T02248

Toezegging Bij de vormgeving van de AMvB aangeven hoe om te gaan met de afwegingsruimte inzake geluid, geur en bodem (33.962)



De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Flierman (CDA) en Jorritsma-Lebbink (VVD), toe dat zij bij de vormgeving van de AMvB zal aangeven hoe zij omgaat met het toepassen van de bandbreedtebenadering op kwalitatieve milieunormen betreffende geluid, geur en bodem.


Kerngegevens

Nummer T02248
Status deels voldaan
Datum toezegging 15 maart 2016
Deadline 1 januari 2020
Voormalige Verantwoordelijke(n) Minister van Infrastructuur en Milieu (2010-2017)
Huidige Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden Dr. A.H. Flierman (CDA)
A. Jorritsma-Lebbink (VVD)
Commissie commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie lagere regelgeving
Onderwerpen afwegingsruimte
AMvB
bodem
geluid
geur
Kamerstukken Omgevingswet (33.962)


Uit de stukken

Handelingen I 2015-2016, nr. 23, item 3, blz. 3

De heer Flierman (CDA):

(...)

Al eerder stelde ik de vraag hoeveel afwegingsruimte er op lokaal niveau overblijft. We hebben te maken met de doorwerking van rijksomgevingsvisies en provinciale omgevingsvisies, van hogerhand vastgestelde omgevingswaarden, programma's om die waarden te bereiken, projectbesluiten, instructieregels enzovoorts. Als Rijk en provincies zich daarbij niet terughoudend opstellen, kan dat tot een forse inperking leiden. Een specifiek aandachtspunt zijn nog de adviezen van andere belanghebbende overheden, die een gemeente niet zo maar kan negeren. Dat kan tot een verdere beperking van de afwegingsruimte leiden, die extra bezwarend is als de gemeente het eigenlijk niet met die adviezen eens is. Naar we begrijpen kan de gemeente geen bezwaar tegen zo'n advies te maken. Klopt dat? Als we straks de balans opmaken, wat is dan het beeld? Neemt de afwegingsruimte al met al toe? Gaat dat lukken? De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur bijvoorbeeld is er nog niet gerust op. We horen graag hoe de minister dat ziet.

Handelingen I 2015-2016, nr. 23, item 8, blz. 15-45

Mevrouw Jorritsma-Lebbink (VVD):

(...)

Wat ik ook een goed beginsel vind, is dat geprobeerd wordt om weer iets van vertrouwen terug te brengen tussen de bestuurslagen in dit land. Dat is niet gemakkelijk. Een van de vier verbeterdoelen van de Omgevingswet is het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte, door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving. Ook voor die doelstelling geldt dat de mate waarin die gerealiseerd gaat worden mede afhangt van de ruimte die in de AMvB's gegeven gaat worden om op lokaal niveau keuzes te maken en maatwerk te leveren, afgestemd op de lokale situatie. De vraag is natuurlijk, of te zijner tijd die AMvB's voldoende bandbreedte in de landelijke normstelling kunnen bieden voor bijvoorbeeld geluid, bodem en milieu. Wij zullen de AMvB's daarop moeten toetsen. Zie overigens ook voor dit punt het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Ik ben heel benieuwd hoe de minister daarmee denkt om te gaan.

(...)

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

(...)

Over de afweegruimte en de flexibiliteit zijn ook een paar vragen gesteld. Hoe denk ik om te gaan met het advies van de Rli (Raad voor de leefomgeving en infrastructuur) over de afwegingsruimte? De ontwikkeling van de AMvB's is minstens zo'n omvangrijke klus als de totstandkoming van het wetsvoorstel, zeg ik tegen mevrouw Jorritsma. Een gedegen advies is dus welkom. De Rli heeft een nuttige analyse gemaakt. Die suggereert het werken met een bandbreedtebenadering. Ik ben nu aan het bekijken of wij die bandbreedtebenadering ook kunnen toepassen op de kwantitatieve milieunormen, uiteraard voor zover Europa ons daarvoor de ruimte biedt. Concreet gaat het dan om geluid, geur en bodem. Bij de vormgeving van de AMvB zal ik aangeven hoe ik daarmee omga.


Brondocumenten


Historie