Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T02721

Toezegging Intrekking Wet zorgplicht kinderarbeid (34.506)



De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Lokin-Sassen, toe geen gebruik te maken van de mogelijkheid die de Wet zorgplicht kinderarbeid biedt om de wet bij Koninklijk Besluit weer in te trekken. De minister zegt toe dat eventuele intrekking altijd per wet zal geschieden.


Kerngegevens

Nummer T02721
Status openstaand
Datum toezegging 23 april 2019
Deadline 1 januari 2025
Verantwoordelijke(n) Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Kamerleden Mr. P.E.M.S. Lokin-Sassen (CDA)
Prof.dr. H.W. Overbeek (SP)
Commissie commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie legisprudentie
Onderwerpen intrekkingen
Koninklijk Besluit
Wet zorgplicht kinderarbeid
Kamerstukken Initiatiefvoorstel-Kuiken Wet zorgplicht kinderarbeid (34.506)


Uit de stukken

Handelingen I 2018-2019, nr. 27-11 - blz. 13

Mevrouw Lokin-Sassen:

Ten slotte "hebben de heer Schaap en mevrouw Lokin" — ik citeer nog steeds de minister — "voorts gevraagd of het niet voor de hand had gelegen om de toezichthouder door de wet te laten aanwijzen. Het antwoord luidt bevestigend. In samenhang hiermee hebben mevrouw Lokin en de heer Overbeek gevraagd of het niet vreemd is dat de wet bij koninklijk besluit kan worden ingetrokken. Ook hier ga ik in mee. Ik kan dan ook toezeggen dat ik van deze mogelijkheid geen gebruik zal maken". Het is mooi dat de minister deze toezegging doet, maar uit staatsrechtelijk oogpunt is het wat onze fractie betreft niet voldoende. Het is namelijk staatsrechtelijk onjuist om een wet bij Koninklijk Besluit in te trekken. Een wet behoort te worden ingetrokken door een andere wet. Moet, uit staatsrechtelijk oogpunt, dan deze wet niet alleen om die reden al worden veranderd?

De heer Overbeek

Voorzitter. Tot onze vreugde heeft de minister in eerste termijn in antwoord op vragen onzerzijds toegezegd dat zij geen gebruik zal maken van de in artikel 12, lid 2 gegeven mogelijkheid om de wet in de toekomst bij Koninklijk Besluit in te trekken. Wellicht ten overvloede: betekent dit dat de wet alleen door de beide Kamers via een intrekkingswet kan worden ingetrokken? Graag een bevestiging van de minister.

Minister Kaag

Er was ook een vraag van mevrouw Lokin-Stassen of de intrekking van de wet bij Koninklijk Besluit niet een staatsrechtelijke gruwel is. Ik merk op dat een dergelijke figuur inderdaad op gespannen voet staat met het uitgangspunt dat wijziging of intrekking van een regeling geschiedt bij regeling van gelijke orde. Van dit uitgangspunt wordt soms afgeweken doordat bij wet lagere regelgeving wordt ingetrokken. U merkt vast dat ik dit letterlijk voorlees. Zo ligt het in de rede dat een wet die beoogt een zelfstandige algemene maatregel van bestuur te vervangen, tevens voorziet in de intrekking van die zelfstandige AMvB. Van een intrekking van de hogere regelgeving door een regeling of besluit dat lager in de hiërarchie staat, ken ik zelf geen precedenten. Ik kan bevestigen — wellicht nogmaals naar aanleiding van de vraag van de heer Overbeek — dat als er geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om de wet bij Koninklijk Besluit in te trekken, er inderdaad een nieuwe wet nodig is.


Brondocumenten


Historie

  • 23 april 2019
    toezegging gedaan