Rappelabele toezeggingen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Rappel juli 2020)



Dit is het rappel tot 02-07-20.

 




Toezegging Macro-economische effecten (34.035) (T02067)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bruijn (VVD), toe een ex ante raming van de macro-economische effecten van het wetsvoorstel en de effecten van de maatregelen op arbeid mee te nemen bij de wetsevaluatie.


Kerngegevens

Nummer T02067
Status voldaan
Datum toezegging 20 januari 2015
Deadline 1 juli 2022
Verantwoordelijke(n) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerleden prof. dr. J.A. Bruijn (VVD)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen macro-economische effecten
studievoorschot
Kamerstukken Wet studievoorschot hoger onderwijs (34.035)


Uit de stukken

Handelingen I 2014-2015, nr. 17, item 3 - blz. 9

De heer Bruijn (VVD): De leden van mijn fractie vragen zich dan ook af, wat de macro-economische effecten van deze maatregelen zijn en of deze effecten naar verwachting worden gecompenseerd doordat de opbrengst van het wetsvoorstel wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van het hoger onderwijs. Dat komt economische groei en structurele werkgelegenheid immers juist ten goede.

Wat is structurele werkgelegenheid? Het is in het rapport Keuzes in Kaart 2012 gedefinieerd als de werkgelegenheid na bijvoorbeeld 28 jaar. In de memorie van antwoord gaat de regering, naar aanleiding van de vraag van mijn fractie hierover, in op de effecten van het wetsvoorstel op arbeidsparticipatie van studenten zelf tijdens de studie, op studie-uitval en via deze op werkgelegenheid. Het was legitiem, maar onze vraag ziet echter met name op de effecten van de blote maatregelen die ten aanzien van de straks terugbetalende afgestudeerden worden genomen en het al of niet inkomensafhankelijk maken daarvan ten opzichte van het basispad. Met "basispad" wordt in dit geval bedoeld het wetsvoorstel zonder deze inkomensafhankelijke regelingen. Men kan het terugbetalen van de studieschuld en de vrijstelling onder bepaalde grenzen modelmatig zien als een inkomensafhankelijke heffing. Gegeven dat men die schuld heeft, is de terugbetaling geheel afhankelijk van inkomen en beïnvloedt deze direct het nettoloon en dus profijt van arbeid en aanbod. Dit is te ramen als ware het een gewone heffing. Dat zijn de effecten van onderwijsinvesteringen ook, zo weten we uit Keuzes in Kaart 2012, zoals ik zojuist met mevrouw Gerkens heb besproken.

Mijn fractie vraagt de minister om een toezegging dat zij dit zal meenemen bij de eerste wetsevaluatie. Dit betreft dan nog steeds een ex-anteraming ten opzichte van het dan voorliggende basispad en niet een ex-postdoorrekening, zoals nu gesuggereerd in de memorie van antwoord. Dat is inderdaad onmogelijk. De leden van mijn fractie zijn, ongetwijfeld met het kabinet, geïnteresseerd in de effecten van de maatregelen op arbeid. En zoals gezegd, de VVD, de partij voor de arbeid, ziet ook dat er voor inkomensherverdelende maatregelen goede argumenten kunnen zijn. Dat doet echter niet af aan de noodzaak en aan onze verantwoordelijkheid, de effecten van de maatregelen op arbeid inzichtelijk te maken.

(...)

Handelingen I 2014-2015, nr. 17, item 8 - blz. 51

Minister Bussemaker: De heer Bruijn heeft gevraagd naar de macro-economische effecten van dit wetsvoorstel. Daar horen ook de mogelijke effecten van de structurele werkgelegenheid bij. Hij vraagt naar een ex ante raming van de genoemde onderscheiden effecten ten tijde van de wetsevaluatie ten opzichte van het dan vigerende basispad. Met de heer Bruijn en zijn fractie ben ik uiteraard zeer geïnteresseerd in een ex ante raming van de macro-economische effecten en in de effecten van de maatregelen op arbeid. Ik zeg de heer Bruijn toe dit aspect, zoals gevraagd, mee te nemen bij de wetsevaluatie.


Brondocumenten


Historie







Toezegging Een kabinetsreactie aan de Kamer te sturen inzake het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef en de omgang met discriminatoire uitingen in een brede (onderwijs-overstijgende) context (34.412) (T02419)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Bruijn (VVD), Rinnooy Kan (D66) en Nooren (PvdA), toe om een kabinetsreactie (waarbij mogelijk de WRR betrokken wordt) aan de Kamer te sturen inzake het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef en het al dan niet omgaan met discriminatoire uitingen ten opzichte van andere grondrechten in een brede (onderwijs-overstijgende) context.


