T03019

Toezegging Actief informeren over covid-19 en bestrijden van desinformatie (35.526)



De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Verkerk (CU) en Prins-Modderaar (CDA), toe dat de overheid actief zal blijven communiceren over het coronabeleid en zich zal inzetten voor actieve bestrijding van desinformatie en daarbij ook de zich steeds verder ontwikkelende wetenschappelijke kennis te betrekken.


Kerngegevens

Nummer T03019
Status openstaand
Datum toezegging 26 oktober 2020
Deadline 1 januari 2021
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden G. Prins (CDA)
Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie)
Commissie commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V)
commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen communicatie
Desinformatie
novel coronavirus
Kamerstukken Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 (35.526)


Uit de stukken

Handelingen I 2020-2021, nr. 6, item 6- blz. 20.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

De vraag van onze fractie is of de minister — ik denk dat dit een vraag is voor met name de minister van Binnenlandse Zaken — het belang erkent van het bestrijden van desinformatie? Erkent de minister dat voor het Nederlandse taalgebied, waartoe ik mij nu beperk, die bestrijding geïntensiveerd zou moeten worden? Erkent de minister dat door het articuleren van het wetenschappelijke debat, het zoeken naar wetenschappelijke consensus en het identificeren van wetenschappelijke controverses desinformatie bestreden kan worden? In het recente WRR-rapport over de crisis wordt gesproken over "tegenmacht in de wetenschap". Zou de minister willen nadenken over mogelijke oplossingen om die tegenmacht in de wetenschap te realiseren? Zou hij zich willen inspannen om de ontwikkeling daarvan te stimuleren en te faciliteren? Kan de minister op dit punt een toezegging doen?

Handelingen I 2020-2021, nr. 6, item 6- blz.28.

Mevrouw Prins-Modderaar (CDA):

Daarnaast beschouwen wij het als een onmiskenbare taak van de overheid om fakenieuws te ontkrachten en de correcte informatie voor het voetlicht te brengen. Burgers hebben behoefte aan de juiste informatie, als tegenhanger van fakenieuws. Wij zijn benieuwd of het kabinet deze zienswijze niet alleen deelt, maar ook bereid is om daar een duidelijke strategie op in te zetten om zo zijn verantwoordelijkheid te nemen.

Handelingen I 2020-2021, nr. 6, item 6- blz. 62-63.

Minister Ollongren:

De desinformatie is door veel leden genoemd als een probleem. Veel leden hebben gezegd dat het bestrijden van desinformatie belangrijk is en dat dat eigenlijk geïntensiveerd zou moeten worden. Onder anderen de heer Verkerk van de ChristenUnie vroeg daarnaar. Hij vroeg ook of ik me wil inspannen om nog meer oplossingen te bedenken en om na te denken over hoe je dat verder kunt faciliteren. Ik vind inderdaad dat deze crisis heeft laten zien hoe belangrijk het is om desinformatie tegen te gaan. Dit is een nieuw virus. In het begin wisten we er heel weinig over. De wetenschap is razendsnel en we leren er heel snel heel veel over, maar goede en feitelijke informatievoorziening aan mensen is natuurlijk cruciaal. We moeten constateren dat die snelle ontwikkeling in de wetenschappelijk kennis over het virus in combinatie met de onzekerheid bij mensen — wat logisch is, want het is iets onbekends, iets bedreigends — een voedingsbodem heeft geboden voor het verspreiden van desinformatie. Dat is een groot risico. De oorspronkelijke eenheid die we zagen als eerste reactie toen de crisis zich voordeed en de pandemie ook in Nederland uitbrak, is veranderd naarmate het langer duurt. Dat is ook heel erg begrijpelijk. Het feit dat er veel desinformatie rondgaat, is een bedreiging voor de maatschappelijke stabiliteit. Het kan ondermijnend werken voor het draagvlak voor de maatregelen die we moeten nemen in het kader van corona. In die zin kan je ook zeggen dat het een gevaar is voor de volksgezondheid als mensen verkeerd worden geïnformeerd over wat ze wel of niet moeten doen of als mensen als gevolg van misleidende berichten, bepaalde maatregelen niet meer willen opvolgen.

Voor de overheid is er dus een rol om, waar nodig, actief desinformatie tegen te spreken en dat doet de overheid ook. Daarbij maken we gebruik van wetenschappelijke expertise en van de expertise van de denktank desinformatie bij de Vaccinatiealliantie, die de staatssecretaris van VWS adviseert over desinformatie over vaccins. Maar die expertise kan je ook breder inzetten. We communiceren heel actief over het eigen beleid. Het RIVM en het Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie doen dat. Zij hebben een actieve informatiestrategie met de publicatie van feitelijke informatie via heel veel verschillende kanalen; doelgroepencommunicatie. Ik wil nogmaals ook in de discussie over desinformatie het belang van wetenschappelijke kennis echt benadrukken. Ik zou de heer Verkerk ook toe willen zeggen dat we bij het reageren op desinformatie, maar ook bij het communiceren over ons eigen beleid die relevante en zich ook steeds verder ontwikkelende wetenschappelijke kennis betrekken. Ik denk dat de wetenschap een belangrijke rol heeft in het publieke debat, maar ook bij het tegengaan van die desinformatie. Ik zei net: we weten steeds meer over het virus. We weten ook steeds meer over desinformatie. Maar ook over de vraag wat het daadwerkelijk effect van desinformatie is op mensen en welke maatregelen het best werken om die desinformatie tegen te gaan, zijn we natuurlijk nog zoekende en lerende. […] Dat was even de toezegging die ik wilde doen aan de heer Verkerk, dat ik daar voluit mee doorga.

Mevrouw Prins-Modderaar vroeg daar ook naar. Zij vroeg ook: wat is dan de strategie die het kabinet volgt om dat fake news te ontkrachten en tegen te gaan? Het antwoord ligt een beetje in het verlengde van wat ik net zei. Teruggrijpend op vóór deze pandemie zeg ik dat we als kabinet toen al een strategie hadden voor desinformatie. Die kende drie actielijnen: preventie, die natuurlijk heel belangrijk is, de informatiepositie verstevigen en, zo nodig en waar het kan, reageren. Maar de spanning is er altijd tussen de vrijheid van meningsuiting aan de ene kant, en het tegengaan van desinformatie anderszins. Dat betekent eigenlijk dat we het bestempelen van desinformatie, factchecken en dat soort zaken, niet als een overheidstaak zien, maar primair als een taak van journalistiek en wetenschap. Maar juist bij deze pandemie — de volksgezondheid is in het geding — zien we dat je er als overheid juist wel actief in moet stappen. Als er echt misleidende berichtgeving is over het virus, over de bestrijding van het virus of over de maatregelen, dan stappen we in en bestrijden we die actief. Dat is er dus naast de actieve communicatie zoals ik het net al zei, over het virus zelf en over het overheidsbeleid en de wetenschap, het RIVM et cetera. Mijn ministerie is nu heel actief op social media, om informatie te geven over hoe je überhaupt desinformatie herkent, zodat burgers ook zelf zo goed mogelijk die informatie op waarde weten te schatten en echte informatie van desinformatie kunnen onderscheiden.


Brondocumenten


Historie