zetten, maar je moet ook terugrekenen om te kijken waar je staat. De heer Kox gaf al aan: dat gaat ook gebeuren bij de aankomende begroting. We zullen rapportages sturen, dus ieder Kamerlid kan dan kijken of de doelstellingen gehaald worden.
Handelingen I 2019/2020, nr. 28, item 10, blz. 6
De heer Kox (SP):
Na de schriftelijke toezegging en de bevestiging daarvan in de vergaderzaal van de Eerste Kamer, zodat het ook onderdeel wordt van de wetsgeschiedenis, wordt de wens van de Kamer deel van het beleid. Dat vind ik buitengewoon fijn, ook al heeft het wat lang moeten duren. Ik vind het buitengewoon fijn dat de staatssecretaris zegt dat het niet alleen deel wordt van haar beleid, maar ook van het regeringsbeleid. De strijd tegen kinderarmoede is een zaak die de hele regering en het hele parlement aangaat, zo voeg ik daaraan toe. Met de toezegging van de staatssecretaris kan de hele Kamer tevreden zijn. Ik stel voor om de aangehouden motie uit 2018 bij dezen in te trekken.
Brondocumenten
-
-
verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van SZW over voorstellen om de reductiedoelstelling voor kinderarmoede meer kwantificeerbaar vorm te geven EK 35.300 XV / 35.300 IV, G
Op 21 april 2020 voor kennisgeving aangenomen door de Commissies SZW en KOREL.
-
18 november 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
31 oktober 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
2 juli 2024
nieuwe verantwoordelijkheid: Staatssecretaris Participatie en Integratie -
2 juli 2024
verantwoordelijkheid verlopen: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
28 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
4 juli 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
20 juni 2023
nieuwe deadline: 1 januari 2025
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 juni 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 november 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
15 november 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 september 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 juli 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
10 mei 2022
nieuwe deadline: 1 januari 2023
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
7 april 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
22 maart 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
14 maart 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten:-
-
brief van de minister voor APP over de voortgang van de ambities om kinderarmoede tegen te gaan
Op 22 maart 2022 voor kennisgeving aangenomen door de Commissie SZW.
EK, G
-
-
10 januari 2022
nieuwe verantwoordelijkheid: Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen -
10 januari 2022
verantwoordelijkheid verlopen: Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
16 november 2021
nieuwe deadline: 1 januari 2022
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
13 juli 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
8 juli 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang:documenten: -
26 mei 2020
toezegging gedaan
Toezegging Toezenden AMvB bedrag ineens (35.555) (T03183)
De Minister van SZW zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Crone (PvdA) en Moonen (D66), toe de AMvB over de informatieplicht inzake de uitkering van het bedrag ineens aan de Kamer toe te sturen.
| Nummer | T03183 |
|---|---|
| Status | voldaan |
| Datum toezegging | 12 januari 2021 |
| Deadline | 1 januari 2022 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | drs. F.J.M. Crone (GroenLinks-PvdA) Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | lagere regelgeving |
| Onderwerpen | informatieplicht pensioenvermogen Uitkering bedrag ineens |
| Kamerstukken | Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen (35.555) |
Handelingen I 2020/2021 nr. 18, item 6, p.3
Dhr. Crone (PvdA): Het lijkt zo'n mooi voorstel: je kunt 10% van je pensioenpot naar voren halen. Dan wordt je pensioen levenslang wel ietsje lager, maar je kunt je hypotheek aflossen, een vakantiereis maken of een caravan kopen. Dat verzin ik niet; dat zijn de woorden die de woordvoerders van D66 en de VVD in de Tweede Kamer als eersten inbrachten. Zij zeiden daarbij dat het eigenlijk 20% zou moeten worden. We zetten hier dus wel een nieuw deurtje open. We weten altijd dat je deurtjes die opengaan, niet altijd weer dicht krijgt. Ik zou dus willen vragen of dat zwitserlevengevoel — iedereen rijk — de toonzetting wordt van verantwoorde voorlichting, ook voor mensen die veel lagere inkomens hebben. Krijgen zij inderdaad een soort voorlichting in de zin van: neem het maar lekker op; dan kun je leuke dingen doen en de rest doet er niet toe? Ik neem aan dat de minister dit zal weerspreken; dat hoop ik in ieder geval, want er is natuurlijk veel meer aan de hand.