Kerngegevens

Nummer T02419
Status voldaan
Datum toezegging 21 februari 2017
Deadline 1 januari 2018
Verantwoordelijke(n) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerleden prof. dr. J.A. Bruijn (VVD)
Drs. J.E.A.M. Nooren (PvdA)
Prof.dr. A.H.G. Rinnooy Kan (D66)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen discriminatie
hoger onderwijs
leraren
Kamerstukken Bescherming namen en graden hoger onderwijs (34.412)


Uit de stukken

Handelingen I, 2016-2017, nr. 19, item 6, pagina 35

De heer Rinnooy Kan (D66):

Ik houd het kort, maar ik wil graag nu gezegd hebben dat ik het op prijs stel dat de minister onderkent dat hetgeen wij hier meemaken met een discriminerende onderwijsinstelling, een deel is van een groter geheel. Ik wil de zaak niet verder compliceren, maar ik vind het interessant om te vernemen van de minister hoe zij zich voorstelt op te treden als andere onderwijsinstellingen dan hogeronderwijsinstellingen zich schuldig maken aan discriminerend gedrag. Dat kunnen wij helaas ook niet uitsluiten. Het is ook niet moeilijk om het breder te trekken, in de richting van andere instellingen waar dit kan voorkomen. Ik neem genoegen met de toezegging van de minister dat zij er op een ander moment op terugkomt, misschien ook namens het kabinet, omdat dit breder is dan haar departement alleen. Ik krijg graag van haar de erkenning dat die verbreding er ook eigenlijk wel bij hoort.

Minister Bussemaker:

Die geef ik graag, want ik erken die verbreding. Ik denk ook dat het goed is als ik die met de collega's bespreek. Een paar jaar geleden hebben we lange discussies gevoerd over het publiek belang en de wijze waarop we daarmee moeten omgaan. Dat was onder andere naar aanleiding van casussen in het onderwijs zoals Amarantis. Daarvan hebben we toen gezegd: we moeten veel meer leren van wat we met elkaar doen, want soms zijn we gewend om onze eigen sectorwetten te maken. Ik ben dus graag bereid om dit met mijn collega's in het kabinet te bespreken. De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) heeft een aantal jaren geleden het publieke belang geanalyseerd in het kader van marktwerking, verzelfstandiging, privatisering en normen en waarden. Ik denk dat het nuttig kan zijn om zo'n analyse ook voor dit thema te ontwikkelen, want dit thema zal niet meer zomaar weggaan de komende jaren. Ik zeg dus graag toe dat ik hierover met mijn collega's in gesprek ga om na te gaan wat de beste manier is om dit goed op te pakken.

De heer Rinnooy Kan (D66):

Dank daarvoor, want ik denk dat velen daarin geïnteresseerd zullen zijn.

(...)

Handelingen I, 2016-2017, nr. 19, item 6, pagina 41

De heer Bruijn (VVD):

Voorzitter. Ook ik dank de minister voor de uitgebreide beantwoording. De toezegging om naar de bredere context te kijken en om daarover nog met het kabinet te spreken, wordt door mijn fractie zeer gewaardeerd. Misschien kan de minister daarbij ook nog meenemen hoe dat bij andere wetten is geregeld. Ik heb er iets over gezegd in een eerdere interruptie. Als we dan toch breder kijken naar hoe wordt omgegaan met discriminatie, kan misschien ook worden bekeken of er plekken zijn waar nog reparatie moet plaatsvinden, langs de lijnen die we vandaag uiteindelijk met elkaar bereiken. Dat is meer een vraag.

(...)

Handelingen I, 2016-2017, nr. 19, item 6, pagina 41-42

De heer Rinnooy Kan (D66):

Ik wil de minister nog herinneren aan haar toezegging over de verbreding van dit debat in de richting van de rest van de publieke sector en in het bijzonder de rest van het onderwijs. Zo ernstig en zorgwekkend als wij het vinden dat een discriminerende onderwijsinstelling een fact of life is geworden in het hoger onderwijs, zo bezorgd zouden wij zijn als dat zich verder zou uitbreiden, en misschien nog wel bezorgder als dat ook in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs hier en daar realiteit zou worden. Ik vraag haar natuurlijk in de eerste plaats om via de inspectie scherp in de gaten te houden of dat gebeurt en, zo ja, waar. In de tweede plaats vraag ik haar om daarop te anticiperen door na te denken over de manier waarop de procedure die wij hier met elkaar hebben ontwikkeld, omgezet zou kunnen worden in een vergelijkbare procedure in dat deel van het onderwijs waar kinderen en jongere jeugd nog veel meer schade kunnen oplopen dan op een wat latere leeftijd al het geval zou zijn. Dat is dus belangrijk.

