T02462

Toezegging Invoeringsdatum (34.453)



De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Pijlman (D66) en Verheijen (PvdA), toe de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, indien deze door de Kamer wordt aanvaard, pas per 1 januari 2019 in te voeren. Daardoor resteert meer tijd voor behandeling van de relevante AMvB, voor het informeren van consumenten, voor nader overleg met de gemeenten en voor het monitoren van de tussenstappen.


Kerngegevens

Nummer T02462
Status openstaand
Datum toezegging 4 juli 2017
Deadline 1 januari 2019
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden drs. H.J. Pijlman (D66)
drs. L.H.J. Verheijen (PvdA)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen invoeringsdatum
kwaliteitsborging
Kamerstukken Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34.453)


Uit de stukken

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 3

De heer Pijlman (D66): Onze fractie vraagt zich, gelet op het aantal uitvoeringskwesties, af of het niet raadzaam is de invoering van de wet te stellen op 1 januari 2019. Er moet namelijk nog heel veel gebeuren. De fractie van D66 wil ook graag dat de tussenstappen die nog genomen moeten worden, worden gemonitord en dat de resultaten daarvan aan de Kamers ter beschikking worden gesteld voordat volgende stappen worden gezet. Ik hoor hier graag een reactie op van de minister.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 9

De heer Verheijen (PvdA): Wij constateren dat inwerkingtreding op 1 januari 2018 welhaast onmogelijk is, gehoord de geluiden uit het veld. Wat belet de regering om voldoende tijd te nemen en het stelsel pas in de tweede helft van 2018 of per 1 januari 2019 van kracht te doen stellen? Heeft de minister voorzien in een "go/no go"-besluit in overleg met het parlement op basis van een beoordeling met de samenwerkende partners, juist op het punt van de ICT-voorzieningen en handhavingscapaciteiten? In welke mate kan de minister onze fractie hierin tegemoetkomen? Ik hoor graag een reactie op onze vragen.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 13

Minister Plasterk: Voordat ik dat doe, wil ik op één punt de handdoek in de ring gooien en hier een toezegging doen die ik tot nu toe niet heb gedaan. In de Tweede Kamer heb ik overeind gehouden dat ik deze wet zo urgent vind dat ik die, als die wordt aangenomen, wil invoeren per januari van het komende jaar, januari 2018. Ik heb hier de bijdragen van diverse woordvoerders gehoord. Mijn conclusie is — ook de VNG vroeg daar in een recente brief om — dat we dat niet zouden moeten doen. Als de Eerste Kamer de wet aanneemt, zeg ik dus toe dat we de invoeringsdatum zetten op 1 januari 2019. Daardoor hebben we nog tijd voor die AMvB's. Dan kunnen we de input van de Kamers daarover nog verwerken en dan kan deze Kamer nog met het kabinet in debat als zij vindt dat dit niet op de juiste manier is gebeurd. Daarvoor is wel nodig dat de wet wordt aangenomen, want anders blijft het lobbyen doorgaan. We moeten natuurlijk wel weten of dit samenhangende pakket, waarin enerzijds de consumentenrechten worden verbeterd en waarin anderzijds het toezicht wordt gereorganiseerd, op draagvlak in de Kamer kan rekenen. Nogmaals, als dat zo is, zal ik ervoor zorgen dat we een tijdvenster creëren, zodat ook met de Kamer nog over de AMvB's kan worden gesproken. De heer Pijlman vroeg daarom, net als de heer Verheijen en een aantal andere sprekers, maar ook in de recente brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten werd daarom gevraagd.

Laat ik dit onderwerp, de invoering, daarmee maar meteen afronden, als u het goed vindt. Dit is dus een toezegging en een wijziging ten opzichte van wat er eerder is gebeurd. Dat heeft een aantal voordelen: we kunnen de AMvB's dan ook hier nog bespreken, we kunnen de consumenten informeren — daar vroeg de heer Pijlman om — en op verzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kunnen we nader overleg voeren met de G32, met bouw- en woningtoezicht en ook met de veiligheidsregio's. De heer Pijlman vroeg of we ook de tussenstappen kunnen monitoren. Ook daarvoor is dan in de tijd meer ruimte.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 13

Minister Plasterk: Ik haal even adem na dit eerste blokje, waarvan de crux natuurlijk is dat ik heb toegezegd dat we de invoeringsdatum een jaar naar achter schuiven, zodat we over de AMvB's nog uitgebreid met elkaar in gesprek kunnen.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 16

Minister Plasterk: Ik heb bovendien zojuist toegezegd een jaar extra te nemen voor de implementatie ervan, zodat we in afstemming met de Kamers kunnen bekijken of het op een verantwoorde manier gaat.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 17

Minister Plasterk: De PvdA-fractie vroeg — dat was eigenlijk de hoofdvraag — om tijd voor de AMvB. Dat heb ik zojuist toegezegd.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 20

Minister Plasterk: Voor het overige ben ik tegemoetgekomen aan juist het punt dat mevrouw De Vries en ook anderen hebben gemaakt, namelijk dat we nog beter met de gemeenten in gesprek moeten over de uitvoering en de AMvB. Om die reden heb ik nu toegezegd — dat heb ik in de Tweede Kamer niet gedaan maar nu wel — om de invoeringsdatum dan toch een jaar naar achteren te schuiven.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 21

De heer Pijlman (D66): Ik dank de minister voor de toezeggingen die hij aan D66 heeft gedaan en die ik buitengewoon belangrijk vind. Eén: de invoeringsdatum naar 1 januari 2019. Twee: een verlengde procedure voor de voorlegging van de AMvB's, waardoor wij daar ook invloed op kunnen uitoefenen en het overleg met de VNG diepgang kan krijgen. Drie: een heldere voorlichting aan de consument over de nieuwe positie die hij nu inneemt. Vier: het hele implementatietraject monitoren en ons daarover informeren. Dat zijn voor mijn fractie buitengewoon belangrijke punten.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 22

De heer Schouwenaar (VVD): Ik ben blij met de toezegging van de minister dat hij een jaar toevoegt aan de periode om te overleggen. Hij zal dat jaar ook hard nodig hebben. Het is een breiwerk en het is heel moeilijk om daar dingen in te veranderen. Dat zal heel veel overleg vragen, maar zou ook kunnen leiden tot het wat scherper trekken van grenzen die nu nog misschien niet duidelijk genoeg zijn.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 22

De heer Verheijen (PvdA): Voorzitter. Ook wij danken de minister voor de beantwoording van de vragen en voor de toezegging die gedaan is over de uitsteltermijn voor de inwerkingtreding van deze wet. Het lijkt me goed dat we na de behandeling van de voorhangprocedure van de AMvB's ook een moment prikken waarop we het "go/no go"-besluit kunnen nemen over de uitvoerbaarheid.

(...)

Handelingen I 2016-2017, nr.  34, item 6- blz. 23

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): De minister begon allervriendelijkst met de toezegging dat hij de invoering van deze wet een jaar zou willen uitstellen, daarmee ruimte gevend aan de nadere beschouwingen rondom de invulling van de AMvB's die eronder komen te hangen.


Brondocumenten


Historie

  • 4 juli 2017
    toezegging gedaan