Handelingen I 2020/2021 nr. 18, item 6, p.14
Mw. Moonen (D66): Voorzitter. Uit het rekenvoorbeeld van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat wanneer een alleenstaande AOW-gerechtigde met een beperkt of een gemiddeld aanvullend pensioen van €1.800 per jaar door een bedrag ineens zowel zijn zorgtoeslag als de huurtoeslag verliest in het jaar waarin het bedrag ineens wordt uitgekeerd. Ook de loon- en inkomstenbelastingheffing worden hoger, net als de inkomensafhankelijke premie voor de zorgverzekering. Nu is dit effect begrijpelijk, omdat het bedrag ineens behoort tot het toetsingsinkomen voor de toekenning van bijvoorbeeld inkomensafhankelijke regelingen. Dus op zich is het effect begrijpelijk, maar het punt is dat het tijdelijk niet ontvangen van toeslagen naar alle waarschijnlijkheid bij grote percentages deelnemers gaat optreden, namelijk mensen met een laag tot gemiddeld aanvullend pensioen. En het is goed om te beseffen dat bijvoorbeeld de gemiddelde pensioenen binnen de sectoren metaal en techniek, maar ook de sector bouw, ver onder die €1.800 per maand liggen. De Raad van State schrijft hier ook over dat de risico's groot zijn dat mensen beslissingen nemen die feitelijk verkeerd voor hen uitvallen omdat ze de gevolgen niet kunnen overzien. Nu zijn pensioenuitvoerders verplicht om de deelnemers correct, duidelijk, evenwichtig en tijdig te informeren. De heer Crone sprak daar ook al over. Wanneer een deelnemer een verzoek indient, ontvangt hij uiteindelijk ook nog een tweede, meer persoonlijke en specifieke informatiebrief. Hierbij zijn de pensioenuitvoerders verplicht om een waarschuwing op te nemen dat het bedrag ineens gevolgen kan hebben voor hun inkomensafhankelijke regelingen. Feit is wel dat daar nu onder valt dat de pensioenuitvoerders ook de effecten voor de deelnemers in kaart moeten brengen. Dat kunnen de pensioenuitvoerders niet, want zij hebben geen volledig beeld van de inkomenspositie van die deelnemer. Maar daarom schrijft de Raad van State wel dat zo'n totaaloverzicht van de gevolgen van de keuze van een bedrag ineens eigenlijk alleen door een financiële planner goed in beeld te brengen is, want er zijn nogal wat effecten. En nu bestaat er het risico dat juist degenen met lage inkomens minder gemakkelijk toegang hebben tot die financieel deskundigen. Nu geeft de minister aan dat het de inschatting is dat circa 10% van het aantal personen dat met pensioen gaat, gebruik zal maken van het keuzerecht. Dat zou dan gaan om circa 20.000 mensen per jaar. Nu gaan mijn vragen over deze mensen. Hoe kunnen de negatieve effecten voor deelnemers geminimaliseerd worden? Hoe worden deelnemers vooraf op de hoogte gebracht dat als gevolg van het opnemen van een bedrag ineens, ze in dat jaar de toeslagen niet of gedeeltelijk gaan ontvangen? Welke garanties heeft de minister dat pensioenuitvoerders deelnemers echt gaan waarschuwen voor dergelijke effecten? Zijn er later herstelmogelijkheden voor de deelnemer als blijkt dat het effect van de aanvraag te nadelig uitpakt?
Handelingen I 2020/2021 nr. 18, item 6, p.24
Minister Koolmees: Die AMvB over de informatieplicht komt nog naar u toe. Ik denk dat die wel iets later komt omdat ik ook dit onderdeel heb uitgesteld en ik nog even de oplossing moet vinden voor de uitvoerbaarheid van deze complexe wet- en regelgeving, maar ik moet die wel op tijd af hebben zodat ook de uitvoerders weten welke informatie ze moeten communiceren aan de deelnemers, waar ze voor moeten waarschuwen en welke risico's er in zitten.
Brondocumenten
-
-
-
behandeling (zonder stemming aangenomen) Verslag EK 2020/2021, nr. 18, item 6
-
16 november 2021
nieuwe status: voldaan
Voortgang: -
8 november 2021
nieuwe status: openstaand
Voortgang: -
12 januari 2021
toezegging gedaan