Handelingen I, 2016-2017, nr. 19, item 6, pagina 42

Mevrouw Nooren (PvdA):

Evenals de heer Bruijn en de heer Rinnooy Kan vind ik het mooi dat de minister heeft toegezegd dat breder zal worden gekeken hoe het in het onderwijs en zelfs bij alle instellingen die als private partij of breder een publieke taak uitvoeren, zit met maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef en het al dan niet omgaan met discriminatoire uitingen ten opzichte van andere grondrechten. De suggestie die de minister heeft gedaan om de WRR daar een rol in te laten vervullen, vind mijn fractie een mooie.

(...)

Handelingen I, 2016-2017, nr. 19, item 6, pagina 44

Minister Bussemaker:

(...)

De heer Bruijn vroeg naar de bredere context. Ik heb daarover al het een en ander gezegd. In het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs heeft de inspectie nu al meer mogelijkheden om toezicht te houden. Als scholen nalaten om hier invulling aan te geven, kan er worden ingegrepen. In andere sectoren gebeurt dat weer op een andere manier, passend bij de leeftijd et cetera. Ik heb toegezegd dat ik met collega's in gesprek zal gaan over de publieke sector. Ik zeg ook toe dat de Kamer namens het kabinet bericht zal worden over de resultaten van die deliberatie.

(...)

De heer Rinnooy Kan vroeg of het breder zal worden getrokken naar andere sectoren. Ik heb al toegezegd dat de Kamer daarover bericht zal worden. Dat ligt in het verlengde van wat ik net tegen de heer Bruijn zei. Het betreft niet alleen het onderwijs, maar het wordt breder getrokken. Daar hoort de Kamer dus nog over.


Brondocumenten


Historie







Toezegging Wetsevaluatie (34.512) (T02461)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Bruijn (VVD), Schalk (SGP) en Sent (PvdA), toe de evaluatie van de wet ook naar de Eerste Kamer te sturen. In de evaluatie wordt mede ingegaan op de additionele mogelijkheden om kleine scholen in stand te houden en op het aantal scholen dat gebruikmaakt van de mogelijkheid om een samenwerkingsschool te vormen. Daarbij wordt tevens aangegeven welk deel daarvan onder een bijzonder bestuur komt te vallen en welk deel onder een openbaar bestuur.


Kerngegevens

Nummer T02461
Status voldaan
Datum toezegging 11 juli 2017
Deadline 1 januari 2025
Voormalige Verantwoordelijke(n) staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media
Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs
Huidige Verantwoordelijke(n) staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie
Kamerleden prof. dr. J.A. Bruijn (VVD)
P. Schalk (SGP)
Prof.dr. E.M. Sent (PvdA)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen evaluaties
kleine scholen
samenwerkingsscholen
Kamerstukken Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool (34.512)


Uit de stukken

Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 7 - blz. 13

De heer Bruijn (VVD): Ten slotte is in de Tweede Kamer het amendement-Straus (34512, nr. 10) aangenomen, inhoudende een evaluatiebepaling binnen drie jaar. In artikel 7a wordt melding gemaakt van toezending van die evaluatie aan de Staten-Generaal. Nu leert de ervaring dat de Staten-Generaal weleens worden geïnterpreteerd als het postadres aan de overkant. Ik krijg graag de toezegging van de regering — al dan niet ten overvloede — dat betreffende evaluatie, waarvan we net weer het belang hebben vernomen, ook aan de Eerste Kamer wordt toegezonden.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 7 - blz. 19

Mevrouw Sent (PvdA): Daarmee kom ik ter afsluiting nog op de enige resterende vraag voor mijn fractie, namelijk of er naar het oordeel van de staatssecretaris nog andere mogelijkheden bestaan om kleine scholen in stand te houden. Als gevolg van een amendement dat is aangenomen in de Tweede Kamer, zullen de effecten en vormgeving van het voorliggende wetsvoorstel gemonitord worden, waarbij tevens gekeken wordt hoe de wetswijziging zijn uitwerking heeft in verschillende regio's. Is de staatssecretaris bereid toe te zeggen om aan die evaluatie een analyse te koppelen van additionele mogelijkheden om kleine scholen in stand te houden?

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 7 - blz. 29

Staatssecretaris Dekker: De heer Bruijn en mevrouw Sent hebben gevraagd naar de evaluatie. Ik kan toezeggen dat de evaluatie ook naar de Eerste Kamer komt. Aan mevrouw Sent zeg ik toe dat we dan ook zullen kijken naar een aantal aanpalende maatregelen die we nog zullen nemen. Dit is niet het enige wat we doen om het hoofd te bieden aan krimp en om scholen mogelijkheden te bieden, maar het is een onderdeel van een heel arsenaal aan mogelijkheden. Ik ben best bereid om de evaluatie wat dat betreft iets breder op te zetten.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 7 - blz. 30

De heer Schalk (SGP): Ik heb nog een vraag. Als de wet aangenomen wordt, wil de staatssecretaris deze Kamer dan rapporteren hoeveel scholen er in de komende anderhalf à twee jaar gebruik van zullen maken, met daarbij het onderscheid of dat onder een openbaar bestuur of stichting voor openbaar bestuur valt of onder een bijzonder bestuur?

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 7 - blz. 32

De heer Bruijn (VVD): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de uitgebreide beantwoording en voor de toezegging om de evaluatie ook naar deze Kamer te zenden. Wellicht is het een idee om daarin het aantal scholen mee te nemen dat gebruikmaakt van de nieuwe ruimte, zoals door de heer Schalk is gevraagd. Dat kan misschien in één keer meegenomen worden.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 7 - blz. 34

Mevrouw Sent (PvdA): Graag danken wij de staatssecretaris voor de toezegging om aan de evaluatie van het voorliggende wetsvoorstel een analyse te koppelen van additionele mogelijkheden om kleine scholen in stand te houden. Voor de kinderen van de huidige dorpsschool in Spijk komt dat te laat, maar jongere broertjes en zusjes blijven graag genieten van de broedplaats voor onderwijskwaliteit en gemeenschapszin.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr. 35, item 7 - blz. 35

Staatssecretaris Dekker: Voorzitter. Voordat ik op de moties ga reageren, moet ik misschien nog kort even ingaan op de vraag van de heer Schalk. Uiteraard kom ik terug bij de Kamer om aan te geven hoeveel scholen er nou gebruikmaken van deze mogelijkheid, welk aandeel daarvan uiteindelijk onder een bijzonder bestuur komt te vallen en welk deel onder een openbaar bestuur. Ik denk dat het goed is om dat in de wetsevaluatie mee te nemen en dat parallel te laten lopen.


Brondocumenten


Historie







Toezegging Subsidiëring van groene monumenten (34.556) (T02714)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Backer (D66), toe dat de subsidiëring van groene monumenten ook via de subsidieregeling voor de particuliere woonhuiseigenaren kan lopen, waarbij het groen er integraal bij gerekend wordt.


Kerngegevens

Nummer T02714
Status voldaan
Datum toezegging 11 december 2018
Deadline 1 februari 2019
Verantwoordelijke(n) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerleden Jhr.mr. J.P. Backer (D66)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen rijksmonumenten
Kamerstukken Wet fiscale maatregel rijksmonumenten (34.556)


Uit de stukken

Handelingen I 2018-2019, nr. 11 item 10- blz. 8

De heer Backer (D66):

Het is vandaag al eerder aan de orde geweest dat daar nu bij enkele betrokkenen wat zorgen beginnen. Ik hoop dat de minister en de staatssecretaris gezamenlijk in staat zijn die zorgen weg te nemen. Ik doel dan met name, na alles wat al gezegd is, op de groene monumenten en op de particuliere beheerders en hun erfgoed die een publiek belang vertegenwoordigen. Het gaat niet alleen om hun eigen positie. Is de bestaande Sim-regeling toegankelijk en ook toereikend in de nieuwe situatie? Is het correct dat in de woonhuisregeling ook het groen kan worden opgevoerd? Is er de komende jaren voldoende geld in de pot om de aanvragen te honoreren? En ik heb ook nog een uitvoerbaarheidsvraag. Is het ministerie van OCW in staat de toename van deze werkzaamheden te accommoderen? Ik hoop dat de bewindslieden mijn fractie hiervan kunnen overtuigen.

Handelingen I 2018-2019, nr. 11 item 12- blz. 5

Minister van Engelshoven:

Dan het budget voor groen. Dat kan via twee wegen. De Sim is toegankelijk voor groene monumenten, dus het kan via de Sim. Maar het kan ook via de subsidieregeling voor de particuliere woonhuiseigenaren. Als er groen bij is, is dat integraal en kan dat worden meegenomen. Dat kan dus ook weer via de twee routes met de bekende percentages.


Brondocumenten


Historie